De wijngaardslak (Helix pomatia) is een op het land levende slak die behoort tot de familie van de tuinslakken (Helicidae).

De wijngaardslak is een relatief grote soort die een grijsbruine lichaamskleur heeft, het huisje is lichtbruin van kleur met lichtere strepen. Het lichaam van een kruipende slak kan een lengte bereiken tot 12 centimeter en het huisje is 3,5 tot 5 cm groot. De biologie en levenswijze van de wijngaardslak is in vergelijking met andere slakken goed bestudeerd en over de soort is veel bekend. Al in 1912 werd door Johannes Meisenheimer een omvangrijke beschrijving van de wijngaardslak gepubliceerd die de anatomie en werking van de verschillende organen en weefsels tot in detail beschrijft.

De wijngaardslak komt oorspronkelijk voor in zuidelijk en centraal Europa maar is door menselijk handelen over verschillende werelddelen verspreid. De soort komt ook in België en Nederland voor en is in beide landen de grootste landslak maar is hier erg zeldzaam. Verder naar het zuiden en oosten in Europa is de soort algemener. De wijngaardslak is een bewoner van warme streken en komt voor in kalkrijke gebieden die voorzien zijn van vegetatie maar niet te dicht begroeid zijn.

De slak is herbivoor en leeft van verschillende soorten planten, waarvan uiteenlopende plantendelen worden gegeten. De slak zelf wordt gegeten door verschillende natuurlijke vijanden en heeft daarnaast te vrezen van de mens. De wijngaardslak is een van de eetbare soorten slakken en is als escargot een delicatesse in met name de Franse keuken.

Naamgeving en taxonomie De wijngaardslak dankt zijn Nederlandse naam aan de voorkeur voor laaggelegen, kalkrijke gronden, waarbij vormen van gecultiveerde landschappen zoals wijngaarden geschikt zijn als biotoop.

De wijngaardslak werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven in 1758 door Carl Linnaeus in Systema naturae als Helix pomatia. Deze naam betekent letterlijk 'gedraaide appel'; de wetenschappelijke geslachtsnaam Helix betekent 'gedraaid' en de soortaanduiding pomatia is afgeleid van het Latijnse 'pomum', dat appel of fruit betekent.Latin dictionary - Latin Word List - Website De wetenschappelijke naam van de wijngaardslak is in tegenstelling tot andere Helix- soorten sinds de eerste beschrijving door Linnaeus nooit gewijzigd en er zijn geen synoniemen bekend. De wijngaardslak wordt ook niet verdeeld in verschillende ondersoorten of variaties.Biolib - Roman Snail Helix pomatia Linnaeus, 1758 - Website

De wijngaardslak behoort tot de stam van de weekdieren ofwel mollusca en behoort tot de klasse slakken ofwel Gastropoda. Het is een van de bekendste vertegenwoordigers van de familie van de tuinslakken ofwel Helicidae en behoort tot het geslacht Helix. De wijngaardslak staat vaak model voor de landslak.

Verspreiding De wijngaardslak komt oorspronkelijk voor in het midden en zuidoostelijke deel van Europa. Omdat de slak bekendstaat als een delicatesse is de wijngaardslak op veel plaatsen in Europa en Azië ingevoerd. Ook in de Amerikaanse staat Michigan komt de soort tegenwoordig voor. Omdat de soort wordt geraapt voor consumptie is de slak in een aantal gebieden achteruitgegaan. In een aantal landen staat de wijngaardslak hierdoor op de lijst van beschermde dieren, dit is onder andere in Nederland, België en Frankrijk het geval.Hoewel het in een aantal landen bescherming geniet omdat de natuurlijke aantallen flink achteruitgegaan zijn, is de Helix pomatia op de IUNC Red List geclasseerd als 'Least Concern'. De slak komt tegenwoordig onder andere voor in Groot-Brittannië, waar de soort door de Romeinen is geïntroduceerd. De Engelse naam "Roman snail" (Romeinse slak) is hiervan afgeleid. Net als in andere landen waar de slak door de mens is meegebracht zijn er geen fossiele resten bekend.UK Safari - Roman Snail - Website Doordat de slak een huisje van kalk heeft dat gemakkelijk fossiliseert is de verspreiding van de soort in het verre verleden goed bekend.

