miniatuur|320x320px|Zimoun - 25 woodworms, wood, microphone, sound system (2009) Geluidskunst of klankkunst (Engels: sound art, Duits: Klangkunst) is een hedendaagse kunstvorm waarbij geluid en luisteren centraal staan. Een geluidsinstallatie of geluidssculptuur onderzoekt geluid als akoestisch fenomeen in relatie tot de menselijke perceptie, de andere zintuigen (vooral het visuele) en de fysieke ruimte waarin het wordt tentoongesteld.
Geluidskunst wordt vaak gepositioneerd tussen muziek en beeldende kunst, omdat zij enerzijds focust op klank (zoals muziek) maar anderzijds in een ruimte wordt tentoongesteld (zoals beeldende kunst). Het is geen afgebakende kunststroming, maar een diverse en hybride praktijk die verwant is aan elektroakoestische muziek, experimentele radio, conceptuele kunst, minimal art, mediakunst, land art en instrumentenbouw. Geluidskunst kende heel wat voorlopers in de twintigste-eeuwse avant-garde, ontstond in de jaren 1960 en kende een internationale doorbraak binnen de kunstwereld vanaf omstreeks 2000.
Terminologie links|miniatuur|320x320px|Tonkin Liu - Singing Ringing Tree (2006). Burnley, UK Geluidskunst betekent letterlijk 'kunst met geluid'. De Britse muzikant, auteur en curator David Toop noemt geluidskunst "geluid gecombineerd met beeldende kunstpraktijken". Een meer uitgebreide definitie staat in het boek Sound Art Revisited van Alan Licht. De Amerikaanse gitarist en auteur definieert twee verschijningsvormen van geluidskunst:
Een geïnstalleerde geluidsomgeving met luidsprekers ('geluidsinstallatie') die bepaald wordt door de fysieke en akoestische ruimte die het inneemt, en die wordt tentoongesteld zoals een beeldend kunstwerk. Een beeldend kunstwerk dat ook een geluidsproducerende functie heeft, zoals een geluidssculptuur.
Hoewel geluidskunst en (experimentele) muziek nauw verwant zijn, zijn er enkele wezenlijke verschillen: +Verschillen geluidskunst en muziekGeluidskunstMuziekVeronderstelt dat de luisteraar zich beweegt in de ruimteVeronderstelt dat de luisteraar een vaste luisterpositie inneemtVersterkt het gevoel van een ruimte en de fysieke/akoestische kenmerken ervanStreeft ernaar om de omgeving te overstijgenKunstenaar en publiek hebben een luisteraar-tot-luisteraar-relatieKunstenaar en publiek hebben een speler-tot-luisteraar-relatieWordt gebracht in een tentoonstellingsituatieWordt gebracht in een uitvoeringsituatie (bijvoorbeeld een concertzaal)De luisteraar kies zelf hoe lang die het kunstwerk ervaart, kan de zaal binnen- en buitenwandelenDe luisteraar wordt verondersteld het muziekstuk van begin tot einde te beluisteren als één geheel miniatuur|320x320px|Janet Cardiff - The Forty Part Motet (2001) De term 'sound art' duikt voor het eerst als titel van een tentoonstelling in MoMA New York in 1979, waarin drie kunstenaars elk een compositie voor tape creëerden die drie weken lang te horen was. Het duurt echter tot de jaren 1990 vooraleer de term vaker begint op te duiken in de namen van tentoonstellingen en festivals.
De term 'geluidskunst' blijft tot op vandaag echter controversieel, omdat 'geluid' een zeer breed medium is en geen afgebakende kunstdiscipline, en vele kunstenaars die men als bekende geluidskunstenaars beschouwt, zijn weigerachtig tegenover de term. De geluidskunstpionier Max Neuhaus suggereert dat de term 'sound art' even absurd is als metalen sculpturen 'steel art' te noemen.
