Marcel Alfons Gilbert van Meerhaeghe (Wetteren, 12 april 1921 – Gent, 22 maart 2014) was een Belgisch econoom, hoogleraar, publicist en columnist.

In zijn lange carrière leverde professor van MeerhaegheOver de etymologie van de familienaam en de afkomst van de familie Van Meerhaeghe, zie Staf Beelen, Remi van Merhaeghe C.I.C.M. (De Verbieststichting, Leuven 2001), pp. 7–8 en 22–24. belangrijke bijdragen tot het economische vakgebied en tot de interpretatie van economische gebeurtenissen. Zijn ongebruikelijk vermogen om theoretische en praktische analyses te combineren, maken zijn wetenschappelijke werken bijzonder waardevol.

Loopbaan 1939-1987 Aanvankelijk dacht M.A.G. van Meerhaeghe aan een militaire loopbaan. Hij slaagde in 1939 voor het toelatingsexamen tot de Koninklijke Militaire School (KMS). Na de veldtocht van 1940 (gewond in Duinkerken) volgde een krijgsgevangenschap in Duitsland van circa zeven maanden (een interventie van koning Leopold III leidde tot de vrijlating van de KMS-leerlingen). Toentertijd was geschiedenis een discipline die Grieks-Latijn als achtergrond vergde. Even werd ook gedacht aan toegepaste wetenschappen. Van Meerhaeghe werd echter licentiaat in de economische wetenschappen in 1944 (1ste zittijd) en licentiaat in de staatswetenschappen (Political Science and Sociology), eveneens in 1944 (2de zittijd), telkens met onderscheiding. Hij behaalde het doctoraat in de economische wetenschappen in 1946 (De luchtvaart in de verkeerseconomie, met bijzondere inachtneming van België's toestand). Het jaar daarop werd hij deeltijds docent staatshuishoudkunde aan de Koloniale HogeschoolM. van Meerhaeghe, De Economische Structuur van Belgisch-Kongo en Ruanda-Urundi (Ontwikkeling, Antwerpen 1958). Zie ook de bespreking door Mario Fumagalli in Giornale degli Economisti e Annali di Economia, Nuova Serie, Anno 20, No. 1/2 (Gennaio-Febraio 1961), p. 142.M.A.G. van Meerhaeghe, Die Entwicklung der Wirtschaft im Kongo. Folgerungen für die Theorie des Wirtschaftswachstums (Nürnberger Vorträge, 1965). en in 1955 – eveneens deeltijds – docent koloniale economie aan de Rijksuniversiteit Gent (RUG), waar hij in 1957 gewoon hoogleraar economie en internationale economie werd (rechtsfaculteit). Voordien was hij economisch adviseur op het Ministerie van Economische Zaken (na er voor de studiedienst te zijn aangeworven in 1946 en als eerste te zijn geslaagd in het eerste naoorlogs aanwervingsexamen bij de overheid), 'faculty advisor' bij het NATO Defence College in Parijs (1953-54), en economisch adviseur (met rang van adjunct-kabinetschef) van Victor Larock, Minister van Buitenlandse Handel (1954-57).

In september 1959 werd hij benoemd tot gastprofessor aan de officiële universiteit van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi te Elizabethstad voor de cursussen Histoire des doctrines sociales et économiques en Histoire des doctrines économiques.Rijksuniversiteit te Gent, Liber Memorialis 1913-1960 (red. Prof. Theo Luykx) pp. 216–218.

Onder zijn functies in semiambtelijke organen vallen op: voorzitter van de in 1951 ingestelde Prijzencommissie (in 1969 vervangen door de Commissie tot regeling der prijzen: Koninklijk Besluit 3 juni 1969), lid van de Algemene Raad van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas (tot 1980), lid vanaf 1971 tot 2002 (de opheffing ervan: euro) van de Raad van het Belgisch-Luxemburgs Instituut voor de Wissel.M.A.G. van Meerhaeghe, The Belgium-Luxemburg Economic Union, Tilburg, SUERF Series 54 A, 1987. (Een reeks papers over monetaire politiek en financiële systemen van de in 1963 bij Parijs opgerichte Société Universitaire Européenne de Recherches Financières.)

Twee van zijn assistenten doctoreerden bij hem en werden ook hoogleraar aan de RUG (Gaston Vandewalle en Marc De ClercqEen economische theorie van het antivervuilingsbeleid, met een toepassing op België (1980).). Luc Versele, sinds 2017 voorzitter van de bank Crelan, was eveneens assistent van van Meerhaeghe.Interview met prof. dr. C. Vanhelleputte, 18 april 2013.

