thumb|300px|Franse koloniale rijk

Het Franse koloniale rijk, Frans: Empire colonial français of Empire français, is het geheel van koloniën en andere overzeese bezittingen waarover Frankrijk beschikte. Het ontstond vanaf de 17e eeuw en verdween voor het grootste deel in de tweede helft van de 20e eeuw. Een eerste reeks bezittingen ging grotendeels verloren in de loop van de 18e en begin 19e eeuw, waarna opnieuw een sterke gebiedsuitbreiding ontstond. Daarom spreekt men vaak van een eerste en een tweede Frans koloniaal rijk.

Het rijk bereikte zijn grootste omvang na de Eerste Wereldoorlog. Toen had het – Frankrijk zelf inbegrepen – een oppervlakte van , of bijna 1/10e van alle landoppervlakte, met meer dan 150 miljoen inwoners, of zowat 1/20e van de toenmalige wereldbevolking. Daarmee was het na het Britse Rijk het op een na grootste rijk ter wereld.

De overblijfselen van dit imperium staan nu bekend als Overzees Frankrijk, la France d'outre-mer, en worden beschouwd als een onderdeel van de Franse Republiek.

Eerste Franse koloniale rijk De vroege reizen van Giovanni da Verrazzano en Jacques Cartier in het begin van de 16e eeuw, en de frequente reizen van Franse vissers naar Newfoundland tijdens die eeuw, waren de voorlopers van de Franse koloniale expansie. Spanje werd echter al snel bang dat het zijn monopolie op Amerika zou verliezen, wat er samen met godsdienstoorlogen van de Reformatie toe leidde dat Frankrijk geen kolonies kon beginnen. Pogingen om kolonies in Brazilië te stichten waren door Spaanse en Portugese tussenkomst niet succesvol: Rio de Janeiro of France Antarctique in 1555, São Luís of France Equinoxiale in 1612 en in Florida.

Het Franse koloniale rijk begon pas echt op 27 juli 1605 toen Port Royal in Acadië, het huidige Nova Scotia, werd gesticht. Enkele jaren later, in 1608, stichtte Samuel de Champlain de plaats Quebec, die de hoofdstad werd van het enorme, maar dunbevolkte Nieuw-Frankrijk, dat toen ook Canada werd genoemd.

Door middel van verbonden met lokale stammen oefenden de Fransen een losse controle uit over een groot deel van het Noord-Amerikaanse continent. Pas toen Jean Talon de leiding over de kolonie overnam kon het gebied tot een echte kolonie worden uitgebouwd. Tijdens het hele bestaan liep de kolonie zwaar achter op zijn Engelse tegenhangers, zowel qua bevolking als economische ontwikkeling. Met de Vrede van Utrecht in 1713 ging een deel van Acadië aan de Engelsen verloren.

In 1682 noemde de Franse ontdekkingsreiziger R.C. de La Salle het gebied strekkend van de monding van de Mississippi tot aan de Grote Meren in het noorden en van de Appalachen tot de Rocky Mountains, Louisiane oftewel Louisiana, naar de Franse koning Lodewijk XIV, (de Franse variant voor Lodewijk luidt namelijk Louis). Vanaf 1699 stichtten de Fransen in dat gebied nederzettingen: Biloxi 1699, dicht bij de monding van de Mississippi in de huidige staat Mississippi, Détroit 1701 in de huidige staat Michigan, Mobile 1702 in het huidige Alabama, Natchitoches 1714 in huidige Louisiana, La Nouvelle-Orléans 1718. Hoewel de kolonie Louisiana zich over het hele bekken van de rivier Mississippi uitstrekte, was de effectieve controle in het zuiden beperkt tot een klein gebied rond La Nouvelle-Orléans.

De Fransen bouwden een kleiner, maar lucratiever koloniaal rijk uit in West-Indië. Kolonisatie van Frans-Guyana begon in 1624 en hoewel deze kolonie verschillende keren werd overgenomen door de Nederlanders, bleef het gebied in Franse handen. Een kolonie werd gesticht op Saint Kitts in 1627 (het eiland moest tot de Vrede van Utrecht echter wel met de Engelsen worden gedeeld, waarna het door de Fransen werd afgestaan). De Compagnie des Îles de l'Amérique stichtte kolonies in Guadeloupe en Martinique in 1635 en in 1650 werd een kolonie gesticht op Saint Lucia. Het belangrijkste koloniale bezit in het gebied liet echter op zich wachten tot 1664, toen Saint-Domingue, het huidige Haïti, op de westelijke helft van het Spaanse eiland Hispaniola gesticht werd. In de 18e eeuw werd Saint-Domingue de rijkste suikerkolonie in het gebied. Het oostelijke gebied van Hispaniola, de latere Dominicaanse Republiek, stond voor een korte periode onder Frans bevel, toen Haïti in opstand was gekomen tegen de Fransen.

