De Kattenslootbrug (brug 155) is een basculebrug in Amsterdam-West.

Ligging De verkeersbrug verbindt de oevers van de Kattensloot, die beide Jacob Catskade heten. De brug ligt bij de T-kruising met de Singelgracht, zodat de brug daar min of meer parallel aan loopt. Niet helemaal, want de Kattensloot loopt niet haaks, maar is een schuine verbinding tussen de Kostverlorenvaart en de Singelgracht. De brug ligt in de Nassaukade op de westoever van de Singelgracht en is onderdeel van stadsroute 106. Bovendien sluit de brug aan op de Tweede Nassaustraat en de Van Limburg Stirumstraat. Ze ligt op de grens van de Frederik Hendrikbuurt en Staatsliedenbuurt en op een steenworp van de Rotterdammerbrug.

De Kattensloot maakt deel uit van de Staandemastroute en is daarmee een schakel in de route van het Amsterdams nachtkonvooi. De brug lag vanaf de bouw op een van de drukste routes van de stad, zowel voor schepen als voor landverkeer. De verkeershinder bij het openen van de brug was zo groot dat er midden 19e eeuw discussie ontstond of het aanvaardbaar was om bij één brugopening twee schepen achter elkaar door te laten. De Kattenslootbrug bleef de enige brug over de Kattensloot, al werd er wel onderzoek gedaan naar de bouw van een tweede. Deze zou dan moeten komen te liggen in het verlengde van de Ceintuurbaan, die hier vlak bij haar eindpunt heeft in het Frederik Hendrikplantsoen.Vanaf het Frederik Hendrikplantsoen wordt vervolgens het verkeer naar of de Zaagpoortbrug of naar de Kattenslootbrug geleid. Men zag dat niet zitten vanwege het vele scheepvaartverkeer en de dubbele bediening. De brug had in de jaren twintig wel ondersteuning door middel van een pontveer ter hoogte van de Korte Wittenstraat.

Geschiedenis links|miniatuur|De dubbele ophaalbrug in 1890 door Olie Hier lag al in het begin van de 19e eeuw een houten ophaalbrug, vermoedelijk genaamd Kattenbrug; deze werd in 1890 nog vastgelegd door Jacob Olie. In de zomer van 1891 werd die vervangen door een dubbele basculebrug. In 1940 was de brug goeddeels versleten en moesten het rijdek enz. vernieuwd worden. In verband met stadsuitbreiding en toenemend autoverkeer (de Nassaukade werd onderdeel van de ringroute om de binnenstad; tegenwoordig de S101) werd in juni 1950 besloten dat er een nieuwe brug moest komen; er werd 1.500.000 gulden voor vrijgemaakt. De brug was toen zeer krakkemikkig en moest nog handmatig bediend worden. Gezien het bovenstaande moest het opnieuw een basculebrug worden, die bovendien een enigszins ruitvormig wegdek moest krijgen om zowel de Nassaukade als de Tweede Nassaustraat te kunnen bedienen. Aan Piet Kramer werd gevraagd met een dergelijke brug te komen, maar dan elektrisch bediend. Het was een fikse opdracht, want met een bruglengte van twaalf meter (De Kattensloot is 30 meter breed), zou het de opvolger worden van de Overtoomsesluis als grootste basculebrug van Nederland en vermoedelijk ook van West-Europa. Publieke Werken hield rekening met een bouwtijd van anderhalf jaar, maar het kon ook langer worden. In juli 1952 begon men aan de klus. Al in oktober 1952 werd er geklaagd dat de aangelegde noodbrug de verkeersstroom (voetgangers, fietsers, handkarren) niet aankon. Bovendien werd de brugwachter aan het eind van de dag steeds moeier, per etmaal moest de brug 50 keer geopend worden, zeker in het bietenseizoen. In mei 1954 werd geconstateerd dat de brug nog lang niet af was: de klep van de bascule moest nog geplaatst worden. In augustus kon gemeld worden dat zij bijna af was.Algemeen Handelsblad, 26 augustus 1954. In september voer een schipper van een rijnaak, die bang was de nieuwe brug te treffen, de noodbrug omver. Er moest voor de resterende tijd weer een voetveer ingesteld worden.De Waarheid, 28 september 1954. Rond 16 oktober werd de brug geopend door burgemeester Arnold Jan d'Ailly.

Uiterlijk miniatuur|Pergola Kramer kwam met een brug in de voor hem typerende Amsterdamse Schoolstijl met de afwisseling tussen bak- en natuursteen. Een ander kenmerk van Kramers ontwerpen is hier in aangepaste vorm aanwezig. De siersmeedijzeren balustrades, die veel van zijn bruggen kenmerken, zijn hier slechts beperkt toegepast. De balustrades worden hier gevormd door staalplaat met daarboven een golvende handrail (gelijk aan de Omvalbrug, ook van Kramer). Wat wel weer typisch Kramer is, is het brugwachtershuisje aan de noordoostkant van de brug. Een door Kramer geplande kiosk werd niet gebouwd. Andere opvallende zaken aan de brug zijn een zitplekje, een sluitsteen met het Wapen van Amsterdam en het jaartal 1952, een windroos, een stenen trap naar de basculekelder en een bordje "Heksluiten" bij de trap naar de basculekelder. Onderdeel van het ontwerp van de brug was een pergola, die echter dichter bij de Rotterdammerbrug staat dan bij deze brug. De pergola is gemarkeerd met de drie Andreaskruisen van het wapen van Amsterdam en het opschrift Anno 1952. Zo'n pergola kwam vaker terug in ontwerpen van Kramer, met name bij bruggen in Slotermeer.

Vervoer Op de Nassaukade ligt een halte Kattenslootbrug van tramlijn 5. Over de brug reed tussen 1910 en 1942 de toenmalige tramlijn 14. Van 1942 tot 2018 reed tramlijn 10 over de brug en sinds 22 juli 2018 tramlijn 5. Tot 1954 was het de laatste Amsterdamse brug waar de Amsterdamse tram een stukje zonder elektrische bovenleiding moest rijden en de stroomafnemer op de tram recht omhoog stond tijdens de passage. De tram moest snelheid maken om de overkant te halen.

Categorie:Brug in Amsterdam-West Categorie:Basculebrug in Amsterdam