De Archiefwet 1995 is een Nederlandse wet die het beheer en de toegang van overheidsarchieven regelt. De huidige wet komt uit 1995, maar de eerste Archiefwet werd al aangenomen in 1918.
Geschiedenis In 1918 werd de eerste Archiefwet aangenomen. In de jaren 1950 werd van de zijde van Nederlandse archivarissen gepleit voor een grondige herziening van deze wet, die als verouderd werd gezien. Met name dr. Gerard Panhuysen, van 1953 tot 1961 voorzitter van de Vereniging van Archivarissen in Nederland (VAN), zette zich in voor een verruiming van de bevoegdheden van de rijksarchivaris, die zelfs de ministeriële archieven zou omvatten. Ook de bevoegdheden van gemeente-archivarissen werden verruimd. Protest was er onder andere van de zijde van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, die te veel bemoeienis van de archivarissen vreesden. (1978): 'Oud-archivaris Gerard Panhuysen 75 jaar', in: Limburgs Dagblad, 28 januari 1978 (online tekst op rijckheyt.nl).
De Archiefwet 1962 werd ambtelijk voorbereid met medewerking van dr. mr. Frederik Jules Duparc en Frits Hinrichs, beiden verbonden aan het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. De wet, die de oude Archiefwet van 1918 verving, breidde de bevoegdheden van rijks- en gemeentearchivarissen uit en behandelde de archivering bij verschillende publiekrechtelijke lichamen, zoals het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. Ter ondersteuning van de implementatie publiceerden Duparc en Hinrichs het Commentaar op de Archiefwet 1962. De wet werd in 1962 aangenomen.
De Archiefwet 1995 sluit grotendeels aan op de Algemene wet bestuursrecht. Het Archiefbesluit, waar enkele onderdelen van de Archiefwet 1995 nader zijn uitgewerkt, is het voornaamste uitvoeringsbesluit van deze wet. Diverse artikelen van het Archiefbesluit zijn in ministeriële regelingen verder uitgewerkt.
Toekomst Per 1 januari 2027 wordt de Archiefwet 1995 ingetrokken en vervangen door de Archiefwet 2026. Het wetsvoorstel voor de Archiefwet 2026 was ingediend in 2021 en stond een tijd bekend als "Archiefwet 20..", en ook wel "Archiefwet 20XX" of "Archiefwet 20xx".De nieuwe archiefwet op nationaalarchief.nl. Gearchiveerd op 18 november 2021. In de nieuwe Archiefwet is meer aandacht voor digitale informatie en wordt onder meer de overbrengingstermijn verminderd van 20 jaar naar 10.
Selectielijst
De Archiefwet werkt met zogenaamde "selectielijsten" waarin staat welke documenten bewaard moeten blijven en welke na een bepaalde termijn vernietigd mogen worden. Een selectielijst groepeert in het algemeen documenten naar proces of taak, en koppelt daaraan een bewaartermijn. Dit is niet altijd het geval; bijvoorbeeld de VNG "Selectielijst e-mailbewaring gemeentelijke en intergemeentelijke organen 2024" koppelt niet het proces, maar de (digitale) vorm en betrokkenen aan de bewaartermijn.
Selectielijsten van een bestuursorgaan worden in de Staatscourant gepubliceerd. De vaststelling kan ook door een vereniging zoals VNG plaatsvinden via mandatering. Lokale afwijkingen zijn mogelijk via een zogenaamd "SIO-besluit" (SIO: Strategisch Informatieoverleg), waarbij bijvoorbeeld bepaalde (ingrijpende) gebeurtenissen tot "hotspot" worden bestempeld met afwijkende bewaartermijnen.
Uitvoering door het rijk, provincies, waterschappen en gemeenten De Archiefwet 1995 geldt voor: overheidsorganen, rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld of publiekelijke rechtspersonen met enig openbaar bevoegd gezag. overheidsorganen die buiten de Algemene wet bestuursrecht vallen, zoals de rechterlijke macht en de Staten Generaal.
De hoofdlijnen van de Archiefwet 1995 zijn: Vorming van archief en het beheer daarvan door overheidsorganisaties; Vernietiging, overbrenging en het in eigendom overdragen van archiefbescheiden (vervreemding); Het inzien (openbaarheid) van archieven.
Digitale informatie valt ook onder de Archiefwet.
Organisaties van de overheid zijn verplicht aan bepaalde eisen te voldoen voor het beheer en de vorming van archieven.