Vormen Vormen van geluidskunst zijn de geluidsinstallatie, geluidssculptuur, geluidsperformance en geluidswandeling. +Vormen van geluidskunst GeluidsinstallatieEen geluidsinstallatie is een geïnstalleerde geluidsomgeving met luidsprekers of niet zichtbare geluidsbronnen. Het werk wordt tentoongesteld in een ruimte die door bezoekers vrij kan worden betreden en verkend. De artistieke betekenis ontstaat uit de wisselwerking tussen het geluid, de fysieke omgeving en de akoestische eigenschappen van de ruimte.GeluidssculptuurEen geluidssculptuur is een beeldend kunstwerk dat teven een geluidsproducerende functie heeft. Het bestaat uit een zichtbare constructie van objecten, materialen en/of technologische componenten die door middel van beweging, vibratie, contact of andere fysieke processen geluid voortbrengen. Zowel de visuele vorm als de auditieve eigenschappen maken deel uit van het kunstwerk.GeluidsperformanceEen geluidsperformance is een kunstvorm op het snijvlak van geluidskunst en muziek. Tijdens een geluidsperformance activeren een of meerdere uitvoerders live een experimenteel muziekinstrument, een geluidsinstallatie, een geluidssculptuur of andere objecten om een ruimte akoestisch te activeren. In tegenstelling tot een traditioneel concert vindt een geluidsperformance meestal plaats in een ruimtelijke, installatie-achtige setting, waarbij het publiek zich vrij door de omgeving kan bewegen.GeluidswandelingBij een geluidswandeling neemt de kunstenaar het publiek mee op een wandeling door een landschap om te luisteren naar omgevingsgeluiden en akoestische kenmerken van een landschap of stedelijke omgeving. In sommige gevallen is er sprake van artistieke of muzikale interventies die de waarneming van de omgeving beïnvloeden. Een hedendaagse variant maakt gebruik van locatieve media, waarbij geluidsmateriaal via een hoofdtelefoon of luidspreker wordt geactiveerd op basis van de geografische locatie van de deelnemer, bijvoorbeeld met behulp van gps-technologie.
Geschiedenis Voorlopers (tot 1960) Hoewel geluidskunst pas echt ontstaan is in de jaren 1960, zijn er heel wat voorlopers aan te duiden in de Westerse kunst- en muziekgeschiedenis. Algemeen beschouwd zijn er vijf ideeën gegroeid die aan de grondslag liggen van geluidskunst. miniatuur|Le Corbusier, Iannis Xenakis & Edgar Varèse - Philipspaviljoen (1958). Expo '58, Brussel 1. Geluid en ruimte zijn onlosmakelijk verbonden. Elke ruimte heeft een eigen karakteristieke akoestiek. Lang vóór het ontstaan van de geluidskunst bestond er al een bewustzijn van de relatie tussen architectuur en akoestiek, variërend van echo's in grotten tot de galm van gotische kathedralen. Johann Wolfgang von Goethe formuleerde deze relatie in de uitspraak: "Architectuur is bevroren muziek." De Venetiaanse barokcomponist Giovanni Gabrieli (ca. 1554/1557–1612) experimenteerde met meerdere koren die ruimtelijk verspreid werden opgesteld in kerken. Deze techniek, bekend als 'cori spezzati', leverde een ruimtelijk stereo-effect op. In de avant-gardemuziek na de Tweede Wereldoorlog werd ruimtelijke organisatie van geluid, vaak aangeduid als 'spatialisatie', een belangrijk compositorisch middel. Componisten zoals Karlheinz Stockhausen maakten gebruik van ruimtelijk verspreide ensembles, zoals in Gruppen (1955–57) voor drie afzonderlijk opgestelde orkesten. Het gebruik van ruimtelijk geluid bereikte een hoogtepunt in de vroege elektronische muziek met grootschalige luidsprekeropstellingen. Voorbeelden hiervan zijn het acousmonium van François Bayle in Parijs en het Philipspaviljoen op de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel. In dit paviljoen werd elektronische tape-muziek van Edgard Varèse afgespeeld door ongeveer 400 luidsprekers, geïntegreerd in een architectuur ontworpen door Le Corbusier en Iannis Xenakis. miniatuur|Thomas Edison en zijn fonograaf|links 2. Geluid kan worden losgekoppeld van zijn (visuele) bron. In de tweede helft van de negentiende eeuw maakten ingrijpende technologische ontwikkelingen het voor het eerst mogelijk om geluid op te nemen, te