De Wet op de Raad van State is een wet in formele zin die de inrichting, de samenstelling en de bevoegdheid van de Nederlandse Raad van State regelt. De eerste Nederlandse Wet op de Raad van State dateert van 21 december 1861, maar werd op 9 maart 1962 vervangen door de huidige wet, die sedertdien verschillende wijzigingen onderging.
Grondslag De Wet op de Raad van State vindt haar constitutionele grondslag in artikel 75 van de Nederlandse Grondwet: De wet regelt de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van de Raad van State. Bij de wet kunnen aan de Raad of een afdeling van de Raad ook andere taken worden opgedragen.
Inhoud De Wet op de Raad van State is ingedeeld in drie hoofdstukken: Hoofdstuk I. De Raad van State in het algemeen Dit hoofdstuk regelt de samenstelling van de Raad van State, alsmede zijn bevoegdheden zoals de advisering aan de KroonArtikel 15 van de Wet op de Raad van State, de advisering aan de Tweede KamerArtikel 16 en de waarneming van het koninklijk gezagArtikel 14. Hoofdstuk II. De Afdeling bestuursrechtspraak Dit hoofdstuk regelt de samenstelling en de werkwijze van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hierbij wordt ook verwezen naar hoofdstuk 8 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Hoofdstuk III. Slotbepalingen Het laatste hoofdstuk regelt onder andere de politieke onschendbaarheid van leden van de Raad van State.
Categorie:Raad van State (Nederland) raad raad raad