In de Nederlandse Wet inkomstenbelasting 2001 is belastbaar inkomen uit werk en woning een categorie inkomsten. Deze wordt ook box 1 genoemd.Het belastbare inkomen in deze box wordt behandeld in hoofdstuk 3, het tarief in de artikelen 2.10 en 2.10a van de wet. Voor buitenlands belastingplichtigen vindt men de regels in hoofdstuk 7. Het is het inkomen uit werk en woning verminderd met de te verrekenen verliezen uit werk en woning.
Het inkomen uit werk en woning Het inkomen uit werk en woningZoals uit de opsomming blijkt moet dit officiële begrip "inkomen uit werk en woning" niet letterlijk worden genomen: ook sommige andere inkomens en aftrekposten vallen eronder. bestaat uit: de belastbare winst uit onderneming het belastbare loon bestaande uit: loon uit tegenwoordige dienstbetrekking (dit is een ruim begrip), inclusief voordeel uit een auto van de zaak, eventueel verminderd met reisaftrek (forfaitaire aftrek voor woon-werkverkeer met het openbaar vervoer) aangewezen periodieke uitkeringen en verstrekkingen: periodieke uitkeringen en verstrekkingen die worden ontvangen op grond van een publiekrechtelijke regeling (zoals uitkeringen werknemersverzekeringen en op basis van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW) partneralimentatie pensioen termijnen van bepaalde soorten lijfrente (inclusief bancaire lijfrente), zelfs als de premie hiervoor destijds niet of slechts gedeeltelijk aftrekbaar was het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden (inclusief bepaalde winst van bijvoorbeeld de bv van een DGA die volgens de terbeschikkingstellingsregeling als resultaat uit overige werkzaamheden wordt belast) de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen: de belastbare inkomsten uit eigen woning:Zie ook gecombineerde effecten van belastbare inkomsten uit eigen woning eigenwoningforfait minus de aftrekbare kosten eigen woning, waaronder hypotheekrentezie hypotheekrenteaftrek; dit zijn enerzijds negatieve inkomsten uit eigen woning, maar anderzijds wordt hierover apart een extra stuk inkomstenbelasting geheven, zie tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning het voordeel uit kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning en beleggingsrecht eigen woning, voor zover niet vrijgesteld (artikel 10bis.3) de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen de negatieve persoonsgebonden aftrekposten ontvangen rente over een periode vóór 2001Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001, hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AL het rentebestanddeel in een uitkering van een op zichzelf staande kapitaalverzekering die al bestond vóór 2000; als een vrijstelling geldt voor een bepaald bedrag aan uitkering wordt een evenredig deel van het rentebestanddeel belastInvoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001, hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AK, AKa en AKaa verminderd met: de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (wordt in de periode 2019 - 2048 geleidelijk afgebouwd) uitgaven voor inkomensvoorzieningen, zoals aftrekbare lijfrentepremie (inclusief premie voor banksparen) de persoonsgebonden aftrek
De persoonsgebonden aftrek vermindert het inkomen uit werk en woning van het kalenderjaar, maar niet verder dan tot nihil. Het inkomen uit werk en woning kan wel negatief zijn, maar het wordt dus niet negatief of sterker negatief door de persoonsgebonden aftrek.
Het belastbaar inkomen uit werk en woning is het inkomen uit werk en woning verminderd met de te verrekenen verliezen uit werk en woning.
Belang van de inkomsten in box 1 voor andere regelingen De inkomsten in box 1 bepalen niet alleen gedeeltelijk het bedrag van de inkomstenbelasting. Ook de heffing van de premie voor de volksverzekeringen (PVV) neemt als basis het box 1 inkomen tot maximaal de bovengrens van de tweede schijf. In artikel 8 van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) wordt dit inkomen als premie-inkomen benoemd op basis waarvan bij aanslag de premie wordt geheven.
De premie volksverzekeringen betreft Anw (2022 en 2023: 0,1%), Wlz (2022 en 2023: 9,65%) en tot de eerste dag van de maand waarin men de AOW-leeftijd bereiktWet financiering sociale verzekeringen, artikel 10 17,9% AOWDe 17,9 % voor de AOW is constant sinds 1999, zie financiering van de AOWhttps://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/werk_en_inkomen/sociale_verzekeringen/premies_volks_en_werknemersverzekeringen/volksverzekeringen/hoeveel_moet_u_betalen met dien verstande dat men in het kalenderjaar waarin men de AOW-leeftijd bereikt een tijdsevenredig percentage AOW-premie betaalt over de inkomsten in box 1 in dat hele kalenderjaar.
