thumb|300px|De eerste pagina's uit het getijdenboek, M. 945, ff. 1v en 2r Het Getijdenboek van Katharina van Kleef is een uit de vroege 15e eeuw daterend rijkgeïllustreerd getijdenboek dat toebehoorde aan Katharina van Kleef. Het werd in opdracht van haar echtgenoot Arnold van Egmont of haar vader Adolf IV van Kleef-Mark rond 1440 vervaardigd door een tot op heden niet-geïdentificeerde Nederlandse kunstenaar, die bekendstaat als de Meester van Katharina van Kleef.

Het manuscript wordt beschouwd als het beste wat de Noord-Nederlandse boekverluchting heeft voortgebracht en is een topstuk op het gebied van de middeleeuwse miniatuurkunst.https://www.themorgan.org/exhibitions/exhibition.asp?id=25 Het bevindt zich momenteel in twee delen in het Morgan Library and Museum in New York als de manuscripten M. 917 en M. 945. Dit laatste staat ook bekend als de Guennol Hours of ook wel de Arenberg Hours. Het werk is vermoedelijk in de 19e eeuw door een handelaar in twee delen gesplitst en door hem als opzichzelfstaande werken verkocht. De Morgan Library wist in 1963 en 1970 de beide delen, afkomstig uit privéverzamelingen, te verwerven. Een aantal miniaturen, mogelijk elf, zijn verloren gegaan. Vermoed wordt dat deze ooit zijn losgesneden en als aparte kunstwerken zijn doorverkocht.Anne Margreet W. As-Vijvers e.a., De hand van de meester: Het Getijdenboek van Katherina van Kleef, 2009, p. 6 en 7

Vorm Het manuscript M 917 bevat 164 folia met 94 miniaturen, waarvan elf volbladminiaturen (152 x 108 mm) en 83 kleinere (61 x 64,5 mm).John Plummer, The Book of Hours of Catherine of Cleves, 1964, New York, Pierpont Morgan Library, p. 75http://corsair.morganlibrary.org/msdescr/BBM0917a.pdf. Gearchiveerd op 10 december 2022. In dit deel zijn de folia genummerd met paginanummers, rechtsonder. Alleen de oneven paginanummers zijn genoteerd op de recto zijde.

Manuscript M 945 telt 193 folia met 63 illustraties waarvan 17 volbladminiaturen (152 x 108 mm) en 48 kleinere (61 x 64,5 mm).http://corsair.morganlibrary.org/msdescr/BBM0945a.pdf. Gearchiveerd op 10 december 2022. Dit handschrift is genummerd met folium notatie bovenaan links op de recto zijde. Het laatste folium draagt het nummer 192 omdat het folium tussen ff. 50 en 51 geen nummer draagt.

Het originele handschrift bevatte 35 volblad miniaturen, waarvan er zeven verdwenen zijn en 135 halfblad miniaturen waarvan er vier ontbreken. In totaal waren er dus 170 miniaturen waarvan er vandaag 38 volblad en 131 halfblad miniaturen overblijven.

Het tekstblok meet in beide handschriften 150 x 62 mm. De kleinere miniaturen zijn dus eigenlijk halfbladminiaturen. De volbladminiaturen zijn telkens voorzien van een volledige margedecoratie, de halfbladminiaturen niet.

Beide handschriften zijn geschreven op een uiterst fijn velijn dat zeer zorgvuldig werd bewerkt, zodat men nauwelijks een onderscheid kan maken tussen de vleeszijde en de haarzijde van het perkament.Rob Dückers, The Hours of Catherine of Cleves as an Object: a Codological Approach, in The hours of Catherine of Cleves: Devotions, Demons and Daily Life in the Fifteenth Century, Abrams, 1St Edition edition (January 1, 2010), p. 77. De pagina's hebben alle een omvang van 192 x 130 mm. De tekstpagina's bevatten 20 regels in 1 kolom, gekalligrafeerd in zwart, met afwisselend rode en blauwe lombardenDe lombarde is een pre-gotische niet gebroken initiaal die gebruikt werd om de versalen te schrijven. De lombarden hebben de hoogte van één lijn. voor de versalen.Een versaal is de beginletter van een vers of een zin, paragraaf. In de tekst komen ook regelmatig gehistoriseerde en versierde initialen en kleurige randversieringen voor. De tekst is geschreven in een littera textualis formata (een gotisch boekschrift dus), door één enkele schrijver. De bedoeling is dat de beide manuscripten na de tentoonstellingen in Nijmegen (Museum Het Valkhof, 2009) en New York (Morgan Library, 2010) weer worden samengevoegd tot een geheel.

