Karel Reiner (Žatec, 27 juni 1910 – Praag, 17 oktober 1979) was een Tsjechisch componist, advocaat en pianist. Hij was een zoon van Sime Reinerová en Josef Reiner, oppercantor van de Joodse gemeente in de stad.

Levensloop Reiner studeerde op wens van zijn vader eerst aan de Karelsuniversiteit Praag rechten en promoveerde in dit vak in 1933. Tegelijkertijd ging hij zijn muzikale neigingen na en studeerde aan het Státní konservatori hudby v Praze te Praag bij Zdeněk Nejedlý, Alois Hába en Josef Suk.

Met maatschappelijk-kritische werken, vooral in het Theater van Emil František Burian, kon hij zich in het Praagse muziekleven van de jaren 1930 vestigen. Als concertpianist zette hij zich tussen 1931 tot 1938 in voor de nieuwe muziek en voerde onder andere de kwarttoonswerken van zijn leraar Alois Hába op. Na de bezetting door de nazi's werd het voor hem steeds moeilijker in het openbaar te concerteren. Hij was een van de pianisten die huisconcerten als uitdrukking van een soort geestig-cultureel verzet uitoefenden, begeleid door een voortdurende angst voor denunciatie. In 1942 ontstond onder de indrukken van de bezetting en zijn persoonlijke situatie de 2e Sonate voor piano, een belangrijk werk waarin de Hussietenkoraal "Kdož sú boží bojovníci (Waar de Godstrijders zijn)", de Tsjechische hymne "Kde domov můj" en de Internationale samen verwerkt zijn. Het werk draagt de ondertitel "Vítězstvi (Overwinning)".

In mei 1942 huwde hij met Hana Steinerová. Op 5 juli 1943 werden beiden naar het concentratiekamp Theresienstadt gedeporteerd. Hij vormde met andere componisten aldaar een componistengroep, hij was de enige van hen, die overleefde. Zijn ouders overleden in Theresienstadt. In de herfst van 1944 werd hij naar het concentratiekamp Auschwitz en later nog naar Dachau gebracht. In Dachau beleefde hij de bevrijding.

Na de Tweede Wereldoorlog werkte hij van 1945 tot 1947 aan de nieuwe Opera 5. května (Opera van de 5e mei). Vervolgens werkte hij als freelancecomponist en als voorzitter van het Tsjechische muziekfonds en lid van de Tsjechische componistenfederatie.

Reiner schreef een omvangrijk oeuvre tot dat onder andere twee opera's, werken voor orkest, harmonieorkest, koren en kamermuziek behoren.

Een herinterpretatie van liederen uit de Květěný kůň-cyclus en een uitvoering uit het getto Staročeská Esther in Terezín werd voorbereid door Aida Mujačič.

Composities Werken voor orkest 1935: Ouvertura e danza, voor orkest 1935: Zpěv z hor, Tanec, voor hoorn en orkest 1947: Divertimento, voor klarinet, harp en strijkorkest 1950: Jarní předehra (Lente ouverture), voor orkest 1959: Symfonie, voor orkest 1960: Motýli tady nežijí, zes schilderijen voor orkest 1963: Symfonická předehra (Symfonische ouverture), voor orkest 1965: Concert, voor basklarinet en orkest 1967: Koncertantní suita (Concertante suite), voor orkest 1975: Promluvy, voor kamerorkest 1976: Hudba, voor strijkorkest 1977: Diptych, voor orkest 1978: Tři symfonické věty, voor orkest Diptych, Introdukce a Allegro, voor orkest Mládežnický tanec, voor orkest met accordeon en piano Tři české tance (Drie Tsjechische dansen), voor orkest

Werken voor harmonieorkest 1947: Koncertantní suita (Concertante suite), voor harmonieorkest 1969: Concertino, voor fagot en harmonieorkest

Cantates 1952: Bylo jim tisíc let, cantate voor gemengd koor en orkest – tekst: K. Šiktance "Patetická"

Muziektheater Opera's Voltooid in titel aktes première libretto 1950 Das verwunschene Lied 1972 Das Schustermärchen

Toneelmuziek 1943: Esther, toneelmuziek – tekst: naar Edmond Rostand "Les Romanesques"

Werken voor koren Květovaný kůň, kinderliederen voor gemengd koor – tekst: N. Frýda Mírová, voor gemengd koor To je strana, voor gemengd koor en orkest

Vocale muziek 1936: 14 písní (14 liederen), voor alt, bariton en orkest 1956: Rodná zem, vijf liederen voor tenor en piano 1968: Ábrnky – 5 písní dětem, voor zangstem en piano 1969: Třipsiny, voor zangstem en piano – tekst: J. Havla 1970: Z "Krotkých Xenií", voor bas en piccolo (ook voor mezzosopraan en piccolo) – tekst: Johann Wolfgang von Goethe 5 písní (5 liederen), voor zangstem en viool Březen, zangcyclus voor lage stem en orkest Pěvec, voor zangstem en orkest Písně, voor zangstem en piano Sládek dětem, voor sopraan, alt en piano (in kwaarttoonssystem), op. 38b

