MONUSCO (Mission de l'Organisation des Nations Unies pour la stabilisation en République démocratique du Congo) is een vredesmacht van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo. De missie werd in 1999 als MONUC ( Mission de l'Organisation des Nations Unies en République Démocratique du Congo, Waarnemersmissie van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo) gecreëerd door VN-resolutie 1279 van 30 november 1999 en resolutie 1291 van 24 februari 2000. Overeenkomstig resolutie 1925 van 28 mei 2010 werd MONUC vanaf 1 juli 2010 herdoopt tot MONUSCO. MONUC werd uitgestuurd om toe te zien op het vredesproces dat volgde op de Tweede Congolese Burgeroorlog. De aandacht ging daarbij vooral naar de oostelijke provincies Ituri, Noord-Kivu en Zuid-Kivu, waar milities uit de buurlanden Rwanda en Oeganda actief waren.

Achtergrond thumb|left|300px|Indiase MONUC-blauwhelmen

De Democratische Republiek Congo is een gebied met veel bodemschatten zodat het in aanleg tot de rijkste landen van Afrika gerekend kan worden. Na de Belgische koloniale periode nam Mobutu de macht over en werd de bevolking door uitbuiting en corruptie steeds armer. Hierdoor trad in het oostelijk gedeelte van Congo anarchie op. Na het treffen tussen Hutu's en Tutsi's in Rwanda in 1994 werd Congo overspoeld door vluchtelingen, waardoor er een politiek-instabiele situatie ontstond. Hierdoor braken in 1994 in Congo etnische onlusten uit die onder meer werden veroorzaakt door eerder genoemde vluchtelingenstroom uit de buurlanden Rwanda en Burundi.

In 1997 beëindigden rebellen de lange dictatuur van Mobutu en werd Kabila de nieuwe president. In 1998 escaleerde de Tweede Congolese Burgeroorlog toen andere rebellen Kabila probeerden te verjagen. Zij zagen zich gesteund door Rwanda en Oeganda. In 1999 besloten de Verenigde Naties tot het inzetten van de Mission de l’Organisation des Nations Unies en République Démocratique du Congo (MONUC). In 2001, na de moord op Laurent Kabila nam zijn zoon Joseph Kabila de macht over en werden de vredesonderhandelingen op basis van het Vredesakkoord van Lusaka van 1999 hervat.

In 2006 vonden in Congo democratische verkiezingen plaats maar dit veranderde niets aan het politieke instabiele klimaat. De verkiezingen werden gewonnen door Kabila maar Intussen waren nog steeds rebellen actief in het oosten van Congo en bleef de situatie er gespannen.

Falende staat Congo is als Democratische Republiek Congo een falende staat, een staat die grote delen van zijn grondgebied niet kan beheersen en de veiligheid van burgers evenmin kan garanderen. Dat is omdat de staat Congo: Het monopolie op geweld verloren heeft; Niet in staat is de interne rechtsorde te handhaven; Geen openbare diensten meer kan leveren of de voorwaarden daarvoor kan scheppen;

Het falen van een staat heeft nationale en internationale consequenties zoals: Illegale wapenhandel; Schendingen van mensenrechten; Ontstaan van vluchtelingenstromen; regionale-, nationale en internationale criminaliteit; Falende staten brengen uiteindelijk de internationale stabiliteit en veiligheid in gevaar; Falende staten vormen een toevluchtsoord voor criminele organisaties en individuen.

In grote delen van Congo werd de bevolking geterroriseerd door staatsgevaarlijke milities en organisaties. De afmetingen van het land, met zijn slechte infrastructuur, etnische verschillen en winstbejag maakten de situatie nog gecompliceerder. In dit soort staten is het afdwingen van stabiliteit een eerste voorwaarde om een veilige leefomgeving te kunnen bewerkstelligen. Andere werktuigen zijn ontwikkeling, politieke diplomatie, economische stimulansen en defensie. Daarnaast dient de veiligheidssector (leger en politie) hervormd te worden en een integraal deel te vormen van wederopbouwprocessen.

De MONUC-missie (1999- juni 2010) De missie begon op 24 februari 2000 met ongeveer 5.000 man. Dit aantal liep later op tot 10.000. Het doel van de missie was: Afdwingen van het naleven van het staakt-het-vuren akkoord van 2003; Monitoren daarvan en vijandelijkheden rapporteren; DDRRR-fase: Disarmament, Demobilization, Repatriation, Resettlement en Reintegration; De overgang mogelijk maken naar geldige verkiezingen.

