De Italiaanse Veldtocht (27 maart 1796 – 17 oktober 1797) was het eerste grote buitenlandse commando van Napoleon Bonaparte. Vanaf daar beginnen dan ook veel legendes over Napoleon op te duiken. Historici uit de tijd van Napoleon en de periode daarna hebben zijn Italiaanse Veldtocht vaak beschreven als een grote zegetocht van het, toen al, militaire genie Napoleon. Nauwkeurig historisch onderzoek dat vanaf het begin van de twintigste eeuw is gedaan heeft echter een realistischer en minder glorieus beeld van Napoleons Italiaanse veldtocht geschetst. Het rijke noorden van Italië werd tijdens de veldtocht veroverd op Oostenrijk en grondig geplunderd door de Fransen. Het gebied werd vervolgens opgedeeld in Franse vazalstaten. Uiteindelijk was Napoleon gedwongen een zeer magere vrede te sluiten met Oostenrijk, een resultaat dat boekdelen spreekt over het werkelijke ‘succes’ van de veldtocht. Hij hielp een conflict tussen Paul Barras en drie andere leden van de Directoire via een staatsgreep (18 Fructidor) in het voordeel van Barras te beslissen.

De weg naar het Italiaanse commando Vendémiaire thumb|275px|Afbeelding van Napoleons troepen die de opstandelingen met kartetsen beschieten op de treden van de Église Saint-Roch

Na de val van Robespierre en zijn schrikbewind verkeerde Frankrijk in een crisissituatie. In Vendémiaire (oktober) 1795 kwamen de royalisten in opstand tegen de Conventie. Barras was door de Conventie met de verdediging van Parijs belast. Barras was echter geen militair en zocht naar een militair medewerker onder de hoge officieren die op dat moment in Parijs waren.

Napoleon smoorde de opstand in de kiem. Napoleon had drie jaar eerder gezien hoe de menigte de lijfwacht van de koning vermoordde. Nu hadden de opstandelingen een meerderheid van ongeveer 30000 tegen 5000. Napoleon liet zijn artilleristen met kartetsen schieten op de slecht bewapende opstandelingen, met als resultaat dat er aan het einde van de 13de Vendémiaire drie- à vierhonderd dode opstandelingen in de straten van Parijs lagen. Dat resultaat vormde een prima aanbeveling en de Conventie beloonde Napoleon met het commando over het garnizoen van Parijs.

Benoeming tot bevelhebber van het Italiaanse leger Na het neerslaan van de opstand op de 13de Vendémiaire kreeg Napoleon van de uiteengaande Conventie (dit alles speelde zich af in de overgangsperiode van Conventie naar Directoire) de opdracht de orde in Parijs te herstellen en de voorsteden te ontwapenen. thumb|Huwelijk van Napoleon met Josephine Napoleon werd hierop benoemd tot bevelhebber van het Italiaanse leger en huwde met Josephine de Beauharnais. Twee dagen na zijn huwelijk vertrok hij, vergezeld door Berthier en Junot, naar zijn Italiaanse Leger.

Het Italiaanse avontuur De Italiaanse Veldtocht in de geschiedschrijving Historici hebben vaak een zwak voor ‘de jonge held in Italië’. Vooral Napoleons tijdgenoten hebben de Italiaanse Veldtocht gezien als een zegetocht. Zij zagen een Napoleon die de ene trofee bij de andere voegde en die als handige diplomaat de Oostenrijkse diplomaten van de oude school telkens weer te slim af was. Dit is echter geen historische Napoleon.

Vanaf het begin van de twintigste eeuw is er echter steeds meer degelijk historisch onderzoek verricht naar Napoleons Italiaanse Veldtocht. Het meest opzienbarende onderzoek werd gedaan door historicus en essayist Guglielmo Ferrero. Zijn studie, die berust op nauwkeurig bronnenonderzoek, verscheen in 1936. Door zijn studie ontstond er een nieuwe kijk op de veldtocht. Kort samengevat kwamen zijn conclusies hierop neer: De bekwaamheid van Napoleon als beginnend veldheer met weinig ervaring is mateloos overdreven. Hij was nog zeker niet het krijgskundige genie dat de slag bij Austerlitz won. De organisatie van Napoleons Italiaanse leger en de tactieken die tijdens veldslagen werden toegepast zijn een product van revolutionair Lazare Carnot en niet van Napoleon. Napoleon wist de door Carnot ontwikkelde ideeën wel zeer effectief in de praktijk van het oorlog voeren toe te passen. Het plan voor de veldtocht, de algemeen te volgen strategie, was afkomstig van de Directoire. Napoleon voerde dus netjes uit wat hem werd opgedragen. De capitulatie van Piëmont aan het begin van de veldtocht is niet te beschouwen als een direct resultaat van de veldtocht. Piëmont wilde daarvoor al een bondgenootschap met Frankrijk aangaan. Een echt militair treffen tussen Napoleons leger en dat van Piëmont in een geregelde veldslag vond daarom ook niet plaats. Als de Piëmontezen veel verzet hadden geboden was er waarschijnlijk niets terechtgekomen van Napoleons Italiaanse Veldtocht.

