thumb|William Wordsworth
The Prelude; or, Growth of a Poet's Mind (De Prelude; of Groei des Dichters Geest) is een autobiografisch, episch gedicht in blank vers van de Engelse dichter William Wordsworth (1770-1850). Het centrale thema van dit lange gedicht is de ontwikkeling van de verteller als dichter. Hij gaat op zoek naar de krachten die zijn verbeelding hebben gevormd en reflecteert op zijn geestelijke crisis en herstel. Wordsworth schreef de eerste versie toen hij 28 jaar was en bleef er de rest van zijn leven aan verder werken zonder het te publiceren. Hij gaf het ook nooit een titel; hij noemde het "Gedicht (titel nog niet vastgelegd) opgedragen aan Coleridge" en verwees er in zijn brieven aan zijn zuster Dorothy naar als "het gedicht over mijn geestelijke groei" ("the poem on the growth of my own mind"). Pas drie maanden na zijn dood, in 1850, werd het bij het grote publiek bekend als The Prelude, een titel die zijn vrouw Mary het had gegeven. De naam verwijst ernaar dat Wordsworth dit gedicht oorspronkelijk gepland had als inleiding op een ander, groots opgevat werk, dat hij echter nooit heeft voltooid.
Achtergrond Toen Wordsworth in 1798 aan deze compositie begon, was hij al enkele jaren teruggekeerd uit Frankrijk, gedesillusioneerd over de Franse Revolutie en depressief over zijn scheiding van Annette Vallon, een Frans meisje dat hij daar had leren kennen. Hij woonde sinds 1795 samen met Dorothy, niet alleen zijn zuster, maar ook zijn beste vriendin en vertrouweling. Datzelfde jaar ontmoette hij Samuel Taylor Coleridge en hun samenwerking leidde in 1798 tot de gedichtenbundel Lyrical Ballads, die een hoeksteen werd van de Engelse romantiek. Veel van Wordsworths beste gedichten ontstonden in het decennium 1797-1807, een periode waarin de dichter zijn met Coleridge gedeelde visie over een subjectieve poëzie vormgaf. Het gedicht The Prelude begint in zijn jeugd en eindigt in 1798 wanneer hij vindt dat zijn vormende jaren waren verstreken en zijn poëtische krachten tot wasdom waren gekomen. Dat jaar voelde hij zich klaar om een groots episch werk aan te vatten.
Spirituele autobiografie In dit werk reflecteert Wordsworth op zijn poëtische roeping zoals die zich geleidelijk ontwikkelde in de loop van zijn leven. De focus en de stemming van het gedicht verschillen echter sterk van de neoklassieke periode en plaatsen het veeleer in de romantiek. Terwijl John Milton (die hij met naam noemt in versregel 181 van Book First, Editie 1805) in Paradise Lost Gods schepping en de zondeval van de mens herschrijft om "de wegen van God ten opzichte van de mens te rechtvaardigen", kiest Wordsworth zijn eigen geest en verbeelding als een waardig onderwerp voor een episch gedicht.
In deze spirituele autobiografie maakt Wordsworth gebruik van de metafoor dat het leven een reis is waarbij het einde samenvalt met het begin. Het gedicht begint met de beschrijving van een letterlijke reis met als bestemming het dal van Grasmere. The Prelude vertelt ook een aantal latere reizen, met name de oversteek van de Alpen in boek 6 en, in het begin van het laatste boek als climax, de beklimming van de Snowdon. In de loop van het gedicht worden dergelijke letterlijke reizen het metaforische vehikel voor een spirituele reis - de zoektocht in het geheugen van de dichter.