reproduceren en over afstand te verzenden. Dankzij de uitvinding van de fonograaf, de telefoon en de radio konden mensen hun stem horen zonder de fysieke aanwezigheid van de spreker. Thomas Edison beschouwde de fonograaf als een van zijn belangrijkste uitvindingen en verklaarde hierover: "Of all my inventions, I liked the phonograph best." Vroege artistieke reflecties op het medium radio werden ontwikkeld door de Duits-Amerikaanse componist Kurt Weill ('absolute radiokunst', 1925), en door de Italiaanse futurist Filippo Tommaso Marinetti ('radio sintesi', 1933). Het opnemen, uitzenden en ruimtelijk verplaatsen van geluid vormde een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van de geluidskunst. Dit blijkt uit vroege werken van pioniers zoals Max Neuhaus, die in Drive-in Music (1967–1968) experimenteerde met autoradio's en FM-frequenties, en Maryanne Amacher, die in haar reeks City-Links geluiden opnam en in real time uitzond tussen verschillende locaties binnen een stad. miniatuur|Karlheinz Stockhausen in de elektronische muziekstudio in Keulen 3. Geluid kan elektronisch worden opgewekt en bewerkt. Naast ontwikkelingen op het gebied van geluidsopname speelde de opkomst van de elektronische muziek een belangrijke rol in het ontstaan van de geluidskunst. In steden als Parijs en Keulen werden vanaf het midden van de twintigste eeuw gespecialiseerde studio's opgericht, uitgerust met bandrecorders en elektronische klankgeneratoren In Parijs ontstond in 1948 zo musique concrète, met componisten Pierre Schaeffer en Pierre Henry aan het roer. Zij gebruikten opnames van alledaagse geluiden, zoals treinverkeer, menselijke stemmen en omgevingsgeluiden, die zij manipuleerden door middel van montage, snelheidsveranderingen en loop-technieken. Eerder had de Egyptische componist Halim El-Dabh reeds vergelijkbare experimenten uitgevoerd met The Expression of Zaar (1944). Later volgden elektronische muziekstudio's in Gent (IPEM, 1963) en Amsterdam (STEIM, 1969). Elektronische muziek vestigde de aandacht op de intrinsieke eigenschappen van geluid als kneedbaar materiaal, en spoort de luisteraar aan om aandacht te besteden aan klankkleur, textuur en subtiele akoestische details. Verschillende vroege geluidskunstinstallaties bouwden voort op deze ontwikkelingen en maakten gebruik van ruimtelijk verspreide tapecomposities, zoals het eerder genoemde Philipspaviljoen, Dream House (1969) van La Monte Young en Rainforest (1968) van David Tudor. miniatuur|Luigi Russolo - Intonarumori (1913)|links 4. Alles kan muziek zijn. Volgens de klassieke opvatting wordt muziek voortgebracht door muziekinstrumenten of de menselijke stem en bevat zij muzikale parameters zoals ritme, melodie en harmonie. In de twintigste eeuw ontstond echter het idee dat men naar elk geluid aandachtig kan luisteren alsof het muziek is, ongeacht of het gaat om industriële geluiden, natuurgeluiden of stilte. Een belangrijke pionier van deze gedachte was de Italiaanse futurist Luigi Russolo. Hij stelde dat moderne muziek de klanken van de grootstad, met haar lawaai en machines, moest weerspiegelen. Tussen 1910 en 1930 ontwikkelde hij daarom een reeks mechanische ruisinstrumenten die hij intonarumori noemde. Later radicaliseerde de Amerikaanse componist John Cage dit concept met zijn beroemde compositie 4′33″ (1952). In dit werk wordt de uitvoerder opgedragen geen enkele noot te spelen, waardoor de geluiden in de concertzaal en de omgeving hoorbaar worden als onderdeel van de uitvoering. Volgens Cage bestaat werkelijke stilte niet en bezit elk alledaags geluid een eigen schoonheid. Deze ideeën werden verder uitgewerkt door ecologist R. Murray Schafer, die in zijn boek The Tuning of the World (1977) poneerde dat de wereld kan worden opgevat als één grote soundscape (geluidslandschap). Een van de eerste geluidswandelingen werd georganiseerd door Max Neuhaus. Met Listen (1966) nam hij deelnemers mee op een wandeling door New York, waarbij zij gezamenlijk luisterden naar de geluiden van de grootstad. miniatuur|Nicolas Schöffer - Tour Cybernétique (1961). Luik, België