Pilsen, Tsjechisch: Plzeň , is een stad in het westen van Tsjechië. Het is de hoofdstad van de gelijknamige regio. Het is naar inwonertal de vierde stad van het land, na Praag, Brno en Ostrava. De stad is bekend geworden als bakermat en naamgever van de oudste pils ter wereld.
Geschiedenis Stichting In het jaar 1295 besloot Wenceslaus II tot de bouw van Pilsen. Als locatie koos hij de samenkomst van de vier rivieren Radbuza, Mže, Úhlava en Úslava. Dit was ongeveer 10 kilometer ten noordwesten van de oorspronkelijke nederzetting Plzeň, waar nu de stad Starý Plzenec (Oud-Pilsen) ligt. Nieuw-Pilsen (Nová Plzeň) werd de naam van de nieuwe stad, die ontworpen werd door de koninklijke architect Jindřich. Het werd een stad uitgestrekt over 20 hectare met een rechthoekig ontwerp van 15 straten en een marktplein. Dit hoofdplein, het Náměstí Republiky, is met een grootte van 193 bij 139 meter een van de grootste van Europa en ook de breedte van de straten was naar middeleeuwse maatstaven ongewoon groot.
Hussieten Hoewel Pilsen de jongste koninklijke stad van West-Bohemen was, ontwikkelde het zich zeer snel. Al gauw werd het een belangrijk handelscentrum op de routes van Praag naar Eger, Regensburg en Neurenberg. In de 14e eeuw werd Pilsen de derde stad van Bohemen, na Praag en Kutná Hora. De eerste melding van een brouwerij dateert van het jaar 1307 en de eerste Latijnse school van 1328. Tot in de 16e eeuw was rundvee het belangrijkste exportproduct van de stad. In heel Bohemen en zelfs tot in Slowakije werden de dieren opgekocht en vooral naar Beieren uitgevoerd.
thumb|400px|Tekening van de stad uit 1602
In het jaar 1417 werd er een staatsgreep gepleegd in Pilsen en de aanhangers van de Hussieten kwamen aan de macht. In 1419 verlieten de radicale Hussieten Praag en kwamen naar Pilsen. Zo werd de stad het centrum van de chiliastische Hussieten, onder hen de belangrijke generaal Jan Žižka. Al snel werd het aantal aanhangers van de Hussieten in Pilsen echter kleiner, waarna het radicale deel van hen de stad in 1420 verliet. Pilsen wisselde vervolgens snel van zijde en werd het centrum van het katholieke verzet tegen de Hussieten. Zij probeerden op hun beurt in de daarop volgende jaren de stad vijfmaal opnieuw in te nemen (in 1421, 1422, 1423, 1427 en 1433-1434), maar al deze pogingen bleken tevergeefs. De laatste poging, van juli 1433 tot mei 1434, was de hevigste. In januari 1434 lukte het de inwoners van Pilsen bij een tegenaanval om een kameel als krijgsbuit te bemachtigen, die sinds ongeveer 1560 op het stadswapen staat. Begin mei 1434 gaven de Hussieten de strijd op en trokken ze zich terug.
Renaissance In het jaar 1468 was Pilsen de eerste stad in Bohemen waar de techniek van de boekdrukkunst werd gebruikt. Het boek "Trojánská kronika" (Trojaanse Kroniek) werd er gedrukt, waarvan twee exemplaren bewaard zijn gebleven, één ervan ligt in de Tsjechische nationale bibliotheek en het andere in het nationaal museum in Praag.
thumb|Gemeentehuis van Pilsen. Het huis in het midden is het Keizerlijk Huis van Rudolf II.
In 1507 werd bij een grote brand bijna twee derde van de stad verwoest. In 1578 besloot de 'gemeenteraad' dat alleen katholieken nog stadsburger konden worden, een van de redenen waarom Pilsen nog steeds een katholiek bolwerk is.
Aan het einde van de 16e eeuw werd Praag geteisterd door een pestepidemie. Hierop besloot keizer Rudolf II tijdelijk Pilsen als zijn residentie te gebruiken, waardoor Pilsen in de jaren 1599 en 1600 hoofdstad van het keizerrijk was. Rudolf II besloot in Pilsen een zogenaamd "Keizerlijk Huis" (Císařský dům) te bouwen, maar na de voltooiing in 1606 heeft hij er nooit gebruik van gemaakt. Het fungeert als informatiecentrum van de gemeente.
