Brugs is de variant van het Nederlands zoals dat in Brugge gesproken wordt. Het is een vorm van het West-Vlaams, maar het echte Brugs is een typisch stadsdialect dat duidelijk te onderscheiden is van de dialecten uit de rest van West-Vlaanderen.
Het West-Vlaamse dialect, en vooral dat van de zo belangrijke handelsstad Brugge, heeft de eerste bijdrage geleverd aan de standaardisering binnen het Middelnederlands.
Spelling en uitspraak {| class="wikitable" |- ! spelling !! IPA !! voorbeeld || commentaar
| aa || || aap, gaaze, kaake || De aa is een lange klinker die gearticuleerd wordt met een grote opening van de mondholte en met de tong licht naar achter getrokken. Hij lijkt op de aa in het AN, maar wordt meer achteraan uitgesproken. Een betere vergelijking vormt de ea in het Engelse woord heart. |- | oa || of || kloaster, oasem, voadere || De oa is een tweeklank die gearticuleerd wordt met een half open mondholte, de tong naar achter getrokken, en met ronding van de lippen. Het eerste deel van de tweeklank is lang en klinkt als de o in het Franse alors, en gaat dan over op een klank die lijkt op een korte a of een doffe e. |- | a || || zak, fakke, zwallen || De a is een korte klinker die gearticuleerd wordt met een grote opening van de mondholte, en met de tong licht naar achter getrokken. Hij komt overeen met de a in AN bal. |- | èè || || bèèr, stèèrt, gèèren || De èè is een lange klinker die gearticuleerd wordt met een grote opening van de mondholte, de tong vooraan in de mond en naar onder getrokken, en met gespreide lippen. Hij komt overeen met een gerekte a in het Engelse mad. |- | eej || || sneej, speejgel, peejzen || De eej is een tweeklank die gearticuleerd wordt met een half gesloten mondholte, de tong wat naar het harde gehemelte geheven, en met gespreide lippen. Het eerste deel van de tweeklank lijkt sterk op de ee in AN beek, maar gaat snel over in een soort j. Vooral de oudere Bruggeling zegt niet geeven maar geejven, niet peeper maar peejper, niet 'k weet nie maar 'k weejt nie. Deze klank lijkt dan sterk op de ai in het Engelse wait. |- | eeë || || vleeës, geeëte, leeëge || De eeë is een tweeklank die gearticuleerd wordt met gespreide lippen, een half gesloten mondholte, de tong eerst hoog naar het harde gehemelte geheven en vervolgens wat naar beneden getrokken. Het eerste gedeelte is een lange klinker die sterk op de ee in AN kleed lijkt. |- | è || || mès, èkse, slèkkevèt || De è is een korte klinker die gearticuleerd wordt met een grote opening van de mondholte, de tong vooraan in de mond en naar onder getrokken, en met gespreide lippen. Hij komt overeen met de a in het Engelse cash. |- | ie || || fiege, kiekstjie, twiefelen || De ie is een korte klinker die gearticuleerd wordt met een kleine opening van de mondholte, en de tong hoog naar het harde gehemelte geheven. Hij lijkt sterk op de ie in AN fiets, maar is wat minder gesloten (de tong is dus wat minder hoog geheven), en er is ook minder spreiding van de lippen. |- | ieë || || nieëf, bieër, strieëpe || De ieë is een tweeklank die gearticuleerd wordt met een kleine opening van de mondholte, de tong hoog naar het harde gehemelte geheven en met gespreide lippen. Het eerste deel van de tweeklank is lang en lijkt sterk op de ie in AN hier, en gaat dan over in een doffe e, een beetje zoals in AN allergieën. |- | i || || vis, dwil, lippe || De i is een korte klinker die gearticuleerd wordt met een half open mondholte, de tong lichtjes naar voor, en met gespreide lippen. Hij lijkt sterk op de e in AN bek, maar is toch wat meer gesloten (de tong is dus wat hoger opgeheven). |- | oo || || stoove, schoole, goote || De oo is een lange klinker die gearticuleerd wordt met een half gesloten mondholte, de tong sterk naar achter getrokken, en met lichte ronding van de lippen. Deze klank komt min of meer overeen met de oo in AN geloof, maar wordt in het authentieke Brugs sluitend gediftongeerd , wat betekent dat de lange oo eindigt in