thumb|De openingspagina van The Wife of Bath's Tale uit het Ellesmere manuscript van The Canterbury Tales, circa 1405-1410. thumb|Geoffrey Chaucer (ca. 1343-1400), portret uit de 17e eeuw.
The Wife of Bath's Tale (Middelengels: The Wyves Tale of Bathe) is een verhaal uit The Canterbury Tales van Geoffrey Chaucer. De 'Wife of Bath' (vrouw uit Bath), die zichzelf zowel Alisoun als Alys noemt in de proloog van haar verhaal, is een van de meest uitgewerkte personages van Chaucer. Hij beschrijft haar ook uitvoerig in zijn General Prologue. Bovendien is de proloog van haar verhaal, waarin ze zelf aan het woord is, langer dan het verhaal zelf.
De 'Wife of Bath' staat haar mannetje tussen de pelgrims en aangezien ze vijf keer getrouwd is geweest, werpt ze zich op als een autoriteit op het gebied van het huwelijk. Haar eigen ervaring is de universele ervaring van alle vrouwen in een wereld die door mannen gemaakt en geregeerd wordt. Haar verhaal gaat over datgene wat, volgens haar, vrouwen boven alles verlangen, namelijk controle over hun echtgenoot en hun huwelijk.
Datering Het grootste deel van The Canterbury Tales, waaronder vermoedelijk The Wife of Bath's Tale, werden door Chaucer geschreven in de periode tussen 1392 en 1395.Riverside, p. xxix. De proloog van The Wife of Bath's Tale vormt een dichterlijk hoogtepunt in The Canterbury Tales en werd volgens academici dan ook vrij laat tijdens Chaucers werk aan The Canterbury Tales samengesteld. Aangezien in deze proloog kwesties uiteengezet worden, die veeleer te maken hebben met de inhoud van het verhaal dat nu The Shipman's Tale is, lijkt het er op dat Chaucer dat eerst voor de 'Wife of Bath' bedoeld had.Cooper, p. 139. Chaucer schreef speciaal voor haar The Wife of Bath's Tale en haar oorspronkelijke verhaal werd dus The Shipman's Tale.Cooper, p. 156.
Tekst The Wife of Bath's Prologue en Tale behoren tot Fragment III (groep D) en worden gewoonlijk afgekort als WBT.
In The Wife of Bath's Prologue zijn er vier passages tussen versregels 575 en 720 die niet terug te vinden zijn in het Hengwrt Chaucer manuscript en die ook in sommige andere manuscripten ontbreken: 575-584 - Waar Alisoun zelfbedachte dromen vertelt aan haar vijfde echtgenoot Jankin. 609-612 - Waarin ze zegt dat ze zinnelijk van gevoelens en strijdlustig van hart is. 619-626 - Waar ze spreekt over de rode moedervlek op haar gezicht en haar honger naar ieder soort man. 717-720 - Waar haar verwijzing naar de passie van Christus haar een vleugje van vroomheid geeft.
Er zijn ook zes versregels, gewoonlijk genummerd van 44a tot 44f die slechts in drie manuscripten gevonden worden, onder andere in het Cambridge MS. DD.4.24. Daarin kiest de 'Wife of Bath' er de beste mannen uit, zowel voor hun seksueel als voor hun financieel vermogen. Alisoun beschrijft zichzelf als een expert op het gebied van echtgenoten, net zoals een wetenschapper steeds beter wordt naarmate hij met zijn studie vordert. Deze versregels kunnen niet met zekerheid als authentiek bestempeld worden, maar als ze dat inderdaad niet zijn, vormen ze een uitstekende imitatie zowel qua stijl als qua inhoud.
In geen enkel manuscript komt The Wife of Bath Prologue als alleenstaand gedicht voor.Cooper, p. 140. De proloog is dus zeer nauw verbonden met The Wife of Bath's Tale. Er is zelfs interactie tussen beide. Op het einde van de proloog komt de 'Friar' (broeder) tussenbeide
en er ontstaat een dialoog tussen de 'Friar' en de 'Summoner'. In haar verhaal reageert de 'Wife of Bath' daarop.
