Georgius Macropedius, geboren als Joris van Lanckvelt (Gemert, 23 april (?) 1487 – 's‑Hertogenbosch, eind juli 1558), was een Nederlandse humanist, rector, pedagoog en toneelschrijver. Hij werd tot ver buiten de Nederlanden beroemd als schrijver van leerboeken en toneelstukken. Zijn werken bleven na zijn dood aanvankelijk invloedrijk, maar raakten na ruim een eeuw in vergetelheid. Eind negentiende eeuw werd Macropedius herontdekt. De wetenschappelijke belangstelling voor hem houdt sindsdien aan en zijn toneelstukken worden weer gespeeld. Ze worden onder meer geprezen, omdat Macropedius – net als de latere Nederlandse schilders – de huishoudens uit die tijd weergaf op een 'meedogenloos realistische manier'.

Macropedius volgde de Latijnse school in 's-Hertogenbosch. Daarna bereidde hij zich door middel van zelfstudie voor op het priesterschap en op het geven van onderwijs. Hij werd docent aan de school waar hij was opgeleid en werd vervolgens als rector gedetacheerd naar de Latijnse school in Luik. Op veertigjarige leeftijd werd hij benoemd tot rector van de school in ’s‑Hertogenbosch en drie jaar later tot rector van de Hieronymusschool in Utrecht. Hij nam ontslag op zijn zeventigste en keerde terug naar ’s-Hertogenbosch, waar hij overleed tijdens een pestepidemie.

Als jonge twintiger was Macropedius begonnen met het schrijven van toneelstukken in het Neolatijn, toentertijd in grote delen van Europa de voertaal van de wetenschappelijke gemeenschap. Hij schreef zowel kluchten als serieuze stukken en ontwikkelde zich tot de grootste Latijnse toneelschrijver van de zestiende eeuw. Gebaseerd op zijn ervaringen als docent en vanuit zijn humanistische opvattingen schreef hij ook schoolboeken. Die hebben veel bijgedragen aan de onderwijshervormingen die destijds werden doorgevoerd in de Nederlanden en daarbuiten.

Levensloop Afkomst en familie thumb|Parochiekerk te Gemert, zoals deze er in 1788 uitzag Joris van Lanckvelt was de zoon van Willem Truyen en Hadewich van Lanckvelt. Van de vader is niet veel meer bekend dan dat hij een buitenechtelijk kind was van Jan Truyen. De moeder was enig kind van Andries van Lanckvelt, een buitenechtelijke zoon van de adellijke Goyart van Lanckvelt. De familie Van Lanckvelt ontleende haar naam aan het leengoed Lanckvelt te Erp. Omdat Andries een onechte nazaat was, behoorden hij, zijn dochter Hadewich en zijn kleinzoon Joris tot de niet-adellijke tak van de familie Van Lanckvelt. Hoewel zij geen aanspraak konden maken op de rijkdom van de adellijke tak, waren ze niet onbemiddeld. Er bestond een goede relatie tussen beide familietakken., pp. 35, 37-38

Uit Gemertse archiefstukken valt af te leiden dat het gezin van Willem Truyen inwoonde bij Andries van Lanckvelt. Deze bezat een huis met landerijen in de buurtschap Den Heuvel; vermoedelijk is Joris daar geboren. Zijn geboortedatum is niet in archiefstukken gevonden, maar is berekend uit gegevens die Joris over zichzelf noteerde in brieven die hij op latere leeftijd schreef. Daaruit blijkt dat hij geboren moet zijn in april/mei 1487. Naar alle waarschijnlijkheid is de exacte datum 23 april, de naamdag van Sint-Joris; hij zou dan vernoemd zijn naar zijn geboorteheilige. Dat aan de voornaam de achternaam van de moeder werd toegevoegd, was niet uitzonderlijk, zeker als de moeder behoorde tot een familie die welgestelder was dan die van de vader., pp. 37-40

Joris van Lanckvelt groeide op met twee jongere zussen, Cornelia en Barbara. Cornelia trad op jeugdige leeftijd in bij de Zusters van het Gemene Leven en Barbara trouwde met Jan Jacobs, met wie zij twee kinderen kreeg. Joris bezocht de Gemertse parochieschool, waar de pastoor hem leerde lezen, schrijven, rekenen en zingen. Toen hij tien jaar was, verhuisde hij naar 's‑Hertogenbosch om verder te leren aan de Latijnse school. Dat was een in heel Europa wijdverbreid schooltype; jongens uit de hogere en middenklasse werden er voorbereid op een religieus ambt of studie aan een universiteit., pp. 32, 35, 52

