thumb|De kathedraal, op de voorgrond de Ill thumb|la Petite France thumb|Deze voetgangersbrug over de Rijn verbindt Straatsburg sinds 2004 met het Duitse Kehl thumb|Zicht op Straatsburg omstreeks 1493 thumb|Titelblad: Relation Aller Fürnemmen und gedenckwürdigen Historien

Straatsburg (Frans: Strasbourg, uitspraak [stʁasbuʁ], Duits: Straßburg) is de hoofdstad van de Elzas. Sinds 2016 is de stad hoofdstad van de overkoepelende regio Grand Est in het noordoosten van Frankrijk. De stad ligt aan de Rijn, aan de overkant van de Rijn ligt Duitsland. Toch is voor de stad de rivier de Ill net zo belangrijk, omdat het centrum tussen twee armen van de Ill ligt. Als gevolg van oorlogen en annexaties in 1681, 1870, 1918, 1940 en 1945 is Straatsburg meerdere malen van Duitse in Franse handen overgegaan en omgekeerd. Onder deze oorlogen heeft de stad geleden.

Straatsburg is met name bekend omdat de zetel van de Raad van Europa en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens er zijn gevestigd. Samen met Brussel is het de zetel van het Europees Parlement. Het is een universiteitsstad en een centrum van de motor-, voedsel-, textiel- en machinebouwnijverheid. Het oudste deel van de stad, la Petite France, bevindt zich op de plaats waar de Ill zich om het centrum in tweeën splitst. Het is het meest toeristische deel van de stad.

In Straatsburg werd van oorsprong hoofdzakelijk Duits-Elzassisch gesproken. Door de voortschrijdende verfransing, na 1918 en vooral na 1945, werd echter in toenemende mate Frans meer de voertaal dan Duits. Inmiddels is Duits geen openbaar communicatiemiddel meer. Toch herinneren de vele Duitstalige geografische namen aan het verleden evenals straatnamen, ondanks verfransing van vele straatnamen.

De agglomeratie rond Straatsburg telde 1.145.000 inwoners in 2007. In 2015 telde het Franse gedeelte van de agglomeratie 780.515 inwoners.

Geschiedenis Het gebied van Straatsburg werd in de tijd van zijn eerste bewoning meervoudig door rivierarmen van de Rijn, Ill en Breusch doorsneden. Evenals de Triboken, hadden reeds de eerder door hen ca. 50 v.Chr. verdrongen Kelten zich vanwege de rijke jacht en visvangst in deze delta gevestigd. Voor de Romeinen bood de ligging van dit vissersdorp, evenals de eenvoudige Rijnovergang ter plaatse uitstekende condities voor het aanleggen van een legerplaats.

Onder de Romeinse keizer Augustus werd in 12 v.Chr. Argentoratum, zilverberg, gesticht. Aanvankelijk was het een militair kamp van het Achtste Legioen nabij de Romeins-Germaanse grens, de limes, die in dit gebied door de Rijn werd aangelegd. Mettertijd ontstond ten westen van het kamp een burgernederzetting, een canabae. Door de uitbreiding van het Romeinse Rijk verschoof de grens naar het oosten en kon Argentoratum een belangrijke havenstad aan de Rijn worden. Deze uitbreiding was van tijdelijke aard; reeds in 357 werd ook de Rijngrens bedreigd. In dat jaar hield Julianus Apostata deze grens voorlopig nog in stand door zijn overwinning in de slag bij Argentoratum op de zeven stamhoofden der Alemannen. Maar na een halve eeuw werd de Elzas definitief door deze Germaanse volksstam in bezit genomen. De oorspronkelijk Keltische bewoners en de Romeinen werden daarbij verdreven of pasten zich aan. Bij de inval van de Hunnen onder Attila in het voorjaar van 451 werd de Romeinse stad verwoest.

Op de plaats van de oude Romeinse vesting herrees de Frankisch-Allemanische stad met de naam Straatsburg, in documenten verlatijnst tot Strateburgum, "vesting bij de straat". Sedert de 4e eeuw was de stad bisschopszetel.