Dertigjarige Oorlog De Dertigjarige Oorlog betekende voor Pilsen het begin van de armoede en reusachtige schulden. Na het uitbreken van de standenopstand in Bohemen in 1618 bleef de stad trouw aan de keizer. Op 21 november van dat jaar werd de stad na een korte belegering, de Slag van Pilsen, ingenomen door Ernst van Mansfeld. Tot april 1621 zou de stad bezet blijven. Albrecht von Wallenstein had in het jaar 1633 zijn winterverblijf in Pilsen. Op 25 februari 1634 werd hij vermoord in Eger. Pilsen werd zonder succes belegerd door het Zweedse Rijk in 1637 en 1648.
thumb|Kaart van de stad uit 1781
Na de Dertigjarige Oorlog bleef er van de economie van de stad niets over: de voorsteden waren platgebrand, de bevolking was gehalveerd en een derde van de huizen in de binnenstad was verwoest. De wederopbouw van Pilsen duurde bijna een eeuw. Aan het einde van de 17e eeuw deed de barokstijl zijn intrede in de stad. Het herstel van de vooroorlogse economische betekenis van de stad liet echter lang op zich wachten. Pas aan het einde van de 18e eeuw kwam het inwoneraantal weer op het niveau van 1600, en tot in de 19e eeuw bleef Pilsen een provinciestad zonder grote betekenis.
Moderne tijd In de tweede helft van de 19e eeuw werd Pilsen opnieuw een grote en belangrijke stad. Nu is het na Praag de grootste stad van Bohemen. In het jaar 1869 zorgde de oprichting van de machinebouwfabriek Škoda voor een enorme economische heropleving. In 1899 reed de eerste trein langs de stad. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ging Škoda zich steeds meer richten op de wapenindustrie. Op 25 mei 1917 vond er een zwaar ongeluk plaats in een munitiefabriek in het stadsdeel Bolevec: 300 mensen kwamen om het leven.
In 1924 breidde de stad zich uit met de gemeenten Doubravka, Doudlevce, Lobzy en Skvrňany. Pilsen had nu 108.023 inwoners. In 1941 reed de eerste trolleybus in de stad, waarna Pilsen in 1942 nog verder groeide: de gemeenten Bolevec, Bozkov, Bukovec, Cernice, Hradiste, Koterov, Radobycice en Ujezd werden bij de stad gevoegd. Gedurende de rest van de Tweede Wereldoorlog kwamen bij 11 bombardementen 976 mensen om het leven.
Aan het einde van de oorlog, op 5 mei 1945, ontstond er een spontane bevolkingsopstand tegen de Duitse bezetter. Een dag later werden Pilsen en de rest van West-Bohemen bevrijd door het Amerikaanse leger. In de jaren na de oorlog kreeg Pilsen twee universitaire faculteiten en een hogeschool voor machinebouw en elektrotechniek. In 1957 werd begonnen aan de bouw van nieuwbouwwijken: In 1957 Slovany, 1961 Doubravka, 1966 Bory, 1968 Slovany, 1974 Lochotín en 1989 Vinice. In 1976 bereikte Pilsen haar huidige grootte, toen de gemeenten Černice, Radobyčice, Koterov, Červený Hrádek, Křimice en Radčice met de stad werden gefuseerd.
In 1989 kreeg de binnenstad de status van beschermd stadsgezicht.
Economie thumb|Poort naar de bierbrouwerij in Pilsen
Ongeveer twee derde van het BBP van de regio Pilsen wordt voortgebracht in de stad Pilsen, hoewel slechts 29,8% van de inwoners van de regio in de stad woont. De werkloosheid in de stad bedroeg in 2004 zo'n 6,9%. Belangrijk voor de economie waren altijd de twee traditionele ondernemingen: Škoda en de bierbrouwerijen.
Škoda is in de geschiedenis van Pilsen sinds 1859, toen het werd opgericht, erg belangrijk geweest. Het bedrijf verschafte veel mensen werk en is nog steeds de grootste werkgever van de stad. In Pilsen worden geen auto's geproduceerd, maar wel trams en trolleybussen. De automobielfabriek van Škoda ligt in de stad Mladá Boleslav.
Vanwege de zeer slechte bierkwaliteit in Pilsen besloten de burgers van Pilsen die bier mochten brouwen tot de bouw van een nieuwe brouwerij. In 1842 benoemden zij de Beierse Josef Groll tot de eerste brouwmeester, die nu als bedenker van het pilsener bier wordt beschouwd. Aan het einde van de 19e eeuw had de brouwerij al 600 medewerkers. In het jaar 1898 werd de naam Pilsner Urquell bedacht, de naam die het biermerk uit Pilsen tegenwoordig nog steeds heeft. Na de Tweede Wereldoorlog werd de bierbrouwerij eigendom van de Tsjechoslowaakse staat, maar sinds 1992 is het weer een privébedrijf. In 1999 ging de brouwerij op in South African Breweries, dat op zijn beurt in 2002 opging in het concern SABMiller, dat op zijn beurt in 2015 dan weer opging in het concern AB InBev.
