De Zendgroep Barbara was een zendgroep die was samengesteld door het Bureau Inlichtingen (BI). De groep bestond uit geheim agenten die door het BI voor de functie van radio telegrafist/codist waren opgeleid. In de periode van 23 juni tot en met 6 november 1943 werden door het BI vijf koppels agenten ten behoeve van de Zendgroep Barbara boven bezet Nederland geparachuteerd. Het waren de agenten; Gerard van Borssum Buisman en Henk Letteboer, (22/23-6-1943), Piet Hoekman en Bram Grisnigt, (19/20-9-1943), Hans van der Stok en Martin Wiedemann, (19/20-9-1943),Wim Schreinemachers en Jos van Alebeek, (8/9-10-1943), Marinus Verhage en Harry Diesfeldt, (5/6-11-1943). De Zendgroep Barbara was operationeel van 23 juni 1943 tot 12 juli 1944. Van de tien agenten werden er zeven door de Sicherheitsdienst (SD) gearresteerd en kwamen er drie om het leven. De zendgroep werd vernoemd naar de Heilige Barbara de beschermheilige van de Artillerie. De taak van de agenten was het radiocontact te onderhouden tussen de Ordedienst (OD) en de Nederlandse regering in Londen. De organisator en leider van de Zendgroep Barbara was de agent Garrelt van Borssum Buisman.
Garrelt van Borssum Buisman (1915-1991) Garrelt Andreas van Borssum Buisman (Haarlem, 26 september 1915 – Emst, 28 januari 1991) had de roepnamen; Garrelt en Gerard. Tijdens radiocontacten met het Bureau Inlichtingen maakte hij gebruik van de codenamen; Philip, Gerard de Meester en Heintje I. Tijdens zijn contacten “in het veld” gebruikte hij de schuilnamen; Gerard en Van Berkom.
Garrelt van Borssum Buisman week in 1942 uit naar Engeland. Via Frankrijk, Zwitserland en Zuid-Amerika bereikte hij in de zomer van 1942 Engeland. In Engeland aangekomen volgde hij de opleiding tot agent bij het Bureau Inlichtingen. Hij blonk uit in alle delen van de opleiding. Mede door zijn achtergrond. Hij was beroepsofficier bij het wapen der Cavalerie werd hij door de Minister van Oorlog, jhr. Ir. Otto Cornelis Adriaan van Lidth de Jeude (1881 – 1952) en de leiding van het BI geschikt bevonden om een zeer delicate opdracht uit te voeren. Hij kreeg een pakket aan opdrachten mee. Hij moest proberen om bij het Nederlands verzet het heersende wantrouwen jegens Londen weg te nemen. Hij moest het verzet coördineren en een radiocontact tot stand brengen tussen de belangrijkste verzetsorganisaties en de Nederlandse regering in Londen. Om het radiocontact te realiseren diende hij een zendgroep op te richten met ten minste vijf seinposten.
De contacten met de Ordedienst (OD), die in de loop der tijd waren verwaterd, diende te worden aangehaald en verbeterd. Daarvoor was een tactische zo niet diplomatieke aanpak vereist. Van Borssum Buisman droeg de verantwoordelijkheid van een regeringsvertegenwoordiger. Om deze moeilijke opdrachten uit te kunnen voeren had hij de beschikking over de volmachten om bij de leidende figuren van het verzet de nodige opheldering te verschaffen om daarna tot nieuwe en ditmaal tot vruchtbare resultaten te komen. Men ging er in Londen van uit dat zijn militaire achtergrond hem kon helpen om in contact te treden met de OD. De leiding van de OD bestond voor een groot gedeelte uit beroeps-en reserve-officieren.
Juist op het moment dat Van Borssum Buisman zich gereed maakte voor het vertrek naar bezet Nederland was er tussen de leider van de OD jhr. Pieter Jacob Six (1895-1986) en Jan Thijssen (1908-1945), het hoofd van de Radiodienst van de OD, een verschil van mening ontstaan over het gebruik en de inzet van het binnenlands zendernet dat medio 1943 gereed was gekomen. Thijssen wilde het zendernet gelijk in gebruik nemen. Ook wilde hij de faciliteiten van de Radiodienst ter beschikking stellen aan alle verzetsorganisaties met inbegrip van de OD. Six wilde het gebruik van het binnenlands zendernet uitstellen tot aan het moment dat Nederland bevrijd was en de Duitse aftocht een feit was. Volgens de visie van Six zou het zendernet moeten fungeren als een back-up verbindingssysteem. Als het aan Six lag zou het verbindingssysteem pas in gebruik worden genomen op het moment dat de Duitsers de telefoon- en telegrafieverbindingen tussen de grote bevolkingscentra zouden vernielen. Een scherp conflict was het gevolg. Het conflict zou zelfs escaleren want op 31 december 1943 werd Jan Thijssen door Six wegens eigengereid optreden uit de OD gezet. De meningsverschillen tussen Six en Thijssen over het gebruik van het radionet vervulde de leiding van het BI met grote zorg. Bij de leiding van het BI zag men in dat die onderlinge tegenstellingen het aanzien van de OD bij de regering zouden schaden. Van Borssum Buisman kreeg de opdracht om het conflict op een tactische manier gunstig te beïnvloeden.
