Kannibalisme is het eten van organismen van dezelfde soort, bijvoorbeeld mensen die mensen eten of honden die honden eten. Kannibalisme bij mensen wordt ook wel antropofagie genoemd (van het Griekse ανθρωπος ("mens") en de stam φαγ - ("eet"))

Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen sacraal kannibalisme, met een meer symbolisch of ritueel karakter, en profaan kannibalisme, waarbij mensenvlees puur als voedsel wordt gezien. Daarnaast onderscheidt men ook exo- en endokannibalisme waarbij endokannibalisme eten van groepsgenoten aanduidt en exokannibalisme eten van buitenstaanders. In de meeste menselijke samenlevingen geldt kannibalisme als een taboe, ook als het het vlees van reeds gestorvenen betreft (necrofagie).

Overdrachtelijk De term wordt ook in overdrachtelijke zin gebruikt, wanneer een onherstelbare machine (bijvoorbeeld een auto of spoorwagen) gesloopt wordt om aan reserveonderdelen voor soortgelijke machines te komen. De onherstelbare machine wordt dan plukauto, plukloc e.d. genoemd. Ook in het zakenleven wordt de term wel eens gebruikt wanneer een onderneming of investeringsfonds de kosten niet meer kan betalen en slechts kan overleven door op zichzelf in te teren en eigen bezittingen moet liquideren, of als deze de eigen dochtermaatschappijen ´leegtrekt´.

Als taboe Omdat kannibalisme als taboe geldt, is er vrij weinig bekend over hoe mensenvlees smaakt. William Buehler Seabrook, een journalist, heeft naar eigen zeggen in of vlak voor 1931 vlees geconsumeerd van een gezond persoon die in een ongeluk was omgekomen. Hij vond de smaak en structuur van het vlees erg op kalfsvlees lijken. Ook ontbraken volgens hem de sterke bijsmaken die varkensvlees, geitenvlees en wild hebben. De Japanse kannibaal Issei Sagawa, die in 1981 de Nederlandse studente Renée Hartevelt vermoordde en delen van haar vlees rauw consumeerde, vond het vlees zacht als tonijn. Armin Meiwes vond daarentegen de smaak en textuur van het vlees erg op varkensvlees lijken en meende dat de meeste mensen zelfs geen verschil zouden merken.

Etymologie Het woord kannibaal is waarschijnlijk ontleend aan het Spaans, waar het als canibal voorkomt. Dat kan een verbastering zijn van het woord caribal (bewoner van de Cariben, aan wie kannibalistische gewoonten werden toegeschreven) en can (Galicisch voor 'hond'). Samuel Purchas beweert echter in Hakluytus Posthumus (Volume XIV, 1905: 451) dat kannibaal "moedig man" betekent in de Caribische taal.

Voorkomen Kannibalisme kwam reeds voor bij de prehistorische mens. De skeletresten van neanderthalers die begin 20e eeuw werden gevonden te Krapina in Kroatië vertoonden sporen die hierop wezen: botten bleken opengebroken om aan het beenmerg te kunnen komen. Franse archeologen hebben sporen van kannibalisme gevonden op botten van het aardwerk van Herxheim, een prehistorische begraafplaats.Opgraving in Duitsland wijst op massaal kannibalisme Ook elders gevonden resten van deze mens tonen aanwijzingen, zoals schedels waarvan de schedelbasis was opengebroken om de hersenen te verwijderen.

Bij de moderne mens is het een ritueel dat in het verleden werd gepraktiseerd door verschillende stammen in Zuid-Amerika, Afrika en Oceanië (onder andere Fiji en Nieuw-Guinea), en dan met name in rituelen die verbonden zijn met het voeren van oorlog tussen de verschillende stammen. Er zijn ook individuele gevallen gemeld in andere landen, maar die zijn voornamelijk verbonden met geestelijk instabielen en criminelen.

