Het Interslavisch (, Cyrillisch: ) is een zonale hulptaal, die is ontworpen om de communicatie met en tussen verschillende Slavische volken te vergemakkelijken. De grondgedachte is dat de onderlinge verwantschap tussen de Slavische talen groot genoeg is om op basis van gemeenschappelijke eigenschappen een taal te creëren die zonder studie vooraf begrijpelijk is voor alle Slaven. Zowel de grammatica als de woordenschat zijn op die overeenkomsten gebaseerd. Bijgevolg kent het Interslavisch drie geslachten en volledige verbuiging en vervoeging, waardoor het in contrast staat tot sterk vereenvoudigde internationale hulptalen als het Esperanto. Om dezelfde reden gebruikt het Interslavisch zowel het Latijnse als het Cyrillische alfabet.
Het Interslavisch is voortgekomen uit het panslavistische streven naar een gemeenschappelijke literaire taal, die een moderne voortzetting moest zijn van het Oudkerkslavisch. De eerste beschrijving dateert uit de jaren 1659-1666 en is van de hand van de Kroatische priester Juraj Križanić. , Словарь этнолингистическиж понятий и терминов (Moskou, 2001), blz. 85-86. In de 19e en 20e eeuw hebben vooral Tsjechische, Kroatische en Sloveense auteurs getracht deze gedachte vorm te geven. De doelstelling veranderde geleidelijk: in plaats van een taal die de Slavische standaardtalen moest vervangen, kwam de nadruk te liggen op een taal die als hulpmiddel kon dienen in de onderlinge communicatie tussen Slaven. Na de Tweede Wereldoorlog raakte dit streven op de achtergrond, maar aan het begin van de 21e eeuw kreeg het dankzij de komst van het internet een nieuwe impuls. In 2011 gingen verschillende projecten onder de gemeenschappelijke noemer Interslavisch nauw met elkaar samenwerken. In 2017 vloeiden ze samen tot één standaard.
De taal wordt vooral gebruikt in het internetverkeer, maar kent ook een aantal elektronische en gedrukte publicaties. Daarnaast vinden er sinds 2017 internationale conferenties plaats. In tegenstelling tot veel soortgelijke projecten heeft het Interslavisch geen overkoepelende organisatie, maar zijn de circa 10.000 gebruikers en belangstellenden vooral te vinden op sociale media. Beslissingen over leermiddelen, grammatica en woordenschat worden genomen door een uit vijf personen bestaande commissie.
Geschiedenis Context thumb|«Gramatíčno izkâzanje ob rúskom jezíku» van Juraj Križanić, de eerste Interslavische grammatica uit 1666 De geschiedenis van het Interslavisch is nauw verbonden met het panslavisme, een ideologie die culturele en politieke eenwording van alle Slaven nastreeft. Centraal hierin staat het besef dat alle Slavische volken deel uitmaken van één Slavische natie. Omdat de Slavische talen dermate uit elkaar gegroeid waren dat sprekers van verschillende Slavische talen elkaar nauwelijks konden verstaan, gingen panslavisten op zoek naar een overkoepelende Slavische taal. De meest voor de hand liggende keuze was het Russisch, moedertaal van ongeveer de helft van alle Slaven en bovendien de taal van de grootste staat. Deze optie vond vooral gehoor in Rusland zelf, maar ook bij sommige panslavisten buiten Rusland, zoals de Slowaak Ľudovít Štúr. , "История межславянского языка", in: Вестник Московского государственного областного университета (Московский государственный областной университет, 2012 nr. 1), blz. 55. Panslavisten in andere landen hadden moeite met het idee, niet alleen omdat het Russisch voor hen moeilijk te hanteren was, maar ook omdat zij beducht waren voor Russische hegemonie. Voor hen gold het Oudkerkslavisch als een betere en vooral ook neutralere oplossing.
Het Oudkerkslavisch was een taal die eeuwen daarvoor in een groot deel van de Slavische wereld dienst had gedaan als bestuurstaal en nog steeds op grote schaal gebruikt werd in de orthodoxe liturgie. Bovendien stond deze taal dicht bij de gemeenschappelijke voorouder van de Slavische talen, het Oerslavisch. Nadelen waren dat de taal werd geschreven in een sterk verouderde vorm van het Cyrillische alfabet, dat de grammatica uiterst complex was, dat de woordenschat veel archaïsche woorden bevatte en dat meer moderne begrippen ontbraken. De vroegste voorbeelden van Interslavische taalprojecten waren er dan ook op gericht het Oudkerkslavisch zodanig te moderniseren dat het kon dienen voor alledaagse communicatie.