The Prelude begint met een evocatie van de kindertijd die de dichter in het Engelse Lake District doorbracht. Vanuit dat onschuldige leven ontplooit zijn poëzie zich en daarna begint hij de groei van zijn jeugdige geest te onderzoeken. Het gedicht volgt zijn ontwikkeling vanaf de haast dierlijke genoegens van het jonge kind met zijn intense zintuiglijke leven naar de sensuele passie van de adolescent, ten slotte uitkomend bij het volwassen bewustzijn en zijn gevoel voor de menselijke en morele wereld. Aan de eerste fase die het kind doormaakt komt een einde wanneer het begint het menselijk lijden te begrijpen. Dan begint een spirituele interpretatie van de natuur. Deze gedachten en de manier waarop Wordsworth in zijn gedichten de natuur als een levend wezen beschrijft worden ook 'natuurlijk pantheïsme' genoemd. Het pantheïsme is bij de jonge Wordsworth vooral aanwijsbaar wanneer hij spreekt over de eenheid van God, mens en natuur, en wanneer hij het in The Prelude heeft over The interior life [...] In which all beings live with god, are lost in god and nature, in one mighty whole. Het was overigens vooral zijn vriend Coleridge die met filosofie en met name Spinoza bezig was en hij vatte het spinozisme samen als: "Each thing has a life of its own, and we are all one life" (Ieder ding heeft zijn eigen leven en samen zijn we één leven).
Structuur thumb|De Derwent
Oorspronkelijk was The Prelude bedoeld als proloog van een lang, driedelig filosofisch gedicht dat Wordsworth The Recluse wilde noemen. De structuur voor dat werk had zijn vriend en medewerker Coleridge op zijn verzoek uitgedacht en hem in een brief toegestuurd., Coleridge: Darker Reflections, hoofdstuk 8. Niettegenstaande Wordsworth met dit plan al zo vroeg begonnen was en er nog mee bezig was tot kort voor zijn dood, slaagde hij er alleen in om The Prelude en het tweede deel van The Excursion af te krijgen. Van de rest van de geplande delen schreef Wordsworth slechts enkele fragmenten. Het gedicht heeft geen strofen en elk 'book' leest als één lange, ononderbroken toespraak. Wordsworth was een bewonderaar van die andere grote epische dichter, John Milton, en laat op dezelfde manier zijn versregels op de volgende lijn doorlopen, wat enjambement wordt genoemd. In het weergegeven fragment hiernaast is goed te zien, en vooral te horen, dat Wordsworth zijn regels niet per se laat rijmen, maar een stuwend ritme met vijfvoetige jamben in blank vers toepast: That one,/ the fai/rest of /all ri/vers, loved To blend/ his mur/murs with /my nur/se's song
In het gedicht zijn drie opeenvolgende delen te onderscheiden: Boeken 1 tot 7 bieden een fantasievolle beschrijving van zijn jeugd en studietijd; boek 8 is hiervan een soort reprise; boeken 9 en 10 (en 11 in de editie van 1850) worden "The Revolution Books" genoemd en beelden zijn avonturen in Frankrijk en Londen af, in een meer verhalende stijl; boeken 11, 12 en 13 (12 - 14 voor editie 1850) zijn vooral metafysisch en zijn gewijd aan een poging om tot een filosofie van de kunst te komen, waarbij het laatste deel, boek 13, een kleine samenvatting geeft. Elk van deze drie secties komt ongeveer overeen met een fase in Wordsworths ontwikkeling als dichter en met een periode in zijn leven. De eerste dateert uit de tijd van zijn intuïtieve afhankelijkheid van de natuur, toen hij eenvoudige en elegante teksten schreef. De tweede representeert de periode van zijn sterke en inspirerende sonnetten en odes toen hij hoog opliep met de vrijheidsidealen van de Franse Revolutie en het rationalisme van William Godwin. Het laatste deel valt samen met zijn latere orthodoxere jaren, toen hij werken schreef zoals The Excursion en Ecclesiastical Sonnets. The Prelude staat op het kruispunt van deze ontwikkeling, want het bevat passages in de drie verschillende stijlen.
Fragment uit The Prelude over de rivier Derwent Was it for this That one, the fairest of all rivers, loved To blend his murmurs with my nurse's song, And, from his alder shades and rocky falls, And from his fords and shallows, sent a voice That flowed along my dreams? For this, didst thou, O Derwent! winding among grassy holms Where I was looking on, a babe in arms, Make ceaseless music that composed my thoughts To more than infant softness, giving me Amid the fretful dwellings of mankind A foretaste, a dim earnest, of the calm That Nature breathes among the hills and groves. ...
