James Patrick Page (Heston (Londen), 9 januari 1944) is een Engelse gitarist en muziekproducent die internationaal succes bereikte als gitarist en oprichter van de Engelse rockband Led Zeppelin. Page wordt beschouwd als een van de invloedrijkste gitaristen ooit. Hij werd tweemaal opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame; in 1992 als lid van The Yardbirds en in 1995 als lid van Led Zeppelin.

Jeugdjaren Page werd geboren in de Londense buitenwijk Heston. Zijn vader, James Patrick Page, was personeelsmanager en zijn moeder, Patricia Elizabeth Gaffikin,Davis, Stephen (1995) . Hammer of the Gods: The Led Zeppelin Saga. London: Pan. . was medisch secretaresse.Case, George (2011). Led Zeppelin FAQ: All That's Left to Know About the Greatest Hard Rock Band of All Time. Backbeat Books. . Zij was van Ierse afkomst.Case, George (2007). Jimmy Page: Magus, Musician, Man: An Unauthorized Biography (1st ed.). New York: Hal Leonard. . In 1952 verhuisde het gezin naar de wijk Feltham en later naar Epsom in Surrey, waar Page op twaalfjarige leeftijd voor het eerst kennismaakte met de gitaar. Het instrument was waarschijnlijk achtergelaten door de vorige bewoners. Om het instrument te kunnen bespelen nam hij een aantal gitaarlessen in het nabij gelegen Kingston. Het meeste heeft hij echter geleerd door zelfstudie."Guitar Legend Jimmy Page". NPR. 2 juni 2003.

Page werd al vroeg beïnvloed door de Amerikaanse rockabillygitaristen Scotty Moore en James Burton, die beiden meegespeeld hadden op Elvis Presley-platen.Dave Hunter (15 oktober 2012). The Fender Telecaster: The Life and Times of the Electric Guitar That Changed the World. Voyageur Press. pag. 142–. . Presleys opname van het nummer Baby Let's Play House (Arthur Gunter, 1954) is volgens Page de inspiratie geweest om gitaar te gaan spelen. In 1957 trad hij op bij BBC One met een Höfner President-gitaar. Hij verklaarde tijdens een interview, dat hij in 1977 met Dave Schulps van het Amerikaanse tijdschrift "Trouser Press" had, dat zijn eerste gitaar een tweedehands Höfner Futurama Grazioso was, die hij later verving door een Fender Telecaster.

Zijn muzikale voorkeuren in zijn jeugd gingen niet alleen uit naar akoestische folkmuziek en skiffle, maar ook naar bluesmuzikanten als Elmore James, B.B. King, Otis Rush, Buddy Guy, Freddie King en Hubert Sumlin. Page: "Eigenlijk is het zo begonnen; een mix tussen rock en blues."

Op dertienjarige leeftijd nam Page, met een skiffle-kwartet, deel aan de BBC One-talentenjachtshow All Your Own van presentator Huw Wheldon.Scott Calef (21 augustus 2013). Led Zeppelin and Philosophy: All Will Be Revealed. Open Court. pag. 125–. . Ze speelden de nummers Mama Don't Want to Skiffle Anymore en In Them Ol' Cottonfields Back Home (Lead Belly, 1940).Martin Power (8 maart 2012). Hot Wired Guitar: The Life of Jeff Beck. Music Sales Group. pp. 47–. . Op de vraag van Wheldon wat hij later wilde worden, antwoordde Page: "Ik wil verder in de medische biologie om een medicijn tegen kanker te vinden, als het tegen die tijd tenminste nog niet is ontdekt."

Tijdens een interview met het tijdschrift Guitar Player in 1977 verklaarde Page: "Ik deed veel straatoptredens in het begin om er goed grip op te krijgen en ik heb er heel veel van geleerd." Elke dag nam hij zijn gitaar mee naar school die dan in beslag werd genomen en na schooltijd weer aan hem werd teruggegeven.Kendall, Paul (1981). Led Zeppelin in Their Own Words. New York: Omnibus Press. . Hoewel hij al een sollicitatiegesprek had gehad voor een baan als laboratoriumassistent, koos Page er toch voor om de Danetree Secondary School in Ewell te verlaten en voor de muziek te kiezen.