De beschuldiging van kannibalisme is historisch gezien veel meer verspreid dan het verschijnsel zelf. De kolonisatoren van Amerika en Afrika beriepen zich erop om hun onderneming te legitimeren.Steven Van Wolputte, "Neem en eet hiervan: antropofagie en de kannibalistische verbeelding", in: Karakter. Tijdschrift van wetenschap, 2020, nr. 69 Gedurende de jaren van de Britse koloniale uitbreiding was slavernij verboden, tenzij de mensen waar het om ging zo verdorven waren dat ze beter af waren als slaaf dan als vrij man. Kannibalisme werd gezien als een voorbeeld van verdorvenheid, en zo werden geruchten van kannibalisme wijd verspreid. Ook meer recente rapporten van kannibalisme worden in twijfel getrokken. Daarentegen is het kannibalisme van gestorvenen van de Fore-stam in Nieuw-Guinea waardoor de ziekte kuru zich verspreidde goed gedocumenteerd en wordt dan ook vrijwel niet betwijfeld door hedendaagse antropologen. Maar sommigen zeggen dat het postuum in stukken verdelen van lichamen een algemeen gebruik was tijdens begrafenisrituelen, maar dat dit geen kannibalisme was. Kannibalisme op Fiji wordt over het algemeen wel gezien als historisch feit.

Kannibalisme in Zuid-Amerika is onder andere gedocumenteerd door de Duitse schrijver Hans Staden en de Franse schrijver-geograaf en priester André de Thevet, die in 1555 meereisde met Nicolas de Villegagnon. Deze wilde een Franse kolonie Villegagnon stichten in het huidige Brazilië. De Portugezen hadden toen nog nauwelijks controle over het enorme land. Kannibalisme was er een voortvloeisel van stammentwisten. Krijgsgevangenen werden door de overwinnaars meegenomen en werden weken- of zelfs maandenlang vetgemest en zeer goed behandeld. Ze kregen zelfs een lokale vrouw toegewezen. Uiteindelijk werden ze tijdens grote feestelijkheden geslacht en opgegeten. Thevet beschrijft dat als volgt in zijn boek Les singularités de la France antarctique uit 1558: thumb|Kannibalisme in Brazilië rond 1555, beschreven door de Franse schrijver-geograaf André de Thevet in zijn boek Les singularités de la France antarctique

Medisch kannibalisme Kannibalisme met het oog op genezing van ziekten kwam in Europa in alle kringen voor. In zijn boek Mummies, Cannibals and Vampires uit 2011 schrijft dr. Richard Sugg van de Universiteit van Durham dat de praktijk van het eten van menselijke resten en het drinken van bloed om medische redenen tot in de achttiende eeuw een wijdverbreid verschijnsel was, door armen zelfs ver tot in de negentiende eeuw. Onder de gebruikers waren mensen van koninklijken bloede en anderen uit de hoogste kringen. In de hoogtijdagen van het medisch kannibalisme deed men er niet moeilijk over lijken op te graven, aldus Sugg. Een van de belangrijkste exportproducten van Ierland naar Engeland waren schedels. Men gebruikte mos dat op schedels was gegroeid om neusbloedingen te stelpen. Bij onthoofdingen werd het bloed opgevangen of geveegd omdat men dacht dat er ziektes zoals epilepsie mee kon worden genezen.British Royalty dined on human flesh (but don't worry it was 300 years ago), Daily Mail, 21 mei 2011

thumb|Levendige uitbeelding van kannibalisme tijdens een hongersnood in Noordoost-Europa in 1571 Hongersnood Soms kan een hongersnood naar aanleiding van een ramp of oorlog aanleiding geven tot kannibalisme als uiterst redmiddel om zichzelf in leven te houden. Dit wordt bovendien versterkt wanneer het overheidsgezag (ten dele) wegvalt en aldus een 'ieder voor zich'-mentaliteit ontstaat. Kannibalisme is dan ook voorgekomen tijdens of na de aardbeving van Lissabon in 1755, de Mfecane, de Russische Burgeroorlog, de Holodomor, de Tweede Wereldoorlog (Beleg van Leningrad) en de Cambodjaanse Burgeroorlog. Soms bleef het bij het opeten van reeds gestorven medemensen, maar het kwam ook wel voor dat levenden werden gedood en opgegeten.

Een oud voorbeeld van kannibalisme wordt genoemd in 2 Koningen 6:23-29.

De Donner Party, een groep Amerikaanse pioniers, zou kannibalisme hebben bedreven toen ze in de winter van 1846-1847 door de sneeuw ingesloten raakten in de Sierra Nevada.

Bij onderzoek van het National Museum of Natural History in Washington vond men in Jamestown sporen van kannibalisme uit de winter van 1609-1610.Sporen van kannibalisme gevonden in Amerikaanse nederzetting, NU.nl, 2 mei 2013. Gearchiveerd op 1 november 2022.

