thumb|Beeld van Plato De Euthydemus (Oudgrieks Εὐθύδημος) van Plato is een dialoog waarin op satirische wijze de drogredenen van de 'eristiek' worden getoond. De datering van dit werk is betwist, maar over het algemeen wordt de Euthydemus als een betrekkelijk vroeg werk van Plato gezien.

Deelnemers aan het gesprek Crito vraagt aan Socrates met wie hij gisteren heeft zitten praten. Hierop vertelt Socrates hem over zijn ontmoeting met de twee broers Euthydèmos en Dionysodorus, geduchte sofisten. (Het betreft hier werkelijk bestaande personen: Plato zelf verwijst in de Cratylus386d. ook naar Euthydèmos; deze wordt verder tweemaal genoemd door AristotelesSoph. El. 177b 12, en Rhet. 1401a 24., en Dionysodorus wordt vermeld bij Xenophon.Aannemende dat de in Xenophons Memorabilia 3.1 genoemde Dionysodorus dezelfde persoon is als hier optreedt.). Bij deze ontmoeting waren ook de jonge Kleinias en Ktèsippos aanwezig. Socrates vertelt dus wat hij gisteren heeft meegemaakt, maar tussendoor, en na afloop, bespreekt hij samen met Crito dit relaas.

Inhoud Eristiek Onder eristiek ('leer van het twistgesprek') verstond men in de oudheid die vorm van disputeren waarbij geen lange redevoeringen gebruikt werden (zoals veel sofisten deden), maar à la Socrates, vraag en antwoord gehanteerd worden. Het woord eristiek bevat het Griekse woord voor twist (eris), en de protagonisten in deze dialoog brengen inderdaad een wedstrijdmentaliteit mee uit hun verleden. De twee broers (Euthydèmos en Dionysodorus - zie boven) hebben namelijk een wat verrassende loopbaan achter zich: waren ze aanvankelijk succesvol als worstelaars, daarna hebben ze zich toegelegd op het spreken voor de rechtbank, en pas sinds kort onderwijzen ze de deugd aan wie maar wil. Leeftijd geen bezwaar. Mensen die van alle markten thuis zijn dus, van de fysieke worsteling tot het juridische steekspel, en nu ook bedreven in de eristische schermutselingen. Maar wel steeds gericht op een 'overwinning', een essentieel onderdeel van de eristiek. Men wil de tegenstander pootje lichten. Er wordt letterlijk272a-b. gezegd: Niemand is tegen ze opgewassen; zo geduchte strijders met woorden zijn het, dat ze alles wat gezegd wordt kunnen weerleggen, - ongeacht of het gezegde waar of niet waar is.. Socrates noemt het ook nog - minder eerbiedig - het wegtrekken van iemands stoel op het moment dat deze wil gaan zitten278b-c., eraan toevoegend dat Euthydèmos en Dionysodoros nu nog slechts spel hebben laten zien, maar dat de ernst straks zal beginnen. Hetgeen niet gebeurt.

De methode van weerleggen is grotendeels gebaseerd op het gebruikmaken van de ambiguïteiten vervat in bepaalde woorden. In de Euthydemus laat Plato zien dat hij ook al deze trucs beheerst. Hermann Bonitz telde in deze dialoog 21 eristische argumenten.Platonische Studien, Wenen 1860: Zweites Heft, blz. 6-13. 1860.

Soms bevatten deze eristische spitsvondigheden onderliggende serieuze filosofische problemen, maar daar gaat Plato hier niet op in; dat zal hij met name in de Sofist doen. (Aristoteles behandelt deze problematiek in zijn Sofistische weerleggingen.)

Het is er de eristici ook om te doen hun filosofische 'brille' aan te tonen; in de dialoog wordt dat geaccentueerd door de luide bijval die Euthydèmos en Dionysodoros herhaaldelijk te beurt valt van de kant van hun schare bewonderaars, en ook door Socrates' gespeelde bewondering voor beide verbale acrobaten.

Enscenering Er is vaak geconstateerd dat de Euthydemus lijkt opgezet als een toneelstukVgl. Louis Méridier: L'Euthydème est une comédie, une des plus spirituelles et des plus mordantes qu'ait composé Platon en: L'Euthydème est une comédie, avec ses décors et ses acteurs. (Budé-uitgave van Plato's werk, blz. 112 en 119). Plato gives clear evidence of loosely modeling his dialogue after that easily recognizable but little appreciated genre known as the satyr play or tragicomedy (Thomas H. Chance: Plato's Euthydemus, blz. 13.). Natorp was one of the first to recognize that the Euthydemus could be compared to a satyr play ("wie eine Art Satyrspiel": Platos Ideenlehre , p. 119). We shall see that this genre, which permits an intermingling of the tragic and the comic, is ideally suited to the design of this dialogue. Idem Noot 51. Het is niet moeilijk om deze dialoog als een volledige comedie te beschouwen. (G.J de Vries: Plato Euthydemus, blz. 17.). Er zijn vijf 'bedrijven':

Euthydèmos en Dionysodoros 'spreken' met Kleinias (275c-277c); Gesprek van Socrates en Kleinias (278e-282e); Euthydèmos en Dionysodoros ´discussiëren' met Socrates en Ktèsippos (283a-288d); Socrates spreekt met Ktèsippos (288d-293a); Ktèsippos laat de eristische methode los op Euthydèmos en Dionysodoros (293b-303b).

