De Koninklijke Militaire Academie te Breda is een van de twee Nederlandse militaire academie’s waar officieren voor de krijgsmacht worden opgeleid. Sinds 1828 worden in Breda officieren van de Koninklijke Landmacht opgeleid. Vanaf 1830 ging de opleiding voor cadetten voor het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) van start. Vanaf 1936 ging ook de Luchtvaartafdeeling der Koninklijke Landmacht (LVA) zijn officieren hier opleiden. Uiteindelijk bracht de Koninklijke Marechaussee in 2002 zijn officiersopleidingen ook onder op de KMA.

Organisatie thumb|Baretembleem van de KMA 1e Model 1947 Sinds 2 september 2005 is de Academie onderdeel van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA), wat weer een onderdeel is van het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO). Daarmee opende het Kasteel van Breda ook de poorten voor adelborsten en ander defensiepersoneel. Alle officieren van de Nederlandse krijgsmacht worden nu binnen één academie opgeleid: de Nederlandse Defensie Academie (NLDA). Hoewel de topopleidingen van Defensie bestuurlijk zijn gefuseerd, hebben de verschillende onderdelen hun naam behouden. Daarnaast verrichten de verschillende instituten gezamenlijk wetenschappelijk onderzoek. In Nederland is de Koninklijke Militaire School (KMS) de benaming van het instituut voor de opleiding van de onderofficieren van de Koninklijke Landmacht in Ermelo.

Onderdelen Tot de NLDA behoren: KIM, het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder KMA, de Koninklijke Militaire Academie in Breda IDL, het Instituut Defensie Leergangen in Breda FMW, de Faculteiten Militaire Wetenschappen in Breda en Den Helder ECLD, ExpertiseCentrum Leiderschap Defensie in Breda NIMH, Nederlands Instituut voor Militaire Historie in Den Haag TCD, TalenCentrum Defensie in Breda Binnen de Academie, onderdeel van de Nederlandse Defensie Academie, kunnen verschillende opleidingen worden gevolgd, waaronder de Militair Wetenschappelijk Opleiding (MWO). Om aan deze opleiding te kunnen beginnen is een vwo-diploma of een HBO-propedeuse vereist. De opleidingen bestaan uit de combinatie van militair onderwijs en wetenschappelijk onderwijs. Het bachelor onderwijs wordt gegeven aan de Faculteit Militaire Wetenschappen (FMW). Afhankelijk van het gekozen dienstvak kan een "cadet" (leerling) een richting kiezen. De FMW biedt de volgende richtingen aan: Krijgswetenschappen Militaire Bedrijfswetenschappen Militaire Systemen en Technologie (MS&T) Na jarenlange discussies met de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie en het ministerie van Onderwijs werd in januari 2012 bekend dat de NLDA is erkend als universitaire instelling voor academische opleidingen op militair gebied.

Geschiedenis Inleiding left|thumb|Militaire Academie In de 17e en 18e eeuw werd het wetenschappelijke onderwijs voor de officieren - in het bijzonder voor de genieofficier - gegeven aan verschillende hogescholen, waar dan ook afzonderlijke hoogleraren voor militaire vakken waren aangesteld. Zo was de vermaarde Ludolf van Keulen tot 1610 hoogleraar in de wiskunde en de vestingbouw te Franeker, waar hij Jan Willem Friso en Coehoorn tot zijn volgelingen mocht rekenen.

De eerste pogingen om afzondelijke militaire scholen in het leven te roepen gingen uit van luitenant-generaal S. van Glabbeek, die van 1735-1752 aan het hoofd stond van de artillerie en die het denkbeeld opperde om krijgskundige artilleriescholen op te richten, wat in 1789 verwezenlijkt werd door de toenmalige chef van dat wapen, Paravicini di Capelli, onder wiens bewind zulke scholen werden opgericht te Zutphen, Breda en Den Haag, vervolgens in 1795 te Groningen. Aan de artillerieschool te Zutphen Deze school werd onder het bestuur gesteld van de toenmalige eerste luitenant der artillerie Johann Heinrich Voet. werd in 1800 een genieschool toegevoegd. In 1805 werden de scholen te Breda, Den Haag en Groningen weer ontbonden en de Zutphense school naar Amersfoort verplaatst, onder de naam Lands Theoretische en Practische Militaire School, een naam die later gewijzigd werd in Koninklijke Artillerie- en Genieschool.