Chaucers beschrijving van de 'Wife of Bath' thumb|De 'Wife of Bath in het Ellesmere manuscript thumb|150px|'The wife of Bath', detail van 'The Canterbury Pilgrims gravure' van William Blake
In de General Prologue van The Canterbury Tales geeft Chaucer een levendige beschrijving van de 'Wife of Bath'. Alisoun is een respectabele vrouw uit de buurt van Bath,Chaucer kende Bath van zijn tochten naar North Petherton als bosopzichter in 1391. die zeer bedreven is in het weven van laken. Haar vrijpostige gezicht is mooi en haar tanden staan wat uit elkaar.In haar tijd werd dat beschouwd als een aanwijzing voor een wellustige natuur. Ze draagt een kap, die alleen haar wat rode gezicht vrijlaat, en op haar hoofd een hoed zo groot als een rond schild. Op zondag vervangt ze die door fijn geweven hoofddoeken. Om haar brede heupen draagt ze een korte bovenrok en daaronder een scharlakenrode legging. Aan haar soepele nieuwe schoenen zijn scherpe sporen vastgemaakt. Ze rijdt comfortabel op een telgangerEen paard dat tijdens het lopen gelijktijdig zijn beide linker- en daarna zijn beide rechterbenen verzet. en lacht en kletst volop in gezelschap. Van de liefde kent ze de kneepjes van het vak, want ze heeft vijf echtgenoten gehad. Ze houdt zich bezig met liefdadigheid en is al meer dan eens op bedevaart geweest. Dat doet ze niet meteen om devote redenen, maar uit liefde voor avontuur en voor de sociale contacten. Een van de pelgrims zou best haar volgende echtgenoot kunnen worden. In zijn beschrijving geeft Chaucer hints die later in de proloog van Alisouns verhaal aan bod zullen komen. Zo vertelt hij dat de 'Wife of Bath' een beetje doof is, wat Alisoun later zelf zal uitleggen.
Synopsis The Wife of Bath's Prologue
De 'Wife of Bath' stelt zich meteen voor als een ervaringsdeskundige op het gebied van het huwelijk, aangezien ze vijf keer getrouwd is geweest. Ze wil over haar echtgenoten spreken en over haar ervaring met wel en vooral wee in het huwelijk. Alisoun somt vervolgens de autoriteiten op die gesproken hebben over de smarten in het huwelijksleven en over de tekortkomingen van vrouwen. Voor wat betreft de kritiek op weduwen die hertrouwden, merkt ze op dat Abraham en Jakob ieder meer dan een vrouw hadden en dat ook Salomo "wyfes ma dan oon" had.Volgens 1 Kings 11:3 had hij zevenhonderd vrouwen en driehonderd concubines. Ze erkent dat zij, in tegenstelling tot Christus, niet perfect is. Sommige vrouwen zijn als fijn wit brood, maar zij is eerder een bescheiden gerstebrood. Met haar eigen logica breekt ze de kritiek op vrouwen een voor een af.
Op verzoek van de 'Pardoner' (handelaar in aflaten) vertelt ze over haar echtgenoten. De eerste drie omschrijft ze als oud en rijk en ze gaat er prat op dat ze hen onder de duim hield. Ze gebruikte haar seksualiteit voor financieel voordeel en ze vitte onophoudelijk op hen. Toch hielden ze van haar, omdat ze zo'n goed gezelschap voor hen was. Haar vierde echtgenoot was een geilaard, die haar jaloers maakte, nochtans bedroog ze hem met een jonge man, Jankin. Toen haar vierde echtgenoot stierf, trouwde ze met Jankin. Van hem mocht ze nooit doen waar ze zin in had en kreeg ze slaag. Toen ze ooit een blad uit zijn boek scheurde, sloeg hij haar zo hard op haar oor dat het helemaal doof werd. Hij las haar voor uit zijn boek van 'wikked wyves' (verdorven vrouwen). Op een avond had ze er genoeg van en ze scheurde drie bladen uit het boek. Toen werd Jankin zo boos dat hij haar tegen de grond sloeg, waar ze voor dood bleef liggen. Toen ze bijkwam zwoer hij dat hij haar nooit meer zou slaan en dat ze de autonomie over hem kreeg. Ze liet hem het boek verbranden. Van dan af hadden ze tot aan zijn dood een ideaal huwelijk.
De 'Wife of Bath' geeft te verstaan dat ze op de uitkijk is naar een zesde echtgenoot.
Alisoun schept plezier in het praten over zichzelf en ze geniet ervan in het middelpunt van de belangstelling te staan. De 'Friar' (broeder) vindt de proloog wel erg lang en maakt daar een opmerking over, waarop de 'Summoner' (deurwaarder) dan weer reageert. De 'Host' (waard) maakt een einde aan het dispuut en verzoekt Alisoun om haar verhaal te vertellen.