Het was moeilijk voor Page om muzikanten te vinden waarmee hij regelmatig kon spelen: "Er was geen overvloed aan muzikanten. Ik speelde in veel groepen... eigenlijk bij iedereen die een optreden kon regelen." In de jaren 1960–1961 leerde hij de kunst van het voordragen van de Engelse Beatdichter Royston Ellis in het Mermaid Theater in Londen. De Engelse zanger Neil Christian vroeg Page om bij zijn band The Crusaders te komen spelen, nadat hij hem op 15-jarige leeftijd had zien optreden. Page toerde zo'n twee jaar rond met Christian, later nam hij ook deel aan verschillende opnamen, waaronder Christians single The Road to Love uit 1962.Scott Schinder; Andy Schwartz (2008). Icons of Rock: Velvet Underground; The Grateful Dead; Frank Zappa; Led Zeppelin; Joni Mitchell; Pink Floyd; Neil Young; David Bowie; Bruce Springsteen; Ramones; U2; Nirvana. Greenwood Publishing Group. pag. 381. .

Tijdens zijn periode bij Christian kreeg Page te maken met de ziekte van Pfeiffer en moest hij noodgedwongen stoppen met toeren. Hij besloot om voorlopig te stoppen met muziek maken en zich te concentreren op zijn andere passie, schilderen. Hij meldde zich daarom aan bij de kunstacademie in Sutton.Prato, Greg. "Jimmy Page Biography". AllMusic.

Loopbaan Sessiemuzikant Tijdens zijn studietijd trad Page vaak op in de Marquee Club in de Londense uitgaanswijk West End. Hij had er optredens met bands als Cyril Davies' The All Stars, Alexis Korner's Blues Incorporated en met gitaristen Jeff Beck en Eric Clapton, met wie hij toen bevriend was. Op een avond werd hij door John Gibb, van de band Brian Howard & the Silhouettes, gevraagd om mee te werken aan opnamen voor het Britse platenlabel Columbia Graphophone Company. Een van de eerste opnamen waar Page aan meewerkte was het nummer The Worryin' Kind van Brian Howard & the Silhouettes. Mike Leander, destijds producer bij de Engelse platenmaatschappij Decca Records, bood Page voor het eerst werk aan als sessiemuzikant. Zijn eerste bijdrage was voor de opname van het instrumentale nummer Diamonds van Jet Harris en Tony Meehan.

Nadat hij bij bands als Carter-Lewis & the Southerners (1963), Mike Hurst & the Method (1963) en Mickey Finn & the Blue Men had gespeeld, legde Page zich volledig toe op het sessiewerk. Als sessiegitarist was hij bekend onder de naam Lil' Jim Pea om verwarring te voorkomen met een andere bekende sessiegitarist, Big Jim Sullivan. Page werd meestal gevraagd als tijdens opnamen een tweede gitarist nodig was.

Page was de favoriete sessiegitarist van de Amerikaanse producer Sheldon (Shel) Talmy die zich in 1962 in Engeland had gevestigd. Talmy bezorgde Page daarom sessiewerk voor de Engelse bands The Who en The Kinks. Op het debuutalbum van The Kinks (The Kinks, 1964) bespeelde hij een 12-snarige akoestische gitaar op de nummers I'm a Lover, Not a Fighter" en I've Been Driving on Bald Mountain. Ook tijdens de opnamesessies voor de eerste single van The Who (I Can't Explain, 1965) speelde hij gitaar, maar gitarist Pete Townshend stond Page niet toe om tijdens de laatste opname, die uiteindelijk op single uitgebracht zou worden, mee te spelen. Wel is hij te horen op de B-kant, Bald Headed Woman. Verder werkte hij in 1964 mee aan de opnamen van onder andere As Tears Go By van Marianne Faithfull, Tobacco Road van The Nashville Teens, Heart of Stone van The Rolling Stones, Baby please don't go, Mystic Eyes en Here Comes the Night van Van Morrison & Them, The Crying Game en My Baby Left Me van Dave Berry, Is It True van Brenda Lee en Downtown van Petula Clark. Ook speelde hij mee op Shirley Bassey's opname van Goldfinger.Ekdom, Gerard (2025): Platenbaas. Mijn verhalen achter de muziek. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff, p. 121

Tijdens een interview in 2010 vertelde Page dat hij in 1964 als sessiegitarist had meegewerkt aan A Hard Day's Night, het derde studioalbum van de Engelse groep The Beatles. Page is te horen op de instrumentale versie van het nummer This Boy (Ringo's Theme). Het nummer verscheen niet op het album maar werd wel gebruikt in de film.

