Oeroeg is een novelle van de Nederlandse schrijfster Hella S. Haasse die voor het eerst werd gepubliceerd in 1948 als boekenweekgeschenk. Het was dat jaar onderdeel van een prijsvraag waarin anonieme auteurs met elkaar de strijd aangingen.Geschiedenis van de Boekenweek Maar het groeide uit tot een zeer belangrijk werk in de Nederlandstalige literatuur en verzekerde zich zo van een plaatsje in de meest recente literaire canon.Oeroeg van Hella S. Haasse staat in de literaire canon tussen 50 andere belangrijke werken uit de Nederlandstalige literatuur. De lijst is online beschikbaar via: http://literairecanon.be/nl/werken Oeroeg werd sinds die eerste publicatie dan ook vele malen herdrukt en vertaald. De inspiratie voor het verhaal vond Haasse in haar eigen gemis van Nederlands-Indië, waar ze werd geboren en een groot deel van haar jeugd doorbracht. In de novelle blikt een Nederlandse ik-verteller terug op zijn vriendschap met een 'inlander',Het woord 'inlander' werd door de Nederlandse bewoners van het toenmalig Nederlands-Indië (nu Indonesië) gebruikt als een term om te verwijzen naar een inheemse bewoner. een jongen genaamd Oeroeg. Als jongens waren ze onafscheidelijk, maar door hun verschillen, waaronder vooral hun nationaliteit, groeiden ze uit elkaar.

miniatuur|254x254px

De eerste druk in 1948 heeft een zwart-witte cover met een afbeelding van de Telaga Warna, het zwarte meer dat als Telaga Hideung een sleutelrol in het boek in speelt. Het verhaal speelt zich in de kolonie Nederlands-Indië af. Het hoofdpersonage in het boek vergelijkt Oeroeg met het meer: duister met een onpeilbare diepte en een mysterieus karakter. Rechts onderaan staat de titel Oeroeg, de naam van het Indonesische jongetje, dat in de novelle een sterke band heeft met het hoofdpersonage. Het hoofdpersonage is zelf aan het begin van het verhaal de nog kleine zoon van een Nederlandse koloniale adminstrateur en ze brengen samen hun kinder- en jeugdjaren door. De auteur wordt niet vermeld op de cover. Het boek verscheen eerst anoniem als boekenweekgeschenk onder het motto: Soeka toelis, Indonesisch voor 'Ik hou van schrijven'., en . Ik maak kenbaar wat bestond. Leven en werk van Hella S. Haasse, 1993. bij de DBNL