De missie kreeg in het begin veel kritiek omdat de resultaten mager leken. Er werd weinig vooruitgang geboekt in de vorming van een nieuw geïntegreerd Congolees leger; dat gaf duidelijk weer dat er geen stabiliteit bereikt was omdat in dit leger zowel rebellen als militairen moesten worden opgenomen. Verder bleef een groep van 10.000 strijders van de Interahamwemilities en het vroegere Rwandese leger de streek terroriseren. In oktober 2004 werd het mandaat van de militairen uitgebreid en het aantal manschappen van 10.800 tot 16.700 verhoogd, waarmee het de grootste vredesmacht van de Verenigde Naties ter wereld werd.

Deelnemende landen Militaire troepen

Politietroepen

Sterkte thumb|400px|Kaart van het strijdgebied De operatie had een goedgekeurd budget van 1,73 miljard dollar (6 augustus 1999-30 juni 2010) en de volgende sterkte:Missie facts and figures. Gearchiveerd op 15 juli 2013. Onderdeel Initieel Geautoriseerd 30 juni 2010 Slachtoffers Troepen 5537 19.815 18.222 100 Militaire waarnemers 500 760 672 10 Politie 391 282 6 Politiepersoneel 1050 620 Internationaal personeel 1008 12 Lokaal personeel 2611 30 VN-vrijwilligers 628

Commandanten en vertegenwoordigers van MONUC Vertegenwoordigers van de Secretaris-Generaal: Alan Doss: oktober 2007 – juni 2010 William Lacy Swing: juli 2003 – oktober 2007 Amos Namanga Ngongi: augustus 2001 – juni 2003 Kamel Morjane: november 1999 – augustus 2001

Commandanten van de troepen: luitenant-generaal Babacar Gaye: november 2008 – augustus 2010 luitenant-generaal Vicente Diaz de Villegas: oktober 2008 – oktober 2008 luitenant-generaal Babacar Gaye: maart 2005 – oktober 2008 generaal-majoor Somaila Iliya: januari 2004 – februari 2005 generaal-majoor Mountaga Diallo: maart 2000 – december 2003

Politiecommissarissen: Abdallah Wafy: februari 2010 – juni 2010 Sudesh Kumar: november 2007 – december 2009 Daniel Cure: januari 2005 – september 2007 Jean Monchanin: januari 2004 – januari 2005 Adilio Custodio: mei 2003 – november 2003 Mamadou Gueyefaye: februari 2003 – mei 2003 Cristian Gerardo Chaumont: februari 2002 – februari 2003 Jorgen Kent: november 2001 – januari 2002

Rol tijdens de verkiezingen en erna Twee grote partijleiders, Joseph Kabila en Jean-Pierre Bemba streden om de verkiezingsoverwinning, die Joseph Kabila met zijn partij Parti du peuple pour la reconstruction et la démocratie (PPRD) won. Volgens het partijprogramma zou de PPRD zich inzetten voor democratie en wederopbouw van het land. Om dit te realiseren was echter de medewerking van de legerleiding nodig. Daarnaast bleek het gezag van de centrale overheid in Ituri, Noord-Kivu, Zuid-Kivu en het noorden van Katanga zwak.

De taak van MONUC was om na de verkiezingen de stabiliteit te bestendigen totdat de Congolese overheid in staat zou zijn die taak over te nemen maar het bleek echter al snel dat de overheid nog niet zo ver gevorderd was. MONUC heeft een grote rol gespeeld bij het mogelijk maken van de verkiezingen. Hoewel er enige incidenten waren te Kinshasa bleef het in de rest van het land rustig; Bemba kon als volksvertegenwoordiger optreden omdat hij nu gebruik kon maken van zijn politieke onschendbaarheid. Hij week na de voor hem verloren verkiezingen uit naar Congo-Brazzaville en Portugal maar zijn aanhang in Congo is tot op heden nog steeds zwaar bewapend en een terugkeer van Bemba brengt nog steeds grote politieke risico's met betrekking tot de stabiliteit van Congo met zich mee als hij zijn troepen opnieuw weet te mobiliseren. Bemba geniet steun van(-uit) Oeganda. Tegelijkertijd blijft het instabiel in het oosten van Congo.