Garrelt van Borssum Buisman (1915-1991) en Henk Lettboer (1916-2002) In de nacht van 22 op 23 juni 1943 werd Garrelt van Borssum Buisman samen met de radiotelegrafist/codist Henk Letteboer op een pinpoint in de buurt van Mariënberg, ten oosten van Ommen, boven Overijssel geparachuteerd.
Hendrik Letteboer (Almelo, 3 april 1916 – Gorinchem, 6 januari 2002) had de roepnaam; Henk. Tijdens zijn radiocontacten met het BI maakte hij gebruik van de codenamen; August, Heintje II en De Graaf. Tijdens zijn contacten “in het veld” gebruikte hij de schuilnaam; Hendrik de Wit.
De parachutering van de beide agenten verliep zonder moeilijkheden. Het vliegtuig werd enkele minuten na de parachutering boven het IJsselmeer neergeschoten. Na de landing begaven de beide agenten zich naar een aanloopadres in de omgeving van Mariënberg. Op het adres woonde een kennis van Letteboer. Vanuit dat adres werd hun materiaal geborgen. De andere morgen meldde zij hun goede aankomst aan het BI in Londen. De agenten hadden voor dit doel de zogenaamde pigeonbox met twee postduiven meegekregen. De agenten lieten de duiven los. Met een handgeschreven briefje in het kokertje aan de poot van de vogel werd de voorspoedige aankomst in Londen bij het BI bevestigd. Door middel van een afgesproken code werd dr. Allard Oosterhuis (1902 –1967) in Delfzijl van de komst van Van Borssum Buisman op de hoogte gesteld. Dit moest gebeuren omdat door de verraderlijke activiteiten van de V-mann Anton van der Waals (1912 –1950) onterecht wantrouwen moest worden uitgesloten. Van Borssum Buisman reisde vervolgens via Oosterbeek naar Delfzijl. Letteboer bleef nog een nacht bij de kennis logeren.
In Delfzijl aangekomen bracht Van Borssum Buisman zo snel mogelijk een bezoek aan dr. Allard Oosterhuis. Door Oosterhuis werd voor Van Borssum Buisman het gewenste contact met het Hoofdkwartier van de Ordedienst in Amsterdam geregeld. Eenmaal in contact met jhr. Pieter Jacob Six, de leider van de OD, regelde Six voor hem een aantal ontmoetingen met een aantal vooraanstaande medewerkers van de OD in Amsterdam. Vanaf zijn aankomst in bezet Nederland ging Van Borssum Buisman nauw samenwerken met Gerben Sonderman (1908 – 1955) en de kapitein der Artillerie Chris Tonnet (1902 – 1946), codenaam; buurman. Tonnet was beroepsofficier bij de Artillerie. Hij had kans gezien om uit Duitse krijgsgevangenschap te ontvluchten. Vanaf zijn aankomst in Nederland was hij werkzaam voor de OD en hij hield zich bezig met het verzamelen van inlichtingen over de Duitse bezetter.
Gebruikmakend van zijn contacten en zijn netwerk trof Tonnet voorbereidingen om de komst van de agenten, die door het BI ten behoeve van de Zendgroep Barbara boven bezet Nederland werden geparachuteerd, op te vangen. Tonnet zocht naar onderduikadressen en seinadressen. Hij regelde via Jan Thijssen, het hoofd van de Radiodienst van de OD, marconisten om de zendgroep te ondersteunen. Hij regelde legitimatiebewijzen ter beveiliging van agenten enz. Als lokale marconisten werden de telegrafisten F. Carabain en F. Lokven benaderd. Beiden waren werkzaam bij de Radiodienst van de OD. Na korte tijd draaide de zendgroep voortreffelijk. De agent Letteboer zat sneller dan hij had verwacht tot over zijn oren in het werk. De start van de Zendgroep Barbara leidde tot de hernieuwde opbouw van de in het slop geraakte inlichtingendienst van de OD.
