thumb|In de jaren zestig startten de bouwwerken aan het Ipsocgebouw.

Het Instituut voor PsychoSOCiale opleiding (IPSOC) was een katholieke sociale hogeschool in de Belgische stad Kortrijk. Na de hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen (decreet 13 juli 1994) werd Ipsoc een onderdeel van de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen (KATHO). In 2013 hield KATHO op te bestaan en werd zij de katholieke hogeschool VIVES. Ipsoc verwijst vanaf die datum enkel nog naar het schoolgebouw. Studenten konden aan het Ipsoc vier diploma's behalen: bachelor in het Sociaal Werk, bachelor in de toegepaste psychologie, bachelor in de Orthopedagogiek en bachelor in de maatschappelijke veiligheid. De school vond onderdak op de Campus Hoog Kortrijk, Doorniksesteenweg 145 in Kortrijk.

Sociaal onderwijs in België De geschiedenis van het sociaal hoger onderwijs in België kwam in vergelijking met andere westerse landen laat op gang. IPSOC was de eerste autonome sociale hogeschool in West-Vlaanderen en startte in 1948 met negentien studentes Sociaal Werk. Vooral tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog schieten in Vlaanderen en Wallonië sociale scholen als paddenstoelen uit de grond. Twee elementen stimuleren de ontwikkeling: de naoorlogse maatschappelijke interesse en de schoolstrijd tussen officieel en vrij onderwijs. Tijdens de oorlog waren veel onderwijsinstellingen geheel of gedeeltelijk vernield en de staat bekostigde het herstel en de nieuwbouw van katholieke scholen niet. Het officieel onderwijs voelt zich op zijn beurt benadeeld in het aantal beschikbare scholen. Ook bij de oprichting van de nieuwe scholen speelt deze concurrentiestrijd. Zo wordt de bisschop van Brugge Henricus Lamiroy begin 1948 vertrouwelijk ingelicht dat er in Kortrijk een staatsschool voor maatschappelijk werk zou starten in oktober 1949 voor jongens én meisjes. De richting zou aantrekkelijk zijn omdat de dichtstbijzijnde opleidingen in Leuven (jongens) en in Gent (meisjes) waren. Zonder aarzelen geeft de monseigneur bevel om de concurrentie voor te zijn en in Kortrijk een diocesane school voor meisjes te starten op 1 oktober 1948 (en in Roeselare een sociale school voor jongens).

Maatschappelijk dienstbetoon thumb|Wie wordt Sociale Assistente?

Waarom Kortrijk? De bestuurscommissie van de school stelt vast dat er sedert de oorlog een ontwikkeling is van het maatschappelijk dienstbetoon in de streek. "Zuid-Vlaanderen, een zeer volkrijk deel van het land met een grote meerderheid arbeidersbevolking, zouden best de diensten van maatschappelijk assistenten kunnen gebruiken. Immers, de meest verscheiden problemen met sociale inslag worden er gesteld." Ontwikkelingen in de techniek en de wetenschap wijzigen kort na de Tweede Wereldoorlog de arbeids- en levensomstandigheden. Welvaart blijkt niet langer samen te vallen met welzijn. Welzijn is een nieuw begrip dat inhoudt dat niet alleen het materiële maar ook het immateriële nastrevenswaardig is. Het maatschappelijk werk of het maatschappelijk dienstbetoon blikt als typisch vrouwelijk, sociaal aanvaard en gewaardeerd beroep hoopvol in de toekomst. Het dienstbetoon onderscheidt zich van naastenliefde en liefdadigheid. Het is een vorm van sociale bedrijvigheid, die met aangepaste technische middelen, de grondlegging of de normale werking wil bevorderen van de sociale kaders, die noodzakelijk of nuttig zijn voor den mens, in zo verre deze niet in staat is daar met eigen middelen in te voorzien.'Het onder onsje der KVMA.' Beroepsgroepering Katholieke Vlaamse Maatschappelijk Assistenten, Brussel, 11.12.1947, p. 4. Maatschappelijk dienstbetoon staat in verband met de sociale actie en maakt gebruik van technieken en wetenschappen zoals psychologie, sociologie, hygiëne, kinderverzorging. Behalve een roeping is het dienstbetoon vooral een beroep. Immers, het gaat niet meer op dat eenieder vol goede wil zich aan het werk zet. Men moet geschoold zijn en dat kan enkel gebeuren in daarvoor precies opgerichte instituten. Tijdens het congres van maatschappelijk assistenten in 1946 wordt bepaald dat het dienstbetoon de menselijke waardigheid bevordert door contact met de enkeling of door beïnvloeding van de onmisbare nuttige kaders die de mens omringen, hetzij door het bevorderen van de onderlinge verhoudingen van mensen en groepen.