De Franse expansie was echter niet beperkt tot Amerika. In Senegal stichtten de Fransen handelsposten vanaf 1624. De Franse Oost-Indische Compagnie werd in 1664 opgericht. Kolonies werden in India opgericht in Chandernagore, 1673 en Puducherry, 1674 en later in Yanam 1723, Mahe 1725 en Karaikal 1739. Kolonies werden ook in de Indische Oceaan gesticht, op Réunion in 1664, Île-de-France, een eiland van Mauritius in 1718 en de Seychellen in 1756. Tijdens de beginjaren van Napoleon Bonaparte werd Egypte voor een korte periode ingenomen, hoewel het Franse gebied zich beperkte tot een korte strook rond de Nijl.

Koloniaal conflict met Groot-Brittannië In het midden van de 18e eeuw begon een reeks conflicten tussen Frankrijk en Groot-Brittannië, die uiteindelijk het eerste Franse koloniale rijk zouden doen instorten. Deze oorlogen waren de Oostenrijkse Successieoorlog 1744-1748, de Zevenjarige Oorlog 1756-1763, de Amerikaanse Revolutie 1778-1783, de met de Franse Revolutie gepaard gaande Eerste Coalitieoorlog om die revolutie de kop in te drukken, 1792-1797, en de napoleontische oorlogen 1803-1815.

De Oostenrijkse Successieoorlog had weinige concrete resultaten opgeleverd, maar had Frankrijk wel ernstig verzwakt. Tijdens de Zevenjarige Oorlog werden dan ook geheel Nieuw-Frankrijk en de Franse Caraïbische eilanden door de Britten overgenomen. Na het vredesverdrag kreeg Frankrijk wel zijn Caraïbische bezittingen terug. De strijd om invloed in India was gewonnen door de Britten. Louisiana werd overgedragen aan Spanje in ruil voor hun intrede in de oorlog en als compensatie voor de Britse annexatie van Spaanse Florida. Daaronder bevinden zich vijf Grenada en Saint Lucia werden ook aan de Britten overgedragen.

Na de Franse inmenging in de Amerikaanse Revolutie kreeg Frankrijk in 1783 Saint Lucia terug. Het ergste gebeurde echter in 1791, toen in Saint-Domingue, de belangrijkste en rijkste Franse kolonie, een slavenopstand uitbrak, mogelijk door de verdeeldheid van de elite op het eiland tijdens de Franse Revolutie, die in 1804 zou leiden tot de onafhankelijke republiek Haïti. De slaven, geleid door Toussaint Louverture en na zijn gevangenneming door Jean-Jacques Dessalines, hielden stand tegen de Fransen, de Britten en de Spanjaarden. Ondertussen raakte Frankrijk in oorlog en bijna alle nog overgebleven Franse kolonies werden overgenomen door de Britten. Deze werden teruggegeven bij de Vrede van Amiens in 1802. Frankrijk kocht ook Louisiana terug, maar Napoleon besloot na succes van de Haïtiaanse opstand, die in 1804 definitief tot onafhankelijkheid zou leiden, om het gebied in 1803 aan de Verenigde Staten te verkopen, zie de Aankoop van Louisiana. De poging om een Franse kolonie in Egypte op te bouwen 1798-1801 liep ook op niets uit, omdat de Fransen daar door de Britse vloot onder Horatio Nelson werden verslagen.

Tweede Franse koloniale rijk Aan het einde van de Napoleontische oorlogen kreeg Frankrijk slechts een deel van de kolonies terug. Het Verenigd Koninkrijk annexeerde Saint Lucia, Tobago, de Seychellen en Mauritius. Guadeloupe en Martinique in West-Indië, Frans-Guyana, de Franse vestigingen in Senegal en Voor-Indië en het eiland Bourbon (Rèunion), werden opnieuw Frans. Zij werden later de oude kolonies genoemd, ter onderscheid van de later verworven gebieden. Het waren relatief kleine gebieden met een gering economisch belang, vooral doordat de suikerbiet de productie van rietsuiker op de eilanden een fatale klap had gegeven.

Algerije Het tweede koloniale rijk begon in 1830 toen Frankrijk Algerije binnenviel, dat in de volgende 17 jaar volledig werd veroverd. Er vestigden zich massaal kolonisten uit Frankrijk en andere Europese landen, die er grond kochten en een groot deel van de landbouw en de handel in handen kregen, ten nadele van de autochtone bevolking.

