thumb|Jan Thijssen Jan Thijssen (Bussum, 29 december 1908 – Woeste Hoeve, 8 maart 1945) was een Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn schuilnamen waren Lange Jan en Karel. Hij werkte bij de Ordedienst (OD) als hoofd van de Radiodienst. Op 31 december 1943 werd hij door jhr. Pieter Jacob Six (1894-1986), de chef staf van de OD, wegens eigengereid optreden uit de OD gezet. Op 1 mei 1943 richtte hij samen met zes geestverwanten de Raad van Verzet (RVV) op. Ten behoeve van de RVV bouwde hij een nieuwe Radiodienst op. Hij vervulde bij de RVV de functie van hoofd van het Operatiecentrum. Op 1 november 1944 werd hij door kolonel Henri Koot (1883-1959), de commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), gelast met onmiddellijke inwerkingtreding van dit bevel het commando over het Operatiecentrum van de RVV en over de daaronder ressorterende brigades neer te leggen. Op 9 november 1944 werd Thijssen door de Sicherheitspolizei und SD op de rijksweg tussen Den Haag en Rotterdam tijdens een autocontrole gearresteerd. Op 8 maart 1945 werd Thijssen samen met 116 verzetsstrijders bij de "Woeste Hoeve" op de weg naar Apeldoorn gefusilleerd.

Familie en werk Thijssen was een neef van Theo Thijssen, bekend als schrijver en als Tweede Kamerlid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Hij werd in 1908 in Bussum geboren. Thijssen kwam uit een socialistisch gezin. De familie woonde aan de Gooilaan 12 in de wijk Het Spiegel. Zijn vader was firmant van het in kringen van de SDAP en Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) vaak ingeschakelde accountantskantoor Thijssen & van de Kieft. Bij Thijssen thuis hadden ze het niet breed. In Bussum doorliep hij de vijfjarige HBS. Thijssen wilde verder studeren. Geld voor een universitaire studie was er niet. De interesse van Thijssen ging uit naar elektrotechniek. Op de HBS was hij begonnen met het repareren en bouwen van radiotoestellen. De radiotoestellen verkocht hij aan particulieren en zo verdiende hij zelf het geld voor zijn studie in de elektrotechniek aan de Middelbare technische school. Na zijn militaire dienstplicht vervuld te hebben werd hij elektrotechnisch ambtenaar bij het staatsbedrijf voor Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT). In 1938 werd hij door het staatsbedrijf belast met het opsporen van illegale zenders. In de meidagen van 1940 was hij officier bij de infanterie. Na de demobilisatie van de Krijgsmacht trad hij in het huwelijk met Cornelia van de Weijer en hij vestigde zich in Rijswijk.

Bouw van een binnenlands zendernet ten behoeve van de Ordedienst Kort na de inval van de Duitsers in 1940 was Thijssen in eigen beheer begonnen met het bouwen van een binnenlands zendernet. Nadat hij in contact was gekomen met de Ordedienst werd hem vanuit deze verzetsorganisatie gevraagd om een zendernet voor de OD te bouwen. Bij de leiding van de Ordedienst leefde al een lange tijd de wens om een eigen radioverbinding tussen het Algemeen hoofdkwartier en de gewestelijke commandanten tot stand te brengen. Het binnenlands netwerk van radiozenders zou moeten fungeren als back-up verbindingssysteem voor het geval de Duitsers de telefoon- en de telegrafieverbindingen tussen de grote bevolkingscentra zouden vernielen.

Wat Thijssen te bieden had was precies wat de chef staf van de OD, jhr. Pieter Jacob Six nodig had. Daarnaast kwam zijn taak het bouwen van een Radiodienst en de gedachte bij een spoedige verwachte geallieerde invasie belangrijke diensten te kunnen bewijzen tegemoet aan de onstuimige dadendrang van Thijssen. In de zomer van 1942 werd Thijssen benoemd tot het hoofd van de Radiodienst bij de OD. Na maanden van hard werken was medio 1943 het binnenlandse zendernet gereed voor gebruik. In elk gewest van de OD had Thijssen met zijn medewerkers een radiogroep opgericht. Aan de radiogroepen waren codeofficieren verbonden. Men was in staat om vanuit het Algemeen hoofdkwartier in Amsterdam over het zendernet gecodeerde telegrammen naar de radiogroepen in de OD-gewesten te verzenden. Thijssen wilde het binnenlandse zendernet zo snel mogelijk in gebruik nemen. Van jhr. Pieter Jacob Six, de chef staf van de OD, kreeg Jan Thijssen het bevel om met het gebruik van het binnenlands zendernet te wachten tot Nederland bevrijd was en de Duitse aftocht een feit was.

