thumb|right|250px|De hersenschedel en zijn onderdelen. De hersenschedel,Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen. het neurocraniumFederative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme of het cranium cerebraleKoch, T., Berg, R., & Heinze, W. (1970). Lehrbuch der Veterinär-Anatomie.Band I. Bewegungsapparat. (2. Auflage). Jena: VEB Gustav Fischer Verlag. is onderdeel van de schedel. De schedel bestaat verder uit de aangezichtsschedel. De hersenschedel is het deel van de schedel dat bescherming biedt aan de hersenen. In en tussen de beenderen aan de onderkant van de hersenschedel zitten gaten waardoor het ruggenmerg, de hersenzenuwen en de bloedvaten lopen.
De hersenschedel bestaat zelf uit zes schedelplaten en twee andere botten: voorhoofdsbeen wandbeenderen (links en rechts) achterhoofdsbeen slaapbeenderen (links en rechts) wiggenbeen zeefbeen
De zes schedelplaten zijn aan elkaar vastgegroeid, maar de naden ertussen zijn nog goed te onderscheiden. Deze naden worden ook wel suturen genoemd.
Literatuurverwijzingen
Categorie:Schedel