Jan II van Polanen (ca. 1325 – Breda, 3 november 1378) was heer van Polanen, van de Lek en van Breda. Hij was voorts burggraaf van Geertruidenberg, en raad van de hertog van Brabant. De Van Polanens waren een zijtak van een zijtak van van Wassenaer.

Levensloop miniatuur|Tekening Kasteel Polanen (1620)

De Polanens behoorden tot de grootste grafelijke leenmannen in Holland en hadden uitgestrekte bezittingenBron: Erfgoedweb Breda, al vormden zij een 'aanvankelijk wat armelijke zijtak'.Reinildis van Ditzhuyzen, Oranje-Nassau. Een biografisch woordenboek, derde druk, Haarlem: Becht 2004, p.92 Het geslacht maakte een overgang naar Breda en zijn kernbezit verplaatste van het graafschap Holland naar het hertogdom Brabant.

Jan II was een zoon van Jan I van Polanen en Katharine van Brederode. Jan I van Polanen overleed in 1342 en werd nabij Kasteel Polanen in de kerk van Monster begraven. Jan II volgde zijn vader op, waarbij hij ook zitting nam in de grafelijke hofraad van Holland en Zeeland. In 1342 verkocht graaf Willem IV van Holland de heerlijkheid van de Lek, waarvan Jan I in 1326 al pandheer was geworden, aan Jan II, die daardoor heer van Polanen en van de Lek werd. In 1342 werd hij ook ridder en heer van Naaldwijk.

Hij reisde in het najaar van 1343 met graaf Willem IV mee naar het Heilige Land. Ook nam Van Polanen deel aan de Kruistocht naar Pruisen in 1344–1345, maar niet aan de veldtocht tegen de Friezen, waardoor hij de desastreuze Slag bij Warns ontliep. In 1344 werd hij ambachtsheer van Bleskensgroef en Randwijk.

In 1350 eerde hij Margaretha II van Henegouwen in Henegouwen samen met zijn oom Willem van Duivenvoorde; zij steunden zo de Hoekse factie in de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Dit werkte echter tegen hem door het Beleg van Geertruidenberg (1351-1352), waar hij zijn broer Filips van Polanen tot burchtheer had benoemd. Jan steunde zijn broer tijdens het langdurige beleg, maar moest dit bekopen met het verlies van zijn goederen van Polanen en de Lek. Het laatstgenoemde werd later (in 1358) weer aan Jan teruggegeven na een verzoening met Willem V van Holland en de Kabeljauwse factie.H.P.H. Jansen, 'De Bredase Nassaus', in: C.A. Tamse (red.), Nassau en Oranje in de Nederlandse geschiedenis, Alphen aan de Rijn: Sijthoff, 1979, p. 20.

Heer van Breda thumb|Grafmonument van Jan II van Polanen

Willem van Duvenvoorde had in 1342 reeds delen van het land van Breda verworven, te weten de dorpen Baarle, Alphen, Gilze en Ulvenhout. Willem werd daardoor een leenman van de hertog van Brabant. Deze verkeerde steeds in geldnood en had de heerlijkheid Breda in 1339 als onderpand overgedaan aan Jan I van Polanen, die daarmee de pandheer werd, met Willem als vruchtgebruiker voor het leven, die daarmee de facto ook heer van Breda werd. In 1350 verkocht Jan III van Brabant het slot, de stad en het land van Breda voor 43.000 kleine florijnen aan Jan II van Polanen. Dit bezit was een hoge heerlijkheid, uit hoofde waarvan Jan II terstond lid werd van de hertogelijke raad en in de jaren daarna intensief betrokken was bij de Brabantse politiek. Tussen 1347 en 1350 werd Jan van Polanen tot burggraaf van Geertruidenberg benoemd. Hij raakte tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten zijn stamgoed Polanen en de heerlijkheid van de Lek kwijt. Pas in 1358 kreeg hij als vergoeding andere lenen en goederen, maar concentreerde zich nu meer op uitbreidingen in Breda.

Jan II wendde zijn middelen aan om het verworven Bredase bezit van een groter kasteel te voorzien."Met dat geld bouwde hij de twintig jaar oude Brabantse torenburcht aan de Mark uit tot een compleet nieuw groot en zwaar kasteel op een vierkant grondplan, met aan de zijde van de rivier twee torens van maar liefst zes verdiepingen hoog." Bron: Erfgoedweb Breda Ter bescherming daarvan liet hij de stad ommuren. De Polanens gaven ook de voorganger van de Grote Kerk een nieuwe functie, namelijk die van laatste rustplaats van de heren van Breda.Erfgoedweb Breda Daarmee toonden zij hun dynastieke ambitie bij het nieuwe bezit.

In 1369 werd Jan vazal van koning Eduard III van Engeland.H.P.H. Jansen 1979, p. 20. Samen met zijn zoon, de latere Jan III van Polanen, nam hij deel aan de Slag bij Baesweiler in 1371, waar hij met hertog Wenceslas van Brabant gevangen genomen werd, maar na enkele maanden vrijgekocht. Hij werd in 1375 door graaf Albrecht van Beieren (1336-1404) aangesteld als stadhouder van de Grote Waard van Zuid-Holland, van belang voor het dijkenbeheer, samen met Daniël van der Merwede.H.G.A. Obreen, in: Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, p. 1113.

Van Polanen overleed op 3 november 1378H.G.A. Obreen, in: NNBW, p. 1113. en is in februari 1379 in Breda begraven, waar zijn graftombe nog ligt in de Grote Kerk van Breda.