Samenwerking met de FARDC thumb|left|100px|MONUC Medaille Het Congolese leger, de Forces Armées de Ia République Démocratique du Congo (FARDC) was opgebouwd uit diverse elementen van het eerdere leger, Forces Armées Congolaises, en aangevuld met nieuwe rekruten, vaak afkomstig van Illegal Armed Groups (IAG). In het verleden kwam het voor dat illegaal gewapende groepen, waarvan de leider een hoge officier van de FARDC was, samen met de leider verwikkeld waren in illegale gewapende activiteiten, waarbij de bevolking regelmatig geterroriseerd werd. In februari 2006 stelde de plaatsvervangende bevelvoerder van MONUC dat indien de schending van mensenrechten door de FARDC door zou gaan dit leger niet langer meer door de MONUC ondersteund zou worden. Hierbij trad de missie van de Europese Unie, EUSEC, op door de betalingen van de soldij der soldaten van de FARDC beter op orde te krijgen. Soms werden operaties van de Verenigde Naties tegengewerkt door FARDC-officieren. De reden hiervoor was dat er een sfeer van corruptie en betrokkenheid bij illegale economische, militaire en persoonlijke belangen was; een aantal operaties die gezamenlijk met het FARDC werden verricht zijn echter wel goed afgelopen, met name door de druk tot prestatie van MONUC op de FARDC-commandanten. In een rapport van de Verenigde Naties uit 2009 werd de samenwerking met de FARDC bekritiseerd, omdat men de leden daarvan niet in bedwang zou kunnen houden.VN-rapport: Vredesmissie maakt crisis in Congo erger in NRC Handelsblad (25-11-2009). Gearchiveerd op 10 september 2015.

Operatie MONUC-FARDC Aangezien de belangrijkste taak van MONUC was om een stabiel en veilig klimaat te handhaven zodat de democratisch gekozen regering in staat zou zijn de stabiliteit en de veiligheid voor de bevolking te waarborgen steunde MONUC deze zo veel mogelijk. Tijdens gezamenlijke operaties (Joined Operations) verzorgde MONUC de logistieke ondersteuning aan de FARDC en verleende de Eastern Division operationele bijstand tijdens gevechten met LAG's. Complicerende factor bij de samenwerking met de FARDC was dat deze troepen weinig communicatiemiddelen hadden, er gebrek aan discipline bij de FARDC-eenheden heerste en de militairen niet uitgerust waren voor de hen opgedragen taken. Daarnaast sloegen de FARDC-manschappen tijdens gevechten soms op de vlucht, zodat duidelijk werd dat de militaire bijstand van MONUC aan FARDC van cruciaal belang was voor het slagen van de diverse operaties, waaronder Operatie Ituri Explorer.

Operatie Ituri Explorer

thumb|300px|Gebergte in Congo In het begin van mei 2006 werd begonnen met een offensief van 2.000 Congolese regeringslegersoldaten die, ondersteund door troepen van MONUC, tegen overgebleven rebellengroepen in de provincie Ituri optraden. Men wilde de rebellen voor de verkiezingen ontwapenen en het gezag van de staat in die regio herstellen. Gedurende de acties bleek dat FARDC-militairen zich al snel terugtrokken; het was tevens moeilijk om FARDC-leden te onderscheiden van milities, waardoor een gevaarlijke situatie ontstond. Ondanks dat werd de operatie een succes, mede door de Russische MI-25-helikopters. Hoewel hun rol beperkt bleef doordat het ontbrak aan goed opgeleide Forward Air Controllers gaven de helikopters wel de doorslag bij veel operaties door de afschrikwekkende werking die ervan uitging. De vuurkracht ervan was bij de rebellen namelijk zeer goed bekend. Als gevolg van operatie Ituri Explorer staakten diverse rebellenleiders hun gevechtshandelingen en keerden de vluchtelingen onder begeleiding van de UNHCR geleidelijk aan terug. Een andere gevaar dat toen en nu nog steeds dreigt is dat van de Illegal Armed Groups (IAG), buitenlandse groeperingen die vooral in de grensgebieden opereren zonder rekening te houden met de grenzen; deze groepen bestaan uit manschappen van Soedanese, Oegandese en Rwandese herkomst en contacten met de reguliere strijdkrachten van deze landen zijn dus erg belangrijk om de situatie beheersbaar te houden.