Inflatie volgens de Oostenrijkse School is een bepaalde kijk op het economische begrip inflatie.

Achtergrond thumb|Ludwig von Mises, dé proponent van de Oostenrijkse School in de 20e eeuw

Volgens de Oostenrijkse School in de economie (OS) betekent inflatie een toename van de geldhoeveelheid.Deze definitie van inflatie is te vinden bij onder meer Henry Hazlitt – Inflation in One Page, herdruk in The Freeman, november 2004, en expliciet in hfdst. 1 van What You Should Know About Inflation, tweede druk, juli 1964, website Mises Institute; Ludwig von Mises – Inflation, herdruk uit de New York World Telegram & Sun, 7 mei 1951, website Mises Institute, (h. 19 uit Economic Freedom and Interventionism) en Inflation: An Unworkable Fiscal Policy, herdruk uit de Commercial and Financial Chronicle, 26 april 1951 (h. 20 uit datzelfde boek); Frank Shostak – Defining Inflation, Mises Institute, 6 maart 2002, en bij Murray N. Rothbard (in alle gebruikte bronnen). De OS heeft een volstrekt andere visie op inflatie, de oorzaken, en de gevolgen ervan dan in de meeste leerboeken gebruikelijk is: daar omschrijft men inflatie doorgaans slechts als prijsstijgingen of stijging van het prijsniveau en wordt een verklaring hiervoor niet altijd expliciet gegeven. Voor de OS geldt: inflatie is de toename van de geldhoeveelheid, prijsstijgingen zijn daarvan een gevolg.Een enkele econoom maakte een toevoeging: Faustino Ballvé – Essentials of Economics, p.47: inflatie is geldtoename zonder corresponderende toename van goederen; Ludwig von Mises: The Free Market and Its Enemies: Pseudo-Science, Socialism, and Inflation, 6th Lecture, p. 44: "Inflatie is geldtoename zonder gelijke stijging van de vraag naar contant geld". In Inflation and You, hfdst. 18 uit Economic Freedom and Interventionism (en eveneens in hfdst. 21 hieruit: Socialism, Inflation, and the Thrifty Householder) noemt Mises zowel een (grote) geldtoename als geld-substituten zoals bankkredieten; in hfdst. 22 Inflation Must End in a Slump noemt hij inflatie en kredietexpansie apart, alsook toename van geld in circulatie en opvraagbare rekeningen.

Ook wijkt de OS af van de monetaristen, die stellen dat de toename van de geldhoeveelheid, "inflatie veroorzaakt"; de OS noemt die toename zélf inflatie.Frank Shostak stelt in Commodity Prices and Inflation: What's the Connection, Mises Institute, 1 juli 2008: "Please note we don't say, as monetarists do, that the increase in the money supply causes inflation. What we are saying is that inflation is the increase in the money supply."

Een probleem met deze herdefinitie van inflatie is dat ze beperkte voorspellende waarde heeft: zo voorspelden 'Oostenrijkers' een hyperinflatie (in de gebruikelijke zin van het woord) als gevolg van de kwantitatieve versoepeling die na de kredietcrisis van 2007 werd ingezet, maar deze is tot op heden (2017) uitgebleven.Andrew Leonard, How Paul Krugman broke a Wikipedia page on economics, Salon.com, 2013-02-19. Gearchiveerd op 25 april 2023.

De praktische werking en gevolgen van inflatie Inflatie en haar gevolgen zijn te demonstreren met een eenvoudig voorbeeld. Een bakker bakt tien broden en verkoopt ze voor vijf euro.Voorbeeld ontleend aan Frank Shostak – Is the Fed an Inflation Fighter or Creator?, Mises Institute, 25 oktober 2005. Voor deze vijf euro koopt hij levensmiddelen in de supermarkt. De aanschaf van die levensmiddelen is dus gedekt door de eerlijke broodproductie van de bakker, oftewel: het ene nuttige product is uitgewisseld tegen het andere, via geld.