Uit de studie van de margeversiering blijkt dat men, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, kan zeggen dat het handschrift in Utrecht werd gemaakt.Anne S. Korteweg, The Master of Katherine of Cleves: Unique Genius or Teamwork? in The hours of Catherine of Cleves: Devotions, Demons and Daily Life in the Fifteenth Century, Abrams, 1St Edition edition (January 1, 2010) p.47

Het handschrift is geschreven in het Latijn en de kalender is voor gebruik van de Congregatie van Windesheim, de broederschap die ontstond uit de beweging van de moderne devotie en de regel van de reguliere kanunniken van Sint Augustinus volgden. Het gebruik van Windesheim was prevalent in Nederland in de 15e eeuw.James Marrow, Notes on the Liturgical use of the Hours of the Virgin in the Low Countries in: J. Biemans et al. Manuscripten en Miniaturen: Studies aangeboden aan Anne S. Korteweg bij haar afscheid van de Koninklijke Bibliotheek, Zutphen 2007, pp.283-284.

Geschiedenis thumb|left|200px|Gregorius de Grote Volgens Dr. John Plummer, curator van de afdeling Middeleeuwse manuscripten van de Morgan Library, werd de opdracht voor het boek gegeven ter gelegenheid van haar huwelijk op 26 januari 1430.John Plummer, The Book of Hours of Catherine of Cleves, 1964, New York, Pierpont Morgan Library pp.21-22 Hoe dat ook zij, er werd nog aan het boek gewerkt in of na 1434, getuige een afbeelding van een munt uit dat jaar, die staat afgebeeld in het manuscript M. 917, p. 240. Deze munt werd uitgegeven onder Filips de Goede, hertog van Bourgondië, die zich vanaf 1433 ook graaf van Holland noemde. Zie de afbeelding met Gregorius de Grote hiernaast.

Tegenwoordig wordt er algemeen aangenomen dat het handschrift afgewerkt was in 1442. Het is dus vrij onwaarschijnlijk dat het handschrift besteld werd ter gelegenheid van Katherina’s huwelijk met Arnold van Egmont, hertog van Gelre op 26 januari 1430, ze moest toen nog 13 jaar worden. Ook 4 februari 1431, de datum waarop ze het hof van haar echtgenoot vervoegt is weinig waarschijnlijk.Rob Dückers (2010), p. 76.

Wanneer het dan wel besteld werd blijft een open vraag. Dückers stelt voorop dat het handschrift mogelijk besteld zou zijn uit jaloezie op haar echtgenoot die in 1435 een nieuw prachtig verlucht brevier geleverd kreeg. Het staat wel vast dat het handschrift besteld werd voor Katherina. Hiervan getuigt haar wapenschild dat de prominente plaats inneemt op de eerste miniaturen van het handschrift.Het wapenschild van Katherina staat centraal onderaan op f1v en het is groter dan alle andere schilden. Opmerkelijk is dat het wapen op de helm, het wapen van Kleef is en niet dat van haar echtgenoot (M 945 ff. 1v en 2r) Katherina werd zelf drie keer afgebeeld in het handschrift op de folia M 945 1v,M 917 p65 en p160.p160 Bovendien worden waarschijnlijk haar juwelen en andere bezittingen in het handschrift afgebeeld. Op folium p237M 917 p237 zien we, bij de miniatuur van de aanbidding der wijzen, de rozenkrans van Katherina afgebeeld in de marge, op een plaketje in het snoer zien we de initialen CD (Catherine Duchesse) ingelegd met pareltjes.

Na de dood van Katherina verliezen we elk spoor van het handschrift. Voor 1856 werd het handschrift, waarschijnlijk door een op winst beluste boekhandelaar, in twee delen gesplitst. Dit werd op dergelijke wijze gedaan dat de gemiddelde bibliofiel geen argwaan zou krijgen dat er met het boek geknoeid was. De samenstelling van de twee delen bleef dusdanig dat men de indruk kreeg van enerzijds een volledig getijdenboek en anderzijds een martyrologium. In die tijd bestudeerde men in eerste instantie de miniaturen en versiering van het boek, waarbij de tekst slechts vluchtig bekeken werd, wat de malafide handelaar de kans gaf om het getijdenboek als het ware twee keer te verkopen.