Personages Ik-figuur (verteller): De ik-figuur is zowel de verteller als de focalisatorHet woord “focalisator” is een begrip uit de narratologie, oftewel de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van verhalen. Het begrip “focalisator” wordt gebruikt om de persoon of instantie aan te duiden die het verhaal waarneemt. van het verhaal. Hoewel hij in de roman nooit bij naam wordt genoemd, weten we wel dat hij de zoon is van een Nederlands koppel dat naar Nederlands-Indië verhuisde, “naar de onderneming Kebon Djati, waar [zijn] vader administrateur was". Het hoofdpersonage haalt herinneringen op uit zijn jeugd en reconstrueert zo de avonturen die hij met zijn jeugdvriend Oeroeg beleefde. Bovendien probeert hij te achterhalen hoe zij, als onafscheidelijke vrienden, zo ver uit elkaar konden groeien. Oeroeg: Oeroeg is de zoon van Sidris en Deppoh, twee ‘inlanders’ die op de onderneming van de Nederlandse familie wonen en werken. Oeroeg en de ik-figuur werden rond dezelfde tijd geboren op Kebon Djati en groeiden er ook samen op. Oeroeg is een bedachtzame jongen en vervalt vaak in een “teruggetrokkenheid”. “Hij was uiterst zwijgzaam, en de donkere, spiedende blik week nooit uit zijn ogen”. Oeroeg bewandelt een moeilijk levenspad waarbij hij steeds opnieuw zijn eigen identiteit moet afwegen en herdefiniëren. Als jongeman trekt hij op met Abdullah en blijkt hij “in het nieuwe milieu van progressieve studenten en jonge agitoren tot een redenaar uitgegroeid te zijn”. Oeroeg keert zich uiteindelijk volledig “tegen het gouvernement, tegen de Nederlanders, tegen de blanken in het algemeen”. Vader van ik-figuur: De vader van de ik-figuur is een Nederlandse administrateur die met zijn gezin naar Nederlands-Indië verhuisde. Hij wordt gekarakteriseerd als een Nederlander met een typisch koloniaal gedachtegoed: het inheemse volk is minderwaardig en achterlijk. Verder lijkt de vader van de ik-figuur geen hechte band te hebben met zijn zoon: “Ik wist niets van hem, noch van wat er in hem omging”. Na zijn mislukte huwelijk met de moeder van de ik-figuur, vertrekt hij voor lange tijd op reis. Wanneer hij terugkeert naar Kebon Djati blijkt hij in Singapore getrouwd te zijn met Eugenie, die later ook de moeder van zijn tweede kind wordt. Moeder van ik-figuur: De moeder van de ik-figuur is een eenzame, zwakke en ziekelijke vrouw. Ze heeft nauwelijks interesse in haar zoon en laat de baboe zich om zijn opvoeding bekommeren. Ze heeft hoofdpijnaanvallen en blijft daarom vaak in huis. Ze zit als echtgenote van een fabrikant regelmatig alleen thuis, waardoor ze zich erg verveelt. Om haar zinnen te verzetten begint ze een affaire met Mijnheer Bollinger. Kort daarna besluit ze man en kind achter te laten en vertrekt ze naar Europa. Mijnheer Bollinger: Mijnheer Bollinger is een medewerker van op de onderneming die wordt ingehuurd om de ik-figuur Nederlands te leren, zodat hij daarna naar een echte Nederlandse school kan gaan. Mijnheer Bollinger heeft een affaire met de moeder van de ik-figuur, waarna hij terug naar Europa reist. Sidris: Dit is de moeder van Oeroeg. Ze leeft samen met haar man, Deppoh, hun kinderen en nog enkele huisgenoten, waaronder Satih, een nicht van Oeroeg, op het domein van de Nederlandse familie. Wanneer Sidris’ man overlijdt, verslechteren haar levensomstandigheden aanzienlijk. Hoewel de reden voor de ik-persoon onbekend blijft, maken zijn moeder en Sidris op dat moment een afspraak: Oeroeg mag komen wonen bij hun huisjongen, een achterneef van Deppoh. De weduwe en de andere kinderen verhuizen echter naar een familielid. Tijdens zijn bezoek aan Sidris met Oeroeg, ziet de ik-figuur pas hoe hun levensomstandigheden zijn veranderd: “Sidris woonde nu met haar kinderen in een kleine desawoning, die me in tegenstelling tot het oude huis aan de rivier ongelooflijk verwaarloosd en vies scheen. […] Alleen het Japanse kralenscherm herinnerde nog aan vroegere glorie. […] Sidris, wier gezicht en gestalte duidelijker sporen van verwelken vertoonden, luisterde met welgevallen naar haar zoon.” Deppoh: Dit is de vader van Oeroeg. Hij is een liefdevolle man die later sterft in een poging om de ik-figuur te redden uit het Zwarte Meer (Telaga Hideung). Hij was de mandoer op de onderneming van de vader van de ik-persoon. Gerard Stokman: Hij is de vervanger van Mijnheer Bollinger en neemt diens plaats op de onderneming in. Hij is dol op jagen en neemt de twee boezemvrienden ook mee op een van zijn expedities. Gerard laat een diepe indruk na op de jonge knapen die hem als een groot voorbeeld beschouwen. Gerard houdt er een nuchtere levensvisie op na: hij beschouwt de inheemse bevolking als evenwaardig aan de blanke Hollander.

Lida: Lida, een Nederlandse, is de eigenares van een pension in Soekaboemi. Zij zal zorgen voor Oeroeg en de ik-figuur. Lida is gefascineerd door Oeroegs intelligentie. Bovendien voelt ze zich verbonden met het groeiende nationalisme van de inlanders, ook al is ze zelf blank. Abdullah Harudin: Abdullah is een vriend waarmee Oeroeg optrekt tijdens zijn verblijf in het internaat. Abdullah zal net als Oeroeg naar de NIAS (= Nederlandsch-Indische Artsen School) gaan. In Abdullah vindt Oeroeg een vriend die zijn gedachtegoed deelt.

