thumb|Het slot rechtsboven op de kaart van 1865
Slot Valckesteyn was een kasteel in de Zuid-Hollandse plaats Poortugaal. Het werd tussen 1304 en 1311 gebouwd in opdracht van heer Nicolaas III van Putten en Strijen. In 1826 werd de overbodig geworden versterking afgebroken. Het kasteel stond op een hoge plek binnen de dijkring op de hoek van een eiland, waar de Maas en Merwede samen kwamen. Resten zijn nog terug te vinden in het gebied dat omsloten wordt door Poortugaalseweg, de Varleweg en de Slotsedijk in Poortugaal. Stichting Landmark Valckesteyn zet zich in 2026 in om de contouren van het bouwwerk weer zichtbaar te maken op het kasteelterrein.
De heer van Putten sloot er gevangenen op uit de landen van Putten, Portegael en Strijen. Ingezetenen van het Land van Portegael mochten er in tijden van gevaar hun have en goed veilig stellen.
Het slot was van militaire betekenis, de sterkte was voorzien van dikke muren. Het weerbare karakter werd mede bepaald door twee torens. Het kasteel heeft verschillende belegeringen doorstaan, vooral tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten. In 1489 werd het echter geplunderd door 300 Hoekse soldaten die, nadat Jonker Frans van Brederode Rotterdam had ingenomen, de Kabeljauwen een lesje wilden leren.
Geschiedenis Bouw Bouwkundig behoorde slot Valckesteyn tot de waterkastelen, wat betekende dat het omgeven was met een slotgracht. Het kasteel bestond uit een indrukwekkende grote toren of donjon dat behoorde tot de grootste in Holland en besloeg een oppervlakte van 10 bij 18 meter. Met muren van minimaal twee meter dik werd de donjon, door een tussenmuur in twee ruimten verdeeld, respectievelijk 9 x 5,5 m en 4 x 5,5 m. Om de toren groepeerden zich de bijgebouwen en het geheel werd omgeven door een muur met of zonder weergang. Op drie hoeken bevonden zich torens en op de vierde hoek was een uitkijktoren. De onderzijde van de fundering ligt twee meter onder de grondwaterspiegel. Grote bouwputten zijn gebruikt die met behulp van tonmolens droog zijn gehouden.
De toegang naar de vrij eenvoudige hoofdingang was via een voorpoort, een brede weg en over een grote houten ophaalbrug. De hoofdverdieping had een hoogte van circa 4 meter met daarboven een verdieping en zolderruimte, met een door leipannen afgedekt schilddak. Een gekanteelde borstwering voorzien van een tinnenkrans omsloot de goot op de muren, terwijl zich arkeltorentjes bevonden op drie hoeken van het bouwwerk. Onder de uitkijktoren was een muurtrap die de verdiepingen met elkaar verbond. Vanaf de muurtrap kon je op elke verdieping een gemak bereiken die op een grote beerput in de fundering loosden. Aan de lange zijde aan de zuidkant van de toren bevond zich een ommuurde binnenplaats. De walmuren hadden een dikte van 1 meter en waren aan de binnenzijde versterkt door steunberen die de op bogen rustende weergang droegen. Tegen de westmuur op de binnenplaats bevond zich ook een gemak onder een boog van een weergang. Twee zware ronde torens van ongeveer 13 meter hoogte en een dikte van 1,25 meter sloten de walmuren op de hoeken af. De torens gingen van boven over in een achtkant, bekroond door een spits met dakkapel. Vanaf de torens werd het voorfront, de toegang tot het slot en de binnenplaats bewaakt. Uit praktische overwegingen beperkte men overal in de buitenmuur het aantal ramen. In het interieur bevonden zich tegen de scheidingswanden de schouwen.
Verbouwing thumb|Slot Valckesteyn in 1740 In 1588 heeft het slot een ingrijpende verbouwing ondergaan. Hierbij werd met een westvleugel op de binnenplaats uitgebreid. Daarnaast ontstond tegen de buitenzijde van de oostzijde van de walmuur op een talud van de gracht een uitgebouwde vleugel met een keuken en een voorpoortje. In de 17e eeuw verloren de torens hun spits en de borstwering zijn kantelen. Een klein ommuurd plaatsje met een hek kwam voor de poortingang, waarbij de flankdekking van de beide hoektorens teniet werd gedaan. De militaire waarde van Valckesteyn was toen opgehouden te bestaan. In de loop der eeuwen veranderde er veel in de indeling en aankleding. In 1817 vermeldde de verkoopaankondiging dat het interieur bestond uit "ruime zalen en spatieuse beneden- en bovenkamers, meest gestucadoord en behangen, grote keuken en andere commoditeiten, mitsgaders een fraaie hermitage, alsmede een chineese coepel."