Stel nu dat een valsemunter opduikt, die geen bruikbare producten maakt, maar alleen vijf euro print. De kosten van geld maken zijn verwaarloosbaar, vergeleken met de erop gedrukte waarde, die bovendien oneindig kan worden verhoogd.Papiergeld in combinatie met wetgeving is de directe en veel snellere opvolger van de vroegere muntvervalsingen. Jörg Guido Hülsmann – Legal Tender Laws and Fractional-Reserve Banking, Journal of Libertarian Studies, Volume 18, no. 3 (Summer 2004), pp. 33–55. Met dit nieuwe geld koopt hij de levensmiddelen voordat de bakker ze kan kopen. Zijn valsemunterij bestaat uit het "ruilen" van niets (hij heeft niks geproduceerd) tegen producten ter waarde van vijf euro bij de oude geldhoeveelheid. Er zijn nu twee vragers voor dezelfde levensmiddelen, hetgeen de prijs opdrijft. Mogelijk moet de bakker nu meer geld bieden dan voorheen en houdt hij minder over voor andere zaken, zoals investeringen. In elk geval betaalt hij gedwongen een hogere prijs. De valsemunter consumeert, zonder eigen productie van goederen of diensten. Hij heeft slechts de geldhoeveelheid vergroot, waardoor hij producten kon kopen ten koste van een ander, die wel bijdroeg aan de welvaart. Hij heeft koopkracht verkregen op kosten van de andere geldbezitters. Hieruit volgt dat inflatie een welvaartsverplaatsing teweegbrengt van productieve mensen naar niet-productieve.

Definitie van inflatie

Inflatie en deflatie zijn van oorsprong geen praxeologische begrippen. Zij komen niet van economen, maar stammen uit het dagelijks spraakgebruik van publiek en politici.Ludwig von Mises - Human Action, hfdst. 17, par. 6, subpar. Inflation and Deflation; Inflationism and Deflationism. Hiermee werden een stijging resp. daling van de hoeveelheid geld en kredieten en de bijbehorende daling resp. stijging van de koopkracht mee bedoeld. Tot aan het loslaten van de gouden standaard in de twintigste eeuw, bleef dit woordgebruik gehandhaafd en de Oostenrijkse School doet dat nog steeds.Ludwig von Mises - Inflation and You, (Economic Freedom and Interventionism, hfdst. 18: "Everybody knows that inflation consists of a large increase in the available quantity of money and money substitutes such as bank credits." ("Iedereen weet dat inflatie bestaat uit een grote toename van de beschikbare hoeveelheden geld en substituten als bankkredieten"). Meer geld, tegenover niet evenredig meestijgende goederen, betekent minder waardering per geldeenheid; goederen stijgen dan dus in prijs door de grotere toevloed van geld, niet door goederenschaarste. Daarnaast is ook de kwaliteit van de munt relevant. Dit is een psychologische kwestie. De verwachting dat de geldhoeveelheid op termijn toeneemt, kan de huidige muntwaarde al doen dalen; wel kan deze daling zich alleen voortzetten als de geldhoeveelheid daadwerkelijk toeneemt.Henry Hazlitt - What You Should Know About Inflation, hfdst 2 Some Qualifications, pag. 4 e.v. (pdf pag. 10). De grotere omloopsnelheid is hiervan een gevolg. Bij een goudstandaard is die inflatieverwachting een effectieve prikkel tot beperking van de geldhoeveelheid.

Bezwaren tegen de hedendaagse definitie van inflatie Echter, inflatie wordt tegenwoordig binnen de economische wetenschap, door centrale bankiers en door publicisten omschreven als prijsstijgingen. De Oostenrijkse School is het hiermee volstrekt oneens: de oorzaak van die gestegen prijzen wordt er namelijk niet mee verklaard, laat staan dat het probleem wordt opgelost. Ook blijft het onduidelijk waarom stijgende prijzen op zich een probleem zouden zijn. Hogere prijzen kan men immers ondervangen door inkomensstijgingen en het doorberekenen van de gestegen kosten aan de klanten. Ook stijgen en dalen goederenprijzen in het algemeen continu ten opzichte van elkaar. Maar het boven gegeven voorbeeld laat juist zien, dat de geldgroei de gestegen prijzen verklaart en zelf ook een probleem is, met ernstige consequenties.

