thumb|De Barbarossa-ruïne in 2026 thumb|De Barbarossa-ruïne in het Valkhofpark, omstreeks 1900 thumb|upright|De Barbarossa-ruïne als podium tijdens festival de-Affaire De Barbarossa-ruïne zijn de overblijfselen van een middeleeuwse kapel aan het Valkhof in de Nederlandse stad Nijmegen. De kapel maakte deel uit van de 12e-eeuwse Valkhofburcht, die aan het eind van de 18e eeuw bijna helemaal is gesloopt. De kapel zelf wordt ook vaak Sint-Maartenskapel genoemd; ze was gewijd aan de heilige Martinus van Tours, beter bekend als Sint-Maarten.

De ruïne is tegenwoordig een rijksmonument, samen met de Sint-Nicolaaskapel en het Valkhofpark.

Geschiedenis De Sint-Maartenskapel was, als onderdeel van de burcht, haaks gebouwd op een lange bouwvleugel. Deze vleugel liep ongeveer liep vanaf ongeveer waar nu het viaduct over de Voerweg is tot aan de grote donjon (de "Reuzentoren").

Vermoedelijk was de kapel een dubbelkerk. In een bewaard gebleven rekening uit 1432/1433 wordt de wijding van de kapel aan Sint Maarten voor het eerst vermeld. Mogelijk was het meer dan alleen een gebedshuis en werden er dus niet enkel erediensten gehouden, maar werd de keizerlijke troon hier ook soms geplaatst. Men maakt dit laatste op uit het feit dat de apsis zich in het midden van de rijkszaal moet hebben bevonden, een situering die lijkt op die van de dwarsbeuk van de keizerpalts Goslar.

Nadat Jan van Nassau in 1578 op de burcht was ingehuldigd als de nieuwe Gelderse stadhouder, verbood hij de uitoefening van het katholieke geloof. Zowel de Nicolaaskapel als de Maartenskapel verloren hierdoor nu hun religieuze functie. De Maartenskapel kreeg een nieuwe bestemming als stal en keuken.

Gedeeltelijke sloop (1796-1797)

De kapel bleef uiteindelijk deels gespaard bij de sloop in 1796-1797, waarbij de hele rest van de burcht – op de Nicolaaskapel na – werd afgebroken. Het besluit hiertoe werd – ondanks veel protesten vanuit Nijmegen zelf – binnen het Kwartier van Nijmegen genomen na het beleg van 1794, waarbij de stad in Franse handen was gevallen en de burcht beschadigd was geraakt. Als argument voor de sloop voerde men vooral op dat het weer herstellen en onderhouden van de burcht veel te duur zou zijn.

Naar alle waarschijnlijkheid heeft Johannes in de Betouw een doorslaggevend aandeel gehad in het behouden blijven van de twee kapellen. Men kende er op dat moment nog een (inmiddels geheel achterhaalde) Romeinse bouwtijd aan toe. Wat betreft de Maartenskapel, die voorafgaand aan de sloop door de gemeente Nijmegen van het provinciale bestuur was opgekocht samen met de Nicolaaskapel, was eerst nog onzeker of het behouden hiervan technisch inderdaad zou lukken. Dit kwam doordat het architecturaal een uitbouwing was van de noord-zuidvleugel van het hele burchtcomplex. Uiteindelijk lukte het toch om de apsis te behouden, de overige delen van de kapel moesten alsnog tegen de vlakte vanwege het te grote instortingsgevaar.

In de Betouw hield zelf toezicht op de sloopwerkzaamheden, onder assistentie van Hendrik Hoogers.

Nadat in 1799 vernielingen aan beide kapellen werden geconstateerd, besloot de Stadsraad om ook de kelders (crypte) van de Sint-Maartenskapel alsnog te slopen.

Na de sloop Na een raadsbesluit hiertoe op 6 mei 1811 werd er, in het toen nieuw aangelegde Valkhofpark, voor de Barbarossa-ruïne een borstbeeld onthuld voor keizer Napoleon Bonaparte, die eind oktober van dat jaar de stad zou bezoeken. Het borstbeeld was voorzien van de tekst César et Charlemagne revivent en lui ("Caesar en Karel de Grote komen in hem weer tot leven").014a, noviomagus.nl Drie jaar later is het weer weggehaald.

De Barbarossa-ruïne vormt tegenwoordig samen met het Valkhofpark en de Sint-Nicolaaskapel rijksmonument nummer 31192.