Voormalige benamingen en vestigingsplaatsen Naam Locatie Van Tot PubliekSchool voor Maatschappelijk Dienstbetoon Leenstraat 50, Roeselare September 1948 Juli 1962 Enkel mannen Katholieke School voor Maatschappelijk Dienstbetoon Kapittelstraat 1, Kortrijk September 1948 Juli 1950 Enkel vrouwen Katholieke School voor Maatschappelijk Dienstbetoon P. Tacklaan 14, Kortrijk September 1950 Juli 1951 Enkel vrouwen Katholieke School voor Maatschappelijk Dienstbetoon Plein 11 a, Kortrijk September 1951 Juli 1955 Enkel vrouwen Vrije sociale school Plein 11 a, Kortrijk September 1956 Juli 1961 Enkel vrouwen Instituut voor Psychosociale opleiding Plein 11 a, Kortrijk September 1962 Juli 1968 Gemengd onderwijs Instituut voor Psychosociale opleiding Campus 't Hoge, Kortrijk September 1968 Heden Gemengd onderwijs

Een meisjesschool in Kortrijk (1948-1962) Startschot thumb|Na het afleggen van een ingangsexamen krijgen de kandidaat studentes een officiële uitnodiging voor de plechtige opening van de school.

Op vrijdag 8 oktober 1948 verwelkomen de schoolinrichters negentien meisjesstudentes. Ze vangen er de richting maatschappelijk assistent op A2-niveau aan. Voorzien van een uittreksel uit de geboorteakte, een bewijs van goed gedrag en zeden en drie pasfoto's staan de jonge vrouwen om kwart voor tien aan de voordeur van een bescheiden burgerhuis in de Kapittelstraat 1. Na een geneeskundig onderzoek en formaliteiten in de voormiddag wonen ze in de late namiddag de plechtige opening bij van de eerste School voor Maatschappelijk Dienstbetoon in West-Vlaanderen. De inwijding door de Brugse bisschop Henri Lamiroy is van de nodige luister voorzien en gebeurt in aanwezigheid van de inrichtende macht en notabelen zoals senator Maria Baers en burgemeester Alfred de Taeye. Samen met juffrouw Barbier, de eerste bestuurster, poseren ze op een foto die enkele dagen later in La Libre Belgique verschijnt met een artikel onder de titel Une école d'assistance sociale catholique à Courtrai. Opmerkelijk zijn de woorden van senator Baers, die zich rechtstreeks tot de studentes richt. Ze onderstreept de rol en de taak van de christelijke vrouw in de maatschappij.

Een burgerhuis in de Kapittelstraat (1948-1951) In de beginperiode ziet de school zich met diverse problemen geconfronteerd. Wie van nul start, heeft infrastructuur en behuizing, personeel, geld en een programma en een visie nodig.

Infrastructuur Vanaf het begin draagt de instelling de naam Katholieke School voor Maatschappelijk Dienstbetoon, afgekort als KSMD en uitgesproken als 'kusumudu'. Ze is eng gehuisvest in de smalle Kapittelstraat. Op de benedenverdieping is een ontvangkamer en een bureau van de monitrice, een fietsenbergplaats en een eetzaaltje. Achteraan geeft de open koer toegang tot twee toiletten. Naast het bureau van de bestuurster op de etage zijn een klaslokaal en een studiezaal ingericht. Voor de eerste studentes arriveren wordt het huis volledig "in orde gesteld." Er wordt geschilderd en behangen en men bestelt eenendertig lessenaars en drieëndertig stoelen. De gymnastieklessen vinden plaats in de gymnastiekzaal van het Sint-Niklaasinstituut en voor de praktische lessen van ziekenverzorging wordt het materiaal van de verpleegsterschool in de Voorstraat gebruikt. "In een geteisterde stad als Kortrijk kan dit lokaal, althans om van wal te steken, ruimschoots voldoende geacht worden" evalueert een zekere professor Timbal na een bezoek in juli 1948.