Uitvoering door het Nationaal Archief Het Nationaal Archief beheert onder andere overheidsarchieven en particuliere archieven. De archieven zijn afkomstig van: de rijksoverheid; het graafschap Holland en de gewestelijke / provinciale bestuursinstellingen in Zuid-Holland; particuliere instellingen en privé-instellingen.
Daarnaast publiceert het Nationaal Archief een overzicht van de selectielijsten.
Toezicht De Archiefwet regelt ook het toezicht op de wijze waarop de overheid archieven beheert. Daarbij gaat het over toezicht op de zorg en toezicht op de naleving. Voor rijk, provincies en gemeenten zijn er afzonderlijke inspecties.
De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (voorheen 'Erfgoedinspectie' geheten), sector archieven, houdt toezicht op het archiefbeheer van de centrale overheid. Daartoe behoren de hoge colleges van staat (zoals de Raad van State), de ministeries en al hun diensten en instellingen (ook in de provincies), de publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties (zoals productschappen) en de zelfstandige bestuursorganen (zbo's) zoals universiteiten en het Kadaster. De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed doet onderzoek, voert inspecties uit en geeft voorlichting.
De gemeente- of waterschapsarchivaris of een van zijn medewerkers is wettelijk belast met het toezicht op het beheer van de moderne archieven die door die gemeente(n) of waterschappen worden gevormd en beheerd. De gemeentearchivaris houdt ook toezicht op de archieven van gemeenschappelijke regelingen en regiopolitie. De gemeentelijke archiefinspecteurs werken samen in het Werkverband Gemeentelijke Archiefinspecteurs (WGA). De rol van archivaris bij het orgaan kan ook uitgevoerd worden door de provinciaal archiefinspecteur of door de archiefbewaarinstelling.
In elke provincie is daarnaast een provinciaal archiefinspecteur belast met het toezicht op de archiefzorg van gemeenten, waterschappen, gemeenschappelijke regelingen en de regionale politiekorpsen. Het toezicht vanuit de provincie gebeurt op basis van interbestuurlijk (archief)toezicht conform artikel 124 van de Gemeentewet en vergelijkbare regelingen. De provinciale archiefinspecties werken samen in het landelijk overleg van provinciale archiefinspecteurs (LOPAI).
Als een overheidsorgaan zich niet aan de wet houdt kan een bestuurlijke sanctie worden opgelegd. Dat is bestuursdwang, zoals in de Algemene wet bestuursrecht is geregeld. De meest voor de hand liggende vorm is het opleggen van een dwangsom om het overheidsorgaan te dwingen de gewenste maatregelen te nemen.
Bij de centrale overheid kan de minister van OCW bovendien een aanwijzing geven. Bestuursdwang mag de minister pas toepassen na het geven van een aanwijzing en het voeren van bestuurlijk overleg (de Hoge Colleges van Staat en het Kabinet van de Koning zijn van bestuursdwang uitgesloten).
Naast archivering van documenten geven de archiefinstellingen ook adviezen over het beheer van de archieven, zoals het Nationaal Archief als archief van de rijksoverheid, Het Utrechts Archief als Regionaal Historisch Centrum of het Noord-Veluws Archief als regionale archiefdienst.
Kosten en middelen In 2000 was er in Nederland 591 kilometer aan overheidsarchieven (bron CBS).
Het kengetal voor de omvang van de postregistratie en archieffunctie is tegenover elke 25 archiefproducerende ambtenaren staat één postregistratie- en archieffunctiemedewerker.
De kosten bedroegen in 2000 totaal € 73,5 miljoen. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat naast overheidsarchieven ook 54 kilometer archieven van personen en bedrijven werden bewaard. De kosten van het Nationaal Archief maken daar deel van uit. Deze werden in 2010 begroot op € 19,7 miljoen voor het beheer van ruim 93 kilometer archieven, waaronder ook kaarten, tekeningen en foto’s.
Gemeenten, waterschappen en provincies nemen de overige kosten voor hun rekening. Bijvoorbeeld de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht investeerden in 2007-2008 elk meer dan € 0,5 miljoen in subsidies voor toegankelijkheid.
De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed kostte los daarvan in 2010 € 2,7 miljoen. De provinciale archiefinspecties bestaan in de meeste provincies uit een à twee formatieplaatsen. Met de personele lasten is naar schatting € 1 miljoen gemoeid.
Literatuur
Categorie:Nederlandse formele wet Categorie:Nederlandse wet op het gebied van het cultureel recht Categorie:Archief in Nederland