De conditie van het Italiaanse leger Het leger waarmee Napoleon Italië moest binnentrekken bevond zich in een zeer slechte toestand. Het was slecht uitgerust en daarnaast ontbrak het binnen het leger ook nog eens volkomen aan discipline. Het leger lag om Nice heen, aan de zuidkust van de republiek. De verregaande demoralisatie had de soldaten op de rand van muiterij gebracht en zij hadden geen enkel vertrouwen in Napoleon als hun nieuwe bevelhebber. Soldaten en officieren wantrouwden hem. Al snel deed het gerucht de ronde dat Napoleon het Italiaanse commando alleen maar zou hebben gekregen vanwege zijn huwelijk met een van de maîtresses van directeur Barras. Verder had men ook geen vertrouwen in hem vanwege zijn gebrek aan ervaring en zijn Corsicaanse afkomst.

Op papier was het Italiaanse leger 63.100 man sterk, in werkelijkheid telde het leger waarschijnlijk rond de 37.000 man. De soldaten hadden al een tijdje geen soldij meer ontvangen, de rantsoenen waren karig, de uniformen waren incompleet of in ieder geval versleten, het ontbrak velen aan fatsoenlijk schoeisel en er was een groot tekort aan musketten.

thumb|Afbeelding van Lazare Carnot die, vanwege zijn grote verdiensten als generaal tijdens de revolutie, in Frankrijk ook wel bekendstaat als 'de architect van de overwinning'

Voorbereidingen Vanaf 1793 tot het einde van 1799 waren de organisatie, training en algemene strategie van de Franse legers in handen van de revolutionair Carnot. Het is vooral aan zijn militaire inzicht te danken geweest dat de Eerste Franse Republiek de aanvallen van Oostenrijkse en Pruisische legers wist te doorstaan.

In 1795 waren de Franse legers erin geslaagd de Eerste Coalitie (1792-1797) te verslaan. In dat jaar werd de verovering van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden voltooid. Verder werden er in dat jaar ook vredesverdragen gesloten met Pruisen en Spanje.

Om Oostenrijk, de enige overgebleven vijandige grootmacht op het Europese vasteland, te verslaan had Carnot in 1796 een groot offensief gepland, dat Oostenrijk op twee fronten moest verslaan. Twee legers, onder Jourdan en Moreau, zouden via Duitsland naar Wenen optrekken en een derde leger, onder Napoleon, zou via Italië hetzelfde doen.

Napoleon had zich goed voorbereid op de Italiaanse Veldtocht, hij bestudeerde alle beschikbare gegevens over de aan hem gegeven taak grondig. Hij kende daardoor de toestand van het leger, van het materiaal, van de wegen en van het terrein waarop hij in Italië slag moest gaan leveren. Zelfs zijn wantrouwige officieren, waaronder de drie meest ervaren generaals: Augereau, Masséna en Sérurier, waren gedwongen te erkennen dat Napoleon zich goed had voorbereid.