Opleiding thumb|Pagina uit een meditatieboek, omstreeks 1500 geschreven in het scriptorium van de Broeders van het Gemene Leven in 's-Hertogenbosch De Latijnse school in 's-Hertogenbosch, waar Van Lanckvelt zijn opleiding kreeg, was een kathedraalschool, verbonden aan de Sint-Jan, en gelegen aan de Kerkstraat. Hoewel er geen directe bewijzen voor gevonden zijn, is het aannemelijk dat hij zijn opleiding aan de Latijnse school begon in 1497. Wat vaststaat, is dat hij de opleiding afrondde in 1502. Waarschijnlijk was Van Lanckvelt aanvankelijk in de kost bij particulieren, wellicht familieleden. Zeker vanaf zijn twaalfde jaar woonde hij in een van de convicten van de Broeders van het Gemene Leven. De broeders, fraters genoemd, waren volgelingen van de Moderne Devotie, een spirituele beweging die zich afzette tegen het verval in de Rooms-Katholieke Kerk. In hun convicten boden de broeders voeding en onderdak aan scholieren van de Latijnse school en richtten ze zich op hun religieuze en morele opvoeding. De fraters gaven verder bijles en hielden toezicht op de studie, maar waren slechts bij uitzondering als leraar aan de school verbonden., pp. 49, 50, 52

Nadat hij de Latijnse school met succes had doorlopen, trad Van Lanckvelt toe tot de fratergemeenschap. Hij liet zich in 1502 inschrijven als 'Frater Georgius uit Gemert' en ontving als teken van intreding zijn tonsuur (kruinschering). Sindsdien woonde hij in het Gregoriushuis, het Bossche fratershuis van de Broeders van het Gemene Leven. Zoals alle 'getonsureerden' was Van Lanckvelt daar belast met de zorg voor zieken en voor gasten, en vervulde hij de functie van koster. Ook werkte hij voor het scriptorium, waar hij handschriften overschreef en de kopieën versierde en inbond. In het Gregoriushuis bereidde hij zich voor op het priesterschap en op een loopbaan in het onderwijs. Hij deed dat door zelfstudie, waarbij hij gebruikmaakte van de rijke huisbibliotheek. Zo bekwaamde hij zich in de zeven vrije kunsten, de zeven wetenschappelijke gebieden die samen het studieprogramma vormden in Latijnse scholen en universiteiten. Daarnaast maakte hij zich de ideeën eigen die humanisten hadden over het onderwijs., pp. 54, 57-58, 60

Rond 1508 werd Van Lanckvelt belast met de dagelijkse leiding van het Gregoriushuis. Hij gaf er als repetitor bijles aan leerlingen van de Latijnse school in Latijn, Grieks, kerkzang en kalligrafie. Hij gaf hen ook godsdienstles en preekte enkele malen per dag voor hen. In die tijd maakte Van Lanckvelt kennis met de toneelstukken van de humanist Johannes Reuchlin. Die inspireerden hem om ook zelf toneelstukken te gaan schrijven., p. 90 De eerste ontwerpen van zijn toneelstuk Asotus (De Verloren Zoon) dateren uit die periode. Hij schreef zijn stukken in het Latijn; ze waren bedoeld om opgevoerd te worden door de leerlingen van de Bossche Latijnse school. Het was ook in die periode dat Van Lanckvelt voor het eerst last kreeg van jicht, een reumatische gewrichtsontsteking die wordt gekenmerkt door terugkerende pijnaanvallen. Hij bleef zijn leven lang last houden van deze aandoening. Omstreeks 1512 werd Van Lanckvelt tot priester gewijd., pp. 60, 61, 62

Leraar te 's-Hertogenbosch

Enkele jaren later – in ieder geval vanaf 1515 – was Van Lanckvelt als leraar verbonden aan de Latijnse school van 's-Hertogenbosch. Die school was voorzichtig begonnen met het hervormen van het onderwijs dat tot die tijd traditioneel middeleeuws was. Van Lanckvelt zette samen met twee collega-docenten de onderwijsvernieuwing in humanistische geest door., p. 62 In lijn met de ideeën van de Moderne Devotie verwachtten de humanisten van die tijd dat het bestuderen van de klassieke talen en van de geschriften van klassieke schrijvers zou leiden tot een zuivering van het kerkelijk en godsdienstig leven en tot een opbloei van zedelijkheid en deugd.