Personeel thumb|Marie-Jeanne Ballière In de beginperiode bepalen een paar semi-religieuzen het reilen en zeilen van de school: de directrice en één enkele monitrice of praktijklerares. Ze zijn verbonden aan een lekenorde en hebben de gelofte afgelegd mee te werken aan de uitbouw van het kerkelijk instituut en zich dagelijks met gebed in te laten. Het bestuur wordt voorlopig toevertrouwd aan juffrouw Hélène Barbier, een wetenschappelijke regentes uit Brugge en gewezen dioceesleidster van de VKSJ. Dit gebeurt in afwachting van dat juffrouw Marie-Jeanne Ballière uit Waregem haar licentiaat in de sociale en politieke wetenschappen in Leuven behaalt. Per 1 oktober 1951 neemt juffrouw Ballière de directie van de school officieel over. Intussen helpt de monitrice Annie Ghekiere, een maatschappelijk assistente, bestuurster Barbier.

Voor de theoretische onderwijsactiviteiten worden externe professoren of uurdocenten aangetrokken. De eerste studentes krijgen lessen van drie gewichtige figuren uit die tijd. Pater Lauwers, een bestuurder van de sociale scholen van Leuven, geeft wijsbegeerte, Magda Dockx, een docente van het Technisch Instituut St. Elisabeth in Roeselare, wordt aangetrokken voor een cursus sociale instellingen en professor Grypdonck van de universiteit in Gent doceert psychologie. Dat zijn de hoofdvakken. Voor de andere leerstof wordt een beroep gedaan op talrijke specialisten uit de culturele, economische, juridische, medische, politieke, religieuze en sociale sector, die behalve om hun competentie, vooral wegens hun ervaring én hun maatschappelijke positie worden aangetrokken.

Financiën Een derde probleem betreft de erkenning van de school en de uitbetaling van het korps. Het KB van 12 september 1950 erkent de school met stamboeknummer 998. Subsidies worden uitbetaald met terugwerkende kracht tot 1 januari 1950. Alle uitgaven tijdens 1948 en 1949 worden gedekt door het diocees en giften, onder meer van de firma Bekaert in Zwevegem. De schoolerkenning beëindigt de financiële problemen niet onmiddellijk. Het ministerie eist 75 inschrijvingen voor de uitbetaling van de volledige directiewedde. In 1951 telt de school 57 leerlingen (men spreekt niet van studenten), zodat de wedde van de bestuurster twintig procent van een volledige wedde bedraagt. Een gerichte propaganda moet de inschrijvingen opdrijven.

Behuizing In 1950 verhuist de school eerst naar de Pieter Tacklaan. Op initiatief van monseigneur Henri Lamiroy wordt ondertussen uitgekeken naar een comfortabel gebouw nabij het Plein, het oudste park van Kortrijk. In de 17de eeuw was het plein een oefenterrein, omringd door een citadel en enige kazernes. Eind negentiende eeuw sloopte de stad Kortrijk de militaire gebouwen, plantte er bomen en sinds 1879 is het Plein een park. Financiële mogelijkheden, een stijgende studentenpopulatie en het woonprobleem dat Kortrijk sinds de artilleriegevechten en de luchtaanvallen in 1940, 1943 en 1944 teistert, zijn mede debet aan het courante verhuizen. Kort na de oorlog telt Kortrijk drieduizend beschadigde woningen en bijna tweeduizend vernietigde gebouwen. Bij de bevrijding zijn ongeveer 14.500 Kortrijkzanen van hun verblijf beroofd. Een van de eerste studentes, Yolande Rosselle, die de optie bijstand kiest, beschrijft de drukke en ijverige heropbouw. De bouwwoede en -bedrijvigheid, de aanleg van lanen en wijken schetst zij in 1951 gedetailleerd in haar thesis.

Andere problemen Lesrooster Omdat de directie geen ervaring heeft met het opmaken van lesroosters, vergelijkt zij in 1948 de roosters van de School voor Maatschappelijk Dienstbetoon in Antwerpen (Amerikalei 182) met die van Brussel (Poststraat 111). Op basis hiervan maakt ze een eigen lesrooster. Tijdens het schooljaar 1950-1951 start de school met een opleidingscyclus van drie jaar. In het tweede jaar kiezen de studentes een specialisatie: kinderzorg en bijstand (later individuele en gezinsproblemen) of nijverheid (later arbeidersproblemen). In 1956 vult de optie volksopleiding de keuzemogelijkheden aan.

Het lesrooster verandert in 1951 wekelijks. In het tweede jaar zijn diverse bezoeken gepland.