Het inkomen in box 1 vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek draagt ook bij aan het drempelinkomen (van belang voor bepaalde vormen van persoonsgebonden aftrek) en voor het verzamelinkomen, dat bij diverse inkomensafhankelijke regelingen de basis vormt.
IAB is door de ontvanger zelf verschuldigd (betaald via inhouding of op aanslag) over de volgende inkomsten in box 1: AOW-uitkering en de aanvullende inkomensondersteuning Pensioen Termijnen van lijfrente (inclusief bancaire lijfrente) voor zover belast in box 1 Resultaat uit overige werkzaamheden Winst uit onderneming Overige belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen, waaronder partneralimentatie (behalve voor oude gevallen)
Tarief De belasting is de som van de volgende componenten: De belasting over het inkomen uit werk en woning, volgens een schijventarief zoals aangegeven in onderstaande tabellen (bij een negatief inkomen uit werk en woning € 0; zie ook verliesverrekening, verderop); het resultaat wordt naar beneden afgerond op hele euro's. Het tarief in de voorlaatste schijf, die voor AOW-min tevens de eerste schijf is, wordt wel het basistarief genoemd. Wegens de maximering van het aftrektarief voor bepaalde grondslagverminderende posten eventueel belasting over het bedrag van bepaalde aftrekposten, tegen een gereduceerd tarief: het reguliere tarief in de laatste schijf, verminderd met het maximale aftrektarief, de zogenoemde 'tariefsaanpassing aftrekposten'. Sinds 2023 is dit maximale aftrektarief gelijk aan het tarief in de voorlaatste schijf.
Op deze belasting plus die over box 2 en box 3 worden nog heffingskortingen toegepast. Daarvan zijn sommige zelf ook afhankelijk van inkomensbestanddelen.
Door de afbouw van de algemene heffingskorting zijn de materiële schijventarieven (en vanaf 2025 ook de tarieven in box 2 en box 3) binnen het inkomenstraject van die afbouw ongeveer 6 procentpunt (AOW'er 3 procentpunt) hoger dan de nominale.
Schijventarief 2022 Schijf Belastbaar inkomen uit werk en woning Belastingtarief Tarief premie volksverzekeringen Totaaltarief AOW-minAOW'erAOW-minAOW'ermet PVV€ 0 tot en met € 35.4729,42%27,65%9,75%37,07%19,17%tussenschijf€ 35.472 tot en met € 69.39837,07%37,07%laatsteMeer dan € 69.39849,5%49,5%
Het maximale aftrektarief is 40%. De tariefsaanpassing aftrekposten over het bedrag van bepaalde aftrekposten is dus 9,5%.
Schijventarief 2023 Schijf Belastbaar inkomen uit werk en woning Belastingtarief Tarief premie volksverzekeringen Totaaltarief AOW-minAOW'erAOW-minAOW'ermet PVV€ 0 tot en met € 37.1499,28%27,65%9,75%36,93%19,03%tussenschijf€ 37.149 tot en met € 73.03136,93%36,93%laatsteMeer dan € 73.03149,5%49,5%
Het maximale aftrektarief is 36,93% (het tarief van de voorlaatste schijf). De tariefsaanpassing aftrekposten over het bedrag van bepaalde aftrekposten is dus 12,57%.
Schijventarief 2024 Schijf Belastbaar inkomen uit werk en woning Belastingtarief Tarief premie volksverzekeringen Totaaltarief AOW-minAOW'erAOW-minAOW'ermet PVV€ 0 tot en met € 38.0989,32%27,65%9,75%36,97%19,07%tussenschijf€ 38.098 tot en met € 75.51836,97%36,97%laatsteMeer dan € 75.51849,5%49,5%
Het maximale aftrektarief is 36,97% (het tarief van de voorlaatste schijf). De tariefsaanpassing aftrekposten over het bedrag van bepaalde aftrekposten is dus 12,53%.