Hoewel in veel landen sporadisch, komt de wijngaardslak voor in vrijwel heel Europa (zie kaartje).Fauna Europaea - Helix pomatia distribution - WebsiteIUCN Red List In de Benelux is de soort bijvoorbeeld vrij zeldzaam. In Nederland komt de slak voor in Zuid-Limburg rond de zeer kalkrijke gronden van de mergelgrotten, in bosgebieden bij oude landgoederen in de Hollandse duinstreek – onder andere in het Kostverlorenpark te Zandvoort en op landgoed Elswout te Overveen– en verder in bosschages rond oude kloosters en landgoederen in Friesland en Groningen. In België komt de soort onder andere voor in de gemengde bossen van de Ardennen.

Fossiel voorkomen Hoewel algemeen wordt aangenomen dat de wijngaardslak buiten het natuurlijke verspreidingsgebied vooral door de Romeinen verspreid is, zijn enkele pre-Romeinse vondsten in Nederland gedaan die dateren uit het Neolithicum, zoals in de Henckeput en in opvullingen van de prehistorische vuursteenmijnen bij Rijckholt. De wijngaardslak is als ouder fossiel uit de Nederlandse ondergrond onbekend en is in Nederland zeker als antropogeen te beschouwen (exoot).

Uiterlijke kenmerken en anatomie De wijngaardslak is op het eerste gezicht te herkennen aan de grootte en de kleuren. De slak heeft een brede voet, dit is de gespierde onderzijde van het dier die voor de voortbeweging zorgt. De voorzijde is typisch slak-achtig, aan de bovenzijde zijn twee lange tentakels aanwezig die de ogen bevatten.

Schelpkenmerken thumb|Schelpkenmerken

Het huisje is bruin van kleur met drie tot vijf lichtere lengtestrepen die de windingen volgen. Het huisje wordt ongeveer 32 tot 50 millimeter breed en 30 tot 50 mm hoog. De grootte en kleuren onderscheiden de wijngaardslak van veel gelijkende soorten.

De bovenzijde van het slakkenhuis wordt de top of apex genoemd (1). De top is vaak gladder van structuur van de rest van de schelp. De top bestaat uit de eerste winding, in totaal heeft het slakkenhuis vier tot vijf windingen (3), die steeds gescheiden worden door een sutuur of naad (2). De windingen zijn bijna altijd rechtsgewonden bij de wijngaardslak. De enkele keer dat het linksgewonden is, is een gril van de natuur, dat niet genetisch bepaald is.Ass. prof. Angus Davison (3 juni 2020), in onder andere

"The love story of Jeremy, the left-behind snail", "Rare snail makes science history thanks to international hunt for a mate.", en "Jeremy, The Lonely, Left-Twisting Snail, Dies — But Knows Love Before The End"

Het slakkenhuis ontleent zijn stevigheid door een in het midden van het huis geplaatste columella of spil (4), die van boven naar beneden loopt. Bij de schelprand is een verdikking aanwezig die callus of eelt wordt genoemd (5). Dit is een voortzetting van de gladde binnenwand van een slakkenhuis. Het huis heeft een umbilicus of navel (6), dit is een holte aan de overzijde van de top. De navel wordt deels verborgen door de aanwezigheid van de callus, of soms zelfs volledig aan het oog onttrokken. De schelpopening ten slotte wordt de apertura (7) genoemd en is relatief groot, de rand is glad en niet voorzien van tanden.

Als het huisje beschadigd raakt (bijvoorbeeld door val of aanval) is de slak in staat het te herstellen door calciumcarbonaat af te zetten aan de binnenzijde van het huisje. Het gehele slakkenhuis is voorzien van een dun laagje, het periostracum, dat een beschermende werking heeft. Deze laag verweert naarmate de slak ouder wordt en groeit niet meer aan; bij oudere exemplaren bladdert het laagje af.

Dierkenmerken thumb|Lichaamskenmerken:

Het lichaam bestaat grofweg uit drie delen: de voet, het lichaam dat zich deels in het huisje bevindt en ten slotte de 'kop', die verschillende aanhangsels draagt. Omdat de overgang van de voorzijde naar de rest van het zichtbare lichaam onduidelijk is wordt het geheel wel met cephalopodium (kopvoet) aangeduid.

