thumb|Duitse deelstaten van vóór de gouwstructuur, 1919–1937 thumb|NSDAP-gouwen in 1926, 1928, 1933 en 1937 thumb|Gouwen (grijs) en rijksgouwen (groen) in 1941 thumb|De NSDAP-gouwen in 1944 thumb|De NSDAP-gouwen in 1944 thumb|Wapens van de gouwen in 1939
De gouwen (Duits: Gau, mv. Gaue) van de NSDAP, met aan het hoofd een Gauleiter, werden in 1926 opgericht als partijafdelingen, ingedeeld volgens de kiesdistricten. Hitler koos bewust voor het Germaanse woord Gau, terugverwijzend naar het Duitse rijk in de Frankische tijd. In 1926 werd Joseph Goebbels door Hitler benoemd tot Gauleiter van Groot-Berlijn.
In nazi-Duitsland vormden de gouwen de facto de administratieve indelingen, nadat in 1934 de deelstaten van de Weimarrepubliek zo goed als alle bevoegdheden verloren. De nazi's lieten pro forma de bestuurlijke indeling van de Weimarrepubliek bestaan. De gouwen bestonden dus naast de Duitse deelstaten en de Pruisische provincies; sommige gouwen vielen met een staat of een provincie samen, andere gouwen ontstonden door splitsing of samenvoeging.
De gebieden die vanaf 1938 bij het rijk ingelijfd werden kregen een gelijkaardige structuur. Voor deze nieuwe gouwen gebruikt men de naam rijksgouw (Reichsgau). Het verschil met de gouwen in het Altreich is dat in deze veroverde gebieden de gouwleider (Gauleiter) naast partijleider ook de functie van rijksstadhouder (Reichsstatthalter) vervulde.
Gouwen 1921 - 1945 Duitse naamHoofdkwartierGebiedBaden-ElsassKarlsruheBaden en de (toen) Franse ElzasBayreuthBayreuthOostelijk deel van Beieren en delen van Tsjechië, oorspronkelijk onder de naar Bayrische Ostmark, hernoemd in 1942; BerlinBerlijnPruisische provincie BerlijnKöln-AachenKeulenNoordwesten van de Pruisische RijnprovincieDüsseldorfDüsseldorfNoordelijke helft van de RijnprovincieOstpreußenKoningsbergenDe gelijknamige Pruisische provincie, en vanaf 1939 ook delen van PolenOst-HannoverLüneburgNoorden en oosten van de Pruisische provincie HannoverKurhessenKasselNoordelijke helft van de Pruisische provincie Hessen-NassauEssenEssenNoordelijke punt van de RijnprovincieFrankenNeurenbergDeel van BeierenHalle-MerseburgHalleZuidelijke helft van de Pruisische provincie SaksenHamburgHamburgHet land HamburgHessen-NassauFrankfurt am MainDe Volksstaat Hessen en de zuidelijke helft van de Pruisische provincie Hessen-NassauKoblenz-TrierKoblenzDe zuidelijke helft van de Rijnprovincie; in 1942 hernoemd in Moselland na opname van het Groothertogdom LuxemburgNiederschlesienBreslauDe gelijknamige Pruisische provincieMagdeburg-AnhaltDessauDe vrijstaat Anhalt en de noordelijke helft van de Pruisische provincie SaksenMainfrankenWürzburgEen deel van BeierenMark BrandenburgDe Pruisische provincie BrandenburgMecklenburgSchwerinMecklenburg-Strelitz en Mecklenburg-SchwerinMünchen-OberbayernMünchenEen deel van BeierenRheinland-NordElberfeldRheinland-SüdKeulenPommernStettinDe gelijknamige Pruisische provincie PommerenSaarpfalzNeustadt an der WeinstraßeDe Beierse Palts en het Pruisische Saarland; in 1940 hernoemd naar Reichsgau Westmark met de bedoeling er delen van Lotharingen aan toe te voegenRuhrElberfeldVoorloper van de gouwen “Westfalen” en “Rijnland-Noord”.SachsenDresdenDe gelijknamige staat SaksenSchlesienBreslauDe gelijknamige Pruisische provincies Opper-Silezië (met geannexeerde delen van Polen sinds 1939) en Neder-Silezië. In 1938 werden de provincies tevens samengevoegd tot één; in 1941 werden zowel de provincie als de gouw in tweeën gesplitst.Schleswig-HolsteinKielDe gelijknamige Pruisische provincie Sleeswijk-Holstein, de vrijstad Lübeck en delen van de vrijstaat OldenburgSüdhannover-BraunschweigHannoverDe vrijstaat Brunswijk en het zuidelijke en westelijke deel van de Pruisische provincie HannoverSchwabenAugsburgDeel van BeierenThüringenWeimarDe gelijknamige staat Thüringen en delen van de Pruisische provincie SaksenOberschlesienKattowitz (vanaf 1939)De gelijknamige Pruisische provincie, en vanaf 1939 ook delen van PolenWeser-EmsOldenburgDe vrijstaat Oldenburg (zonder de afgelegen territoria), de staat Bremen en de westelijke punt van de Pruisische provincie HannoverWestfalen-NordMünsterDe vrijstaat Lippe en de noordelijke helft van de Pruisische provincie WestfalenWestfalen-SüdDortmundDe zuidelijke helft van de Pruisische provincie WestfalenWürttemberg-HohenzollernStuttgartDe staat Württemberg en de Pruisische provincie Hohenzollern
Rijksgouwen vanaf 1938 Zie rijksgouw
Buitenlandgouw Er was ook een buitenlandgouw met de naam Auslandsorganisation voor partijleden in het buitenland. De hoofdzetel daarvan was in Berlijn.
Zie ook Lijst van gouwleiders