De Italiaanse Veldtocht De capitulatie van Piëmont Op 27 maart 1796 trok het Italiaanse leger vanaf Nice naar Italië op. Op 10 april werd het eerste contact met de vijand gemaakt. De strijdkrachten van Oostenrijk en Piëmont blokkeerden namelijk de uitgangen van de valleien waardoor het Franse leger Italië wilde binnentrekken. Daarop volgden, vanaf 10 tot 22 april, twaalf dagen van schermutselingen tussen de Franse soldaten en die van Oostenrijk en Piëmont. Zo moest de Oostenrijkse generaal Jean-Pierre de Beaulieu zijn troepen terugtrekken uit Montenotte (12 april 1796). Het Franse leger wist uiteindelijk, door de vijand constant aan te vallen met grotere aantallen, de strijdkrachten van Piëmont van die van Oostenrijk te scheiden. Zoals hierboven al aangegeven is, overwoog Piëmont al voor de veldtocht een bondgenootschap met Frankrijk, daardoor bleef het ook geregelde veldslagen uit de weg gaan. De schermutselingen tussen de Fransen en de Piëmontezen duurden ook maar tien dagen. Op 28 april tekende Piëmont dan ook een wapenstilstand, die de Fransen vrije toegang verleende tot haar grondgebied. In Piëmont kreeg Napoleon toen de kans om zijn leger, door middel van confiscaties en plundering, goed uit te rusten. Het Oostenrijkse leger, onder de oude en weinig kundige generaal de Beaulieu, had zich inmiddels teruggetrokken achter de rivier de Po.

Lodi en de inname van Milaan thumb|275px|Afbeelding van de slag om de brug bij Lodi

Met slechts 20.000 man onder zijn commando, besloot de Oostenrijkse generaal Beaulieu Milaan te verdedigen door zijn leger achter de Po te positioneren. Ook de brug over de Po bij Valenza werd door de Oostenrijkers verdedigd. De linkerflank van het Oostenrijkse leger werd beschermd door het neutrale Piacenza, waar zich ook een brug over de Po bevond. Napoleon wist vervolgens de Oostenrijkers te misleiden door twee divisies te laten optrekken tegen de Oostenrijkse posities aan de Po. Vervolgens trok hij met de hoofdmacht op naar de brug bij Piacenza, zich niets aantrekkend van de neutraliteit van die stad. De Oostenrijkse achterhoede werd daardoor bedreigd en Beaulieu moet zich opnieuw terugtrekken. Om zijn aftocht te dekken liet Beaulieu een achterhoede van 7.000 man achter bij de brug over de rivier de Adda bij Lodi.

Op 10 mei dacht Napoleon bij Lodi de hoofdmacht van het Oostenrijkse leger te hebben gevonden. De Oostenrijkse achterhoede wist tijdens de slag die daarop volgde het Franse leger een tijdlang te beletten de brug over te trekken, maar toen Franse cavalerie, die verderop de rivier was overgestoken, hun flanken bedreigde, waren de Oostenrijkers gedwongen zich terug te trekken. De Slag bij Lodi is een belangrijke plaats in gaan nemen in ‘de Legende’, terwijl de aanval over de brug bij Lodi strikt genomen niet noodzakelijk was en het overgrote deel van het Oostenrijkse leger weg wist te komen. Vijf dagen na Lodi bezette Napoleon Milaan, hij trok als een zegevierende Romeinse veldheer de stad binnen: met een stoet krijgsgevangenen voor hem uit. Vanuit Milaan stuurde Napoleon karren vol geld, goederen en kunstschatten als oorlogsbuit naar de Directoire. Beaulieu trok zijn troepen vervolgens terug in Tirol en in de republiek Venetië, ook liet hij 15 000 man achter in de strategisch belangrijke vestingstad Mantua.

De Directoire was niet geheel gelukkig met Napoleons overwinningen en was bang dat zijn roem te groot zou worden. Nog voordat Napoleon Milaan binnentrok wilde de Directoire Kellermann als tweede bevelhebber naast Napoleon plaatsen. Napoleon weigerde en de Directoire besloot het er maar niet meer over te hebben.

thumb|Afbeelding van Napoleon die, volgens de legende, zijn mannen aanvoerde op de brug bij Arcole thumb|Afbeelding van Napoleon tijdens de slag bij Rivoli

Castiglione, Arcole, Rivoli en de capitulatie van Mantua Napoleon begon vervolgens met de belegering van Mantua. In de lappendeken van vorstendommen, hertogdommen en republieken dat Italië was, keerden velen zich van Oostenrijk af. In plaats daarvan richtten onder andere: Parma, Modena, Toscane, Napels en de paus zich tot de nieuwe machtsfactor: Napoleon. Oostenrijk was daardoor bang zijn greep op Italië te verliezen. Daarom stuurde het steeds weer nieuwe legers naar Italië om Napoleon te verslaan. Deze legers waren echter keer op keer niet groot genoeg, niet goed uitgerust en in de meeste gevallen slecht geleid door bejaarde generaals.