In 496 werd de stad bij het Frankische Rijk ingelijfd. In 842 werd de Straatsburgse Eed tussen Lodewijk de Duitser en Karel de Kale afgelegd. Dit document, dat zowel in het Oudfrans als in het Oudhoogduits werd opgesteld, is daarmee de eerste oorkonde die in "volkstaal" werd opgesteld. De Franse versie is daarmee tevens de eerste schriftelijke uiting van de Franse taal én het eerste document dat van de verdeling van het Frankische Rijk in een Romaans- en Germaanstalig gebied getuigt. Door het Verdrag van Meerssen werd Straatsburg in 870 Oost-Frankisch en onderdeel van het hertogdom Zwaben, dat op zijn beurt onderdeel zou worden van het latere Heilige Roomse Rijk. In 982 slaagden de bisschoppen erin de stad uit het hertogdom los te weken en onder de heerschappij van het bisdom te brengen.

In 1015 werd door Wernher von Habsburg een basiliek in romaanse stijl gebouwd. Zij werd "Münster" genoemd, verwijzend naar haar functie als kloosterkerk (Monasterium). Later wordt zij bisschopszetel en dan ook als "Dom" aangeduid. Nu wordt alleen nog haar Franse naam "Cathédrale" gebruikt.

Van bisschopsstad tot burgerstad In de middeleeuwen groeide Straatsburg uit tot een belangrijk economisch centrum. De overwinning van de burgers van Straatsburg op bisschop Walter von Geroldseck in 1262 in de Slag van Hausbergen bezegelde de onafhankelijkheid van de stad en gaf haar de status van vrije rijksstad onder gezag van de Duitse keizer. De burgers organiseerden zich in eigen bestuursorganen en eigen rechtspraak. De stad werd lid van de Rheinische Städtebund, een samenwerkingsverband van de belangrijkste Rijnsteden. Straatsburg groeide uit tot een geestelijk centrum van christelijke scholastiek en later van humanisme.

Om op de drassige grond te kunnen bouwen waren duizenden houten palen nodig. De stenen huizen werden daarop gebouwd.Stadsmuseum Straatsburg, september 2014

Pest en de vervolging van de Joden Nog voordat de Zwarte Dood, de verwoestende Europese Pestepidemie van 1347 tot 1351, Straatsburg bereikte, vond er op 14 februari 1349 een van de eerste en grootste pogroms van de middeleeuwen plaats. In de loop van dit zogenaamde Valentinstagmassaker ("bloedbad op Valentijnsdag"), werden volgens de historische overleveringen 2.000 tot 3.000 Joden uit Straatsburg in het openbaar op de brandstapel verbrand. De andere Joden werden uit de stad verbannen. Daarna was het Joden tot het eind van de 18e eeuw, op straffe van de dood, verboden om zich ‘s avonds na 10 uur binnen de stadsmuren te bevinden. Verder diende iedere Jood, in de periode dat hij wel in de stad mocht verblijven, voor ieder paard dat hij in de stad bracht of bereed een bijzondere belasting te betalen: het Pflastergeld, straattol. Het tijdstip waarop de Joden de stad via de Rue de Juifs/Judengasse, de Jodenstraat, moesten hebben verlaten werd door een hoornsignaal van een gemeentelijke heraut aangegeven. Ter herinnering aan deze stedelijke dwang klinkt nog steeds iedere avond om 22 uur de Jodenklok van de kathedraal.

Kathedraal thumb|Voorgevel van de Kathedraal De kathedraal van Straatsburg was oorspronkelijk een kloostervestiging (monasterium) en werd daarom Straatsburger Munster genoemd, in het Duits Straßburger Münster. In het Frans werd de naam Cathédrale Notre-Dame de Strasbourg, meestal alleen la Cathédrale. Ze werd in 1439 voltooid. Met een toren van 142 m hoog was het op dat moment het hoogste gebouw ter wereld. Als bouwmeesters van de voorgevel worden vermeld: Erwin von Steinbach, Ulrich von Ensingen en Johann Hültz. De tweede toren werd niet meer afgebouwd vanwege de modderige ondergrond; met een tweede toren zou het gebouw te zwaar zijn geworden.

