thumb|right|250px|Monument in de Vloeiweide thumb|right|250px thumb|right|250px right|thumb|250px|Oorlogsmonument in Rijsbergen In de ochtend van 4 oktober 1944 werd door de Duitsers een overval uitgevoerd op een Radiopost in de Vloeiweide. De radiopost was ingericht in de boswachterswoning van boswachter Neefs. De woning was gelegen in de Vloeiweide in Rijsbergen. Bij deze overval kwamen vijf medewerkers van de Ordedienst (OD) om het leven.
Op 5 oktober 1944 werden als represaille acht medewerkers van de OD op de Schietheide in het Mastbos, aan de Galderseweg, in de omgeving van Ginneken terechtgesteld. De verzetsstrijders behoorden tot een radiopost en een Bewakingsgroep van het Gewest 16 van de Ordedienst. Bij de overval kwamen eveneens de moeder en drie kinderen van het gezin van boswachter Neefs om het leven. De boswachterswoning brandde gedeeltelijk af.
Op de plaats waar de woning heeft gestaan herinnert de fundering van het huis en een gedenkteken aan de slachtoffers die door de Duitsers en hun Nederlandse handlangers werden omgebracht. Aan de Schietheide, op de plaats waar de terechtstelling van de gevangenen plaatsvond, is ter nagedachtenis aan de slachtoffers een monument opgericht. Het gedenkteken in de Vloeiweide werd in 1985 door leerlingen van Groep 7 van de St. Bavoschool in Rijsbergen geadopteerd.
De organisatie en de structuur van de Ordedienst De radiopost die in de Vloeiweide was ingericht maakte deel uit van de Ordedienst van het Gewest 16. Het Hoofdkwartier van het Gewest 16 was gevestigd in Breda. Geografisch betrof het Gewest een gebied in Midden- en West-Brabant, een gebied tussen Bergen op Zoom en Oisterwijk. De commandant van het Gewest was drs. A. van der Poel. Hij woonde in het Liesbos in het naburige dorp Princenhage. Tot 1943 was Van der Poel werkzaam als leraar aan het Onze Lieve Vrouwelyceum in Breda. Na 1943 dook hij onder omdat hij door de Sicherheitsdienst (SD) werd gezocht. Een van zijn voormalige collega’s, de kunstschilder en tekenleraar Paul Windhausen, had hij kunnen bewegen tot deelname aan het verzet. Windhausen was code-officier en commandant van de Radiogroep die op 4 september 1944 in de Vloeiweide een radiopost had ingericht.
De Ordedienst behoorde samen met de Raad van Verzet (RVV) en de Landelijke Knokploegen (LKP) tot de drie verzetsorganisaties die tijdens de Tweede Wereldoorlog in bezet Nederland actief waren. Deze drie verzetsorganisaties werden aan het einde van de maand oktober 1944 geïntegreerd in de Binnenlandse Strijdkrachten. De OD bestond uit negentien Gewesten. De leider van de landelijke OD was de reserve ritmeester jhr. Pieter Jacob Six (1894-1986). Hij had het Algemeen Hoofdkwartier van de OD gevestigd in de Koepelkerk in Amsterdam. Na de demobilisatie van de Nederlandse krijgsmacht in 1940 hadden zich veel beroepsmilitairen bij de OD aangesloten. Toch was de OD geen op militaire leest geschoeide en van bovenaf strak geleide organisatie. De OD had een duidelijke structuur en de Gewestelijke commandanten hadden grote bevoegdheden. Veelal waren de commandanten voor de leiding van hun Gewest op zichzelf aangewezen. In zekere zin was de Ordedienst een schemerwereld. Soms kenden de medewerkers elkaar, soms bleef hun identiteit voor de buitenwereld verborgen. Het gevolg was dat de Sicherheitspolizei und SD verschillende reeksen van arrestaties uitvoerden doch er niet in slaagden om de wijdvertakte organisatie uit te schakelen.
Het doel en de werkwijze van de Ordedienst Anders dan de Raad van Verzet en de Landelijke Knokploegen liet jhr. Pieter Jacob Six geen sabotage bedrijven en ook hield de OD zich niet bezig met de hulp aan onderduikers. Six liet zijn Gewestelijke commandanten alleen voorbereidingen treffen zodat de OD in de laatste fase van de oorlog aan de strijd zou kunnen deelnemen. Six ging ervan uit dat hij nadien in Nederland het militaire gezag zou kunnen uitoefenen. Bij de Topleiding van de OD was de heersende opvatting dat op het moment van de bevrijding van Nederland er een gezagsvacuüm zou ontstaan en dat dan gezorgd diende te worden voor de handhaving van de orde en rust, terwijl tegelijkertijd de geallieerden de helpende hand moesten worden geboden. Bij de OD lag daarom de nadruk op de voorbereiding van de situatie die bij het vertrek van de vijand zou ontstaan. Deelneming aan de strijd maakte het wenselijk dat men wist hoe de Duitse strijdkrachten over het land verdeeld waren en hoe groot de sterkte was. Om deze kennis over de vijand en het terrein waarin de vijand opereerde te verkrijgen werden er door de medewerkers van de OD inlichtingen verzameld. De inlichtingen waren noodzakelijk om de Nederlandse regering in Londen te informeren. Daarom had de OD een sterke band opgebouwd met het Bureau Inlichtingen (BI) in Londen. Het BI was een militaire inlichtingendienst die door de Nederlandse regering in Londen was aangewezen om het contact met de verzetsorganisaties in Nederland te onderhouden. Om deze taak uit te kunnen voeren parachuteerde het BI geheim agenten boven bezet Nederland. Deze agenten verzorgden met hun radiozendontvanger het zendcontact tussen de OD en het BI in Londen.
