Irritator is een geslacht van spinosauroïde theropoden of vleesetende dinosauriërs. Hij leefde in Brazilië in het vroege Krijt. De enige benoemde soort is Irritator challengeri. Het geslacht Angaturama wordt vaak gezien als een jonger synoniem van Irritator.

In het noordoosten van Brazilië groeven stropers een grote knol kalk op met daarin een fossiel. Dit verkochten tussenhandelaren illegaal aan een museum in Duitsland als de kop van een reusachtige pterosauriër. Dat zou een unieke vondst geweest zijn. Duitse en Britse geleerden hadden er al een enthousiast artikel over ingediend bij een wetenschappelijk tijdschrift. Toen dat door andere wetenschappers nagekeken werd op fouten, bleek het niet om een vliegend reptiel te gaan maar een theropode. De teleurstelling werd nog groter toen een scan liet zien dat de handelaren de snuit van het dier vervalst hadden om de waarde van het fossiel te verhogen. De geleerden zijn zo geïrriteerd geraakt dat ze het beest in 1996 de officiële naam Irritator gaven. Ze waren op het gebied van theropoden geen experts, dus ze begrepen niet goed aan welke andere dieren Irritator precies verwant was.

Enkele weken later verscheen een artikel van de Braziliaanse paleontoloog Alexander Kellner. Daarin benoemde hij de snuit van een spinosauride als de soort Angaturama limai. Hij las het eerdere artikel en zag aan de illustraties daarin meteen dat ook Irritator een lid van de Spinosauridae was. Omdat beide fossielen vermoedelijk uit dezelfde streek komen en even oud zijn, zou het om dezelfde soort kunnen gaan. Kellner vond het nog te vroeg daarover conclusies te trekken. Veel andere geleerden zouden Angaturama wél zien als een naam voor hetzelfde dier. In dat geval is alleen de naam Irritator geldig. Het is ook wel gedacht dat de snuit en het achterdeel van de schedel bij elkaar zouden horen, als stukken van één individu. Later onderzoek wees echter uit dat dit niet kon kloppen. Behalve de twee stukken schedel, zijn in dezelfde locatie ook spinosauride wervels en botten van de poten gevonden. Als er maar één soort spinosauride in het gebied leefde, is zo nog een aardig deel van zijn hele skelet bekend.

Het is lastig te bepalen hoe groot Irritator precies werd omdat alleen losse stukken bekend zijn. De botten wijzen op dieren die tussen de zes en negen meter lang waren. Grotere exemplaren zullen zekere enkele tonnen hebben gewogen. Irritator had een lange smalle snuit. Daarin stonden per zijde ongeveer achttien rechte kegelvormige tanden. Dat is een laag aantal voor een spinosauride. Meer voor in de snuit stonden de langste tanden. Zijn kop leek een beetje op die van een krokodil. Net als een krokodil kon hij glibberige prooien grijpen. Zoals de meeste spinosauriden was hij waarschijnlijk het meeste van de tijd viseter, maar at waarschijnlijk ook weleens aas. De neusgaten stonden nog vrij vooraan dus Irritator kon ook kleine landdieren opsporen. Hij stond op de oever te vissen, eerder dan dat hij zwom. Voor op de snuit stond een langwerpige, niet al te hoge, kam die naar achteren doorliep tot aan het schedeldak. Die diende ter versiering, om indruk te maken op soortgenoten. De beschadigde wervels die van de rug en heup gevonden zijn, wijzen erop dat ook daar een kam op stond, met hetzelfde doel. Irritator kon zich verdedigen met een grote duimklauw.

Binnen de Spinosauridae is Irritator een lid van de Spinosaurinae. Hij is een nauwe verwant van de Braziliaanse Oxalaia en de Afrikaanse Spinosaurus. Maar hij was een stuk kleiner dan die giganten. Hij leek in bouw meer op soorten die minder nauw verwant zijn zoals Baryonyx en Suchomimus.

