Termieten (Isoptera) zijn een relatief kleine groep van op het land levende, kolonievormende insecten. Alle soorten zijn planteneters die van bladeren en dood hout leven. Hun monddelen en ook hun darmen zijn hierop aangepast; termieten dragen eencelligen in hun ingewanden die cellulose kunnen verteren. Van enkele honderden soorten is bekend dat de dieren door hun hout-etende levenswijze grote schade aan kunnen richten aan gebouwen, kunstvoorwerpen en voedselgewassen. Termieten zijn relatief kleine insecten en worden in de regel vier tot vijftien millimeter lang.

Alle termieten vormen kolonies. Termieten zijn de enige groep van sociale insecten die niet tot de vliesvleugeligen (Hymenoptera) behoren. Vanwege het bleke uiterlijk van sommige individuen worden ze ook wel witte mieren genoemd, hoewel termieten niet verwant zijn aan de mieren. Een belangrijk verschil is de voedselkeuze; mieren zijn vaak vleeseters – in tegenstelling tot de termieten die altijd van plantaardig materiaal leven. Mieren behoren zelfs tot de belangrijkste vijanden van termieten.

De meeste soorten leven ondergronds of maken deels bovengronds gelegen nesten die erg groot kunnen worden. Een termietenkolonie kan honderden tot miljoenen individuen bevatten. Bij de meer gespecialiseerde soorten komen verschillende vormen voor die de kasten worden genoemd. Deze kasten bestaan uit zowel mannetjes als vrouwtjes, zij bouwen het nest en voeden de andere termieten (werkers) en andere bewaken het nest en jagen vijanden weg (soldaten). Iedere kolonie heeft een koningin en een koning, die samen voor het nageslacht zorgen.

Termieten komen over bijna de gehele wereld voor. Ze leven voornamelijk in tropische en subtropische gebieden, soms in gematigde streken of zeer hete omgevingen zoals woestijnen. Termieten leven oorspronkelijk niet in westelijke en noordelijke delen van Europa. Het is de enige invloedrijke groep van insecten die hier niet van nature voorkomt. Sinds enige decennia worden sommige soorten echter steeds vaker gezien en lijken zich hier te vestigen.

Naamgeving De naam termieten is afgeleid van het Latijnse woord , een term die werd gebruikt voor verschillende kleine, in het hout levende wormachtige diertjes. De naam termes werd dus niet specifiek voor termieten gehanteerd maar hiermee werden alle kleine dieren aangeduid die gangen in hout maken. Voorbeelden zijn in het hout levende keverlarven, maar ook wel rupsen van vlinders die een hout-etende levenswijze kennen. De naam termes kan hierdoor vrij vertaald worden als 'houtworm'. In veel andere talen wordt een afleiding van de naam 'termes' gebruikt, zoals het Engelse '' en het Franse ''. In Indonesië worden termieten wel aangeduid met de naam 'rayap', wat 'boorder' betekent. In Suriname worden de dieren 'houtluizen' genoemd, niet te verwarren met de insecten uit de orde stofluizen (Psocoptera) die ook wel onder deze naam bekend staan.

De wetenschappelijke naam van de termieten is Isoptera, deze naam is afgeleid uit het Grieks en betekent gelijke (iso) vleugels (ptera). Wat betreft hun naam zijn ze te verwarren met de Homoptera, deze naam betekent ook gelijkvleugeligen. De naam Isoptera slaat op het feit dat de voor- en achtervleugels van gevleugelde exemplaren gelijkvormig zijn. De meeste insecten worden vertegenwoordigd door ongelijkvleugelige vormen, zoals de kevers en de vlinders.

Taxonomie en indeling miniatuur|300px|class=skin-invert-image|alt=Een versimpelde weergave van de relaties binnen de kakkerlakachtigen.|Een versimpelde weergave van de relaties binnen de kakkerlakachtigen Termieten behoren samen met de kakkerlakken (Blattodea) en de bidsprinkhanen (Mantodea) tot de superorde kakkerlakachtigen (Dictyoptera). De belangrijkste verschillen tussen deze drie groepen is de stand van de monddelen ten opzicht van de kop. Bij de termieten zijn de monddelen naar voren gericht, dit wordt wel prognaat genoemd. Bij de bidsprinkhanen zijn de monddelen naar onderen gericht (hypognaat) en bij de kakkerlakken zijn de monddelen naar achteren gericht (opistognaat). De drie groepen kunnen ook worden onderscheiden aan het aantal ocelli, dit zijn de kleine enkelvoudige oogjes op het midden van de kop. Bij kakkerlakken komen deze niet voor en bidsprinkhanen hebben drie ocelli die iets boven de ogen gepositioneerd zijn. Bij de termieten is de middelste ocellus verdwenen waardoor ze slechts twee ocelli bezitten.