De Radiodienst van de Ordedienst De Ordedienst had de beschikking over een binnenlands netwerk van radiozenders. Vanuit het Algemeen Hoofdkwartier in Amsterdam had de OD een eigen radioverbinding met de negentien Gewestelijke commandanten. In elk gewest van de OD was door de radiotechnicus Jan Thijssen, het hoofd van de Radiodienst van de OD, een radiogroep opgebouwd. De radiogroepen bestonden uit een kring van drie tot vijf radiozendontvangers. Aan deze radiogroepen waren code-officieren verbonden. Elke radiogroep had eigen marconisten. De marconisten kwamen uit de scheepvaart of waren afkomstig van de KLM. Thijssen en zijn medewerkers reisden het land af om medewerkers voor de Radiodienst te werven. Ze leidden de medewerkers op en ze voorzagen de radiogroepen van radioapparatuur en radio-onderdelen. Alle medewerkers die bij de Radiodienst waren aangesloten hadden een gezamenlijke interesse. Ze hadden beroepsmatig of als hobby kennis van de radiotechniek. Er waren radioseinposten in Amsterdam, Hilversum, Apeldoorn, Utrecht (stad), Den Haag, 's-Hertogenbosch, Venlo, Nijmegen, Arnhem, Groningen (stad), Leeuwarden en Breda.
Toen in medio 1943, na maanden van hard werken, het binnenlandse zendernet gereed was voor gebruik ontstond er tussen jhr. Pieter Jacob Six en Jan Thijssen een verschil van mening over het gebruik en de inzet van het verbindingsnet. Thijssen wilde het zendernet gelijk in gebruik nemen. Ook wilde hij de faciliteiten van de Radiodienst ter beschikking stellen van alle verzetsorganisaties met inbegrip van de OD. Six wilde het gebruik van het binnenlands zendernet uitstellen tot aan het moment dat Nederland bevrijd was en de Duitse aftocht een feit was. Volgens de visie van Six zou het zendernet moeten fungeren als een back-up verbindingssysteem. Het verbindingssysteem zou pas in gebruik worden genomen op het moment dat de Duitsers de telefoon- en telegrafieverbindingen tussen de grote bevolkingscentra zouden vernielen. Een scherp conflict was het gevolg. Het conflict escaleerde. De bevelsbevoegdheid over de radiogroepen werd door Six gedelegeerd naar de Gewestelijke commandanten en Thijssen werd als hoofd van de Radiodienst ontslagen. Op 31 december 1943 werd Thijssen wegens eigengereid optreden uit de OD gezet. Na zijn ontslag bij de OD bouwde Jan Thijssen ten behoeve van Raad van Verzet in korte tijd een nieuwe Radiodienst op. De Radiodienst van de Raad van Verzet werd in de zomer van 1944 operationeel en bleef in bedrijf tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.
De algemene oorlogstoestand De overval op de radiopost in de Vloeiweide kan niet los worden gezien van de ontwikkelingen die zich op dat moment op het militaire oorlogstoneel afspeelden. Juist de ontwikkelingen op het hoogste legerniveau waren indirect van grote invloed op het drama dat zich in de vroege morgen van 4 oktober 1944 heeft voltrokken.
Op 3 september 1944 bereikte een tankspits, van het Britse 2e Leger, Brussel (stad). Op dezelfde dag zond Radio Oranje namens Koningin Wilhelmina der Nederlanden de mededeling uit dat Hare Majesteit de Koningin haar schoonzoon Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld had benoemd tot Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten en dat Prins Bernhard, onder het bevel van generaal Dwight D. Eisenhower de leiding van het gewapend verzet op zich had genomen. Op het moment dat Prins Bernhard tot Bevelhebber werd benoemd had het gewapend verzet in Nederland vrijwel niets te betekenen. De drie geheime organisaties OD, RVV en LKP, die voor het bieden van het verzet, hetgeen de sabotage insloot, in aanmerking kwamen hadden nagenoeg geen wapens en geen sabotagemiddelen. Daarnaast was de RVV pas op 1 september 1944 door het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO) erkend als ontvanger en distributeur van alle boven het bezet gebied af te werpen wapens en sabotagemiddelen.
Op 4 september 1944 stootte de Britse 11e Tankdivisie door naar de Scheldemonding bij Antwerpen (stad). Een tankspits van het Amerikaanse 1e Leger zette via de route: Metz, Aken (stad), de aanval in op het Ruhrgebied. Generaal Bernard Montgomery bereikte met een Leger bestaande uit: Engelsen, Canadezen, Polen, Belgen en de Nederlandse Prinses Irene Brigade, via Vlaanderen de Nederlandse grens.
Dolle Dinsdag Op dinsdag 5 september 1944 ontstond in Nederland grote opwinding. Voor Radio Oranje gaf minister-president Pieter Sjoerds Gerbrandy (1885-1961) de indruk dat de bevrijding van Nederland slechts een kwestie van uren kon zijn. Voortdurend zond Londen radioberichten uit waarin verzetslieden met nadruk werd meegedeeld vooral de aanwijzingen van hun commandanten te volgen en niet op eigen initiatief aan de slag te gaan. Deze aanwijzingen versterkten het gevoel dat het moment van handelen was aangebroken. Leden van de Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland (NSB) en hun gezinnen pakten haastig hun biezen. Uit het westen van Nederland vertrokken bijna veertig extra treinen in oostelijke richting. De treinen waren volgepakt met leden van de NSB en hun gezinnen. In deze overwinningsroes ontstonden gevaarlijke situaties, omdat op diverse plaatsen het verzet bovengronds kwam en sommige onderduikers zich openlijk op straat vertoonden. Deze dag werd later Dolle Dinsdag genoemd.