Het lichaam Het lichaam van een kruipende slak kan een lengte bereiken van ongeveer 12 centimeter. De wijngaardslak heeft een bleek oranjebruine tot grijze lichaamskleur, de huid bestaat uit een epidermis of opperhuid die altijd vochtig is en hierdoor duidelijk glinstert. De huid bevat verschillende klieren waarvan de kalkklieren en slijmklieren de belangrijkste zijn. Kalkklieren zijn klein en langwerpig en zijn op huiddelen die buiten de schelp gelegen zijn daarnaast veel minder talrijk dan de slijmklieren. De slijmklieren zijn geconcentreerd in grote, wratachtige bulten die zichtbaar zijn als de lichtere vlekjes op de huid van de slak. Onder een microscoop bestaan de lichtere bultjes uit met slijm gevulde concentraties slijmklieren.

De huid Het lichaam van alle landslakken is permanent bedekt met een laagje slijm. Als de slak wordt aangevallen of in aanraking komt met onaangename stoffen wordt door de huid veel slijm afgescheiden. Het slijm wordt ook gebruikt bij de voortbeweging, wat het slijmspoor veroorzaakt. Het slijm van de wijngaardslak is niet giftig. Omdat het slijm moeilijk is te verwijderen van bijvoorbeeld lichaamsbeharing houdt het bepaalde roofdieren op afstand, zie ook onder vijanden.

Het grootste deel van het lichaam is in de schelp gelegen, zoals de ingewanden, de geslachtsorganen en de long. Ze worden beschermd door de mantel ofwel pallium, een dikke laag stevig weefsel. Onder de schelprand is de ademopening of pneumostoma zichtbaar, hierdoor wordt lucht aangezogen en uitgeblazen. De opening wordt in rust afgesloten door een cirkelvormige spier om waterverlies te reduceren. De 'longen' van de slak hebben verschillende met gewervelde dieren vergelijkbare mechanismen, het orgaan bestaat echter uit een enkelvoudige structuur. Als een slak zich terugtrekt in de schelp wordt eerst alle lucht naar buiten geperst om zo meer ruimte in de schelp te maken. De longen van de slak bestaan uit kamvormige lobben die de ctenidia worden genoemd. De zuurstof die uit de atmosfeer wordt onttrokken verplaatst zich via het bloed naar de verschillende organen en weefsels. Het bloed bevat net als andere zuurstoftransporterende vloeistoffen bij dieren een organische component en een anorganische component die de zuurstof bindt. Bij zoogdieren wordt hemoglobine gebruikt, dat ijzer bevat en het bloed permanent rood kleurt. Slakken hebben net als alle weekdieren hemocyanine als zuurstofdrager, waardoor het bloed kleurloos is als het weinig zuurstof bevat. Het anorganische component van hemocyanine is koper waardoor het bloed blauw kleurt als het verzadigd is met zuurstof.

De huid van de slak is een belangrijk zintuiglijk orgaan. In de epidermis zijn talloze zintuigcellen gelegen die verschillende veranderingen in de omgeving waarnemen, zoals wervelingen in de lucht, trillingen in de bodem en veranderingen in luchtvochtigheid en omgevingstemperatuur. Voor een wijngaardslak is het van levensbelang om de temperatuur en vochtigheid te kunnen bepalen, omdat de slak een waterig lichaam heeft dat gemakkelijk uitdroogt bij warm en droog weer. Als het erg koud wordt kan het lichaam bevriezen, daardoor kent de wijngaardslak zowel een winterslaap als een zomerslaap, zie ook onder levenswijze.

Geslachtstelsel thumb|230px|Schets van de geslachtsorganen uit 1912 door Johannes Meisenheimer

Het geslachtstelsel geeft de definitieve doorslag in de identificatie van een wijngaardslak. De wijngaardslak heeft namelijk géén diverticulum, in tegenstelling tot de Segrijnslak en de Turkse slak die er wel een hebben.André de Grisse (2003), De kweek van Escargots: van hobby naar professional, Gent, uitgegeven onder eigen beheer.