thumb|Germain Boffrand Germain Boffrand (geboren als Geoffrey de Boffrand; Nantes, 16 mei 1667 – Parijs, 19 maart 1754) was een van de bekendste Franse architecten uit zijn tijd. Als leerling van Jules Hardouin-Mansart was Germain Boffrand een van de oprichters van de rococo, ook de style régence genoemd. In tegenstelling tot het interieur die op rococo is gebaseerd, gebruikt Boffrand voor het exterieur Late Barok met vernieuwingen in ruimtelijke gebruik. In 1745 werd het Livre d’Architecture gepubliceerd.

Leven en werk Germain Boffrand werd geboren te Nantes tijdens de eerste jaren van het koningschap van Lodewijk XIV. Zijn vader was architect en beeldhouwer. Zijn nonkel, de dichter Philippe Quinault, stelde Boffrand voor aan toekomstige klanten in het Parijse milieu. Er is weinig geweten over de studies die Boffrand aflegde. Wel was hij voor een korte tijd leerling van de beeldhouwer François Girardon en voor een lange tijd een leerling van de architect Jules Hardouin-Mansart.

Germain Boffrand was zeer aanwezig in de architectenwereld van het einde van de 17e eeuw tot de helft van de 18e eeuw. Hij speelde een belangrijke rol in het verspreiden van de Franse stijl in de 18e eeuw in Europa, style régence genoemd. Hijzelf was een van de hoofdontwerpers van de style régence. Er werd bijzonder veel aandacht geschonken aan meubilair en ornament. Deze stijl evolueerde later in de rococostroming (1720-1775).

Boffrand was ook een schrijver. Hij schreef een komedie, Les bains de la Porte Saint-Bernard, een biografie van zijn nonkel en de tekst voor zijn Livre d'Architecture. Hij was geïnteresseerd in de technologie, de metallurgie en in het smelten van brons. Zijn kennis van het perspectief werd door Mansart geapprecieerd. In 1689 werd Boffrand aangenomen onder leiding van Mansart en werkte mee aan de oranjerie van het paleis van Versailles en aan de Place Vendôme. Na de dood van Mansart en Lodewijk XIV werd Boffrand een onafhankelijke architect. Hij kocht stukken grond op in residentiële wijken, wetende dat het voordelig is om de grond te bezitten alvorens een kapitalist er een bouwwerk wil plaatsen.

In 1709 werd Boffrand lid van de Académie Royale d’Architecture. Vele vorsten van Duitsland namen Boffrand aan als hun architect. Zijn manier van bouwen benaderde die van Andrea Palladio. Als ingenieur en inspecteur van bruggen en snelwegen heeft hij vele bruggen, sluizen, kanalen en andere mechanische werken gerealiseerd. Hij schreef een nieuwsgierig en nuttig boek, dat de principes van de architectuur bevatte: Livre d’Architecture.

De architecten die in zijn atelier werden getraind waren François Dominique Barreau de Chafdeville, Charles-Louis Clérisseau en Emmanuel Héré de Corny.

Bij zijn leerling Charles-Louis Clérisseau is Boffrand zijn stempel terug te vinden in die mate dat hij op het gebied van interieurinrichting rijkelijk ornamenteerde.

In 1749 kreeg Boffrand een beroerte, 5 jaar later sterft hij in Parijs.

Boffrand als architect In 1689 werkte Boffrand onder leiding van Mansart aan de Oranjerie van het Paleis van Versailles en de Place Vendôme te Parijs. Als tekenaar was hij verantwoordelijk voor de eerste tekeningen. In 1699 verliet hij het Bâtiments du Roi zodat hij kon beginnen te werken in Lorraine. Het eerste gebouw van Boffrand en een van zijn bekendste werken is het Hôtel Le Brun. Op het fronton staan beelden van onder andere Apollo en Minerva, die een passende uitstraling geven aan het gebouw dat moest voldoen aan de wensen van de gegoede klasse. Boffrand schreef in zijn Livre d'Architecture dat gebouwen hun doel te kennen dienen te geven door hun ontwerp, structuur en decoratie. Als ze dat niet doen zijn ze niet geslaagd. De functie van een gebouw moet men rechtstreeks van de gevel kunnen aflezen.