Het handschrift duikt terug op bij de boekhandelaar Jaques Joseph Techener in Parijs in 1856, die het voor verkoop aanbood voor de som van 15.000 FF.John Plummer, 1964, p.13. Het wordt aangeschaft door de prins Charles d’Arenberg bij Techener als geschenk voor zijn vrouw Julie d’Arenberg. Die schenkt het boek op 24 juni 1896 aan haar neef, hertog Engelbrecht-Marie d’Arenberg. Via diens erfenis gaat het boek naar Eric-Engelbrecht d’Arenberg die het in 1958 verkoopt aan de New Yorkse boekhandelaar Hans Peter Kraus. Bij het uitpakken van de zending boeken is Alistair Bradley Martin aanwezig, die zo onder de indruk is van het boek dat hij het onmiddellijk aankoopt en zo kwam het handschrift terecht in de GuenolGuenol is Welsh voor Martin. verzameling. In 1970 wordt het boek terug verkocht aan Hans Peter Kraus en vandaar wordt het aangekocht door Morgan waar het bewaard wordt als Ms. M.945.Rob Dückers, 2010, p. 83.

Het tweede deel, dat de titel droeg Heures de Catherine de Cleves, Martyrologie kwam in het bezit van de familie Rothschild. Via baron Adolphe de Rothschild gaat het naar Maurice de Rothschild. In 1941 wordt het boek in beslag genomen door de Duitsers en overgebracht naar het slot Neuschwanstein in Beieren. Op 28 april 1945 wordt het door de Amerikaanse troepen meegenomen en op 27 maart 1946 aan de rechtmatige eigenaar terug bezorgd. Na het overlijden van Maurice in 1957 wordt het verkocht aan de boekhandelaars Rosenberg & Stiebel die het aanbieden aan de Morgan Library, die tot de aankoop overgaat in 1963. Het draagt nu het nummer Ms. M.917.

Eén handschrift Als John Plummer het handschrift in 1963 onderzoekt lijkt hem alles in orde, het handschrift heeft de gebruikelijke omvang en bevat meer miniaturen dan men normaal zou verwachten. Het handschrift bevatte:John Plummer, 1964, pp. 14-15 een kalender dodenmis dinsdag getijden van de Heilige Geest woensdag getijden van alle heiligen vrijdag getijden van Gods mededogen mis van het Heilig Kruis zaterdag getijden van de Heilige Maagd en een mis een deel van het dodenofficie een zeer uitgebreid onderdeel met de suffragia.

Maar als Plummer de gelegenheid krijgt om het Guennol exemplaar in te kijken krijgt hij al zeer snel het vermoeden dat beide handschriften ooit één geheel vormden. Beide hebben: dezelfde bladafmetingen dezelfde bladspiegel (afmetingen en aantal lijnen per blad) hetzelfde schrift, geschreven door dezelfde hand dezelfde miniaturist gelijkaardige decoratie van de tekstpagina’s volblad- en halfbladminiaturen van dezelfde grootte

Het Guennol handschrift had de volgende inhoud: Mariagetijden Kruisgetijden Zondag getijden en mis van de Heilige Drievuldigheid Maandag getijden van de doden Dinsdag mis van de Heilige Geest Woensdag getijden en mis van alle heiligen Donderdag getijden en mis van het Heilig sacrament Boetepsalmen Litanie Dodenofficie (onvolledig)

Bij nader onderzoek werden vaststellingen gedaan die onomstotelijk bewezen dat het Arenberg-Guennol en het Rothschild handschrift samen het getijdenboek van Katherina van Kleef vormden. Inhoudelijk pasten beide boeken perfect bij elkaar en vond men overlopende teksten tussen twee pagina’s waarvan het begin van de tekst zich in het ene handschrift bevond en het vervolg te vinden was in het andere. Bepaalde rubriceringen aan het einde van een blad die het begin van een bepaald uur van een getijde op het volgende blad aankondigden waren deskundig verwijderd. Verder vond men gelijkaardige vuilvlekken terug, op wat ooit opeenvolgende folia waren geweest, in de beide manuscripten (bv: Guenol f97r en Rothschild p180 en Guenol f20r en Morgan p144).

John Plummer heeft weliswaar de samenstelling en de volgorde van de folia zoals die moet geweest zijn in het originele handschrift, voor het gesplitst werd, vastgelegd maar tot op heden zijn de twee delen niet opnieuw samengevoegd.

Inhoud

Zoals hoger gezegd heeft John Plummer de originele versie van het handschrift opnieuw samengesteld.

Het originele handschrift bevatte de volgende sectiesDe hier gebruikte foliëring reflecteert de situatie in het originele handschrift voor de splitsing.: f3r-f14v: Kalender f15r-f63v: Mariagetijden