Letteboer reisde naar Amsterdam. In het huis van een voormalige dienstvriend, de garagehouder C.J. Knippers, richtte Letteboer op de zolderverdieping van het pand een seinpost in. De garage was gelegen in een pand aan de Lindengracht. Midden in het hartje van de Jordaan. Van Borssum Buisman legde contact met de agent Hendrik Geert de Jonge (1916) waardoor de zender van de agent Pieter Roelof Gerbrands (1919 – 1999) voor de berichten van de spionagegroep Albrecht kon worden ontlast. Nog voor dat de volgende agenten ten behoeve van de Zendgroep Barbara boven bezet gebied werden geparachuteerd kreeg Van Borssum Buisman met een ernstig probleem op de koerierslijn naar Zweden te maken. In de tweede helft van juli 1943 leed de Nederlandse illegaliteit grote schade door de hernieuwde aanvallen van de Sicherheitsdienst (SD). De infiltratie van de V-mann Anton Van der Waals leidde tot de arrestatie van dr. Allard Oosterhuis en diens medewerkers in Delfzijl. Met als gevolg de verdwijning van de koerierslijndienst Delfzijl naar Stockholm. Met kustvaarders werden via deze koerierslijn berichten en koeriers naar Zweden overgebracht. Van der Waals was erin geslaagd om bij de organisatie van Oosterhuis te infiltreren.
Letteboer had inmiddels zijn handen vol gekregen aan het verwerken en verzenden van de berichten die door Van Borssum Buisman en Chris Tonnet werden aangeleverd. Vanuit Londen ontving Letteboer in september 1943 een telegram met de vraag of Van Borssum Buisman in de buurt van Grave de opvang wilde regelen voor het volgende koppel agenten. Van Borssum Buisman ging in Grave op zoek naar een geschikt opvangadres en een contactpersoon die zou kunnen helpen bij de berging van hun meegenomen materiaal. Via een contact dat Van Borssum Buisman op de reis naar Engeland had leren kennen kwam hij via dr. Janus Kanters, een huisarts in Grave, in contact met de veldwachter G.J. Beuvink in Escharen. Van Borssum Buisman vroeg de veldwachter zijn medewerking. In eerste instantie wilde Beuvink niets te maken hebben met zaken die tegen de Duitsers waren gericht. Daarom verzon Van Borssum Buisman een list om de veldwachter, die een voorzichtig man was en die niet over een nacht ijs ging, voor zijn zaak te winnen. Hij zag bij Beuvink een speelgoed konijn op de kast staan. Hij vroeg Beuvink om op de komende zaterdagavond te luisteren naar de uitzending van de radiozender Radio Oranje. In deze uitzending zou de nieuwslezer de slagzin noemen; Het konijn staat op de kast. In dat geval zou met Van Borssum Buisman vertrouwd zaken kunnen worden gedaan. Letteboer seinde het verzoek om het bericht door Radio Oranje uit te laten zenden door aan het BI in Londen. Samen met Van Borssum Buisman luisterde veldwachter Beuvink op de afgesproken zaterdagavond op de vliering van zijn huis naar de uitzending van Radio Oranje. De nieuwslezer las de slagzin voor. Vanaf dat moment was het ijs gebroken en werd Van Borssum Buisman bij de veldwachter binnengehaald als een vorst.
Piet Hoekman (1917-1943) en Bram Grisnigt (1923-2019) In de nacht van 19 op 20 september 1943 werd de agent Piet Hoekman samen met zijn collega Bram Grisnigt in de omgeving van Beugen ten noorden van Boxmeer boven Noord-Brabant geparachuteerd. Pieter Hoekman, (Urk 14 januari 1917 – Keent, 6 november 1943.Piet Hoekman, overleden: 6 november 1943 Pieter Hoekman had de roepnaam 'Piet'. Tijdens zijn radiocontacten met het BI maakte hij gebruik van de codenamen Nico, Jan Post, en Frans. Tijdens zijn contacten 'in het veld' gebruikte hij de schuilnaam P. Zeelenberg. Piet Hoekman was wachtmeester van de Koninklijke Marechaussee. Reijer Abraham Grisnigt, (Rotterdam, 26 januari 1923) had de roepnaam 'Bram'; tijdens zijn radiocontacten met het BI maakte hij ook gebruik van de codenamen 'Willem', 'Kees Coster'. Tijdens zijn contacten in het veld gebruikte hij de schuilnaam 'R.A. Poot'.