Zijn tweede werk was het Hôtel d'Argenton in 1704. Met dit ontwerp wilde hij ruimte bieden aan alle lagen van het sociale leven met zijn persoonlijke noden en rituelen. Boffrand had respect voor het verleden en de traditie en wilde daarin zo weinig mogelijk wijzigingen aanbrengen. Hij geloofde dat gebouwen de sociale hiërarchie en de cultuur van die tijd moesten weerspiegelen.

Boffrand was hoofdarchitect van gebouwen waarvan vele de tand des tijd overleefden, zoals het Hôtel Amelot in Parijs en het Château de Haroué bij Nancy. Een bouwproject waarmee hij echter de geschiedenisboeken haalde is de restauratie van het Petit-Luxembourg; hij vergrootte het door er een oostvleugel aan toe te voegen en decoreerde het gebouw volledig. Dit gebouw is nu de residentie van de voorzitter van de Franse senaat.

Boffrand bouwde een aantal paleizen voor hoogwaardigheidsbekleders. Hij werkte in dienst van de Duitse vorst Maximiliaan II Emanuel van Beieren. Voor deze vorst ontwierp hij een jachtpaviljoen (1713). Daarnaast bemoeide hij zich ook met stedenbouw. Zijn stedenbouwkundige ontwerpen omvatten grootse pleinen om de macht van de heersers uit te drukken.

Benoemd als hoofdarchitect van het Hôpital Général in 1724, bouwde hij op het Île de la Cité een indrukwekkend vondelingentehuis, het Hôpital des Enfants Trouvés (in 1727 verwoest). Hij werkte ook mee aan de hospitalen van Salpêtrière, Bicêtre en Hôtel-Dieu, die alle nog bestaan.

Tijdens zijn loopbaan ontwierp hij tevens de interieurs, waaronder dat van het Hôtel de Soubise (1735).Bestaande interieurs werden vervangen door Boffrands spectaculair decoratiewerk. Deze werden later hét voorbeeld voor de rococostijl.

Werken van Boffrand JaarBouwwerk1685 Samenwerking met Jules Hardouin-Mansart aan de oranjerie van Versailles1690 Tekeningen van les Bâtiments du Roi1692 Architect van de Place Louis-le-Grand (Vendôme)1700 Hôtel Lebrun, Parijs 1704 Hôtel d’Argenton (= d’Argenson), Koninklijk PaleisHôtel de Mesme, Maurais1705 Décoratie van het Koninklijk Paleis te Brussel Project voor het kasteel van Tervuren 1707 Hôtel de Mayenne, Marais (decoratie)1708 Hôtel de Canillac, Marais 1709 Lid van de Académie Royale d’ArchitectureÉglise de la Merci (voorgevel)Petit-LuxembourgHôtel de Livry, Marais (restauratie)Kasteel van Lunéville1710 Hôtel Amelot, voorstad van Saint-Germain1711 Hoofdarchitect van de hertog van LotharingenKasteel van Haroué, LotharingenHôtel de DurasHôtel de Broglie, voorstad van Saint-Germain 1712 Architect van l’ArsenalArchitect van het Paleis van JustitieHôtel de Villars, voorstad Saint-GermainKasteel van La Malgrange, NancyKasteel van Commercy, LotharingenKasteel van Croismare, Lotharingen 1713 Hôtel de Torcy en Hôtel Seignelay, voorstad van Saint-GermainMaison de Blair, Koninklijk Paleis (trap)Maison de l’Électeur de Bavière, Saint-Coud (decoratie)Chanoinesses de Bellechasse, voorstad Sain-Germain1714 Maison de plaisance du Prince de Rohan-Soubise, Saint-OuenPaleis van de Hertogen, NancyHôtel de Craon, NancyHôtels de Ferrari et de Custine, Nancy1716 Maison Le Boiteulx, Marais1718 Hôtel de Soissons, Halles 1719 Kasteel van Lunéville (reconstructie, decoratie van de nieuwe kapel)Kasteel van Cramayel-en-Brie (modernisatie, grachten, park)1720 Koopt la Seigneurie de Thuillières, Vosges1721 Primatiale, Nancy1722 Kasteel van Boissette, Melun1723 Primatiale, Nancy (torens)Decoratie van de La Grande Chambre van het Paleis van JustitieIngenieur: Ponts-et-Chaussées1724 Architect en directeur: l’Hôpital Général 1725 Notre-Dame, Parijs (restauratie van de gewelven)Pont de Joigny-sur-Yonne (reconstructie)1726 Hôtel d’Argenson (= d’Argenton) (transformatie, salon) 1727 Chapelle de Noailles, Notre-DamePrimitiale, Nancy (kroonlijsten van de gevel)1729 Pavillon de la duchesse du Maine, Arsenal 1730 Ponts de Bray-sur-SeineMontereau-faut Yonne (restauratie) 1735 Hôtel de Soubise (ovale salons en decoratie van de appartementen van de prins en prinses) Pont de Villeneuve-sur-yonne (reconstructie)1738 Project voor het Palais Törring, MünchenProject voor het Arsena, LyonPonts de Sens (reconstructie)Ponts-sur-Yonne (reconstructie)1739 Kolommen ter herdenking van de eerste vergadering van Louis XV en MariaLetzinska, Moret-sur-Loing1742 Hoofdingenieur: Ponts-et-Chaussées 1743 inspecteur: Ponts-et-ChausséesChapelle de la Communion, Saint-MerryPorte Saint-Jean, Melun1745 Église du Saint-Esprit, Place de Grêve (reconstructie)1746 Hôpital des Enfants-Trouvés dans la Cité1748 Place Louis XV, Parijs1751 Porte du Cloître Notre-Dame1753 Project: La Place de Louis XV