Emeritaat Nadat de emeritaatsgrens van 70 op 65 jaar werd gebracht, werd Van Meerhaeghe nog uitgenodigd als gastprofessor internationale economie en Europese integratie in de London School of Economics (academiejaar 1986-87) en nadien, telkens voor verscheidene jaren, aan de universiteiten van Torino en van Rome (La Sapienza). Hij kon dit tijdelijk combineren met een speciaal adviseurschap bij de Commissie van de Europese Gemeenschap tot 1988. Onder de auspiciën van het in 1986 gevormde 'Europe-12 – Research and Action Committee on the EC' gaf hij bijgevolg in de reeks European Community Membership Evaluated de bundel Belgium and EC Membership Evaluated (Frances Pinter Publishers, London, St. Martin's Press, New York 1992) uit: bijdragen van 14 auteurs, o.a. Filip Abraham, Roger Blanpain, Alfred Cahen, Marc Quintyn en Jef Vuchelen.

Verder was van Meerhaeghe lid van het raadgevend comité van academici van respectievelijk de Brusselse denktank Institut Européen (Institutum Europaeum: 1979-2002)Arthur B. Laffer, L'Ellipse ou la Loi des Rendements fiscaux décroissants (Institutum Europaeum, Rhode St Genèse 1981), p. 65. en de denktank Centre for the New Europe (1993-2008). Bij deze laatste publiceerde hij The Information Policy of the European Commission (Zellik 1995).

Publicaties Van Meerhaeghe heeft een twintigtal boeken, een honderdtal artikels en verscheidene essays op zijn actief en was 'editor' van vier werken.

Boeken Diverse boeken zijn in het Engels vertaald of in die taal geschreven. De bekendste: Economics, A critical approach (Weidenfeld and Nicholson, London 1971, de Engelstalige tegenhanger van het Handboek van de economie, waarmee vele generaties Vlaamse en Nederlandse studenten kennis hebben gemaakt: 10 edities tussen 1952 en 1984), International Economics (1972, dat een Engelse recensent 'briljant' noemt, en dat in het Portugees is vertaald), Price Theory and Price Policy (Longmans, London 1969, waarin zijn ervaring als voorzitter van de Prijzencommissie tot uiting komt; zonder medeweten van auteur en uitgever in het Pools vertaald), International Economic Institutions (7 edities tussen 1966Zie de bespreking door John Pincus in The American Economic Review, Vol. 57, No. 5 (december 1967), pp. 1391–1392.Ten dele gebaseerd op Recente bijdragen tot de theorie der internationale economische betrekkingen (Rijksuniversiteit, Gent 1959) en de vertaling van Internationale economische betrekkingen en instellingen (H.E. Stenfert Kroese, Leiden 1964). en 1998Zie ook het interview van Erik Durnez en Carl Pansaerts met M. van Meerhaeghe in De Tijd van 5 december 1998 : Marcel van Meerhaeghe en de IMF-miskleunen. O.a. de kapitale vergissing in Rusland : Het IMF heeft daar gepleit voor een radicale omslag, van de ene dag op de andere, van een centraal geleide naar een ultraliberale economie.).

Reeds vroeg in zijn carrière (in een artikel van 1947Overzicht van de economische toestand van Belgisch-Kogno, Kongo-Overzee, XII-XIII, 1946-1947, n° 5, pp. 287-313.) nam van Meerhaeghe stelling in. Hij kantte zich tegen de talrijke publicaties die geen enkel verband hebben met de realiteit en vooral tegen de manie alles met wiskunde te willen benaderen. Hij is voor een operationele economie, waar de practici iets aan hebben (nützlich). Later werkte hij zijn kritiek uit in Economic Theory. A Critic's Companion (Martinus Nijhoff, 2de ed. 1986), dat algemeen als zijn beste werk wordt beschouwd (het is ook in het Japans vertaald). Hij komt op voor een multidisciplinaire aanpak: hoe kan men economische problemen begrijpen, als men geen rekening houdt met de samengaande politieke en sociale vraagstukken. Zelfs de kennis van de historische achtergronden kan noodzakelijk zijn. Econometrie, die nu in zekere zin de economie vervangt, is louter l'art pour l'art. Het boekje van 109 bladzijden tekst wordt enthousiast onthaald; toch maken de recensenten zich geen illusies: het zal niet gemakkelijk zijn het ingang te laten vinden en de economen uit hun wiskundige ivoren torens weg te trekken. Guy Routh schrijft in het gezaghebbende The Economic Journal (juni 1981): "I fear that in ten years time its (v.M's 'masterpiece of condensation') criticisms will be as valid and as relevant as they are today".