de richting van een oe of een w. "Echte" Bruggelingen spreken dus van stoowve, schoowle, goowte etc. Er is dan weinig of geen verschil tussen deze klank en een authentiek uitgesproken ow in blow, sowse, vrowe (zie bij ow). |- | o || || zop, bolke, zokke || De o is een korte klinker die gearticuleerd wordt met een half open mondholte, de tong naar achter getrokken, en met geronde lippen. Hij komt overeen met de o in AN bom. |- | uu || || fruut, puut, puustemuule || De uu is een korte klinker die gearticuleerd wordt met een kleine opening van de mondholte, en de tong hoog naar het harde gehemelte geheven. Hij lijkt sterk op de u(u) in het AN duw en minuut, maar is wat minder gesloten (de tong dus wat minder hoog opgeheven), en er is ook minder ronding van de lippen. |- | u || || duts, nutjie, mussel || De u is een korte klinker die gearticuleerd wordt met een half open mondholte, de tong lichtjes naar het harde gehemelte geheven, en met geronde lippen. Hij lijkt sterk op de u in AN bus, maar is wat opener (de tong is dus wat minder hoog opgeheven). |- | e || || de, ze, geruchte || De e is steeds de doffe e, zoals die voorkomt in onbeklemtoonde lettergrepen. Net als in het AN is dit de klinker die wordt voortgebracht bij een neutrale stand van de tong. De doffe es in het Brugse vernukkelde klinken dus niet anders dan in het AN verrukkelijke. |- | oeë || || broeër, voeët, schoeëre || De oeë is een tweeklank die gearticuleerd wordt met een kleine opening van de mondholte, het blad van de tong hoog naar het zachte gehemelte geheven en met ronding van de lippen. Het eerste deel van de tweeklank is lang en gaat over in een doffe e. Het geheel klinkt als het eind van het Duitse Ruhe of van het Engelse sure. |- | oe || || koese, oekd, koente || De oe is een korte klinker die gearticuleerd wordt met een kleine opening van de mondholte, en het blad van de tong hoog naar het zachte gehemelte geheven. Hij lijkt sterk op de oe in AN hoek, maar is wat minder gesloten (de tong is dus wat minder hoog opgeheven), en er is ook minder ronding van de lippen. |- | eu || || neuze, beuter, meugelik || De eu is een lange klinker die gearticuleerd wordt met een half gesloten mondholte, de tong naar het harde gehemelte geheven, en met geronde lippen. Hij lijkt sterk op de eu in AN deur, maar wordt in het authentieke Brugs sluitend gediftongeerd . Bij de oudere Bruggelingen hoort men namelijk deujre, zeujne, dreujpel etc. |- | ow || || fowte, sowse, blow || De ow is een tweeklank die gearticuleerd wordt met een half gesloten mondholte, de tong sterk naar achter getrokken, en met lichte ronding van de lippen. Hij lijkt een beetje op de ou in AN trouw, maar gaat rapper over in een w (het eerste deel is dus een korte klinker) en is meer gesloten (de tong bevindt zich dus niet zo laag in de mond). Bij oudere Bruggelingen wordt de ow zelfs zo gesloten geproduceerd dat de klank niet te onderscheiden is van de lange (authentiek uitgesproken) oo. De "echte" Bruggelingen spreken dus van een broower(e), een vroowe en bloow. |- | ei || || dierlandeine, veejtrieneir, siesteim || De ei is een lange klinker die gearticuleerd wordt met een half open mondholte, en de tong lichtjes naar voor. Hij komt overeen met de ei in (de Antwerpse) Meir. |- | òò || || kofferfòòr, mazòòr, glòòbetjie || De òò is een lange klinker die gearticuleerd wordt met een half open mondholte, de tong naar achter getrokken, en met ronding van de lippen. Hij komt overeen met de klinker in het Franse corps. |- | œu || || farsœur, ènzinjœur, vajazœur || De œu is een lange klinker die gearticuleerd wordt met een half open mondholte, de tong licht naar voor geplaatst, en met lichte ronding van de lippen. Hij komt overeen met de œu in het Franse sœur. |- | iñ || || afiñ, kol mariñ, ridiñgotjie || De iñ is een lange klinker die gearticuleerd wordt met een grote opening van de mondholte, de tong vooraan in de mond en naar onder getrokken, en met gespreide lippen. De