De Bielheimerbeek is een beek in de Nederlandse provincie Gelderland, in de Achterhoek. Zij ontvangt ten westen van Westendorp het water van de Boven-Slinge en mondt bij Gaanderen uit in de Oude IJssel. De beek dankt haar naam aan het middeleeuwse augustijnenklooster Bethlehem, in oude bronnen ook Bielheim of Belhem genoemd, dat tussen Doetinchem en Gaanderen aan de oever lag. De beek wordt beheerd door het Waterschap Rijn en IJssel.
Loop thumb|Bielheimerbeek bij kasteel Slangenburg, Doetinchem De Bielheimerbeek vormt het benedenstroomse vervolg van de Boven-Slinge, die bij Kotten in de gemeente Winterswijk vanuit Duitsland het Nederlandse grondgebied binnenkomt. Ten westen van Westendorp gaat de Boven-Slinge over in de Bielheimerbeek, die vervolgens in westelijke richting stroomt langs IJzevoorde en het landgoed Slangenburg, om bij Gaanderen in de Oude IJssel uit te monden.
In het stroomgebied liggen, behalve het natuurgebied rond Slangenburg, de buurtschap Rekhem en het bosgebied De Pol. Het traject ten oosten van Slangenburg, dat de Boven-Slinge en de Bielheimerbeek verbindt, vormt onderdeel van een natte ecologische verbindingszone die loopt van Winterswijk tot Gaanderen en die deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur).
Geschiedenis
Oorsprong: kloostermolen Bethlehem Oorspronkelijk was de Bielheimerbeek een klein beekje bij het augustijnenklooster Bethlehem, dat aan het einde van de twaalfde eeuw werd gesticht. In een oorkonde uit 1231 wordt op deze plek al gesproken van een vallum molendinare (molendal), en in 1285 van de weg die iuxta molendinum in Bethlehem (langs de molen in Bethlehem) liep. De kloostermolen functioneerde als koren- en mogelijk ook als oliemolen.
Volgens streekhistorici hebben de monniken van Bethlehem de beek in de middeleeuwen verlegd en aanzienlijk verlengd, om de watertoevoer naar de kloostermolen te waarborgen. Zij koppelden de oorspronkelijke korte Bielheimerbeek aan de Slingebeek, die daardoor in feite werd opgedeeld in een Boven-Slinge en een Beneden-Slinge (ook wel Doetinchemse Slinge genoemd). De Boven-Slinge stroomde sindsdien via de aangepaste Bielheimerbeek westwaarts naar de Oude IJssel, terwijl de Beneden-Slinge via Slangenburg verder noordwaarts stroomde naar de Oude IJssel bij Doetinchem.
In 1518 ontstond een conflict met de stad Doetinchem, die bovenstrooms water van de Bielheimerbeek aftapte naar de Slinge om haar eigen stadsmolen aan te drijven. Een uitspraak uit 1519 bekrachtigde dat de broeders van Bethlehem recht hadden op voldoende water, omdat zij hun molen al meer dan tweehonderd jaar met die beek hadden aangedreven. Met het voortschrijden van de Reformatie verviel het klooster; in 1582 was de molen al buiten gebruik en in 1587 werd het kloostercomplex tijdens de Tachtigjarige Oorlog verwoest.
De ijzermolen van Olmius (1689–1809) Het molen- en waterrecht bleef na de teloorgang van het klooster in handen van de Staten van het Kwartier van Zutphen. Een eeuw lang lag het ongebruikt, totdat de Rotterdamse koopman Josias Olmius er in 1689 toestemming voor verwierf en op de plek van de oude kloostermolen een ijzermolen stichtte: de latere Rekhemse IJzermolen. Het was het eerste vroeg-industriële hoogovenbedrijf op Nederlandse bodem.
