Plato's staatkunde is voornamelijk te vinden in zijn dialogen Staat en Wetten. Deze staatkunde vormt het meest omstreden onderdeel van zijn filosofie, vanwege het totalitaire karakter van de staten die hij beschrijft. Zijn denkbeelden hierover zijn dan ook vaak bekritiseerd, onder andere door Karl Popper. Als reactie daarop hebben velen getracht Plato te 'verdedigen', meestal door op verschillende manieren te ontkennen dat Plato een totalitaire staat als politiek ideaal zag.
Historisch kader Plato's politieke opvattingen kwamen tot stand aan het eind van de vijfde, begin vierde eeuw voor Christus, een bewogen periode in de Griekse oudheid, waardoor sommige begrippen, die voor ons vanzelfsprekend zijn, hem onbekend waren. Vanwege de kleine schaal waarbinnen de politieke besluitvorming zich afspeelde ontbraken vertegenwoordigende lichamen; scheiding tussen kerk en staat was geen bestaand begrip; Montesquieus scheiding tussen wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende macht was onbekend; De Rechten van de Mens waren niet gedefinieerd, slavernij daarentegen was een alom geaccepteerd fenomeen. In zijn jeugd heeft Plato (427-347 v. Chr.) politiek onrustige tijden beleefd. Eerst de jarenlange oorlog tussen Sparta en Athene, daarop aansluitend het bewind van de Dertig Tirannen, en na het herstel van de Atheense democratie de veroordeling van Socrates.
Filosofisch kader Wat Plato bekritiseerde in de politici van zijn tijd was hun gebrek aan 'kennis' (nl. van wat goed en slecht was voor de staat). Het bezit van die kennis moest garanderen dat deze ook van generatie op generatie overdraagbaar was. Maar het begrip 'kennis' is voor Plato onlosmakelijk verbonden met de rest van zijn filosofie. Dat maakt het voor hem moeilijk om naar politiek als een fenomeen op zich te kijken. Voor Plato (en hij was de enige niet in de oudheidIt is a commonplace that for Plato and Aristotle the relation between ethics and politics was so close as to make them virtually one inquiry. R. Bambrough: Plato's political analogies, herdrukt in G. Vlastos: Plato. A collection of critical Essays, II, blz. 187-205. A.H. Armstrong: An introduction to ancient philosophy, blz. 57: Plato's political teaching is simply an extension and elaboration of his moral teaching. In common with most Greeks he held that a man could only live a full human live in and through the political community.) gold dat politiek een ethiek is. Het gaat om 'het beste leven', om 'de beste staat'. Daarmee rijst de vraag of men werken als de Staat en de Wetten wel als politieke geschriften mag betitelen: als men politiek definieert als de wijze, waarop in een samenleving belangentegenstellingen van groepen en individuen tot hun recht komen, dan heeft Plato niets over politiek te zeggen.Dit is de these van Wayne A.R. Leys. Zie zijn artikel: Was Plato Non-Political?, herdrukt in G. Vlastos: Plato. A collection of critical Essays, II, blz. 166-173. Plato ging ervan uit dat in de ideale staat zulke verschillen van mening niet hoefden te bestaan. Ook de courante aanduiding van politiek als 'de kunst van het haalbare' staat haaks op wat Plato beoogde. Maar hij heeft zich wel gedetailleerd beziggehouden met staatsinrichting.