De hedendaagse uitleg werkt volgens de Oostenrijkse School zeer verwarrend. Doordat de gestegen prijzen er onverklaard door blijven, wijst men de verkeerde factoren aan als boosdoeners. Officials van de Fed wijzen geregeld naar de hogere olieprijs, die de "inflatie aanwakkert". Omdat olie een belangrijke grondstof is, lijkt dat juist. Maar de vraag hoe die olieprijs zélf kan stijgen, en in het kielzog daarvan de eindproducten voor de consument, wordt niet gesteld, laat staan beantwoord. De niet-gegeven verklaring moet luiden dat het beleid van centrale banken (wereldwijd) zelf de prijzen doet stijgen. Door de rente te verlagen, wakkert men het lenen van nieuw gemaakt geld aan en daarmee de vraag naar grondstoffen en andere producten.Actuele grafiek van de monetary base in de Verenigde Staten, de basis voor commerciële kredietverlening: Chart of The US Money Supply 1917-2009, ChartingStocks.net, 4 maart 2009. Vlak voor het uitbreken van de Korea-oorlog stegen de grondstofprijzen, maar ook daartoe werden bankleningen verstrekt, die dit mogelijk maakten. Henry Hazlitt - What You Should Know About Inflation, pag. 6 e.v. (pdf pag. 12). Van 31 mei 1950 tot 30 mei 1951, stegen de bankleningen met $12 miljard, waarvan $6 miljard werd opgenomen en uitgegeven.

Nog meer onduidelijkheid treedt op als centrale bankiers of anderen de "inflatieverwachtingen" aanwijzen als veroorzaker van stijgende lonen en prijzen, de loon-prijsspiraal.Voor verklaringen van de Fed-presidenten van Dallas, St.Louis en Richmond, zie: Frank Shostak – Is the Fed an Inflation Fighter or Creator?, Mises Institute, 25 oktober 2005. Maar zonder nieuw geld van de centrale banken, kunnen hogere prijzen helemaal niet ontstaan of blijven voortduren. De consumenten hebben dan geen geld voor de duurdere producten, of de afzet (van andere goederen) zal veelal dalen en daarmee hun prijzen. Het prijsevenwicht herstelt zich zo. Ook leiden hogere loonkosten in die situatie slechts tot lagere bedrijfsuitgaven aan innovatieve investeringen of onderhoud, waarvan de prijzen dan dalen, of ontslagen. Dit laatste veroorzaakt loondalingen dan wel hardnekkige werkloosheid. De koopkracht daalt en daarmee de voorheen verhoogde prijzen ook. Prijsstijgingen zonder geldtoename zijn dus een tijdelijk fenomeen dat zichzelf herstelt en zijn daarmee niet de realiteit zoals die al decennia bestaat. Voor een algemene loon-prijsspiraal is een toename van de geldhoeveelheid, inflatie dus, een noodzakelijke voorwaarde. Verwachtingen kunnen geen feiten veranderen. Ook een hogere olieprijs, een grotere vraag naar goederen en een daarmee dalende vraag naar geld, alle zonder geldtoename, geven hoogstens een tijdelijke prijsstijging. Bovendien veroorzaken zulke prijsstijgingen niet een welvaartsverplaatsing en komen zij geheel in vrijheid tot stand.

Von Mises noemt de veelgebruikte naamsverwisseling "inflatie = prijsstijgingen" een truc, een semantic confusion (semantische verwarring). De gevolgen van inflatie noemt men nu zelf inflatie, de oorzaak wordt omzeild. Impliciet wordt het bedrijfsleven veroordeeld, wegens het laten stijgen van de prijzen. De technological confusion (technologische verwarring) die hieruit voortkomt is dat de centrale banken doorgaan met geldschepping en zo falen in hun streven naar stabiele prijzen. Doordat niemand nog praat over de geldtoename, wordt die ook niet bestreden. Er is namelijk geen term meer over die de geldtoename zelf aanduidt. Men zal het proces van geldschepping nu omslachtig moeten omschrijven. Banken en overheden worden als handhavers van stabiele prijzen gezien, maar veroorzaken feitelijk juist hogere. De strijd tegen inflatie verwordt tot mislukte symptoombestrijding.Ludwig von Mises - 'Human Action, hfdst 17, par. 6, subpar. Inflation and Deflation; Inflationism and Deflationism. Zie ook Von Mises - Inflation: An Unworkable Fiscal Policy.

Definities van geld en geldhoeveelheid