Dysplasie (Oudgrieks: dys = slecht [hier = mis-], plassein = vormen, [hier = -vorming]) betekent in de humane geneeskunde en diergeneeskunde een afwijking van de vorm; het kan gaan om een al dan niet erfelijke aangeboren maar ook om een verworven afwijking.
Dysplasie bij een orgaan of weefsel is een afwijking van de weefselstructuur. Sommige vormen van dysplasie kunnen overgaan in of duiden op een vroeg stadium van kanker. Voorbeelden thumb|right|Fibromusculaire dysplasie van de vaten. Algemene afwijkingen Bronchopulmonale dysplasie Dysplasie van het netvlies, (Reese-Syndroom) Fibromusculaire dysplasie van vaten Dysplasia polyostotica fibrosa (Jaffé-Lichtenstein-syndroom) Ectodermale dysplasie
Dysplasieën van het skelet en bindweefsel thumb|right|Elleboogdysplasie bij een hond. thumb|right|Epitheeldysplasie van de slijmhuid van de maag in een gevorderd stadium. Dysplasieën van het skelet en bindweefsel zijn geen defecten van organen maar van weefsels. Achondroplasie Campomele-dysplasie Dysplasia oculo-auricularis Enchondromatose Fibreuze dysplasie Heupdysplasie Cleidocraniale dysplasie Multipele epiphysaire dysplasie Multipele cartilaginaire exostosen Neurofibromatose (Ziekte van Von Recklinghausen) Osteogenesis imperfecta Osteopetrose Pseudoachondroplasie Spondylo-epifysaire dysplasie Thanatofore dysplasie
Speciale dysplasie van het fijne weefsel als voorstadium van kanker Epitheeldysplasie van de huid Dysplasie van pigmentcellen van de huid (dysplastische naevus) Epitheeldysplasie van de slijmhuid van de maag- en slokdarm Epitheeldysplasie van de slijmhuid van de bronchiën Epitheeldysplasie van de baarmoederhals (cervix uteri) Epitheeldysplasie van de anus Dysplasie van schildkliercellen
Categorie:Aangeboren afwijking Categorie:Oncologie