Plato's werk Staatkunde in de 'Staat'
Deze dialoog start met de zoektocht naar een definitie van rechtvaardigheid. Aanvankelijk wordt hiertoe individueel gedrag bekeken, maar in de loop van het gesprek gaat men ertoe over rechtvaardigheid binnen een hele maatschappij te beschouwen. Als daar de rechtvaardigheid gevonden is, keert het gesprek terug naar het individu. Rechtvaardigheid in beide blijkt te corresponderen: in de maatschappij moet iedere sociale groep het zijne doen; binnen een individu moet ieder zieledeel het zijne doen. Zoals in de ziel het rationele deel de leiding dient te hebben, zo moeten in de staat filosofen aan het roer staan, want zij kennen de waarheid, weten wat goed is. Ze worden gesteund door militaire 'wachters'; de rest, het grootste deel van de bevolking, heeft geen politieke zeggenschap. Plato ziet de politiek als een kunde, te vergelijken met bijvoorbeeld de stuurmanskunst (vgl. onze uitdrukking het schip van staat waarin deze opvatting nog naklinkt). Omdat het een kunde betreft, moet deze uitgeoefend worden door deskundigen.Bambrough merkt in bovengenoemd artikel verder op, dat het juist kenmerkend is voor ethiek en politiek, dat mensen daarin van mening kunnen verschillen, zonder dat de een minder redelijk is dan de ander. Bij een meningsverschil over een wiskundig probleem is duidelijker uit te maken wie gelijk heeft, omdat wiskunde een afgebakend vakgebied is met duidelijke regels. Voor de politiek geldt dat niet. Dat houdt niet in dat iedereen dus even geschikt is om politicus te zijn, noch dat er geen bepaalde opleiding voor nodig is, maar wel haalt dit het absolute karakter van gelijk en ongelijk uit het onderwerp. De filosofen die de macht moeten gaan uitoefenen dienen een jarenlange opleiding te ondergaan; hen wordt alle privé-bezit ontzegdZie III. 416b-417b. evenals alle familieleven. Bekend is verder de censuur die Plato voorstelt, omdat de traditionele Griekse dichters een valse voorstelling geven van bijvoorbeeld de dood, en algemener van wat goed en slecht is.Zie het begin van boek III van de Staat, 386-8.
Staatkunde in de 'Wetten'
Aangezien perfecte leiders, zoals in de Staat beschreven, niet of nauwelijks lijken te bestaan, is het opstellen van wetten een second best oplossing. Deze wetten doordringen alle aspecten van het menselijk leven. Net als in de Staat wordt ervan uitgegaan dat de staat allesbepalend is; een onderscheid tussen (vrij vorm te geven) privéleven en het leven als staatsburger wordt niet gemaakt. En ook net als in de Staat wordt de neergelegde blauwdruk als min of meer eeuwig geldig voorgesteld: dat is consistent met Plato's opvatting dat als het ideaal eenmaal bereikt is, daar niet meer van afgeweken mag worden, omdat elke verandering slechts achteruitgang kan zijn. Verschil met de Staat is dat in de hier geschetste samenleving sterke nadruk op de staatsgodsdienst ligt; het dagelijks leven is doortrokken van religieuze feesten, en op openlijk atheïsme staat de doodstraf. Plato beschrijft hier zeer gedetailleerd hoe de bevolking van jongs af aan geïndoctrineerd moet worden. Ook het bestuur van de staat wordt nauwgezet beschreven. De gekozen staatsfunctionarissen moeten na afloop van hun termijn rekenschap afleggen. Hen kan de doodstraf opgelegd worden, indien blijkt dat ze zich niet goed gedragen hebben.
Karl Popper The Open Society and its Enemies Karl Popper schreef zijn The Open Society and its Enemies onder invloed van de gebeurtenissen in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog,Dit verklaart, naar hij zelf later aangaf, waarom de toon van zijn boek hier en daar erg fel is: The fact that most of the book was written during the grave years when the outcome of the war was uncertain may help to explain why some of its criticism strikes me to-day as more emotional and harsher in tone then I could wish. But it was not the time to mince words, - or at least, this was what I then felt. (Uit het voorwoord tot de tweede druk.) toen het er een tijd lang naar uitzag dat nazi-Duitsland de oorlog zou winnen. Popper schreef een deel van de Open Society in Nieuw-Zeeland, ver weg van het Wenen, waar hij was opgegroeid. Hij zocht naar het waarom van de sympathie van veel intellectuelen voor allerhande totalitaire vormen van politiek, en naar de historische wortels van hun twijfel aan de haalbaarheid van een duurzame democratie. Deel I van zijn boek gaat voornamelijk over Plato (deel II over Hegel en Marx blijft hier buiten beschouwing). Op meerdere plaatsen geeft Popper zijn bewondering voor de filosoof Plato te kennenZo noemt hij bijvoorbeeld in het 10e hoofdstuk Plato The great sociologist, en vervolgt: Plato hated tyranny. Only hatred can see as sharply as he did in his famous description of the tyrant. Of, in het derde addendum Reply to a critic: My opinion that he was the greatest of all philosophers has not changed. Even his moral and political philosophy is, as an intellectual achievement, without parallel, though I find it morally repulsive, and indeed horrifying.. en hij was goed thuis in de Griekse filosofie.