Eerste pogingen De eerste Interslavische grammatica, getiteld Gramatíčno izkâzanje ob rúskom jezíku, dateert uit 1666 en is van de hand van de Kroatische priester Juraj Križanić (ca. 1618–1683). , Грамати́чно изка̂занје об ру́ском јези́ку (1666; Kubon & Sagner, München, 1976). Hij noemde deze taal Ruski om de steun van de tsaar te verwerven, maar in werkelijkheid was de taal vooral een mengeling van het Kerkslavisch en het Servo-Kroatisch, met name de Čakavisch-Ikavische variant. Naast deze grammatica schreef Križanić ook andere werken in deze taal, inclusief het traktaat Razgowôri ob wladátelystwu (1663-1666; later uitgegeven onder de titel Politika). Volgens de analyse van de Nederlandse slavist Tom Eekman is in dit werk 59% van de woorden van Pan-Slavische oorsprong, 10% afkomstig uit het Russisch en het Kerkslavisch, 9% uit het Servo-Kroatisch en 2,5% uit het Pools. , "Из истории интерлингвистической мысли в России", in: Проблемы интерлингвистики. Типология и эволюция международных искусственных языков (Moskou, 1976), blz. 114-130. Gearchiveerd op 6 maart 2023.
Mogelijk was Križanić niet de eerste die trachtte een voor alle Slaven begrijpelijke taal te schrijven. Al in 1583 had de Kroatische priester Šime Budinić (ca. 1530–1600) de Summa Doctrinae Christianae van Petrus Canisius naar het Slovignsky ("Slavisch") vertaald, , Svmma navka christianskoga / sloxena castnim včitegliem Petrom Kanisiem ; tvmacena iz latinskoga jazika v slovignsky, i vtisstena po zapoviedi presuetoga Otca Pape Gregoria Trinaestoga [...] Koie iz Vlasskoga, illi Latinskoga iazika, v Slouignsky Jazik protumačio iest pop Ssimvn Bvdineo Zadranin (Rome, 1583). waarbij hij zowel het Latijnse als het Cyrillisch schrift gebruikte. , Prekursorzy słowiańskiego jezykoznawstwa porównawczego, do końca XVIII wiek (Instytut Słowianoznawstwa (Polska Akademia Nauk), Warschau, 1987), blz. 124. Volgens sommigen was dit een mengsel van Servo-Kroatisch, Kerkslavisch, Tsjechisch en Pools, (2014), blz. 90. anderen betogen dat de taal in wezen gewoon Jekavisch-Štokavisch was met wat invloeden van omliggende dialecten. , "Википедїѩ словѣньскъ ѩзыкъ. Neo-Altkirchenslavisch oder Conlang?". In: Zeitschrift für Slavische Philologie 74/2 (Heidelberg, 2018), blz. 389-437. PDF-versie, blz. 29. Gearchiveerd op 27 maart 2023.
19e eeuw Vanaf de 19e eeuw zijn tientallen pogingen ondernomen tot het creëren van een overkoepelende Slavische taal, die in de meeste gevallen "Panslavisch", "Al-Slavisch", "Nieuw-Slavisch", "Inter-Slavisch" of gewoon "Slavisch" werd genoemd.
In 1826 publiceerde de Slowaakse jurist Ján Herkeľ (1786-1853) zijn Universalis Lingua Slavica (in het Slowaaks: Vseslovanský jazýk). , Elementa universalis linguae Slavicae e vivis dialectis eruta at sanis logicae principiis suffulta (Budapest, 1826). In tegenstelling tot de taal van Križanić was deze sterker gebaseerd op het West-Slavisch. Wat beide projecten met elkaar gemeen hebben, is dat ze geen strak omlijnde grammatica hebben en ook geen eigen woordenschat. Net als Križanić beschouwde Herkeľ zijn werk dan ook niet als kunsttaal. Zoals andere 19e-eeuwse panslavisten zag hij de Slavische talen als dialecten van één taal en zijn boek is dan ook vooral een vergelijkende grammatica tussen deze verschillende dialecten, waarin hij soms, maar lang niet altijd, grammaticale oplossingen aandraagt die door hem als "universeel Slavisch" worden gekenschetst.