Tweede Keizerrijk Tijdens het bewind van Napoleon III, gekenmerkt door een verregaande industrialisatie van Frankrijk, vond een Franse koloniale expansie plaats in vrijwel alle werelddelen, die echter niet altijd succes had. Zo werden in 1860 troepen naar Syrië en Libanon gestuurd, toen delen van het Ottomaanse Rijk, om de plaatselijke christelijke bevolkingsgroepen te beschermen. Onder Britse druk en na garanties van de Ottomaanse sultan jegens de christenen, vertrokken de troepen na een jaar. Frankrijk behield echter een belangstelling voor de Levant. De bouw van het Suezkanaal door een Franse onderneming verhoogde de Franse invloed in Egypte.

Van 1862 tot 1867 werd gepoogd invloed te krijgen in Mexico waar Franse troepen keizer Maximiliaan van Mexico in het zadel hielpen, maar het land weer moesten verlaten om een conflict met de Verenigde Staten te ontwijken.

In het Verre Oosten had Frankrijk meer succes. In 1858 viel een Franse legermacht Vietnam binnen, waarna het zuidelijke deel van dit land als Cochin-China een Franse kolonie werd. In 1863 werd het koninkrijk Cambodja een Frans protectoraat. Frankrijk wist rond die tijd ook zijn invloed in China en Japan te verhogen en zond zelfs een expeditie naar Korea.

In de Stille Oceaan was Nieuw-Caledonië al in 1853 Frans bezit geworden, waarna het als strafkolonie werd gebruikt. Uiteindelijk, in 1864, kwam ook het binnenland van Senegal in Franse handen.

Derde Republiek Onder de Derde Republiek kwam de Franse koloniale expansie in een stroomversnelling. Dat gebeurde niet zonder weerstand in Frankrijk zelf. Linkse politici vonden kolonialisme strijdig met de Franse republikeinse principes. De republikeinse staatsman Jules Ferry, een groot voorvechter van de Franse koloniale expansie, meende echter dat Frankrijk de taak had om lagere rassen beschaving bij te brengen.

In 1884 werden Annam en Tonkin, dat waren de overige delen van Vietnam, Franse protectoraten. In 1887 kwamen die samen met Cochin-China en Cambodja als Indochina onder gemeenschappelijk bestuur. Daaraan werd Laos in 1893 nog toegevoegd. Op het einde van de eeuw kwam het zuiden van China onder Franse invloed. Kwang-Chou-Wan in de baai van Kanton werd in 1900 een Frans pachtgebied.

Tegelijk vond een verdere expansie in Oceanië plaats. Na de annexatie van Tahiti in 1880 volgden ook een hele reeks eilanden die nu samen Frans-Polynesië vormen. In 1906 werden de Nieuwe Hebriden een Frans-Brits condominium

De Fransen konden hun invloed in Noord-Afrika uitbreiden met de vestiging in 1881 van een protectoraat in Tunesië. Na de Koloniale Conferentie van Berlijn in 1885, waarin Afrika werd opgedeeld, verwierf Frankrijk het grootste deel van West- en Midden-Afrika. De aldaar gestichte kolonies werden later gegroepeerd in twee federaties: Frans-West-Afrika en Frans-Equatoriaal-Afrika, verder de Franse Somalikust in Oost-Afrika, plus Madagaskar en de Comoren in de Indische Oceaan. In 1911 ten slotte werd het grootste deel van Marokko een Frans protectoraat.

Deze enorme gebiedsuitbreiding kwam er niet zonder rivaliteit met andere koloniale mogendheden. Met Italië, dat zelf Tunesië opeiste, kwam het tot gespannen verhoudingen. De Franse opmars naar de Nijl werd door de Britten tegengehouden, het Fashoda-incident, en dit veroorzaakte bijna een oorlog tussen beide landen. Duitsland probeerde meermalen Frankrijks greep op Marokko tegen te houden. Om vrij spel in Marokko te krijgen, stond Frankrijk een gebiedsstrook van Frans Equatoriaal Afrika af aan Duits-Kameroen.

Het Franse rijk werd voor de laatste keer uitgebreid na de Eerste Wereldoorlog met een aantal mandaatgebieden: Syrië en Libanon, die vroeger deel uitmaakten van het Ottomaanse Rijk, plus Frans-Togoland en Frans-Kameroen in Afrika, die vroeger Duits koloniaal gebied waren.

Status van de koloniale gebieden