Kamermuziek 1931/1963: Dodici (Dvanáct), suite voor blazerskwintet 1931: Strijkkwartet nr. 1 1946: Sonata brevis, voor cello en piano, op. 39 1954: Čtyři skladby (Vier stukken), voor klarinet en piano 1955: Tři skladby, voor hobo en piano 1958: Sonáta, voor contrabas en piano 1959: Sonáta, voor viool en piano 1960: Elegie a capriccio, voor cello en piano 1961: Malá suita, voor blazersnonet (dwarsfluit, 2 hobo's, 2 klarinetten, 2 hoorns en 2 fagotten) 1964: Šest studií, voor dwarsfluit en piano 1965: Suita, voor fagot en piano 1966: Črty, voor viool, altviool, cello en piano 1966: Tři skladby (Drie stukken), voor basklarinet en piano 1968: Čtyři zkratky, voor koperkwintet (2 trompetten, hoorn en 2 trombones) 1968: Dua, voor twee gelijke blaasinstrumenten 1969: Volné listy, voor klarinet, cello en piano 1970: Formule, voor trombone en piano 1970: Kresby, voor viool, klarinet, hoorn en piano 1971: Dua, voor 2 klarinetten 1972: Akrostichon e Allegro, voor basklarinet en piano 1972: Hrátky, voor blazerskwintet 1973: Repliky, voor dwarsfluit, altviool en harp 1974: Preambule, voor dwarsfluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn, viool, altviool, cello en contrabas 1974: Preambule nr. 2, voor dwarsfluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn, viool, altviool, cello en contrabas 1975: Sloky, voor altviool en piano 1977: Portréty, suite voor viool, altviool en cello 1978: Dialogy, voor twee dwarsfluiten 1979: Hovory, voor dwarsfluit en baritonsaxofoon 1979: Panely, voor 2 trompetten, hoorn, 2 trombones en tuba 6 bagatel (6 bagatellen), voor trompet en piano Concert, voor nonet (dwarsfluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn, viool, altviool, cello en contrabas) Dvě skladby (Twee stukken), voor hoorn en piano Dvě skladby, voor altsaxofoon en piano Dvě skladby, voor hobo en harp Fanfáry pražské, voor 3 trompetten, 4 trombones en tuba Hudba, voor vier klarinetten Prolegomena, voor strijkkwartet Sentence, voor dwarsfluit, viool, altviool en cello Strijkkwartet nr. 3 Tercety, voor hobo, klarinet en fagot Trio, voor viool, cello en piano

Werken voor orgel 1963: 3 preludia

Werken voor piano 1930: 5 jazzových studií (5 jazzstudies) 1931: Sonáta nr. 1 1936: Předehra a tanec (Ouverture en dans), voor 2 piano's 1942: Sonáta nr. 2, op. 35 1961: Sonáta nr. 3 1964-1965: Tři skladby 1974: Zárodky 9 veselých improvizací Ej, úhory, ej, lány Sedm skladeb pro děti

Werken voor harp 1964: Suita

Werken voor cimbalom Tři koncertantní etudy

Werken voor gitaar 1973: Náměty 1977: Ouvertura ritmica

Bibliografie

Milan Kuna: Dvakrát zrozený. Život a dílo Karla Reinera, Prague: H+H., 2008, Milan Kuna: Zrani umelce soucasnosti (Das Werden eines zeit genoss. Kunstlers; Karei Reiner), in: Hudebni rozhledy. 15 (1962), S. 97-102. Viktor Ullmann, Thomas Mandl, Ingo Schultz: 26 Kritiken über musikalische Veranstaltungen in Theresienstadt, Hamburg: Bockel Verlag, 2., korr. u. erw. Aufl. (2. Mai 2007), 142 p., Jiří Vysloužil: Hudební slovník pro každého II., Vizovice: Lípa, 2001, Jana Antoňová: Karel Reiner, Praha: Mosrska knihovna 1986. 138 S. Jana Antoňová: Zaslouzily umelec Karel Reiner, Praha: Mestska knihovna 1972. 128 S. Alena Martínková: Čeští skladatelé současnosti, Praha: Panton, 1985. 325 p. Joža Karas: Music in Terezín, 1941-1945, New York: Beaufort Books, 1985, 223 p., Petr Iqanika: Kompozice v pojeti Karla Reinera. (Die Komposition in der Auffassung von Karel Reiner), in: Hudebni veda. 21 (1984), S. 231-250. Eva Šormová: Divadlo v Terezíně 1941/1945, Památník Terezín. 1973. Ratibor Budis: Reineruv Koncert pro basklarinet. (Konzert für Baßklarinette von Karel Reiner), in: Hudebni rozhledy. 21 (1968), S. 117-119. Čeněk Gardavský: Contemporary Czechoslovak composers, Prague: Panton, 1965. 565 p. Čeněk Gardavský: Skladatele dneska, Praha: Panton, 1961, 261 p. Cesko slovensky hudebni slovnik osob a instituci, Prague: Statni Hudebni Vydavatelstvi, 1963-1965 Vladimir Lebl: Pisnova tvorba Karla Reinera. (Das Liedschaffen von Karel Reiner), in: Hudebni rozhledy. 8 (1955), S. 917-919.

Externe links Biografie https://www.youtube.com/watch?v=9no7wpHxKhk&fbclid=IwAR0lMYIax-Wj4NorkbBx37gH-mLkrM7Kl7KpW6hdHNHkZtpxLseQEUi0EqI (Aida Mujačič)

Categorie:20e-eeuws componist Categorie:Vertolker van Jiddische muziek Categorie:Tsjechisch componist Categorie:Tsjechisch pianist