Kort nadat Koning Lodewijk Napoleon de regering over het Koninkrijk Holland had aanvaard, werd bij diens besluit van 17 september 1806 te Honselersdijk ('Hontsholredick') een Koninklijke Militaire Cadettenschool voor de wapens der infanterie en cavalerie opgericht. Het bevel over de school werd opgedragen aan kolonel O.Z. van Sandick, terwijl in 1808 tot gouverneur der militaire scholen maarschalk van Zuylen van Nijevelt werd benoemd. De school te Honselersdijk had maar een kortstondig leven, omdat zij in 1809 werd verenigd met de Amersfoortse en, onder de naam van Koninklijke Militaire School, te Den Haag werd gevestigd. thumb|Adelborsten, cadetten en instructeurs omstreeks 1808-1809 Tijdens de inlijving bij Frankrijk in 1810 werd de militaire school te Den Haag ontbonden; de cadetten werden deels bij het Franse leger ingedeeld en deels bij de militaire scholen in Frankrijk overgeplaatst. Nadat Nederland zijn onafhankelijkheid had teruggekregen, werd bij Besluit van de soevereine vorst van 24 februari 1814 nr. 162 te Delft een militaire school gevestigd, die de naam kreeg van Artillerie- en Genieschool. Deze inrichting was bestemd tot opleiding van hoogstens zestig cadetten voor de officiersrang bij het wapen der artillerie, dat der genie, het bataljon pontonniers, mineurs en sappeurs en tot vorming van aspirant-ingenieurs van de waterstaat. Voor het wapen der infanterie en der cavalerie konden nog veertig cadetten worden toegelaten, maar deze studeerden op eigen kosten, ontvingen geen toelage en droegen de uniform van het wapen, waartoe zij behoorden, zonder enig distinctief. De cadetten die tot de inrichting werden toegelaten mochten niet jonger dan veertien en niet ouder dan twintig jaar zijn, en werden na een vierjarige studie en gebleken voldoende bekwaamheid, tot tweede luitenant effectief bij een van de corpsen van het leger benoemd. Aan het hoofd van deze artillerie- en genieschool werd de in activiteit herstelde generaal Voet met de titel van commandant, tevens directeur van de studies geplaatst. Aan hem werden toegevoegd een kapitein der artillerie, drie officieren der artillerie of genie, een ingenieur van de waterstaat, een hoogleraar in de wiskunde, een bibliothecaris, twee leraren in het tekenen en een leraar in de Nederlandse taal, schrijf- en rekenkunde. De school bloeide spoedig, zodat weldra tot uitbreiding van het personeel en tot het beschikbaar stellen van meer plaatsen moest worden overgegaan. In 1816 werden twintig tot dertig plaatsen voor leerlingen voor de Marine opengesteld, waarvan veertien voor rekening van het Rijk konden worden aangenomen. Een toelatingsexamen werd voor het eerst in 1819 afgenomen. Behalve langs deze weg was het ook mogelijk in het leger zelf de officiersrang te behalen, omdat bij iedere compagnie van het staande legerBij de compagnieën van de Nationale Militie werden geen cadetten toegelaten hoogstens vijf cadetten konden worden ingedeeld, behalve bij die van het wapen der artillerie, waar dit getal op drie was gesteld.

Na 1826 moesten de officieren, die in eerdere tijd de epaulet hadden verworven, om tot kapitein te kunnen worden bevorderd, zekere bewijzen van wetenschappelijke kunde afleggen. Ook zij vonden bij de corpsen gelegenheid tot leiding bij hun studie. Al kan getuigd worden dat de artillerie -en genieschool aan haar doel en aan de verwachtingen, die men van haar koesterde, heeft beantwoord, al snel zag men in dat het doel niet hoog genoeg gesteld was, dat men voor militair onderwijs een andere weg moest inslaan. Vooral de infanterie en de cavalerie, die nog altijd als niet-wetenschappelijke wapens werden betiteld, stonden in de ontwikkeling van hun officierscorps ver bij de andere wapens achter. Tal van commissies zijn bezig geweest met de opdracht een oplossing van het vraagstuk volmaking van het militair onderwijs te vinden en die commissies kwamen tot de slotsom dat een eerste vereiste was: eenvormigheid, dus vereniging van alle cadetten, die over de verschillende corpsen waren verdeeld, in één richting en een tweede: uitbreiding van het onderwijs, voornamelijk voor de cadetten der infanterie en cavalerie. De overwegingen van die commissies hebben geleid tot de oprichting van de Koninklijke Militaire Academie.

Oprichting thumb|links|Tentenkamp van leerlingen van de Academie Bij besluit van 29 mei 1826, nummer 27 werd door Koning Willem I de opheffing van de Artillerie- en Genieschool te Delft en de oprichting van de Koninklijke Militaire Academie te Breda gelast, de eerste militaire inrichting in Europa, waar de krijgskunst in haar gehele omvang en op wetenschappelijke grondslagen door de toekomstige officieren van alle wapens werd beoefend. Dat Breda werd uitverkoren als de bakermat van toekomstige officieren, had deze stad te danken aan haar ligging, ongeveer in het centrum van het toenmalige Koninkrijk en aan haar roemrijk Kasteel, dat niet alleen een geschikte woonplaats aanbood uit praktisch oogpunt, maar dat tevens, door de talrijke herinneringen daaraan verbonden, de liefde en eerbied voor de Oranjes, die zo lang de hoge bewoners waren geweest, levendig zou houden. Hoewel de cadetten en pages van de Koning reeds op 20 november 1828 op de Academie aankwamen, diende toch de 24ste november van dat jaar aangemerkt te worden als de geboortedag, omdat toen de Koninklijke Militaire Academie werd ingewijd door Zijne Koninklijke Hoogheid Frederik der Nederlanden, later de vader van die inrichting genoemd. In zijn openingstoespraak meldde hij: Voor het front van de vijand, als de dood om de hoofden giert, zijn allen gelijk; maar gelukkig hij, die dan de onderscheiding vindt in de ogen van Hem, wiens wil de kogels richt en het zwaard bestuurt; gelukkig - al treft hem de kogel, al velt hem het zwaard. O, doet uw best - en laat de uitoefening van uw Godsdienst daaraan dienstbaar zijn - doet uw best, deze belangrijke waarheid, de gewichtigste van alle waarheden, diep in uw gemoed te prenten. Met deze overtuiging alleen is de opvoeding van uw stand bestaanbaar met de belangen der mensheid en met de grondbeginselen van het Christendom. In deze overtuiging zult u uw bestemming uit een verhevener oogpunt beschouwen, uw ijver in dienst van het vaderland verhoogd zien, en uw moed in het uur des strijds heerlijk voelen toenemen.

Belgische Opstand