Nog steeds bevinden zich aan de ene kant van de stad de Pilsner Urquellfabrieken, en aan de andere kant de fabrieksterreinen van Škoda.
Cultuur en toerisme In 2015 was Pilsen samen met het Belgische Bergen de culturele hoofdstad van Europa. De stad telt verschillende bezienswaardigheden.
Sint-Bartolomeüskathedraal thumb|St.Bartholomeüskathedraal thumb|Centrale plein
De belangrijkste bezienswaardigheid in Pilsen is de Sint-Bartolomeüskathedraal. Deze aan Bartolomeüs gewijde kathedraal in gotische stijl staat aan het centrale plein in de stad. De bouw startte in het jaar 1295 en duurde meer dan twee eeuwen. De toren is met 102,30 meter de hoogste in Tsjechië. Bij helder weer is vanaf de toren het Bohemer Woud te zien, dat 70 kilometer verderop ligt.
Theater thumb|Josef-Kajetán-Tyl-Theater
Het eerste theater werd in Pilsen al in 1832 opgericht. In het jaar 1869 stichtten de Duitse burgers van de stad een Duits theater, het zogenaamde "Kleine Theater". In 1966 sloot dit theater zijn poorten en 11 jaar later werd het gebouw afgebroken. Het "Grote Theater" werd tussen 1899 en 1902 gebouwd in Neorenaissancestijl, naar ontwerp van de architect Balšánek. Dit theater heeft een eigen toneel-, opera-, ballet-, operette- en musicalgroep. Het theater heet tegenwoordig het Josef-Kajetán-Tyl-Theater, het is genoemd naar de Tsjechische toneelschrijver Josef Kajetán Tyl. Een ander theater in Pilsen is het "Alfatheater". Tussen 1930 en 1943 was in Pilsen het eerste professionele marionettentheater van Tsjechoslowakije gevestigd. Dit theater was eigendom van Josef Skupa, een bekend Tsjechisch poppenkastspeler. Na de Tweede Wereldoorlog vertrok het Spejbl en Hurvínek-theater van Skupa naar Praag, maar in 1966 werd in Pilsen weer een professioneel marionettentheater opgericht. Dit Alfatheater is sinds 1967 medeorganisator van het marionettentheaterfestival Skupova Plzeň.
Musea Pilsen telt een aantal grote musea, met als belangrijkste het Westboheemse Museum. Dit museum heeft tien afdelingen: over de restauratie, de middeleeuwen, de nieuwere geschiedenis, prehistorie, zoölogie, plantkunde, paleontologie, culturele antropologie, archeologie en kunst. Ook is er het Brouwerijmuseum, in 1959 opgericht als deel van het Westboheemse Museum, maar tegenwoordig eigendom van het biermerk Pilsner Urquell. Het museum laat de geschiedenis en de productie van bier zien. In de fabriek van het biermerk zijn rondleidingen mogelijk. Ook het Škoda-Museum is in Pilsen te vinden.
thumb|Grote Synagoge
Ondergronds gangenstelsel Een andere bezienswaardigheid in de stad is het ondergrondse gangenstelsel onder de binnenstad. In de middeleeuwen werden opslagkelders gegraven door koopmannen. Deze kelders werden vanaf ongeveer 1970 met elkaar verbonden en dienen nu als systeem om het grondwater in de binnenstad op peil te houden. Een deel van het gangenstelsel is in de zomer voor bezoekers toegankelijk.
Synagoge Naast een grote kerk heeft Pilsen ook een synagoge. De Grote Synagoge (Velká Synagoga) is na die van Boedapest de grootste van Europa, en de op twee na grootste ter wereld. De in 1892 gebouwde synagoge staat aan de rand van de binnenstad. Naast de gebedsdiensten worden tegenwoordig ook geregeld concerten gehouden in de Grote Synagoge.
Onderwijs en religie Naast onder andere 29 basisscholen en vijf gymnasia heeft Pilsen nog twee universiteiten: de faculteit Geneeskunde van de Karelsuniversiteit Praag is in de stad gevestigd, en sinds 1991 ook de Westboheemse Universiteit.
Sinds 1993 is Pilsen de zetel van een rooms-katholiek bisdom.
Sport