Boffrand als auteur Livre d’architecture Germain Boffrand beoefende naast het beroep van architect ook het beroep van schrijver uit. Een van de meest prestigieuze en omvangrijke werken uit zijn carrière is ongetwijfeld “Livre d’architecture”.

Het architectuurtraktaat werd gepubliceerd in 1745 en diende onder meer om de Franse ‘Louis XIV-stijl’ te verspreiden in Europa. In de geschiedschrijving is het omgeschreven als een werk van grote originaliteit. In dit werk komen belangrijke termen zoals «caractère» aan bod en het legt de principes van de architectuurtheorie uit in combinatie met de voorstelling van zijn primaire bouwwerken die hij gedurende zijn loopbaan gerealiseerd heeft. Er zijn twee versies die tot op de dag van vandaag de geschiedenis hebben doorstaan. De Frans-Latijnse versie en de Latijnse versie.

Het traktaat is verdeeld in 4 delen: De verschillen in goede smaak in architectuur Principes afkomstig van ‘The Art of Poetry’ Een essay over de proporties en de ordes gebruikt in de façades van gebouwen De interieurdecoratie en de meubels

Het doel en het doelpubliek Het centrale doel van het traktaat is enerzijds de zoektocht naar de ontwerpprincipes die uitgaan van goede smaak en schoonheid en anderzijds de correcte proporties van de ordes definiëren. Hier wil hij direct een statement naar voor halen door echt te benadrukken dat het de schoonheid van architectuur is die belangrijk is en niet de manier of de techniek om die te maken.

Het is dus geen traktaat dat perfecte architectuur associeert met het gebruik van de correcte materialen of de ideale proportie-eenheden. De connectie tussen proportie en schoonheid zoekt hij echter niet door de analyse van antieke monumenten, in tegenstelling tot andere theoretici uit dezelfde periode.

Aangezien de Boffrand sinds 1709 lid was van de Académie royale d'architecture en daar een vooraanstaande functie bekleedde, past dit werk ook perfect in het thema dat de Académie beoogde.

De Académie stond namelijk in voor de uniformisering van de Franse architectuur. Aangezien architectuur nu ook onderricht kon worden, werd een basismodule opgesteld dat moest opgevolgd worden over het hele rijk en Boffrand speelde daar ook een zekere rol door zijn positie. Het doelpubliek van zijn werk gaat meer uit naar zijn medearchitecten van zijn tijd en is dus geen handboek voor de amateurs onder hen, studenten of toekomstige klanten.

Smaak De grote originaliteit in zijn werk komt voort uit het feit dat hij een van de eerste was die een systematische uitzetting gaf over wat smaak behoort te zijn in de Franse architecturale theorie. Subjectiviteit en ‘je-ne-sais-quoi’ hoort daarbij niet in het rijtje. De basis van architectuur ligt in de natuur en de historie.