Het arrest Binckhorstlaan (HR 27 november 1962, NJ 1963/513) is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad dat betrekking heeft op causaliteit bij dood door schuld in het verkeer. Casus Bij een kruising op de Binckhorstlaan in Den Haag ontstond op 29 augustus 1961 een botsing tussen twee brommers: een Solex en een Berini. De Solex ging linksaf, kruiste de weghelft bestemd voor het tegemoetkomend verkeer en kwam in botsing met een hem tegemoetkomende Berini. Deze bromfietser sloeg over het stuur van zijn Berini, kwam met zijn hoofd op straat terecht en bleef bewusteloos liggen. Ondanks de matige snelheid van beide bromfietsen (circa 30 km/u) is hij toch ten gevolge van de val overleden. Het slachtoffer bleek namelijk een abnormaal dunne schedel te bezitten, zo bleek bij lijkschouwing door een patholoog-anatoom.
Rechtsvraag Kan strafrechtelijke causaliteit worden bepaald aan de hand van het voorzienbare gevolg? (Ja) Procesgang Verdachte werd vervolgd voor dood door schuld in het verkeer (art. 36-oud, thans art. 6 WVWArt. 6 WVW). Hij is in hoger beroep door het hof veroordeeld tot voorwaardelijke hechtenis, een geldboete en ontzegging van de rijbevoegdheid. Het cassatieberoep is verworpen. Hof Het hof overwoog:
Hoge Raad De Hoge Raad overwoog:
Relevantie In dit arrest gaat het om strafrechtelijke causaliteit in termen van voorzienbaar gevolg. Dit is in latere arresten verder uitgewerkt.
Zie ook (1968) Etalageruit-arrest (1970) Oosthuizense spoorwegovergang
Binckhorstlaan Categorie:Geschiedenis van Den Haag