Andesvliegramp De Andesvliegramp was een vliegramp in de Andes in 1972. Van de 45 inzittenden van het Fokker Fairchild Hiller FH-227-vliegtuig overleefden zestien de ramp. Ze bleken na de crash genoodzaakt gedurende 72 dagen zien te overleven in de ijskoude omgeving en aten uiteindelijk het vlees van overleden medepassagiers om in leven te blijven. Over hun relaas omtrent de ontberingen die zij doorstonden verschenen diverse boeken en verfilmingen.

Afrikaanse albino's In verschillende gebieden in Afrika, zoals in Burundi en Tanzania, schrijven mensen magische krachten toe aan albino's. Dit leidt ertoe dat men sommigen van hen daar vermoordt om hun lichaamsdelen te verkopen. Zo werd in Burundi een zesjarig meisje in november 2008 als vierde slachtoffer in korte tijd aan stukken gehakt. In Tanzania waren op dat moment dertig albino's vermoord in de loop van het jaar. Ledematen en genitaliën van albino's zouden voor duizenden dollars verhandeld worden aan "tovenaars". Deze tovenaars verwerken de lichaamsdelen vervolgens in dranken die verondersteld werden de gebruiker magische krachten te verstrekken.

Andere voorbeelden Kannibalisme wordt soms gepraktiseerd door seriemoordenaars. Voorbeelden zijn Jeffrey Dahmer, José Luis Calva, Albert Fish en Fritz Haarmann.

Tijdens gevechten in Kongo werd de militie van Jean-Pierre Bemba ook beticht van kannibalisme. Ook Jean-Bédel Bokassa zou door mensenrechtenorganisaties en verschillende bronnen uit zijn omgeving, waaronder zijn voormalig kok, beticht zijn van het nuttigen van vlees van zijn politieke tegenstanders en schoolkinderen.

In het Duitse Kassel speelde in 2002 de zaak Armin Meiwes. Een man bood zich via internet aan als object voor kannibalisme. Een tweede man ging hier op in. Voordat het 'slachtoffer' om het leven werd gebracht hebben de twee eerst gezamenlijk zijn geslachtsdeel opgegeten en dit op video vastgelegd.

In het BNN-programma Proefkonijnen van 21 december 2011 eten presentatoren Valerio Zeno en Dennis Storm een stuk vlees op van elkaar. Hiervoor verwijderde een plastisch chirurg een stuk bil van Dennis Storm en een stuk buik van Valerio Zeno. Deze stukken spier werden in de uitzending bereid door chef-kok Lex Kok en opgegeten.

Kannibalisme bij dieren Bij sommige diersoorten is kannibalisme een deel van de levenscyclus, zoals de zwarte weduwe, waarbij het vrouwtje het mannetje opeet na het paren. Bij gewervelden (behalve bij vissen) komt kannibalisme niet veel voor, maar kan zich uiten in extreme situaties zoals gevangenschap of een groot tekort aan eten. Een voorbeeld is dat een zeug in gevangenschap haar jongen opeet, maar dit gedrag is nooit in het wild waargenomen. Uilen leggen vier eieren met een paar dagen ertussen. Bij onvoldoende voedsel wordt het jongste kuiken opgegeten. Bij ijsberen is meermaals kannibalisme vastgesteld. Het is ook voorgekomen dat muizen, ratten of hamsters hun jongen opeten als hun nest verschillende keren wordt bedreigd door roofdieren. Sommige van deze observaties worden in twijfel getrokken (onder andere door Stephen Jay Gould) als het resultaat van slordig onderzoek. Een voorbeeld is dat er veel rapporten zijn van vrouwelijke bidsprinkhanen die hun partners eten na het paren in gevangenschap, maar dat dit in het wild nog nooit is geobserveerd.

Polis rapporteerde in 1991 dat 75% van de soorten in de Coachella Valley-woestijn in Zuid-Californië in de Verenigde Staten kannibalen waren. Dit waren schorpioenen en insecten, maar ook uilen, arenden, eekhoorns. Dat percentage is veel hoger dan tot nu toe werd aangenomen.G.A. Polis (1991) Complex desert food webs: an empirical critique of food web theory, Am. Nat. 138:329-331

Verenpikken Verenpikken, een gedragsafwijking van in gevangenschap gehouden pluimvee, wordt ook kannibalisme genoemd. Hoewel de dieren elkaar zwaar kunnen verwonden, leidt dit zelden tot de dood.Artikel over verenpikken op www.levendehave.nl, geraadpleegd op 1 juni 2019. Gearchiveerd op 1 juni 2019.

In literatuur en media