In de tweede helft van de 19e eeuw, waarin van alle Slavische volken aanvankelijk alleen de Russen een eigen staat hadden en er tussen de diverse Slavische talen ook geen duidelijke grenzen waren, was het Interslavisch vooral het domein van Slovenen en Kroaten. In deze tijd van groeiend nationaal bewustzijn vormde naast het nationalisme ook het panslavisme een serieuze optie. Dit kreeg onder meer gestalte in het streven naar gemeenschappelijke Zuid-Slavische taal ("Illyrisch"), die tevens als Panslavische taal bruikbaar zou zijn. Aldus werden halverwege de 19e eeuw projecten voor een Panslavische taal gepubliceerd door onder meer: de Kroatische dichter Matija Ban (1818-1903) in 1850 , "Osnova Sveslavjanskoga jezika", in: Dubrovnik. Cviet narodnog književstva. Svezak drugi (Zagreb, 1851), blz. 131-174. de Sloveense schrijver Radoslav Razlag (1826-1880) in 1850 de Sloveense priester en politicus Božidar Raič (1827-1886) in 1853 , "Vvod v slovnicų vseslavenskųjų", in: Radoslav Razlag red., Zora Jugoslavenska nr. 2 (Zagreb, 1853), blz. 23-44. de Tsjechische vertaler Václav František Bambas (1822-1904) in 1861 , Tvarosklad Jazyka Slovanského (Praag, 1861). de Sloveense priester, etnograaf en taalkundige Matija Majar-Ziljski (1809-1892) in 1865 , Uzajemni Pravopis Slavjanski, to je: Uzajemna Slovnica ali Mluvnica Slavjanska (Praag, 1865). de Macedonische schrijver Grigor Prlitsjev (1830-1893) in 1868 , Кратка славянска грамматика (Constantinopel, 1868) Alle bovengenoemde projecten zijn gebaseerd op een combinatie van het Oudkerkslavisch met de moderne Zuid-Slavische talen.
Van bijzondere betekenis is het project van Matija Majar-Ziljski, getiteld Uzajemni Pravopis Slavjanski ("Wederzijdse Slavische orthografie"). In zijn visie konden Slaven zich in contacten met andere Slaven het best verstaanbaar maken door hun eigen taal als uitgangspunt te nemen en deze in stappen aan te passen. In eerste instantie stelde hij voor de spelling van elke individuele taal om te vormen in een generieke Panslavische orthografie. Vervolgens stelde hij een grammatica voor die gebaseerd was op een vergelijking tussen de vijf belangrijkste Slavische talen van die dagen: Oudkerkslavisch, Russisch, Pools, Tsjechisch en Servisch. Majar gebruikte de taal zelf in een biografie van Cyrillus en Methodius. , Sveta brata Ciril i Metod, slavjanska apostola i osnovatelja slovstva slavjanskoga (Praag, 1864). Verder publiceerde hij in de jaren 1873-1875 een tijdschrift met de titel Slavjan ("De Slaaf"). Een fragment in de taal is nog te zien op het altaar in Majars kerk in Görtschach. , "Collective identity formation and linguistic identities in the Austro-Italian Slovene border region", in: , Marginal Linguistic Identities: Studies in Slavic Contact and Borderland Varieties, blz. 104.
20e eeuw thumb|120px|Bohumil Holý(1885-1947) In de 20e eeuw verschoof het zwaartepunt naar het noorden. Bij de Ausgleich van 1867, waarbij de Hongaren hun eigen staat binnen de staat hadden verworven, waren de Slaven buitenspel gebleven. Een mogelijkheid die jarenlang door Poolse conservatieven was bepleit en gehoor vond bij de Oostenrijkse keizer was de zogenaamde Austro-Poolse optie, die behelsde dat de Dubbelmonarchie na de verovering van het Koninkrijk Polen op Rusland zou worden omgevormd tot een Oostenrijks-Hongaars-Poolse tripelmonarchie. , Od Badeniego do Potockiego. Stosunki Polsko-Ukraińskie w Galicji w latach 1888-1908 (Toruń, 1996), blz. 15. , Wojna polsko-ukraińska 1918-1919 (Koszalin/Warschau, 1994), blz. 49-50. Een andere optie, die vooral onder Tsjechen en Zuid-Slaven populair was, was het austroslavisme, dat de vorming van een Oostenrijks-Hongaars-Slavische tripelmonarchie beoogde. In de nadagen van Oostenrijk-Hongarije publiceerde de Tsjechische dialectoloog Ignác Hošek (1852–1919) zijn Grammatik der Neuslawischen Sprache, waarin hij een gemeenschappelijke literaire taal voor alle Slaven binnen de monarchie voorstelde. , Grammatik der Neuslawischen Sprache (1907). Deze was vooral gebaseerd op het Tsjechisch en het Pools.