Omdat er een bijzondere behoefte bestond aan een no-nonsense handboek over economische politiek gaven van Meerhaeghe en Koos Andriessen in 1962 Theorie van de Economische Politiek (Stenfert Kroese, Leiden) uit: een systematisch overzicht met bijdragen van Belgische en Nederlandse experten, o.a. Pieter Hennipman. De titel van het boek dekt de inhoud niet geheel. Veel opstellen behandelen niet zo zeer de theorie van de economische politiek als wel theoretische gedachtegangen achter de politiek.

In 1969 was van Meerhaeghe redacteur van de bundel Economics: Britain and the EEC (Longmans, London): o.a. H.G. Johnson, John Pinder, Dennis Swann.D. Swann, The Economics of the Common Market (Penguin Books, London 1970).

Op verzoek van de betrokken redacties was van Meerhaeghe lang columnist van het weekblad TrendsBijvoorbeeld Gelijkheidsutopie, Trends, Antwerpen, 62, 1 januari 1978, pp. 23-24; Mediaspektakels, Trends, Brussel, 252, 6 juni 1986, pp. 233-235. en later van De Standaard.Bijvoorbeeld Naar pensioen op zeventig jaar (7 januari 1992), naar aanleiding van het advies van een OESO-rapport. Er waren ook artikels in de sectie 'opinie' van De Standaard, bijvoorbeeld Afrika, een te negeren kontinent?, 25 mei 1994, p. 10. Sommige zijn in boekvorm verschenen: De afgunstmaatschappijProf. Mr. Wiek J. Slagter, Bedrijfsdemocratie, Liberaal Reveil, Vol. 20, Nr. 3, 1979, pp. 27–36.Beknopt Verslag Plenumvergadering Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers, 29 april 2009 (CRABV 52 PLEN 094), p. 39. (Stenfert Kroese, Leiden 1977), De vakbondsstaat (Stenfert Kroese, Leiden 1979), Het gevecht met de symptomen (Stenfert Kroese, Leiden 1982), Spel met de utopie (SMD, Leiden 1983). Hij komt onder meer op voor minder overheidsinterventie. Dit gold niet voor de Verenigde Staten, waar vooral de onvoldoende controle op de banken tot de globale crisis van 2008 leidde. (Wat Europa betreft gebeurde de vrijmaking van het kapitaalverkeer te vroeg.)

Verder :

Marktvormen Marktgedrag Marktresultaten in België (E. Story-Scientia, Gent 1963). De sociaal-economische besturing van Nederland, met o.a. J.E. Andriessen (Tjeenk Willink, Groningen 1963). De economie van Vlaanderen (Stenfert Kroese, Leiden 1965) : gedetailleerde economische geschiedenis van de XIIde eeuw tot nu en de maatregelen welke genomen worden met het oog op de ontwikkeling van de regio.Bespreking door G.-H. Bousquet in Revue d'économie politique, Vol. 76, No. 2 (mars-avril 1966), p. 375. Lexicon van de economie (Stenfert Kroese, Leiden 1984, 3de ed.). Museum of grootmacht. De identiteitscrisis van Europa (Lannoo, Tielt 1985).

Colloquia Ook na zijn emeritaat bleef van Meerhaeghe publiceren. Het onderwerp is meestal door thema's van congressen of colloquia (o.m. Annual Heilbronn Symposium in Economics and the Social Sciences) bepaald, maar bevatten altijd originele standpunten. Te vermelden zijn onder meer:

EG-imperialisme bedreigt culturen van kleine landen (met dr. Menno WoltersThe Netherlands and EC Memberschip Evaluated (Palgrave Macmillan, London 1990)., Universiteit Twente en European Group for Public Administration), in referatenboek conferentie Maastricht en het Europa van de Kulturen (Vlaamse regering, Brussel 1992), pp. 159–164. Een pleidooi voor het actief formuleren en doorvoeren van cultureel geïnspireerde uitzonderingen op economische regelgeving van de Europese Gemeenschap. Hoe heilzaam ze ook zijn in andere domeinen, in de culturele sector is onbeperkte toepassing van de marktbeginselen uit den boze. Subsidiariteit: theorie en werkelijkheid, in verslagboek UFSIA-denkdag met o.a. Prof. Herman Wuyts dd. 12 maart 1994 Vlaanderen! In welk Europa? (Vlaamse Volksbeweging-Schriften nr. 3, Antwerpen 1995), pp. 27-33.