Zoals de gewoonte was onder zestiende-eeuwse humanisten, nam Van Lanckvelt een klassiek klinkende achternaam aan. Voluit noemde hij zich Georgius Macropedius, waarin Georgius de Latijnse vorm is van Joris. Macropedius is een combinatie van de Griekse woorden μακρός (makros) = lang en πεδιον (pedion) = veld, met een Latijnse uitgang. Door te kiezen voor Grieks profileerde hij zich als een humanistische onderwijsvernieuwer., pp. 62, 65-68

Rector te Luik thumb|De gebouwen van de Broeders van het Gemene Leven te Luik in 1553. De poort geeft toegang tot de kerk en het kerkhof. Rechts daarvan de Hieronymusschool. De paarden op de voorgrond trekken boten over de Maas. Omstreeks 1524 werd Macropedius benoemd tot rector van de Sint-Hieronymusschool in Luik. De school was in 1497, op verzoek van prins-bisschop Johan van Horne en van de stadsmagistraat van Luik, gesticht door de Broeders van het Gemene Leven uit 's-Hertogenbosch. De naam verwees naar Hiëronymus van Stridon, een van de beschermheiligen van de Broeders. Naast de school hadden de fraters ook een kerk en een klooster laten bouwen, en hadden ze enkele huizen gekocht voor de opvang van armlastige scholieren., p. 556

Over de activiteiten van Macropedius in Luik zijn weinig details bekend. Waarschijnlijk ving hij aan met zijn werkzaamheden in de tweede helft van 1524 en beëindigde hij die begin 1527. Zeker is dat de school in de jaren 1510 goed onderwijs gaf en als enige instelling in Luik de bevoegdheid had om een volledig programma Latijn te geven. Begin jaren 1520 ontstond onenigheid tussen de leraren over het leerplan, waardoor de kwaliteit van het onderwijs gevaar liep en alle vooruitgang stilviel. Aangenomen wordt dat het Bossche moederhuis Macropedius detacheerde naar Luik om orde op zaken te stellen., pp. 72-74

Uit enkele bronnen blijkt dat de problemen tijdig opgelost werden en dat de Luikse Hieronymusschool – samen met de Bossche Latijnse school – als een modelschool werd beschouwd. Zo stelde pedagoog Johannes Sturm, tien jaar na het vertrek van Macropedius, de Luikse school als voorbeeld aan het stadsbestuur van Straatsburg voor de inrichting van het Latijnse onderwijs aldaar. De Belgische historicus Léon-Ernest Halkin stelde vast dat de school in de eerste helft van de zestiende eeuw tot grote bloei kwam en het voor die tijd grote aantal van 1600 leerlingen bereikte. Het succes van de Luikse school schreef hij toe aan een groepje uitstekende docenten, onder wie Macropedius., pp. 80, 81

Rector te 's-Hertogenbosch In 1527 keerde Macropedius terug naar 's-Hertogenbosch, waar hij benoemd werd tot rector van de Latijnse school aldaar. Over deze periode, die een drietal jaren duurde, is zeer weinig bekend. Het enige vermeldenswaardige is dat de latere cartograaf Gerard Mercator toen tot zijn leerlingen behoorde., p. 83

Rector te Utrecht thumb|De Utrechtse Hieronymusschool in de zeventiende eeuw In 1530 verhuisde Macropedius naar Utrecht, in die dagen de grootste stad van de Noordelijke Nederlanden. De stad had een roerige periode achter de rug, waarin keizer Karel V de macht in het Sticht Utrecht had verkregen. Het stadsbestuur voerde strenge maatregelen uit tegen de opkomende protestantse Reformatie. Alle lutherse boeken moesten worden ingeleverd en nieuwe ketterse boeken mochten niet meer gedrukt en verhandeld worden. Het stadsbestuur wenste het onderwijs aan te passen aan de nieuwe situatie en wilde een van de scholen omvormen tot bijzondere stadsschool naar het voorbeeld van 's-Hertogenbosch en Luik. De keuze viel op de Hieronymusschool, en Macropedius – die inmiddels een zekere faam genoot en bekendstond om zijn rechtheid in de rooms-katholieke leer – werd benoemd tot rector., p. 96 Tevens werd hij aangesteld als rector van het convict waarin de armlastige studenten waren gehuisvest.