Architectuur en later onderzoek De halfronde ruïne is een apsis, gemaakt van tufsteen en met een breedte van 6,9 meter. Het bouwwerk bevat spolia uit de Karolingische en mogelijk ook de Romeinse tijd. De apsis wordt door een triomfboog gescheiden van de travee, die in de late middeleeuwen nog lijkt te zijn verbouwd. Apsis en travee waren opgesplitst in een onder- en een bovenverdieping, die eerst van elkaar werden gescheiden door een houten vloer en later door een stenen gewelf. De onderste verdieping was zelf weer opgedeeld in drie beuken. De muurvakken aan de buitenzijde hebben een omkadering van rondboogfirezen en lisenen. De triomfboog wordt gedragen door twee eveneens marmeren zuilen. Deze zuilen zijn voorzien van kapitelen, gemaakt van wit Carrara-marmer en uitgevoerd in een nagebootste Korinthische stijl. De zuilen zelf worden als authentiek Romeins beschouwd. De kapitelen lijken uit de Karolingische periode te dateren, en moeten in dat geval naar Romeins voorbeeld zijn gemaakt. Een soortgelijk kapiteel dat bij de Barbarossa-ruïine is aangetroffen bevindt zich tegenwoordig in het Valkhof Museum, en wordt eveneens gedateerd in de periode 775-800.Karolingisch kapiteel afkomstig van het Valkhof, site van het Valkhof MuseumBarbarossaruïne of Sint-Maartenskapel. noviomagus.nl Halverwege vertonen de zuilen entasis, wat kenmerkend is voor klassieke architectuur.

De ingenieur Jan Jacob Weve was in de periode 1910-1911 een van de eersten die zeer grondig archeologisch onderzoek verrichtte op het Valkhofterrein. In de Barbarossa-ruïne trof hij alle vier de basementen van de zuilen nog aan, ook de westelijke die in 1910 werden opgegraven. Weve was anderzijds minder zeker over de veronderstelde Romeinse oorsprong van de fundering. Bij het bestuderen van de noordelijke hoek van de kapel trof hij de restanten aan van een mestbak en met zand gevulde paalgaten. Hij vond voorts kleine en verkalkte botrestanten in het zuidelijk stuk van de grond onder de kapel. In het oosten bevond zich een brandgat met daaroverheen een tufstenen blok. In de onderste grondlaag zijn later nog scherven van Romeins aardewerk gevonden, de laag hierboven bevatte vooral as en brandsporen. Van de gevonden menselijke botresten stelde de stadsarcheoloog Thijssen later vast dat ze uit de 17e eeuw waren. Het leek Weve tevens waarschijnlijk dat de funderingsmuur van de Sint-Maartenskapel zelfs al uit de Merovingische tijd dateerde, en in dat geval zou hebben toebehoord aan een bouwwerk dat hier al vóór de Karolingische palts zou hebben gestaan.

Verschillende dateringen Vaak wordt ervan uitgegaan dat de bovengenoemde kapitelen aanvankelijk bij de 8e-eeuwse palts van Karel de Grote hoorden, om later te worden hergebruikt bij de bouw van de romaanse kapel als onderdeel van de burcht van Barbarossa. Volgens weer andere onderzoeken zou Keizer Hendrik III (1017-1056) degene zijn geweest die de Sint-Maartenskapel liet bouwen.

In 1895 is de vroegere aansluiting die de Sint-Maartenskapel op de oostelijke buitenmuur van de noord-zuidvleugel van de burcht had gehad, voor het eerst nauwkeurig onderzocht. Er werd geconcludeerd dat de fundering hiervan van oorsprong Romeins was, vooral de rode mortel leek hierop te wijzen.

Onjuiste verklaringen

De 17e-eeuwse rechtsgeleerde Simon van Leeuwen zag in de huidige Barbarossa-ruïne een overblijfsel van een Germaanse tempel die nog van vóór de komst van de Romeinen naar Nederland zou dateren. Hieruit vloeide de anekdote voort dat de uit Rome gevluchte paus Leo III, op verzoek van Karel de Grote, in 799 zowel de Barbarossa-ruïne als de Nicolaaskapel (destijds bekend als de "Karolingische kapel") ceremonieel zou hebben omgevormd van afgodstempeltjes tot christelijke bouwwerken. Ook Johannes in de Betouw hing de opvatting aan dat zowel de Sint-Maartenskapel als de rest van de bucht reeds uit de Romeinse tijd dateerden. Er zou volgens hem oorspronkelijk sprake zijn geweest van een ronde tempel, een soort miniversie van het Pantheon.

Nog in 1825 verklaarde de Ubbergse notaris Cornelis ten Hoet in zijn boekje Geldersch Lustoord overtuigd te zijn van het idee van Van Leeuwen, gezien "de ronde gedaante, de overdikke muur van duifsteen en bovenal de grootsheid van het metselwerk". Dit idee werd echter vrijwel onmiddellijk van tafel geveegd door Diederik van Schevichaven (vader van de bekende archivaris Herman Diederik Joan van Schevichaven). Sindsdien wordt algemeen aangenomen dat Barbarossa de echte stichter is geweest.

Externe links Barbarossa-ruïne (punt 2) op monumentenlijst Nijmegen

Ronald Stenvert e.a., Barbarossa-ruïne in: Monumenten in Nederland - Gelderland. Rijksdienst voor de Monumentenzorg/ Waanders uitgeverij, Zwolle 2000, blz. 243

Categorie:Rijksmonument in Nijmegen Categorie:Kasteelruïne in Gelderland Categorie:Valkhof Categorie:Geschiedenis van Nijmegen in de middeleeuwen Categorie:Kapel in Nijmegen Categorie:Voormalig bouwwerk in Nijmegen