In 1965 werd Page ingehuurd door toenmalig Rolling Stones-manager Andrew Loog Oldham, als producer en hoofd van de afdeling A&R van zijn pas opgerichte platenlabel Immediate Records. Page kreeg daardoor de mogelijkheid samen te werken met artiesten als John Mayall, Nico, Chris Farlowe, Twice as Much en Eric Clapton. In hetzelfde jaar produceerde hij een van de eerste singles van de Engelse zangeres Dana Gillespie, Thank you Boy. Ook werkte hij dat jaar kort samen met de Amerikaanse zangeres Jackie DeShannon, wat resulteerde in de nummers Dream Boy en Don't Turn Your Back on Me. Op de, in 1966 uitgebrachte single Sunshine Superman van de Schotse zanger Donovan, werkte naast Page ook toekomstig Led Zeppelin-bassist John Paul Jones mee.

In 1968 verscheen het album The Maureeny Wishful Album, een samenwerking tussen Page, de Engelse folkartiest John Williams en Big Jim Sullivan. Verder werkte Page mee aan twee studioalbums van de Franse zanger Johnny Hallyday, Jeune Homme (1968) en Rivière… ouvre ton lit (1969), het tweede studioalbum van de Engelse zanger Al Stewart, Love chronicles (1969) en speelde hij gitaar op vijf nummers van het debuutalbum With a Little Help from My Friends (1969) van de Engelse zanger Joe Cocker. Vanaf 1970 speelde Page leadgitaar op tien nummers van de Engelse zanger Roy Harper, tezamen goed voor 81 minuten aan muziek.

Op de vraag aan Page op welke nummers hij in de periode als sessiemuzikant heeft meegespeeld en wat zijn specifieke rol daarin was, antwoordt hij altijd dat het lastig is om zich dat precies te herinneren vanwege de hoeveelheid aan sessies die toen plaatsvonden.Kingsmill, Richard (12 juli 2000). "Led Zeppelin Triple J Music Specials". Australian Broadcasting Corporation. Tijdens een interview dat Page in 2003 had met het Amerikaanse radiostation NPR, verklaarde hij dat hij zeker drie sessies per dag had.

Hoewel Page heeft samengewerkt met diverse gerenommeerde artiesten zijn veel van deze vroege opnamen alleen beschikbaar als bootlegs waarvan er, door de Engelse Led Zeppelin-fanclub, in de loop der jaren verschillende zijn uitgebracht. Een van de zeldzaamste opnamen is een jamsessie waarbij Page samen met Rolling Stones-gitarist Keith Richards het Robert Johnson-nummer Little Queen of Spades speelt. Op de verzamelalbums Jimmy Page: Session Man Vol. 1 (1989) en Vol. 2 (1991) is een aantal van deze vroege sessieopnamen samengebracht. Op 15 oktober 1974 nam hij samen met Keith Richards, die de zang op zich nam, bassist Ric Grech (Blind Faith, Traffic) en drummer Bruce Rowland het nummer Scarlet op in de Olympic Studios in Londen.Crowe, Cameron (13 maart 1975). "The Durable Led Zeppelin". Rolling Stone. Page stopte als sessiemuzikant toen de invloed van platenlabel Stax Records leidde tot meer gebruik van blaas-en orkestpartijen binnen de popmuziek ten koste van gitaarmuziek.Rosen, Steven (25 mei 2007). "1977 Jimmy Page Interview". Modern Guitars.

Tijdens zijn werk als sessiemuzikant voor David Bowie gaf Page hem de gitaarriff voor The Supermen. Deze riff werd later door Bowie weer gebruikt in het nummer Dead man walking dat op Earthling staat.

1966–1968: The Yardbirds In het najaar van 1964 werd Page benaderd om gitarist Eric Clapton te vervangen in de Engelse rockband The Yardbirds, maar hij wees het voorstel af uit loyaliteit aan zijn vriend. In februari 1965 stapte Clapton zelf op en Page kreeg andermaal het aanbod om hem te vervangen maar hij was niet bereid om zijn lucratieve bestaan als sessiemuzikant op te geven. Ook maakte hij zich zorgen om wat het touren met een rockband voor zijn gezondheid zou betekenen. Daarom stelde hij voor om zijn vriend gitarist Jeff Beck in zijn plaats aan te nemen.https://web.archive.org/web/20100917085935/http://ainian.com/HitParader_April66.pdf