Afbraak thumb|Huidige situatie In de jaren 1826-1827 werd het kasteel door sloper Sablee uit Haarlem afgebroken. De vrijkomende stenen, zogenaamde kloostermoppen, werden verkocht voor fl. 1,00 per 100 stuks. Mensen uit de omgeving kochten stenen voor allerlei doeleinden. Op het stuk grond dat vroeger door grachten was omsloten zijn nog enige verhogingen te zien, vermoedelijk van fundamenten van het er ooit aanwezige kasteel.
Archeologie In 1961-1962 is door Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam (BOOR) een archeologische opgraving uitgevoerd waarbij een Romeinse woonlaag werd aangetoond en daarnaast enkele muren, steunberen en de fundering van het middeleeuwse kasteel werden gevonden.p. 477-478 van: Kastelen binnen de hoge heerlijkheid Putten / C. Hoek. - In: Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, jrg. 13 (1963), p. 460 – 494. Digitaal beschikbaar via https://doi.org/10.17026/dans-2xb-jt39
Later heeft het BOOR een karterend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. De gemeente Albrandswaard en het voormalig Waterschap IJsselmonde willen de voormalige gracht opnieuw watervoerend maken. Het onderzoek was gericht op de vraag of de gracht rondom de fundamenten als waterberging te gebruiken was, zonder daarbij de vroegere grachtvulling te verstoren. Daartoe zijn grondboringen gezet om de begrenzing van de buitenzijde van de vroegere gracht alsmede de hoogteligging van de bovenzijde van de grachtvulling vast te stellen.
Naam In een oorkonde uit 1372 wordt gesproken van 'huus van Poirtegale'. Bij een uitgifte van een uitgors op 6 april 1380 wordt over de Zwedersdike gesproken. Wanneer ze op valkenjacht gingen verbleven sommige graven van Holland zich op het kasteel.
Op 5 september 1454 werd het slot te leen gegeven aan Willem Cuser van Buschusen als "ons steenen huijs Valckensteijn dat gemeinlijc geheeten wort Costverloren in Poortegael". In 1570 verwierf Boudewijn van Roon het zwaandrift aan het "huys, slott ende erve tho Valckenstein". In 1761 werd het slot Klein Valckensteyn genoemd. Regelmatig wordt ook de naam Kasteel Valkenstein gebruikt.
Eigenaren en bewoning Overzicht van de eigenaren en hun bewoners van het kasteelo.a. gebaseerd op: Hoek (1963), p. 474-477: 1400 - 1458: Jacob Heer van Gaesbeek, Putten en Strijen 1458 - 1500: Simon Vrederic 1500 - 1506: Gilles van Valckesteyn (oudste zoon van Symon Vrederic) 1506 - 1555: Dirck van Swieten en Jacob Willemz van Boschuijzen (via koop) 1555 - 1578: Boudewijn van Roon (via koop) 1578 - 1582: Gerrit van Roon 1582 - 1588: Willem van Lamsweerde (via koop) 1588 - 1704: Joas Grijph van Valckesteyn (via koop) en nageslacht Grijp 1704 - 1737: Maria van der Duijn 1737 - 1738: Cornelis Alardus Oem 1738 - 1754: Wilhelmus Hoogerwaard, Heer van Waverveen (via koop) 1754 - 1761: Carel Willem Hoogerwaard (zoon van Wilhelmus Hoogerwaard) 1761 - 1817: Theodorus Schepman en geslacht Schepman (via koop) 1817 - 1826: Hubertus Pieter Anthony Tijken (via koop) 1826 - 1827: Sablee (koop; sloop)
Valckesteyn Categorie:Bouwwerk in Albrandswaard Categorie:Voormalig bouwwerk in Zuid-Holland Categorie:Geschiedenis van Albrandswaard Valckesteyn