Naamgeving thumb|Professor Challenger Het geslacht werd in 1996 benoemd en beschreven door David Martill, Arthur Richard Ivor Cruickshank, Eberhard Frey, Philip G. Small en Maria Clarke. De typesoort is Irritator challengeri. De geslachtsnaam Irritator, "de ergerniswekkende", verwijst volgens het benoemende artikel naar de niet onaanzienlijke mate van irritatie die de beschrijvers gevoelden toen ze bemerkten dat het fossiel dat Eberhard Frey van Braziliaanse fossielenhandelaren gekocht had ten bate van het Staatliches Museum für Naturkunde te Stuttgart, een schedel, vooraan uit gips bestond in plaats van echt bot. De soortaanduiding eert Professor Challenger, een personage uit de roman The Lost World van Arthur Conan Doyle. Het betreft een paleontoloog die op een plateau in Zuid-Amerika een verborgen levensgemeenschap van elders uitgestorven reptielen vindt. Eerder hadden Martill en Frey, die zich goed in de romanfiguur konden inleven, een pterosauriër Arthurdactylus conandoylei benoemd.

Het was pas de tweede keer dat een dinosauriër op basis van vondsten uit Brazilië benoemd werd, na Staurikosaurus in 1970. De handel in fossielen is in Brazilië sinds 1973 door federale wetgeving verboden. Hoewel de export dus illegaal was, deden de beschrijvers niet geheimzinnig over de herkomst. Evenmin kwam het bij ze op dat het SMNS zelf wederrechtelijk gehandeld had. Het museum heeft nooit aangeboden zulke vondsten naar Brazilië te retourneren.

Vondsten Het holotype, SMNS 58022, is een zestig centimeter lang achterdeel van een schedel en onderkaken, vermoedelijk opgegraven bij Buxéxé, nabij Santana do Cariri in een laag van de Romualdoafzetting, die deel uitmaakt van de Santanaformatie, en dateert uit het middelste Albien, 110 miljoen jaar oud. Het fossiel werd naar Engeland gebracht voor verdere preparering. Een CAT-scan door Small, die eerder medische apparatuur ter beschikking had gesteld om fossielen te scannen, wees toen uit dat de voorkant een vervalsing was. Om die te verbergen hadden de handelaren brokken van de echte matrix rond de vervalste snuit aangebracht, vastgelijmd door een dikke laag autobumperkit van het merk Isopon. Martill schreef in 1994 een speciaal artikel over zulke vervalsingen uit de Santanaformatie, die meestal bestaan uit combinaties of verfraaiingen van echte fossielen. Specimen SMNS 58022 breekt vooraan af in het voorstuk van de bovenkaaksbeenderen; bovenop is nog een stukje van de praemaxillae bewaardgebleven. De onderkaken breken af in het achterdeel van de ossa dentalia of dentaria, de tanddragende elementen. left|thumb|Spinosauride vondsten uit Brazilië In de vroege eenentwintigste eeuw liet Martill foto's van het ongeprepareerde fossiel zien aan Braziliaanse fossielenhandelaren. Een daarvan herkende het toen als een exemplaar dat bij Buxéxé was gevonden. Na 1996 werd het fossiel verder geprepareerd door Diane M. Scott. Met mechanische middelen werd moeizaam het keiharde calciet rond het bot verwijderd. Dit maakte in 2002 een nieuwe beschrijving mogelijk door Hans-Dieter Sues e.a. Daarbij werden ook resultaten meegenomen van onderzoek door Zuid-Amerikaanse paleontologen naar gelijksoortige vondsten.

