thumb|350px|Negentiende-eeuws gezicht op Deventer thumb|Gemeente Deventer in 1867 Dit artikel beschrijft de geschiedenis van de stad Deventer. Deventer is een van de oudste steden van Nederland. De plaats staat al in 9e-eeuwse bronnen van het bisdom Utrecht vermeld. In een oorkonde uit 877 wordt gesproken over zeven hoeven in Daventre portuD. Otten (2006), Lebuïnus, een gedreven missionaris, blz 53-57, Uitgeverij Verloren, (de haven bij Deventer). In 952 wordt Deventer in een schenkingsoorkonde van koning Otto I als stad vermeld.Vermelding van Deventer als stad (urbs) in een schenkingsoorkonde van koning Otto I aan het Mauritiusklooster in Maagdeburg, Online versie. Ook werd Deventer zeer vroeg een civitas genoemd, zie meer in: A.C.F. Koch (1992), Die Anfänge der Stadt Deventer in: Tussen Vlaanderen en Saksen: uit de verspreide geschiedkundige geschriften van A.C.F. Koch (1923-1990), Hilversum, blz. 37. Nadat de plaats in de loop der tijd steeds meer rechten en privileges had verworven, ontving ze in 1123 van keizer Hendrik V de beschikking over de gemeentelijke gronden. Dit wordt door historici beschouwd als het moment van verkrijgen van stadsrechten door de inwoners.M. Bartels en H. Slechte (2007), Deventer, missiepost en handelsnederzetting aan de IJssel, blz. 40, in: Overijsselse Historische Berichten 122, blz. 33-50. Gearchiveerd op 22 maart 2012.
(Pre-)Romeinse tijd Op het huidige grondgebied van de gemeente Deventer zijn op diverse plaatsen restanten gevonden uit de ijzertijd en de Romeinse tijd. Zo zijn in 2008 bij archeologische opgravingen ter hoogte van de Siemelinksweg sporen gevonden van een huis dat daar in de vroege ijzertijd heeft gestaan.NU.nl over archeologische vondsten
Bij eerdere opgravingen zijn in het stadsdeel Colmschate voorwerpen gevonden, waaruit valt te concluderen dat daar in de Romeinse tijd een Germaanse nederzetting heeft gelegen. Daarnaast zijn er bij opgravingen Romeinse munten uit de 3e en 4e eeuw gevonden, evenals een beeldje van de Romeinse godin Victoria.
Middeleeuwen Vroege middeleeuwen thumb|Deventer stuiver uit 1509, zilver. De voorzijde toont de Deventer stadsheilige sint Lebuïnus, de keerzijde de adelaar uit het stadswapen. In de 8e eeuw trokken boeren van de Veluwe wegens de verdroging van hun hooggelegen gronden naar het IJsseldal. De Franken hadden ijzeren ploegen meegebracht, waarmee de boeren de zware rivierklei de baas werden. De later heilig verklaarde Angelsaksische missionaris Lebuïnus, stak in 768 de IJssel over en bouwde een houten kerkje op de plek waar nu de naar hem genoemde Grote of Lebuïnuskerk staat.
Vanaf de 9e eeuw werd de plek waar Deventer nu ligt continu bewoond. De IJssel speelde een belangrijke rol voor vissers, boeren en handelaars die zich vestigden op de oever. Waarschijnlijk is de plaats tot bloei gekomen nadat kooplieden uit Dorestad hierheen waren gevlucht voor de Vikingen. Ook bisschop Hunger van Utrecht week in 857 uit naar Deventer en stichtte daar een plaatsvervangend hof. De bisschopszetel was er zo'n 65 jaar gevestigd. Deventer werd zo een religieus centrum binnen het bisdom Utrecht. Deventer werd echter in 882 ook geplunderd door de Vikingen. (2003): De Waag in Deventer, 475 jaar geschiedenis. Walburg pers,
Na een lange periode van strijd om de Veluwe werd dit gebied in 1196 definitief overgenomen door toen nog de graaf van Gelre. Het Sticht Utrecht, een vorstendom bestuurd door de bisschop van Utrecht, werd daardoor in tweeën gesplitst. Het gebied aan de oostzijde van de Veluwe werd het Oversticht genoemd. Deventer werd de primus inter pares (“de eerste onder zijns gelijken") van de Overstichtse steden, de stad die het initiatief nam in het contact naar de landsheer van het Utrechtse sticht in alle wereldlijke aangelegenheden, en bleef dat tot 1798. Toen werd Zwolle hoofdstad: van eerst het Departement van de Oude IJssel; daarna van het Departement Overijssel; en na de inlijving door het Eerste Franse Keizerrijk, van het Departement Monden van de IJssel of Bouches-de-l'Yssel; en ten leste in 1814 van de provincie Overijssel. Het protocol van het Deventer stadsrecht was leidraad bij het opstellen van de protocollen voor andere plaatsen in het Oversticht die stedelijke privileges kregen, zoals bijv. Zwolle, Kampen en Rijssen.