lucht passeert zowel door de neus als door de mond. Deze klank komt overeen met de in in Firmin. |- | g || || ganze, grèèten, Brugge || De g is een medeklinker die gekenmerkt wordt door een articulatie waarbij een lichte vernauwing van het spraakkanaal ter hoogte van de stemspleet (en niet ter hoogte van het zachte gehemelte) de luchtstroom gedeeltelijk tegenhoudt, zodat een stemhebbend geruis ontstaat. Hij komt overeen met de h in aha. |- | ch || || bucht, kachtelgat, prochie || De ch is een medeklinker die gekenmerkt wordt door een articulatie waarbij de luchtstroom door een vernauwing van het spraakkanaal ter hoogte van de stemspleet (en niet ter hoogte van het zachte gehemelte) naar buiten geperst wordt, zodat een stemloos geruis ontstaat. De ch is de stemloze tegenhanger van de h. |- | sch || || scharten, dèschen, mènsch || De medeklinkercluster sch wordt op verschillende manieren uitgesproken in het Brugs.In het begin van een woord (bv. schaap, schieve, schrieven) is er het meest variatie. Dan hoort men ofwel s + h, ofwel de "Franse" ch (als in chérie) + h, ofwel enkel de "Franse" ch, ofwel ten slotte een s gevolgd door een zogenaamde glottisslag. In het authentieke Brugs komt de glottisslag nauwelijks voor, maar wel in het jongere Brugs en zeker in de dialecten van het omringende West-Vlaamse platteland. Het gebruik van de glottisslag, niet alleen in bv. scharten maar ook in bv. bakken, petatten of lachen, wordt in Brugge door sommigen als "boers" ervaren.In het midden van een woord (bv. dèschen, wènschen, flasche) is er nog veel variatie - enkel de "Franse" ch zonder meer komt niet meer voor.Op het eind van een woord (bv. mènsch, Brugsch, Vlamsch) hoort men altijd gewoon s.
Verdubbelingsregel Een enkele medeklinker tussen twee klinkers waarvan de eerste kort en beklemtoond is, wordt verdubbeld: barakke (niet barake), persèssie (niet persèsie), dinne (niet dine), gorre (niet gore), petutter (niet petuter) etc. Soms helpt deze regel ons de klemtoon te bepalen: zo kan kateliek (katholiek) worden onderscheiden van katteliek (kattenlijk).
Deze verdubbelingsregel geldt niet bij de ie en de oe, die wel korte klinkers zijn maar ook in het Nederlands geen verdubbeling veroorzaken. (dus piepoo, niet pieppoo; foefelen, niet foeffelen). Ook de uu veroorzaakt geen verdubbeling: muule, niet muulle.
Bij samenstellingen wordt de verdubbelingsregel toegepast op de afzonderlijke, samenstellende leden en niet op de samenstelling als geheel: zo wordt in kofferfòòr de f in koffer- verdubbeld, ook al valt de klemtoon van de samenstelling als geheel op -fòòr, en niet op de o in kof. Evenzo wordt in flaschestèkkere ('mager iemand') de k in -stèkkere verdubbeld, ook al krijgt flasche- de klemtoon binnen de samenstelling als geheel.
Regels weergave assimilatieverschijnselen Een medeklinker kan van articulatie veranderen (zelfs wegvallen) onder invloed van de medeklinker die volgt of voorafgaat. Dit verschijnsel van wederzijdse beïnvloeding wordt in de taalkunde assimilatie genoemd. Omdat assimilatie grotendeels te voorspellen is, zijn er regels voor te formuleren en hoeft men bijgevolg niet elke klankverandering in de spelling aan te duiden. Dit zijn de belangrijkste gevallen en de erbij horende afspraken voor de spelling:
Invloed b en d op voorafgaande medeklinker Een medeklinker waarop een b of d volgt, wordt stemhebbend. In de taalkunde noemt men dit verschijnsel anticiperende assimilatie: de eerste medeklinker past zich al aan de volgende aan. Conform de Nederlandse spelling geeft men deze klankverandering niet weer. Men schrijft dus ofbustelen (niet ovbustelen), j'is buuten (niet j'iz buuten), ip de taafel (niet ib de taafel) etc.
Anders dan in het AN wordt een t voor een d toch niet stemhebbend. Integendeel, het is de d die dan stemloos wordt. Ook dit wordt niet weergegeven: men schrijft dus uutdoeën (niet uuttoeën), uut de kasse (niet uut te kasse) etc.
Invloed stemloze medeklinker op volgende v, z of g