thumb|Abtenpaleis thumb|De abdij anno 1696 thumb|Eretrap in het abtenpaleis

De Abdij van Gembloers is een voormalige benedictijnerabdij, gewijd aan de heiligen Petrus en Exuperius, in de buurt van de stad GembloersFrans: Gembloux; Latijn: Gemblacum; in oudere teksten, soms Gemblours, een oudere Franse vorm van de naam in de Belgische provincie Namen. De abdij vormt een goed bewaard geheel dat de stad overheerst. Ze bestaat uit een klooster en monnikenkwartier, het abtenpaleis en een landbouwcomplex met neerhof. In deze gebouwen heeft de Universiteit van Luik de campus Gembloux Agro-Bio Tech gevestigd. De voormalige abdijkerk bedient sinds 1812 de parochianen onder het patrocinium Saint-Guibert.

Geschiedenis In vervalste documenten laat Sigisbert van Gembloers de abdij teruggaan tot een stichting in 935 door de heilige Guibertus van Gembloers, maar in werkelijkheid zal het niet meer dan enkele jaren voor 983 zijn geweest,Michel de Waha, "Sigebert de Gembloux faussaire? Le chroniqueur et les 'sources anciennes' de son abbaye" in: Revue belge de philologie et d'histoire, 1977, p. 1034. al gaan niet alle historici volledig mee in deze herijking.Sarah Moens, De horizonten van Guibertus van Gembloers (ca. 1124-1214). De wereld van een benedictijns briefschrijver in tijden van een verschuivend religieus landschap, doctoraal proefschrift, Universiteit Gent, 2014, p. 89, n. 136 Volgens Sigisbert kwamen de eerste monniken uit de abdij van Gorze in Opper-Lotharingen, maar ook dit kan een fabricatie zijn. Gorze behoorde destijds tot de toonaangevende abdijen in het Heilige Roomse Rijk.

Onder Olbert van Gembloers ontwikkelde de abdij, gelegen op een rotsachtige uitsprong boven de vallei van de Orneau, zich voorspoedig. Ze verwierf een uitgestrekt landbouwgebied en onderhield een abdijschool. In het scriptorium werkten diverse kopiisten van manuscripten en de kloosterbibliotheek was beroemd in heel Europa. In een handschrift dat zij produceerden is het komische dichtwerk Versus de unibove overgeleverd, de oudste fabliau. Bekende monniken van de abdij waren de 11e-eeuwse kroniekschrijver Sigisbert van Gembloers en zijn abt Olbert van Gembloers (1012-1048). Een eeuw later was Guibert-Martin van Gembloers er eveneens actief als schrijver van brieven en hagiografische teksten.

Initieel, of minstens vanaf de verwerving van het graafschap Bruningerode in 988 door het prinsbisdom Luik, behoorde de abdij tot de Luikse invloedsfeer. De prins-bisschop was haar advocatus. Al op het einde van de 11e eeuw zochten de abten van Gembloers toenadering tot Brabant. Ze werden belangrijke raadgevers van de hertogen. Bij het ontstaan van de Staten van Brabant namen ze niet direct deel, maar daar kwam snel verandering in toen ze merkten dat de stad Gembloers dat wel deed, en op een eigenzinnige manier.Léon Namèche, La ville et le comté de Gembloux. L'histoire & les institutions, J. Duculot, 1922, p. 112 De abten gingen zetelen bij de geestelijke stand en vervolgens bij de adel. Met een beroep op de (vervalste) akte van 946, maten de abten van Gembloers zich de gravenkroon aan en werden ze erkend als eerste edelman van Brabant.

In de 16e en 17e eeuw werd de abdij regelmatig belegerd en geplunderd. Ook waren er problemen met de tucht. In de tweede helft van de 18e eeuw volgde een grote vernieuwing, met de heropbouw van de abdijgebouwen. In 1796 werd de abdij door de Fransen opgeheven en verkocht.

Gebouwen Het paleis van de abt en het ganse kloostercomplex werden in de periode 1762-79 vernieuwd naar plannen van de bekende architect Laurent-Benoît Dewez. Het neoclassicistische paleis, met in het fronton het wapen van de toenmalige abt, geeft uit op een ruim voorplein met aan beide zijden zuilenrijen. Pronkstuk in het abtenpaleis is de eretrap met eikenhouten leuning. De goed bewaarde ingangspoort heeft versieringen in Lodewijk XV-stijl. De binnenzijde van het kloostercomplex is vernieuwd en bevat nog maar weinig authentieke elementen.

In de abdijgebouwen is tegenwoordig een onderdeel van de Universiteit van Luik gevestigd, de Gembloux Agro-Bio Tech. De abdijkerk doet dienst als parochiekerk.

Lijst van abten Erluinus I (983-987), volgens de traditie vroeger, mogelijk fictief Heriward (987-991) Erluinus II (991-1012) Olbert (1012-1048) Mysach (1048-1071) Tietmar (1071-1092) Liethard (1092-1113) Anselmus (1115-1136) Arnulfus (1137-1155) Petrus (1155-1156) Odo (1156-1158) Johannes (1158/59-1193) Guibertus Martinus van Gembloers (1194-1204) Willem (1204-) ... Arnoul de Solbreucq (1501/02-1511) Mathieu Petri (1511-1517) Antoine Papin (1518-1541) Arnould du Mont (1543-1549) Bernard de Foriet (1549-1557) Lambert Hancart (1557-1578) Jean de Caverel (1579-1582) Louis Sombeck (1583-1609) Philippe Klockman (1609-1625) Charles d'Ursel (1626-1635) Gaspar Benselle (1636-1651) Martin Draeck (1651-1667) François Dumonceau (1667-1696) Arnoul de Mertz (1696-1716) Pierre Dumonceau (1716/17-1732) Ildephonse Chapelle (1732-1739) Eugène Gérard (1739-1758) Jacques Legrain (1759-1791) Colomban Wilmart (1791-1796)

Archieven De Koninklijke Bibliotheek van België bezit 98 handschriften uit de abdij van Gembloers, waarvan sommige teruggaan tot de 11e en 12e eeuw. Het is na de Librije van Bourgondië een van de belangrijkste fondsen van de bibliotheek.

Literatuur Benoît Jeunejean, "L'Intervention de Laurent-Benoît Dewez dans la reconstruction de l'abbaye bénédictine de Gembloux" in: Études sur des constructions du XVIIIe siècle en Wallonie, ed. Luc-Francis Genicot, 1978, p. 105-143

Gembloers Categorie:Bouwwerk in Gembloers Gembloers Categorie:Voormalig klooster in Wallonië Categorie:Neoclassicistisch bouwwerk Categorie:Architectuur in België uit de 18e eeuw