Muntslag thumb|De Muntentoren, gelegen aan de Muntengang te Deventer. In Deventer werden aan het eind van de 10e eeuw koninklijke munten geslagen, vanaf 1046 werden dit bisschoppelijke munten.B.J. van der Veen, Een Utrechtse munt, getuigend van een investituurstrijd tijdens Koenraad van Zwaben en Hendrik VI, blz.44, in: E.H.P. Cordfunke et al. (2004), van Solidus tot Euro, Uitgeverij Verloren, Met name in de 11e en 12e eeuw was Deventer een van de belangrijkste handelsplaatsen in wat nu Nederland is. Vanaf het laatste kwart van de 15e eeuw ging de stad op eigen gezag munten slaan, waarbij men zich beriep op keizerlijk recht. In de 16e eeuw muntte Deventer vooral gezamenlijk met de andere IJsselsteden Kampen en Zwolle, de zogenoemde Driestedenmuntslag. Het muntrecht was een recht dat alleen echt kapitaalkrachtige plaatsen verkregen en konden uitoefenen. Van de ruim 9000 in het huidige Nederland en Oost-Friesland gevonden munten uit de periode 1040-1100 zijn er niet minder dan 1639 uit Deventer. Deventer munten van latere perioden zijn bij opgravingen in het hele gebied van de Hanze gevonden. Ook tijdens de periode van de Republiek sloeg Deventer zijn eigen stedelijke munten. In 1698 liet de inmiddels verarmde stad zich door de Generaliteit het muntrecht afkopen. In 1708 is te Deventer de laatste stedelijke munt geslagen.Gropp, S., Die Städtische Münzprägung zu Deventer und Nimwegen 1528/43-1591, Städtischer Partikularismus gegen habsburger Zentralismus in den östlichen Niederlanden, diss. Nijmegen 2001. De laatste Deventer muntinrichting was gevestigd in een gebouw tussen de Rijkmanstraat en de Zandpoort, waar zich nu aan de Muntengang het munttorencomplex bevindt.
Hanze Waarschijnlijk eind 13e eeuw sloot Deventer zich aan bij de Hanze. Dit was een vanuit Noord-Duitsland ontstaan verbond van steden die, vrijwel onafhankelijk van hun landsheren, onderling handelsovereenkomsten sloten. Op het hoogtepunt van de Hanze, midden 15e eeuw, omvatte dit een groot netwerk van geregelde handelscontacten van de Baltische staten tot Engeland en van Noorwegen tot diep in Oostenrijk.
thumb|Wapen van Deventer De stad was een havenstad. Grote schepen konden tot aan Deventer landinwaarts de IJssel bevaren en aan de kade aanleggen. De Schipbeek was in opdracht van de stad tot in Münsterland bevaarbaar gemaakt voor kleine rivierschepen. Ze mondde vroeger aan de zuidzijde van de stad uit in de IJssel en vormde daar een natuurlijke haven. Handelscontacten overzee bestonden met name met het Noorse Bergen, voor stokvis, en met het nu Zuid-Zweedse, maar in die tijd Deense Skåne (spreek uit "Skoone") waar haring vandaan kwam. Deventenaren werden daarom vroeger ook wel stokvissen of Schoonevaarders genoemd. Ook werd veel gehandeld met het Duitse Rijnland, de namen "De Wezel" en "die Köln" in de gevel van het pand Assenstraat 10 herinneren hier nog aan. De stad was tot aan het einde van de middeleeuwen in het gebied dat nu Nederland is een vooraanstaande handelsstad met Duits keizerlijke privileges, zoals het slaan van gouden munten.
In 1334 werd Deventer door een grote stadsbrand getroffen.
In 1456 boden de Overstichtse Hanzesteden weerstand tegen de door de Bourgondiërs voorgestelde kandidaat voor de Utrechtse bisschopszetel. De Bourgondische hertogen, en hun vertegenwoordigers/aanverwanten, stonden een meer centralistisch geleide politiek voor waarin de steden minder hun privileges konden laten gelden. De hertog van Bourgondië, Filips de Goede trok met een leger vanuit Utrecht op naar Deventer. Na een kort beleg kon de hertog de stad, en daarmee ook de andere Overstichtse steden, zijn wil op leggen. Het werd het begin van het verval van de macht van de Hanze in de noordelijke Nederlanden. De stad mocht zich vanaf 1495 evenals Zwolle en Kampen nog wel een 'vrije rijksstad' noemen. De bestuurders van Deventer zagen daar aanleiding in het stadswapen te tooien met de Duitse rijksadelaar en de keizerskroon.
