Het Videodozen-arrest (2 december 1992, NJ 1993/321) is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad dat betrekking heeft op de grens tussen voorbereidingshandeling en begin van uitvoering van een misdrijf. De formulering van het Cito-arrest is geprolongeerd.

Casus Twee verdachten hadden in hun auto dozen bij zich met de afbeelding van een videorecorder maar gevuld met zand. Ze hadden contact gelegd met een potentiële koper –A.B.– en vier videorecorders te koop aangeboden voor 100 gulden per stuk. Het kwam niet tot een transactie omdat ze door de politie op heterdaad werden betrapt. Verdachten hadden als verweer dat ze slechts voorbereidingshandelingen hadden uitgevoerd.

Rechtsvraag Is er i.c. een begin van uitvoering waardoor het voornemen tot het (mede)plegen van het tenlastegelegde (oplichting) zich heeft geopenbaard? (Ja.)

Procesgang Onder vernietiging van het vonnis van de politierechter heeft het hof een verdachte in hoger beroep veroordeeld tot gevangenisstraf wegens "medeplegen van poging tot oplichting". Verdachte ging in cassatie bij de Hoge Raad. Alleen wat betreft de strafoplegging is het arrest van het hof door de Hoge Raad vernietigd en is de zaak doorverwezen naar en ander hof. De bewezenverklaring blijft dus in stand.

Het hof Het hof overwoog:

Hoge Raad De Hoge Raad overwoog:

Relevantie Bevestiging van het Cito-arrest. Het arrest is een bouwsteen in de casuïstiek over de grens tussen wel en geen begin van uitvoering, waarmee het voornemen tot het plegen van een delict wordt geopenbaard (45 Sr).

Zie ook (1978) Cito-arrest (wél begin van uitvoering, Cito-criterium)) (1987) Grenswisselkantoor-arrest

Categorie:Nederlands arrest (strafrecht)