Reformatie en drukpers in Straatsburg - 30 jaar oorlog Johannes Gutenberg, die geldt als de uitvinder van de boekdrukkunst in Europa, heeft een tijd in Straatsburg gewerkt, rond het jaar 1440.

Vanaf 1482 kende de stad een standenbestuur.

In de 16e eeuw beleefde Straatsburg zijn bloeiperiode als vrije rijksstad. In 1566 werd de Latijnse school tot academie verheven en een centrum van de reformatie. Tijdens de Reformatie koos Straatsburg de lutherse kant, maar op de Rijksdag van Augsburg sloot de stad zich niet aan bij de orthodox lutherse Confessio Augustana, maar legde ze, samen met de steden Memmingen, Konstanz en Lindau, een eigen belijdenis af; de zogenaamde Tetrapolitana, opgesteld door de theologen Martin Bucer en Capito.

In 1605 begon de Straatsburgse drukker en boekhandelaar Johann Carolus zijn tot dan toe handgeschreven nieuwsverzamelingen in druk uit te geven. Het nieuwsblad, dat onder de titel Relation Aller Fürnemmen und gedenckwürdigen Historien verscheen, geldt als de allereerste gedrukte krant. In 1621 werd de academie een universiteit.

Bij de Vrede van Westfalen in 1648 verkreeg de Franse koning het beschermheerschap over een aantal Elzasser rijkssteden; steden die rechtstreeks onder het gezag van de Duitse keizer stonden. Straatsburg bleef echter een vrije rijksstad, die desondanks in september 1681 door Franse troepen werd bezet. In 1697 werd Straatsburg ten gevolge van de Vrede van Rijswijk bij Frankrijk ingelijfd. De stad, haar taal, haar universiteit en haar cultuur bleven Duitstalig hoewel protestanten geen toegang tot belangrijke overheidsbetrekkingen konden krijgen en de munsterkerk als kathedraal weer rooms-katholiek werd ingewijd. Overigens werd het protestantisme getolereerd en niet verboden, zoals sinds 1685 elders in Frankrijk. De universiteit bleef in protestants-lutherse handen en behield haar aantrekkingskracht op de studerende jeugd uit het zuiden van Duitsland, maar kreeg ook concurrentie van een Jezuïetenacademie die door de Franse koning werd gesubsidieerd. De bij de Vrede van Rijswijk door Frankrijk ingelijfde Elzas bleef binnen Frankrijk een autonome provincie en maakte geen deel uit van het Franse belasting- en tolgebied. De douanegrens bleef, zoals ook daarvoor, over de kam van de Vogezen lopen.

In 1770 en 1771 studeerde de bekendste Duitse dichter, Johann Wolfgang von Goethe, aan de Universiteit van Straatsburg. De stad was destijds een van de centra van de Duitse literaire Sturm und Drang-beweging, en dichters als Jakob Michael Reinhold Lenz en Johann Gottfried von Herder studeerden er enige tijd.

Integraal deel van de Franse republiek Tijdens de Franse Revolutie op 25 april 1792 componeerde Claude Joseph Rouget de Lisle in Straatsburg op een diner georganiseerd door burgemeester Frédéric de Dietrich, het nieuwe Franse volkslied, de Marseillaise. Symbolisch werd daarmee de stad deel van de moderne Franse geschiedenis. De universiteit werd in dit jaar door het revolutionaire bewind opgeheven als on-Frans en conservatief instituut.

Toen Duitsland na het herstel van de oude orde in de greep van de reactie raakte, zouden Duitse revolutionairen hun toevlucht zoeken in Straatsburg en Parijs, zoals de nog steeds bekende Georg Büchner. De ontwikkelde stadsburgerij zocht overigens steeds meer aansluiting bij de Franse burgerlijke middenklasse en langzamerhand marginaliseerde het Duits als tweede taal in het bestuur, de rechtspraak en de scholen.

Hereniging met Duitsland, 1870-1918