Angaturama thumb|De reconstructie van Angaturama in Rio de Janeiro Nog hetzelfde jaar dat Irritator benoemd werd, slechts een maand later in februari 1996, benoemden Alexander Kellner en Diogenes de Almeida Campos een andere soort, Angaturama limai, op basis van een snuit, specimen GP/2T-5. Het stuk omvat beide praemaxillae en de voorste takken van de bovenkaaksbeenderen. Angaturama, de "nobele", is een beschermende geest binnen het animisme van de Toepi, de stam die het vondstgebied bewoont; de soortaanduiding eert professor Murilo Rodolfo de Lima, de Braziliaanse paleontoloog die Kellner in 1991 op de vondst opmerkzaam maakte. Overigens werd de naam Angaturama al in 1995 voor de dinosauriër gebruikt op een Braziliaanse postzegel; dat leverde slechts een ongeldige nomen nudum op. Het fossiel behoort tot de verzameling van de Universidade de São Paulo. De schrijvers van het artikel waren zich niet bewust geweest van de komende publicatie van Irritator en kondigden zo de eerste Braziliaanse dinosauriër uit het Onder-Krijt aan, een eer die in feite aan de andere naam te beurt zou vallen. left|thumb|De opstelling van voren bekeken Ook deze snuit was via de illegale fossielenhandel verkregen en werd in 1994 voor het eerst door Kellner in de wetenschappelijke literatuur gemeld. Gezien de gedeelde geografische herkomst riep dit het vermoeden op dat het om hetzelfde dier ging. Kellner uitte dit al in 1996 in een opvolgend artikel maar vond het te vroege voor conclusies. Alan Jack Charig stelde bij zijn herbeschrijving van Baryonyx in 1997 ronduit dat beide vormen identiek waren. Misschien ging het zelfs om hetzelfde individu als snuit en achterdeel op elkaar aansloten zoals zoals Paul Sereno suggereerde bij diens beschrijving van Suchomimus in 1998. Kellner wees er echter in 2005 op dat de achterkant van het holotype van Angaturama geërodeerd was, terwijl dat van Irritator een scherpe breuk vertoont. In 2017 toonde een onderzoek door Marcos André Fontenele Sales en Cesar Leandro Schultz inderdaad aan dat beide specimina de derde maxillaire tand bewaarden en het dus om twee verschillende exemplaren moet gaan. Dat sluit echter niet uit dat het om dezelfde diersoort gaat. De geringe overlapping tussen beide fossielen maakt dat uiterst lastig te onderzoeken. Pas de vondst van een complete schedel kan dit vraagstuk oplossen. Zo'n ontdekking is niet erg waarschijnlijk want de fossielen zijn in deze formatie bewaard binnen kalkknollen. Zo'n nodule leidt tot een goede preservering maar heeft meestal slechts een beperkte omvang. De meeste wetenschappers erkennen voorlopig maar één taxon dat dan wegens de prioriteit de naam Irritator draagt. thumb|De vergelijking van beide fossielen leidde in 2017 tot de conclusie dat het verschillende individuen waren van ook verschillende grootte In 2004 werd een wervelkolom gemeld en beschreven van een jongvolwassen individu, specimen MN 4743-V, die sommigen aan Irritator, anderen aan Angaturama toewijzen. Het fossiel, opnieuw van de illegale fossielenhandel afkomstig, bestaat uit een reeks van drie achterste sacrale wervels en zes voorste staartwervels met drie chevrons. Het fossiel werd verder vrijgelegd door een zuurbad waarin de omringende kalkmatrix werd opgelost.

Een tweede exemplaar van een postcraniaal skelet, specimen MN 4819-V, werd al in 1991 gemeld. Er werd in 2001 en 2004 opnieuw naar verwezen maar verwarrend genoeg met het foute inventarisnummer MN 4802-V dat in feite toebehoort aan het holotype van Santanaraptor. Wel werd het al in 2001 correct aan de Spinosauridae toegewezen, op grond van de lange doornuitsteeksels en de gekromde duimklauw. In 2005 werd het juiste nummer verschaft waarbij meteen vermeld werd dat het exemplaar nog verder geprepareerd werd. Het bestaat uit zes wervels van de rug en het heiligbeen, het bekken, een bovenste dijbeen, een bovenste rechterscheenbeen, de linkerelleijp en botten van de linkerhand waaronder een grote duimklauw, de drie middenhandsbeenderen en het eerste kootje van de eerste en tweede vinger. De hand zou de meest complete zijn die van een spinosauride bekend is. Het werd in 2010, na volledige preparering, beschreven in een ongepubliceerde these van Elaine Batista Machado die in 2008 op een congres was aangekondigd, overigens zonder dat de abstract daarvan aanvullende informatie bood behalve de constatering dat het bekken duidelijk afweek van dat van Suchomimus. Het betreft een vrij klein individu, wellicht minder dan zes meter lang.