Huwelijken thumb|Grafmonument van Jan II van Polanen met zijn eerste twee echtgenoten, Oda van Horne-Altena en Machteld van Brabant

Jan II van Polanen was achtereenvolgens getrouwd met:

Oda van Horne-Altena (1318–1 april 1353) Zij was een dochter van Willem IV van Horne (1302–1343), heer van Horne, Altena en Gaasbeek. Het eerste huwelijk werd gesloten kort na 21 mei 1348. Oda van Horne kreeg op 21 mei 1348 pauselijke dispensatie om te trouwen met Jan II van Polanen.Nassause Domeinraad tot 1580 Machteld van Brabant, Vrouwe van Rotselaar (ca.1324–12 augustus 1366) Een bastaarddochter van Jan III van Brabant. Van het tweede huwelijk is slechts bekend dat het werd gesloten voor 20 november 1353. Margriet van Lippe, Vrouwe van Hedel (ca.1350–na 1387) Zij was de dochter van Otto van Lippe en Irmgard van der Mark. Van het derde huwelijk is slechts duidelijk dat het is gesloten tussen 12 augustus 1366 en 29 augustus 1370. Margriet was eerder getrouwd (1366) met Nicolaas van Sevenborn (ca. †1369), heer van Cranendonck. Jan II van Polanen stierf in 1378. Margriet kan hem hebben overleefd, ze is niet opgenomen in het grafmonument.

Kinderen Waarschijnlijk (maar niet zeker) zijn er drie kinderen geboren uit het eerste huwelijk, vijf uit het tweede huwelijk en één uit het derde. Ook zijn er nog twee bastaardzoons en een bastaarddochter bekend.A.W.E. Dek, 'Het nageslacht van Philips van Duivenvoorde eerste heer van Polanen', in Ons Voorgeslacht, 1983.

Kinderen Jan II van Polanen:

Oda van Horne-Altena Beatrijs van Polanen (1349–1400): Een dochter en was gehuwd met Hendrik VIII van Bautershem (ca. 1342–1419), als 'Hendrik II' heer van Bergen op Zoom. Hij was de zoon van ridder Hendrik VII van Boutersem (als 'Hendrik I' heer van Bergen op Zoom). Jan III van Polanen (1350–10 augustus 1394): Een zoon, die zijn vader opvolgde als heer van Breda, van Polanen en de Lek. Oda van Polanen (1352–7 januari 1417): Een dochter, die huwde op 30 mei 1378 met Hendrik III van Montfoort, burggraaf van Montfoort.

Mechteld van Brabant Philips van Polanen (1354): Een zoon. Hij werd geestelijke na gehuwd geweest te zijn met Maria van Diest. Willem van der Lecke Catharina van der Lecke Hendrik van de Leck (ca. 1354–1427): Een zoon. Hij was ridder en heer van Heeswijk, Dinther, Gestel en Schijndel. Dirk van der Leck(e) (ca. 1356–29 april 1419): Een zoon, die trouwde in 1388 met Gilisje van Cralingen (1355–1410), dochter van Ogier (III), waardoor de goederen Cralingen en Honingen overgingen op het geslacht Van der Leck en vanaf 1485 aan het geslacht Van Assendelft toevielen. Hij was heer van Castricum.

Margriet van Lippe Otto van der Leck (1375–voor 20 oktober 1428): Een zoon van het derde huwelijk met Margaretha van der Lippe. Hij was heer van Hedel, Almsteen en van de Lek, en vanaf 1392 ambtman in Kleef. Hij werd ridder in 1396. Otto trouwde voor 1396 met Sophia van den Bergh (†1412), erfdochter van Frederik III van den Bergh (†1416), heer van den Bergh en van den Bylandt, en Catharina van Buren. Hij werd de stamvader van het Huis Van der Leck. Otto van der Leck verkreeg uit zijn huwelijk met Sophia één kind: Willem II van den Bergh (1404–1465), heer van den Bergh, Bylandt en Hedel.

Bredase voorvader van het huis Oranje-Nassau Eerst met Jan II raakte het geslacht Van Polanen definitief gevestigd in Breda en begon het zijn opgang in het Hertogdom Brabant en in het machtscentrum Brussel. Hiermee werd tevens de weg geplaveid voor de komst van de grafelijke familie Nassau naar de Lage Landen. Jan II werd de Bredase voorvader van het geslacht Nassau-Breda en daarmee ook van het huis Oranje-Nassau. Het geslacht Van Polanen stierf in de mannelijke lijn uit met de zoon van Jan II, Jan III. Diens dochter, erfdochter Johanna (1392–1445), vrouwe van Breda en de Lek, trouwde op 1 augustus 1403 in Breda met Engelbrecht I van Nassau-Siegen. Door dit huwelijk ging de Bredase tak van het Huis Nassau-Siegen deel uitmaken van de rijkste en belangrijkste adel van de Nederlanden en begon de opkomst van het Huis Nassau in de Nederlanden. Tot Johanna 's erfenis behoorden vele heerlijkheden en ridderhofsteden in Holland en Brabant, Henegouwen, Utrecht en Zeeland. Omdat Johanna het enige kind was van Jan III kwamen diens titels (via Johanna) terecht bij Jan IV van Nassau, de zoon van Engelbrecht en Johanna. De titels heer van Polanen en baron van Breda behoren nu, ruim zes eeuwen later, nog steeds tot de titels van de Nederlandse koning.

Eerbetoon Polleke (ca. †1440–'60), een gemummificeerde kat die in 1906 ingemetseld in de muren van de Grote Kerk te Breda werd aangetroffen, is vernoemd naar Jan II van Polanen.

Zie ook Graf van Jan II van Polanen Stamboom Jan II van Polanen Kasteel van Breda

Polanen, Jan II Categorie:Heer van Breda Categorie:Heer van de Lek Categorie:Huis Wassenaer Polanen, Jan II