Samenvatting De ik-figuur groeit op met Oeroeg, op de Hollandse onderneming van zijn ouders in Nederlands-Indië. De ik-figuur verkeert zo vaak in het gezelschap van Oeroeg en diens familie dat hij vaker en vlotter Soendanees dan Nederlands spreekt. Dit vinden de koele ouders van de ik-figuur niet leuk, dus besluiten ze Mijnheer Bollinger aan te nemen om de jongen Nederlands te leren. Niet veel later organiseren de ouders van de ik-figuur een feest. Na de feestmaaltijd besluit het gezelschap naar het mysterieuze Zwarte Meer te gaan, dat bij de inlandse bevolking bekend staat als 'Telaga Hideung'. De bende maakt een tochtje op het meer met een vlot, maar omdat de dronken volwassenen de boel op stelten zetten, breekt het vlot doormidden en belanden ze allen in het water. Deppoh die onder water op zoek gaat naar de spoorloos verdwenen ik-figuur verdrinkt nadat hij vast komt te zitten in waterplanten. De ik-figuur wordt dagenlang geplaagd door nachtmerries over Deppohs dood. Zijn ouders proberen hun schuld af te kopen door Oeroegs scholing te betalen en hem zolang op de onderneming te laten wonen.

De twee vrienden gaan vanaf dan allebei naar school in Soekaboemi. Ze maken samen huiswerk en op vrije dagen gaan ze op bezoek bij Oeroegs familie die na Deppohs dood ging inwonen bij familieleden in een van de desa’s op de berg. Op de onderneming slaat de sfeer intussen om; de moeder van de ik-figuur die een affaire had met Mijnheer Bollinger besluit om haar man en kind achter te laten en vertrekt naar Europa. De vader van de ik-figuur die sowieso al niet veel thuis was, werkt vaker en langer en gaat steeds weg op dienstreis. Mijnheer Bollinger vertrekt eveneens naar Europa en wordt vervangen door de avontuurlijke Gerard Stokman. De twee vrienden zijn erg gefascineerd door Stokman en volgen hem op de voet. De vader van de ik-figuur besluit om een wereldreis te maken en regelt een verblijfsplaats voor de ik-figuur in het pension van de Hollandse Lida in Soekaboemi. Later wordt ook Oeroeg door Lida in huis genomen. Lida is vastbesloten om Oeroeg te helpen en hoopt dat hij het tot dokter schopt.

De vader van de ik-figuur keert terug van zijn reis met een nieuwe vrouw, Eugenie, en de ik-figuur gaat weer op de onderneming wonen. Lida en Oeroeg besluiten om naar Batavia te verhuizen. Oeroeg zal later naar de Nederlands Indische Artsenschool gaan in Soerabaja. De ik-figuur gaat naar de hbs in Batavia en verblijft zolang op het internaat van de school. Zijn vrije dagen brengt hij door bij Oeroeg en Lida in haar nieuwe pension. Voor het eerst voelt de ik-figuur een afstand tussen zichzelf en Oeroeg: Oeroeg doet erg veel moeite om te breken met zijn verleden. Wanneer Lida na een tijd beseft dat Oeroeg zich erg rebels en onzedig gedraagt, stuurt ze hem naar het internaat waar ook de ik-figuur vertoeft. Op het internaat gaat Oeroeg vooral om met Abdullah die ook naar de NIAS zal gaan. De ik-figuur keert in de vakantie terug naar de onderneming waar hij zich nooit echt thuis heeft gevoeld. Hij keert terug naar Telaga Hideung, maar ook het meer voelt niet meer vertrouwd aan, wat de ik-figuur mistroostig maakt.

Hij vertrekt na zijn eindexamen naar Nederland om ingenieur te worden en Oeroeg vertrekt naar Soerabaja waar hij gaat inwonen bij de familie van Abdullah. Voor hij echter vertrekt, brengt de ik-figuur nog een bezoek aan Oeroeg. De gesprekken lopen stroef en al snel ontstaat er een discussie, waarin Oeroeg zich radicaal afzet tegen al wat blank en Hollands is. De ik-figuur die zijn vriend nu helemaal niet meer herkent, begrijpt dat dit het einde is van hun jarenlange vriendschap en vertrekt naar Nederland. De Tweede Wereldoorlog legt alles in puin. De ik-figuur keert later terug naar Nederlands-Indië, maar vindt geen spoor van zijn voormalige vrienden. Hij brengt tijdens een expeditie voor een laatste keer een bezoek aan het Zwarte Meer. Daar wordt hij verrast door een haveloze inlander die hem onder schot houdt. De ik-figuur meent Oeroeg te herkennen in de armoedige figuur. De inlander roept de ik-figuur in het Soendanees toe dat hij weg moet gaan. Wanneer de schutter hoort dat de expeditieleden van de ik-figuur hem komen zoeken, verdwijnt hij snel en geruisloos in het struikgewas. De ik-figuur weet niet zeker of het nu echt Oeroeg was die hem kwam bedreigen en zal het ook nooit met zekerheid weten.

Structuur