De kakkerlakachtigen zijn verdeeld in drie groepen die de rang van epifamilie (tussenfamilie) hebben. Dit zijn de Blattoidae (waartoe alle kakkerlakken behoren), de Termitoidae (alle termieten) en een derde groep, de Cryptocercoidae. Deze laatste groep wordt slechts vertegenwoordigd door een enkele familie; de Cryptocercidae. De vertegenwoordigers van deze groep worden gezien als een tussenvorm van de kakkerlakken en de termieten.

Termieten worden net als andere insecten voornamelijk ingedeeld op basis van de adering van hun vleugels. Bij de termieten zijn de verschillende groepen ook aan andere kenmerken te onderscheiden, zoals een Y-vormige naad aan de voorzijde van de kop. Deze naad is aanwezig bij de soorten uit de families Mastotermitidae, Hodotermitidae, Archotermopsidae, Stolotermitidae en Kalotermitidae. Bij de soorten uit de families Rhinotermitidae en Termitidae is deze structuur minder goed zichtbaar of zelfs volledig verdwenen.

Er zijn wereldwijd ongeveer 2970 verschillende soorten bekend (juli 2023). Vermoedelijk zijn er ongeveer 500 tot 1000 soorten nog niet wetenschappelijk beschreven. Termieten worden verdeeld in negen families.

Termieten worden verdeeld in twee groepen, de basale of lagere termieten die meer primitieve kenmerken bezitten, en de geavanceerde of hogere termieten die zich evolutionair gezien verder hebben ontwikkeld. Opmerkelijk is dat de hogere termieten veel lichaamskenmerken hebben verloren, zo hebben zij bijvoorbeeld meestal geen ogen, een lager aantal tarsus- en cercusleden (geledingen aan de voet respectievelijk achterlijfaanhangsel) en gereduceerde geslachtsorganen. Met de term hogere termieten worden de soorten uit de familie Termitidae bedoeld, die ongeveer zeventig procent van alle termieten vertegenwoordigt. Alle andere families worden als lagere of primitieve termieten aangeduid.

Onderzoek naar termieten miniatuur|links|alt=Fritz Müller deed onderzoek naar de samenleving van termieten.|Fritz Müller deed onderzoek naar de samenleving van termieten De soort Termes fatalis was de eerste termiet die een wetenschappelijke naam kreeg (als Termes fatale) en werd beschreven door Carl Linnaeus in 1758. In die tijd wist men nog vrijwel niets over de verwantschappen met andere insecten of de levenswijze van de termieten. De meeste soorten termieten vormen net als mieren grote kolonies waarbij de verschillende individuen vaak uiteenlopende taken hebben of zelfs een geheel andere uiterlijk vertonen. Veel vroegere natuuronderzoekers zagen de termieten daarom als een groep van insecten die wel sterk verwant móest zijn aan mieren.

De Duitse entomoloog Johann Gerhard König (1728–1785) onderzocht termieten in zuidelijk India. Zijn publicatie uit 1779 wordt gezien als het eerste echte onderzoek naar de termieten. De Britse natuuronderzoeker Henry Smeathman (1742–1786) schreef een door de Royal Society of London gepubliceerde brief waarin hij de ingewikkelde levenswijze van de termieten uit de doeken deed. De interesse van wetenschappers werd door deze twee publicaties gewekt en sindsdien kwam het onderzoek naar de insecten op gang.

Eugène Marais was een Zuid-Afrikaanse bioloog die termieten onderzocht en het boek "" schreef (Afrikaans: ""). Hierin legde Marais een verband tussen termietenkolonies en samenlevingen van mensen. De Duitse bioloog Johann Friedrich Theodor Müller (1821–1897) ontdekte al in 1874 dat sommige termieten geen werkers hebben en bij andere soorten ontbreken de soldaten. De Zuid-Afrikaanse entomoloog Sydney Harold Skaife (1889–1976) deed veel onderzoek naar de soort Amitermes atlanticus die in Zuid-Afrika voorkomt. Hij was een van de eersten die de levenswijze van de termieten binnen het nest heeft onderzocht.