De waterhuishouding van de beek vormde voor de bedrijfsvoering van Olmius een blijvend probleem. De beek was waterarm; de stad Doetinchem stond opstuwing slechts toe van november tot en met april, eiste dat slakken werden opgeruimd en handhaafde een maximaal stuwpeil. Reeds in 1691 diende baron Frederik van Baer tot Slangenburgh een rekest in tegen de opstuwing, omdat zijn landerijen schade leden. De Landdag te Nijmegen bepaalde in 1695 dat het water niet hoger dan drie voet mocht worden opgestuwd, en alleen tijdens werktijd.
In 1794 werd de ijzermolen verplaatst naar Laag-Keppel, waar zij voortbestond als Keppelsche IJzergieterij. De resterende activiteit aan de Bielheimerbeek werd omstreeks 1809 stilgelegd. Het stuwwerk bleef gehandhaafd en kwam in handen van de stad Doetinchem.
Korenmolen Veldink en latere watermolens In 1845 werd op de Bielheimerbeek, iets stroomopwaarts van de plek waar de ijzermolen had gestaan, een korenmolen gebouwd. Deze onderslagmolen kwam later in handen van de gebroeders Veldink. Het waterrad kwam tot stilstand nadat zij hun waterrechten omstreeks 1920 voor 750 gulden verkochten; het bedrijf werd nadien op elektrische aandrijving voortgezet.
Hedendaags waterbeheer De Bielheimerbeek werd vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw, net als veel andere Achterhoekse beken, gekanaliseerd om het water sneller te kunnen afvoeren naar de Oude IJssel. Daarmee werd hoofdzakelijk een landbouwbelang gediend, maar de ingreep ging ten koste van de natuurlijke meandering en de ecologische waarde van de beek.
In 2001 werd de Bielheimerbeek nabij Gaanderen over een traject van 1.200 meter ecologisch heringericht. Hierbij werd onder meer de oude loop van de beek opgegraven; in dit oude tracé is een vispassage aangelegd. In het kader van het Masterplan De Pol werden bovendien vistrappen aangelegd en werd de loop van de Bielheimerbeek verlegd om de afwatering te vertragen. In het natuurgebied bij Hammink, aan de Vreeltstraat, werd een bypass gegraven.
In juli 2014 deed zich op de beek een grote sterfte van karpers voor, waarvan de oorzaak nooit volledig is opgehelderd. Op 22 februari 2017 werden door de Hengelsport Federatie Midden Nederland en het Waterschap Rijn en IJssel als compensatie 103 spiegelkarpers en schubkarpers in de beek uitgezet, in verschillende stuwvakken tussen Varsseveld en Gaanderen. De spiegelkarpers werden gemeten, gewogen en gefotografeerd, zodat zij later aan hun unieke schubbenpatroon individueel herkenbaar bleven.
Ecologie Onderzoek van het Waterschap Rijn en IJssel laat zien dat de macrofaunakwaliteit en het aantal zeldzame macrofaunasoorten in de Bielheimerbeek de laatste decennia zijn verbeterd, vergelijkbaar met andere Achterhoekse beken zoals de Aastrang, de Boven-Slinge en de Osink-Bemersbeek. Langs de Oude IJssel en het benedenstroomse deel van de Bielheimerbeek komt sinds enkele jaren weer de otter voor.
Recreatie Langs de Bielheimerbeek loopt onder meer het Möllepad, dat aansluit op het Pieterpad en het regionale klompenpad Ganderpad. In de directe omgeving liggen het natuurgebied De Watertap (sinds 2018 ingericht door de stichting Buur maakt Natuur), de rivierduinen van Gaanderen en de zeventiende-eeuwse herberg Het Onland aan de rand van het recreatiegebied De Wrange.
Zie ook Boven-Slinge Beneden-Slinge Oude IJssel Bethlehem (Doetinchem) Rekhemse IJzermolen Slangenburg Achterhoekse ijzerindustrie
Externe links Waterschap Rijn en IJssel De Rekhemse ijzergieterij (canon van Doetinchem, Mijn Gelderland) Waterbeheer rond Slangenburg en de Bielheimerbeek
Noten
Categorie:Beek in Gelderland Categorie:Stroomgebied van het IJsselmeer Categorie:Geografie van Doetinchem Categorie:Geografie van Oude IJsselstreek Categorie:Achterhoek