Vertaling Was het daarvoor Dat een der allermooiste rivieren placht haar gemurmel te vermengen met 't wiegelied van mijn verzorgster en, vanuit het lommer van elzen en rotsige schietstroom en haar ondiepten, een stem zond die stroomde langs mijn dromen? Want dit deed jij, O Derwent! vloeiend tussen grasrijke eilandjes waar ik als zuigeling naar keek, je gestage muziek aanhorend die mijn gedachten vormde tot kindse zachtheid, als voorproef voor mij en de gejaagde mens, een vermoeden van de rust die Natuur ademt tussen de heuvels en de boomgaarden. ... Vertaling van The Prelude, Book One
Hierna volgt een korte samenvatting van de dertien hoofdstukken ('books') van de editie uit 1805, de door critici meest geprezen versie. In totaal gaat het om circa 8500 versregels.
Inhoud Boek 1: Introductie, kindertijd en schooltijd miniatuur|links|Het meer van Ullswater, tafereel van Wordsworths Boat-Stealing Episode.
Het is een prachtige herfstdag en als de dichter de stadsmuren van Londen achter zich laat, begroet hij de wind als een boodschapper en vriend voor betere tijden. In Londen voelde Wordsworth zich als een gevangene (a captive) in een stad als een huis van slavernij (a house of bondage). Hij betreurt het dat hij te veel tijd heeft doorgebracht in de grootstad en dat hij er nu pas is in geslaagd om naar zijn geliefde Lake District terug te keren, waar hij zijn kindertijd en adolescentie doorbracht. Met behulp van flashbacks beschrijft hij die gelukkige tijd en de ontwikkeling van zijn jonge dichterlijke geest.
Een van de belangrijkste concepten van Wordsworths autobiografische epos is dat onze identiteit en karakter worden gevormd door bijzondere ogenblikken in ons bestaan ("spots of time")"Spots of time" legt Wordsworth uit in Book XI, editie 1805, versregel 258 en verder. die onze geest voeden en in een bepaalde richting stuwen. Voor Wordsworth zelf gaat het om memorabele ontmoetingen met de natuurlijke wereld. Een van de bekendste fragmenten uit Book One is hier een goed voorbeeld van. In The Boat-Stealing EpisodeZie Nederlandse vertaling van de 'boat stealing episode' op Wikisource. beschrijft de dichter hoe hij als jonge knaap een boot ‘steelt’ en midden in de nacht gaat roeien op het meer van Ullswater. Hoe verder hij het meer oproeit, hoe hoger en bedreigender ("like a living thing") de heuvel voor hem oprijst, alsof hij hem wil straffen voor zijn daad. Deze ervaring blijft nog lang daarna in zijn geest rondspoken.
Boek 2: Schooltijd (voortzetting) Hoewel de jonge William naar de grammar school in Hawkshead ging, vermeldt hij dat niet. De enige vorm van leren waar hij het in dit gedeelte over heeft, zijn uitstapjes in de natuur. Hij weidt uit over sport en spel en evoceert onder meer de bootraces die de kinderen in de zomer op het meer hielden. Reeds als kind, zo maakt hij duidelijk, hechtte hij sterk aan rust en onafhankelijkheid en leek hij innerlijke kracht te putten uit eenzaamheid. Stilaan neemt zijn vermaak subtielere vormen aan, als resultaat van de studie en de waardering van de natuur en het landschap.
Boek 3: Verblijf te Cambridge Nu zijn opvattingen grotendeels gevormd zijn, moet de dichter beslissen hoe uiting kan geven aan zijn nieuwe inzichten. Hij vermeldt activiteiten en ervaringen aan de universiteit zoals lezingen en examenangst, maar is niet erg geïnteresseerd in academische onderscheiding, al maakt hij zich soms zorgen over zijn materiële toekomst. Na zijn leven als student verlaat hij zijn metgezellen en trekt hij naar het platteland. Daar reflecteert hij onder meer op het onderwijssysteem, dat in zijn ogen veel beter was tijdens de renaissance. Hij had verwacht dat de universiteit een verrijkende ervaring zou zijn, maar dat viel hem erg tegen. De acht maanden die hij tot hiertoe doorbracht aan de universiteit, met haar competitiedrang en drukkende sfeer, steken ongunstig af bij de weldoende natuur van het platteland. In positieve zin ziet de jonge William deze periode als een overgangsfase van zijn eenzame jeugd naar de zeden en manieren van de volwassenen.
Boek 4: Zomervakantie left|miniatuur|Lake Windermere