De Amerikaan Guy Chester Crampton was in 1938 de eerste die de kakkerlakken, de termieten en de bidsprinkhanen binnen een enkele groep plaatste (Panisoptera) op basis van de kenmerken van de kop en de legboor. Het idee dat kakkerlakken en bidsprinkhanen nauwer aan elkaar verwant waren was echter meer algemeen en de twee groepen werden in de Dictyoptera geplaatst. De termieten kregen een eigen orde, de Isoptera. Deze naam van de termieten werd voor het eerst geopperd door de Fransman Gaspard Auguste Brullé in 1832.

Tot de negentiende eeuw werden termieten beschouwd als mogelijk verwant aan de netvleugeligen, de oorwormen, de stofluizen of de webspinners. In 1868 werden termieten door de Amerikaans-Duitse entomoloog en arts Hermann August Hagen (1817–1893) voor het eerst gelinkt aan de kakkerlakken. Termieten worden ook wel 'witte mieren' genoemd, hoewel ze niet verwant zijn aan de mieren. Onder andere König heeft de term witte mieren gebezigd maar deze naam wordt al gebruikt sinds de oudheid en termieten werden ook in latere publicaties met deze naam aangeduid.

Evolutie thumb|alt=Prostylotermes kamboja' is een uitgestorven soort die leefde in het Ypresien.|Prostylotermes kamboja is een uitgestorven soort die leefde in het Ypresien. Termieten lijken uiterlijk meestal niet op kakkerlakken en vroeger werden ze naast deze insecten als een aparte groep gezien. Tegenwoordig beschouwen biologen de termieten als een sterk gespecialiseerde groep van de kakkerlakken. Kakkerlakken leven vaak in grote aantallen in groepen en tolereren elkaar in verschillende stadia. Dit wordt subsociaal genoemd en er zijn geen eusociale kakkerlakken met kolonies bekend waarbij de individuen verschillende rollen hebben en er anders uitzien. Termieten zijn het sterkst verwant aan de kakkerlakken uit de familie Blattidae. Samen met de familie Cryptocercidae vormen de Blattidae op hun beurt een aparte clade binnen de indeling van de kakkerlakachtigen. Er zijn vele uitgestorven soorten bekend, zoals de ongeveer 50 miljoen jaar oude Prostylotermes kamboja uit het Ypresien. De meeste termieten verschillen nauwelijks van hun voorouders, slechts enkele geslachten kunnen worden beschouwd als groepen die recentelijk zijn ontstaan.

Ontstaan uit kakkerlakachtigen De juvenielen van kakkerlakken uit de familie Cryptocercidae lijken uiterlijk op termieten. De vertegenwoordigers van de Cryptocercidae worden als een sterk op termieten gelijkende groep van kakkerlakken beschouwd. Ze leven net als termieten van hout en hebben in hun darmen met termieten vergelijkbare cellulose-verterende eencellige symbionten. De juveniele exemplaren beschikken nog niet over de darmbacteriën van de volwassen dieren die ze in staat stellen om cellulose te verteren. Ze eten de anale afscheidingen van hun oudere soortgenoten (anale trophallaxis) om de darmen te enten en zijn vervolgens ook in staat om cellulose te verteren. Volwassen exemplaren scheiden echter geen cellulose-verterende eencelligen meer af. Iedere keer als een groepje kakkerlakken een nieuw gebied wil koloniseren moeten ze de jonge nimfen meebrengen zodat deze later de kolonie in stand kunnen houden. Zij zullen dan de rol van oudere larve innemen die de toekomstige jongen van de gespecialiseerde darmflora kan voorzien. Dit verschijnsel komt ook voor bij primitieve termieten, dit zijn de soorten die niet tot de familie Termitidae behoren. Deze ontwikkeling is waarschijnlijk de basis geweest van de verdere ontwikkeling in de verschillende kasten.

thumb|alt=Meiatermes bertrani (Hodotermitidae) is een zeer oude soort uit het Krijt en leefde zo'n 125 tot 130 miljoen jaar geleden.|Meiatermes bertrani (Hodotermitidae) is een zeer oude soort uit het Krijt en leefde zo'n 125 tot 130 miljoen jaar geleden.