De plaats van handeling is het Lykeion. L. Méridier, hierin nagevolgd door G.J. De Vries, gaat zelfs zover ook een 'koor'Zoals gebruikelijk in de Griekse tragedie. te onderkennen: namelijk in de somtijds luidruchtige aanhangers van Euthydèmos en Dionysodoros.

De emoties - irritatie overgaand in lachlust - lopen tegen het einde hoger op, veroorzaakt door de toenmenende 'communicatie-stoornis' (die aan Ionesco's toneel doet denken): Euthydèmos en Dionysodoros praten wel, ontkennen ook niet in te gaan op Socrates' verzoek om de jonge Kleinias de deugd bij te brengen, maar al hun 'antwoorden' zijn slechts ripostes op losse uitlatingen van hun 'tegenstanders'. In de karikatuur die Plato hier van hen geeft maken ze ieder gesprek onmogelijk.

Maar bij dit 'toneelstuk' is ook de reactie van het 'publiek' opgenomen: Socrates' en Crito's reflecties op het gesprokene. Daar komt aan het einde van de dialoog ook nog een anonieme reactie bij: Crito vertelt dan nl. dat hij na afloop gisteren met iemand gesproken had, die het allemaal maar niets vond, en sowieso filosofie en filosofen nietswaardig achtte. (Men neemt over het algemeen aan dat met deze anonymus verwezen wordt naar IsocratesThe majority of scholars favour Isocrates (W.K.C. Guthrie, A history of Greek Philosophy, dl IV, blz. 273), de redenaar, die enkele jaren vóór de stichting van de academie een school had opgericht te Athene, en in die zin een collega of 'concurrent' was van Plato.)

Als extra indicatie van het element fictie/toneel zou men kunnen zien dat Crito halverwege het waarheidsgehalte van wat Socrates vertelt in twijfel trekt.290e.

Doel van de dialoog Over het algemeen wordt als filosofisch doel van deze dialoog gezien de lezer het verschil in te scherpen tussen Socrates' manier van ondervragen ('dialectiek') en de eristiek.Plato's purpose in the Euthydemus is to champion the Socratic dialectic as against its false imitation, eristic. (K.S. Sprague, blz. viii van de Inleiding tot haar vertaling van de Euthydemus). Dit was nodig omdat Socrates' methode oppervlakkig gezien overeenkomsten vertoonde met die van de eristici.

Er zit echter ook een protreptischIn de zin van aansporing tot filosofie. element in de Euthydemus, n.a.v. Socrates' uitgangsvraag of deugd eigenlijk wel leerbaar is. Als de twee broers beweren de deugd te kunnen onderwijzen, vraagt Socrates eerst bescheiden of ze ook iemand tot de overtuiging kunnen brengen dat hij zich hierop moet toeleggen. Geen probleem, is het antwoord, waarna ze er verder niet meer op ingaan. Maar Socrates zelf komt er wel op terug, namelijk in de tweede 'scène', zijn gesprek met Kleinias. Men kan dan ook 'intellectuele vorming' als subthema van de dialoog zien.

Nederlandse vertalingen Plato, Verzameld werk, vol. 1, Euthydemos - Ion - Menexenos - Hippias, vert. Hans Warren en Mario Molegraaf, 1994, Plato, "Euthydemus", in: Verzameld werk, vol. 1, vert. Xaveer de Win, Antwerpen, Nederlandsche Boekhandel, 1965 (herdrukt 1978, 1980 en 1999) Euthydemus, een gesprek van Plato, vert. Petrus Hofstede de Groot, Bibliotheek van oude letterkunde, vol. II, 1826, p. 531-630

Andere vertalingen Plato, "Euthydemus", in: J.M. Cooper en D.S. Hutchinson (eds.), Complete Works, 1997, 1838 p., Grondige Engelse vertaling in één band met annotaties en toelichting

Externe links Engelse vertaling van Benjamin Jowett (1871). Plato's Euthydemus. Analysis of What is and is not Philosophy door Thomas H. Chance. Berkeley, 1992. Two Kinds of Paideia in Plato's Euthydemus by R.K. Sprague.

Categorie:Werk van Plato