De Zuid-Afrikaanse aronskelkkikker (Hyperolius horstockii) is een kikker uit de familie van de rietkikkers (Hyperoliidae). De soort komt endemisch voor in zuidelijk Zuid-Afrika.Hyperolius horstockii, AmphibiaWeb

De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1837 als Hyla horstockii gepubliceerd door Hermann Schlegel. Hij baseerde de naam op een afbeelding die in 1734 door Albertus Seba was gepubliceerd van een dier dat volgens diens beschrijving uit Brazilië afkomstig was, en door Schlegel abusievelijk voor dezelfde soort werd gehouden. Schlegel vermeldde echter ook dat er in het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie exemplaren van de kikker aanwezig waren, verzameld door Horstock bij Kaap de Goede Hoop. Een jaar later publiceerde Johann Jakob von Tschudi de naam Eucnemis horstokii voor dezelfde soort. Hij had in Leiden dezelfde exemplaren gezien als Schlegel. De geslachtsnaam Eucnemis was echter al in gebruik voor een geslacht van kevers. De soortaanduiding horstockii is een eerbetoon aan Hubertus B. van Horstock, de ontdekker van de soort en verzamelaar van de collectie-exemplaren.

In 1849 plaatste Andrew Smith de soort in het geslacht Hyperolius. In 1963 selecteerde John Charles Poynton uit het typemateriaal in Leiden één exmplaar als lectotype: RMNH 1775, een vrouwtje van 40,5 mm.

De naam wordt abusievelijk weleens met een enkele 'i' aan het eind geschreven.Frost, D.R., Amphibian Species of the World

De triviale naam 'aronskelkkikker' is te danken aan het feit dat deze kikkersoort zich regelmatig ophoudt in de bloem van Zantedeschia aethiopica, een subtropische aronskelkachtige uit Zuid-Afrika.

Kenmerken De Zuid-Afrikaanse aronskelkkikker wordt maximaal 43 mm lang. De kleur is bruin tot geelbruin met rode tenen en binnenzijde van de dijen die als schrikkleur dienen. Als de kikkers een predator zien naderen, springen ze weg waardoor de plotseling felle kleur een aanvaller soms doet twijfelen en de kikker kan ontsnappen. Kenmerkend is de zwarte 'rand' die soms geel omzoomd is langs de flanken tot de neuspunt.

Leefwijze Het voedsel bestaat voornamelijk uit vliegen en muggen, maar andere kleine geleedpotigen worden ook gegeten.

De habitat bestaat uit de oevers van grote poelen, meren en moerassen. Er is een voorkeur voor veel vegetatie zowel onder- als bovenwater voor de ontwikkeling van de kikkervisjes. De volwassen kikker is een typische klimmer die maar zelden op de bodem komt. De eieren worden afgezet in het water en aan onderwaterplanten bevestigd.

Bronvermelding

Categorie:Rietkikkers Categorie:Endemisch dier uit Zuid-Afrika Categorie:IUCN-status niet bedreigd