Schijventarief 2025 Schijf Belastbaar inkomen uit werk en woning Belastingtarief Tarief premie volksverzekeringen Totaaltarief AOW-minAOW'erAOW-minAOW'er1€ 0 tot en met € 38.4418,17%27,65%9,75%35,82%17,92%2€ 38.441 tot en met € 76.81737,48%37,48%3Meer dan € 76.81749,5%49,5%
Het maximale aftrektarief is 37,48% (het tarief van de tweede schijf). De tariefsaanpassing aftrekposten over het bedrag van bepaalde aftrekposten is dus 12,02%.
Schijventarief 2026 Schijf Belastbaar inkomen uit werk en woning Belastingtarief Tarief premie volksverzekeringen Totaaltarief AOW-minAOW'erAOW-minAOW'er1€ 0 tot en met € 38.8838,05%27,65%9,75%35,70%17,80%2€ 38.883 tot en met € 78.42637,56%37,56%3Meer dan € 78.42649,5%49,5%
Het maximale aftrektarief is 37,56% (het tarief van de tweede schijf). De tariefsaanpassing aftrekposten over het bedrag van bepaalde aftrekposten is dus 11,94%.
Houdbaarheidsbijdrage Bij het schijventarief voor de inkomstenbelasting wordt in het kader van de zogenaamde houdbaarheidsbijdrage (ingevoerd met artikel III van het Belastingplan 2009; het betreft een wijziging in artikel 10.1 van de wet IB, over de inflatiecorrectie; deze regeling werd voorheen ook wel bosbelasting genoemd) onderscheid gemaakt tussen belastingplichtigen die zijn geboren vóór 1946 (voor hen geldt de maatregel niet) en belastingplichtigen die zijn geboren na 1945.Beleidsoptie 6b van het IBO Inkomen en vermogen van ouderen is het afschaffen van de genoemde uitzondering.
De maatregel behelst voor laatstgenoemden met ingang van 2011 dat de bovengrens van de tweede schijf maar voor 75% geïndexeerd wordt, zodat vergeleken met volledige indexatie de tweede schijf verkort wordt en de derde schijf verlengd.De grens van 1 januari 1946 verschuift niet per jaar, want dit is een overgangsmaatregel. Bij invoering was de bedoeling dat de maatregel maximaal 950 euro per belastingplichtige zou opleveren in 2030. Voor het tarief inclusief premies volksverzekeringen moeten er dus vanaf 2011 drie gevallen onderscheiden worden. Aangezien voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd de totaaltarieven van de tweede en derde schijf sinds 2013 gelijk zijn is deze maatregel alleen van belang voor belastingplichtigen vanaf de AOW-leeftijd, die geboren zijn na 1945 en dan uiteraard alleen nog bij inkomsten in box 1 hoger dan de bovengrens van de tweede schijf.
De houdbaarheidsbijdrage betreft een verdere, zeer geleidelijke fiscalisering van de AOW, met in principe als eindresultaat het combineren van de tweede en derde schijf, waarbij voor belastingplichtigen vanaf de AOW-leeftijd het totaaltarief alleen nog in de eerste schijf lager is dan voor anderen. Er wordt vaak van uitgegaan dat dit vervolgens wordt toegepast op de bovengrens van de eerste schijf. Gezien de netto-netto koppeling van de AOW-uitkering aan het minimumloon is het eindresultaat materieel bereikt als de bovengrens van de eerste schijf gelijk is aan de AOW-uitkering, en kan de fiscalisering vervolgens in één keer voltooid worden. Schattingen geven aan dat fiscalisering zo in ca. 2150-2200 voltooid ishttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-164898.html of (Commissie Van Dijkhuizen) in 2075https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-189757.html
Uiteindelijk gaat het om een begroot bedrag van maximaal € 950 per jaar in 2030.
Loonbelasting De Nederlandse loonbelasting wordt geheven over de volgende onderdelen van box 1: Loon, inclusief voordeel uit een auto van de zaak Sommige periodieke uitkeringen en verstrekkingen, zoals pensioen en uitkeringen werknemersverzekeringen termijnen van bepaalde soorten lijfrente (inclusief uitkeringen uit banksparen), zelfs als de premie hiervoor destijds niet of slechts gedeeltelijk aftrekbaar was