De stad bereikte aan het eind van de 15e eeuw economisch zijn hoogtepunt. Er werden toen jaarlijks vijf grote markten gehouden die ieder weken duurden en waarvoor tot ver buiten de Nederlanden belangstelling was. Deventer was een centrum voor internationaal actieve kooplieden. Aan het begin van de 16e eeuw zou het economisch zwaartepunt in de noordelijke Nederlanden definitief verschuiven naar de steden in Holland en Zeeland.
Moderne Devotie Deventer groeide vanaf het eind van de 14e eeuw uit tot een belangrijk centrum van geestelijke (her)vorming. In 1340 werd Geert Grote in Deventer geboren als telg uit een rijke handelsfamilie. Grote vond geen voldoening in de handel en richtte zich op religieuze zaken. Met de bestaande, volgens hem corrumperende kerkelijke praktijken had hij ook geen vrede. Hij stichtte in de stad de eerste gemeenschap van de zusters van het Gemene Leven, een gemeenschap van leken (niet gewijde geestelijken). De zusters, en kort daarna ook broeders, wilden een geestelijk reveil tegen de verloedering van het leven van de clerus en de verruwing van de volkse zeden. Hun voornaamste bezigheden waren het zorg dragen voor de studerende jeugd en het verbeteren van de leefomstandigheden van de bevolking.
Geert Grote (overleden in 1384) is daarmee de grondlegger van de nog steeds bestaande beweging van de Moderne Devotie. Hij stelde de beginselen en regels op schrift voor de gemeenschappen van de broeders en zusters des gemenen levens. Aangenomen wordt dat de belangrijkste vertegenwoordiger van de Moderne Devotie Thomas a Kempis (Kempen, ca. 1380 - Zwolle, 25 juli 1472) de geschriften van Grote verwerkt heeft in zijn boek De navolging van Christus. Dit boek is na de Bijbel nog steeds het meest gelezen boek onder christenen over het geestelijk leven.
De gemeenschap groeide gestaag, er ontstonden al snel broeder- en zustergemeenschappen in de IJsselstreek en van daaruit in de andere gewesten die nu Nederland vormen. Door de internationale handelscontacten die Deventer (en ook Zwolle) had verbreidde de beweging zich ook over de Hanzeatische wereld, met name het noorden en oosten van Duitsland (het vroegere koninkrijk Saksen en delen van het huidige Polen), de omgeving van Keulen en in Zuidoost-Engeland. Het uiteindelijk belangrijkste klooster van de gemeenschap stond in Windesheim, daarom wordt ze ook wel aangeduid als de Congregatie van Windesheim. De Moderne Devotie heeft als hervormingsbeweging binnen de kerk de Reformatie, die in de 16e eeuw tot volle bloei kwam, niet kunnen voorkomen en zelfs in zeker opzicht voorbereid door de nadruk te leggen op persoonlijke devotie en eigen verantwoordelijkheid tegenover God.
Latijnse School Voor de stad zeer bepalend was de ontwikkeling die de reeds lang bestaande kapittelschool tot een hoog aangeschreven Latijnse stadsschool doormaakte onder invloed van de Broeders des Gemenen Levens. Thomas a Kempis genoot er eind 14de eeuw zijn basisopleiding. Eind 15e eeuw, van 1483 tot 1493 zou de school onder leiding van de rector Alexander Hegius tot een van de belangrijkste intellectuele centra van de Noordelijke Nederlanden uitgroeien. Hegius introduceerde het Grieks als vak, een unicum voor die tijd. De nog jonge Desiderius Erasmus kwam daarom voor een korte periode naar Deventer. Uit zijn geschriften is bekend dat hij te Deventer onder andere een lezing heeft bijgewoond van de belangrijke vroeghumanist en theoloog/filosoof Rudolf Agricola (1443?4-1485). Deze was daartoe waarschijnlijk uitgenodigd door zijn vriend en oud-leerling Hegius. De Latijnse School in Deventer wordt wel de 'bakermat van het humanisme' genoemd.Jan Bloemendal: Spiegel van het dagelijkse leven?. Hilversum, Verloren, 2013, pag. 16
Boekdrukkunst