Ook vóór Poppers boek hadden anderen al Plato's politieke uitlatingen als 'totalitair' gekenschetst. Popper noemt zelf als voorgangers de Engelse historicus George Grote (Plato: and the other companions of Sokrates uit 1865), Th. Gomperz' Griechische Denker uit 1896-1906, en R.H.S. Crossman: Plato Today uit 1937. Men kan verder denken aan No Compromise. The conflict between two worlds uit 1939, van Melvin Rader, die Plato's utopia vergelijkt met het fascisme.His Utopia, with its censorship and class stratification, exhibits a rigidity almost as unhealthy as Fascism. Zie hier voor de tekst van dit werk. En andersom zagen in de jaren dertig van de 20e eeuw sommige aanhangers van het nationaalsocialisme in Duitsland in Plato een voorloper.Bijvoorbeeld K. Hildebrandt: Platon, Der Kampf des Geistes um die Macht, Berlin, 1933. Joachim Bannes: Hitlers Kampf und Platons Staat. Eine Studie über den ideologischen Aufbau der nationalsozialistischen Freiheitsbewegung, Berlijn, 1933. Hans Grunsky: Seele und Staat. Die psychologischen Grundlagen des nationalsozialistischen Siegs über den bürgerlichen und bolschewistischen Menschen, Berlijn 1935.
Poppers boek kwam echter hard aan, voornamelijk omdat hij uitgebreider dan wie ook inging op wat Plato feitelijk te zeggen heeft op het gebied van 'politiek', en dat op buitengewoon heldere wijze. De overgrote meerderheid van de Plato-kenners was en is meer geïnteresseerd in andere aspecten van Plato's filosofie, en loopt liever met een bocht om het onderwerp 'politiek' heen. Ook de Neoplatoonse filosofen hebben nooit aandacht gehad voor het politieke aspect van Plato's werk, dat dus nauwelijks enige weerklank heeft gehad in de geschiedenis van de (politieke) filosofie.Cicero heeft weliswaar een De re publica en een De legibus geschreven, maar dit zijn slechts naar de vorm imitaties van Plato. Een kleine uitzondering op het geïsoleerd zijn van Plato's politieke denkbeelden zou de lijn zijn die via Polybius loopt naar de Renaissance (volgens Wilamowitz, zie zijn Platon Deel I, p. 658) of naar Machiavelli (volgens Klosko, The development of Plato's political theory, p. 220): Polybius citeert nl. Plato's Wetten. Indien deze beïnvloeding inderdaad heeft plaatsgevonden, dan is dit toch maar een dun lijntje. Maar Popper nam de moeite gedetailleerd na te gaan wat Plato over 'politiek' te zeggen had, juist omdat het zo'n groot filosoof betrof.
Plato's kernvraag luidt: Wie moeten de macht hebben in de ideale staat? Volgens Popper is dit een verkeerd uitgangspunt. Het is veel wezenlijker ervoor te zorgen dat de politieke instituties goed zijn ingericht. Deze moeten nl. zo veel mogelijk de schade kunnen beperken wanneer de macht in handen komt van incompetente of corrupte leiders. De perfecte leiders zoals Plato die hoopte te kunnen vormen zijn een hersenschim. Dit hangt daarmee samen, dat Plato dacht goede leiders te kunnen vormen door een speciale opleiding en training, met als ultiem doel dat de leerlingen de (Plato's) waarheid zagen. Voor Popper daarentegen is de beste leerling niet hij die de waarheid van de leraar onderschrijft, maar degene die hier kritisch tegenover staat, en onafhankelijk van geest is. Aan dat soort mensen heeft een maatschappij het meest. Dit verschil op zijn beurt hangt samen met hun beider maatschappijvisie: voor Plato moest eens en voor al de ideale maatschappij ingericht worden. Popper ziet het zo dat elke maatschappij ons onverwachte, onvoorspelbare, uitdagingen stelt, waarop we dan adequaat moeten reageren. En daartoe is een kritische, onafhankelijke geest het best in staat.