The Wife of Bath's Tale thumb|Koning Arthur, herkenbaar aan de drie kronen op zijn kledij, wandtapijt, ca. 1385. Een ridder aan het hof van Koning Arthur verkracht een mooie jonge vrouw in een tarweveld. Bij wet kan dit misdrijf met de dood bestraft worden, maar de koningin neemt het voor hem op en de koning laat het aan haar over om een oordeel over de ridder te vellen. Als straf moet de ridder onderzoeken wat vrouwen nu eigenlijk 'meer dan wat dan ook' willen. De koningin geeft hem daarvoor een jaar en een dag de tijd en verwacht hem dan op zijn woord van eer terug. Indien zijn antwoord haar geen voldoening schenkt, dan zal hij alsnog ter dood worden gebracht. De ridder gaat op zoek, maar iedere vrouw die hij ondervraagt, zegt wat anders. Een jaar later heeft hij de waarheid nog steeds niet gevonden. Op de terugweg komt hij een oude heks tegen en ten einde raad vraagt hij haar om hulp. Ze wil hem het reddende antwoord geven op voorwaarde dat hij ooit een verzoek van haar zal inwilligen. Hij gaat ermee akkoord en keert samen met haar terug naar het hof.
Daar schenkt de koningin hem gratie, nadat hij haar geantwoord heeft dat de meeste vrouwen soevereiniteit over hun echtgenoot of geliefde willen en niemand dat kan weerleggen. Als beloning vraagt de oude vrouw de jonge ridder ten huwelijk. Hij smeekt haar tevergeefs om van mening te veranderen, zijn bezittingen aan te nemen en zijn lichaam met rust te laten. Ze trouwen en tijdens de huwelijksnacht bekent de ridder dat hij diep ongelukkig is. Zijn vrouw spelt hem de les over echte edelheid. Ze biedt hem aan om ofwel lelijk en trouw, ofwel mooi en mogelijk ontrouw te zijn. Hij laat de beslissing aan haar over en tevreden over het feit dat zij de baas kan zijn over haar man, wordt ze mooi en trouw en leven ze gelukkig met elkaar tot het einde van hun dagen.
Analyse Genre De proloog van The Wife of Bath's Tale heeft de vorm van een literaire belijdenis, een dramatische monoloog, waarin de spreker zijn of haar zondige manier van leven uitlegt en meestal ook verdedigt.Riverside, p. 11. De middeleeuwse versie van een autobiografie was nauw verbonden met een belijdenis, maar hoewel de 'Wife of Bath' zonder schroom vertelt dat ze veel fouten gemaakt heeft in haar vroegere leven, onderwerpt ze zich nergens aan de wil van God, of zelfs van een echtgenoot. Bovendien heeft ze niet de bedoeling iets aan haar leven te veranderen.
Het verhaal van de 'Wife of Bath' houdt het midden tussen een korte romance en een volksverhaal, een sprookje. De terugkeer vanuit een dreigende of symbolische dood is typisch voor de romance en in het verhaal van Alisoun is het duidelijk de ridder die gered wordt.Cooper, pp. 156-157.
Stijl De levendigheid van de proloog van The Wife of Bath's Tale is het effect van de stijl. Chaucer gebruikt de omgangstaal hier op zijn best. Het ritme, de idiomen, de tussenwerpsels en de woordkeuze maken van Alisoun een levensecht personage. Ze gebruikt de ik-vorm en spreekt haar medepelgrims rechtstreeks aan: "For, lordynges, sith I twelve yeer was of age, ....". Haar woordenschat is formeler wanneer ze haar argumenten aanbrengt. Dan vergaart ze materiaal van allerlei autoriteiten die ze vaak ook bij naam vernoemt.Cooper, pp. 154-155.
Thema's Gedrag in het huwelijk Het gedrag in het huwelijk is ook een thema dat opduikt in The Wife of Bath's Prologue. Alisoun gedraagt zich onconventioneel in al haar huwelijken. Aan de hand van dat non-conformisme ten opzichte van wat van haar verwacht wordt in haar rol als echtgenote, wordt aan de lezer getoond hoe het gedrag in het huwelijk dan wel zou moeten zijn. Er bestonden allicht twee boeken met gedragsvoorschriften voor vrouwen in het huwelijk.Carruthers 1979: De twee bekendste boeken met gedragsvoorschriften zijn in het Frans geschreven en samengesteld in de laatste dertig jaar van de veertiende eeuw. The Book of the Knight of LaTour-Landry (Caxtons vertaling van het oorspronkelijk Franse werk), geschreven voor de jonge dochters van de auteur, waarvan hij verwachtte dat ze weldra zouden trouwen en Le Ménagier de Paris, vertaald als The Goodman of Paris, als onderricht voor de vijftienjarige jonge bruid van de schrijver.