Conflict tussen jhr. Pieter Jacob Six en Jan Thijssen Jan Thijssen was niet van plan om te wachten met het in gebruik nemen van zijn binnenlands zendernet. Thijssen vond het een zinloos idee om de Radiodienst niet onmiddellijk te laten functioneren als hulporgaan voor de gehele illegaliteit met inbegrip van de OD. Thijssen begon zich te ergeren aan het passieve karakter van de OD. Thijssen sprak daar ook over in vertrouwde kring. Het stond hem tegen dat de mensen van de OD passief afwachtten tot de oorlog voorbij was om daarna de orde te herstellen en dan met de mooie baantjes aan de haal gaan. Met deze verzetsmentaliteit kon Thijssen zich niet verenigen.

Zwaar gedesillusioneerd door de opstelling van Six ging Thijssen vanaf dat moment drie doeleinden nastreven. De Radiodienst die door hem was opgericht en die hij een louter aan hem ondergeschikte organisatie beschouwde wilde hij de plaats geven van een binnenlands zendernet ten dienste van alle illegale organisaties de OD inbegrepen. Hij trachtte in direct contact te komen met de Nederlandse regering in Londen en hij ging een nieuwe landelijke verzetsorganisatie oprichten, die anders dan de OD zich op het daadwerkelijke verzet ging concentreren. Op 1 mei 1943 richtte Thijssen met een aantal geestverwanten de Raad van Verzet op.

Toen in Delfzijl twee zenders voor het onderhouden van het contact met Londen arriveerden ging Thijssen deze zenders buiten de OD om gebruiken voor zijn eigen doeleinden. Zodoende was hij in staat de Nederlandse regering in Londen te informeren over de RVV en de April-meistakingen van 1943. In Londen vatte aldus de mening post dat de RVV kennelijk een belangrijke organisatie was. Het gevolg daarvan was dat de RVV de voorkeur kreeg bij de wapendroppings.

De eigenzinnige acties van Thijssen deden Six constateren dat zijn hoofd Radiodienst, die formeel nog steeds zijn ondergeschikte was, volledig zijn eigen gang ging en een geheel zelfstandige koers ging varen. Voor Six was het onaanvaardbaar dat Thijssen met verbindingsmiddelen van de OD op eigen houtje aan de gang ging bij het vormen van een nieuwe organisatie. In oktober 1943 besloot Six om Thijssen het commando over de Radiodienst van de OD te ontnemen. Elektrotechnisch ingenieur Johan Heyboer uit Eindhoven neemt het commando van de Radiodienst over. Toen het conflict verder escaleerde besloot Six om Thijssen op 31 december 1943 wegens eigengereid optreden uit de OD te zetten. De verwijdering die er als gevolg van het conflict tussen Thijssen en Six was ontstaan heeft tot aan het einde van de oorlog een goede samenwerking tussen de RVV en de OD in de weg gestaan.

Opbouw van de Radiodienst van de Raad van Verzet Met taaie vasthoudendheid begon Jan Thijssen meteen aan de opbouw van een nieuw binnenlands zendernet. Eind december 1943 was de nieuwe Radiodienst van Thijssen landelijk nog niet veel meer dan een schema maar in maart 1944 was de opbouw al ver gevorderd. Medewerkers van de Radiodienst die werkzaam waren op de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek in Hilversum zagen kans daar materiaal voor dertig radio zend ontvangers achterover te drukken. Het nieuwe zendernet werd gelieerd aan de RVV. De Radiodienst van de Raad van Verzet werd in de zomer van 1944 operationeel.

Raad van Verzet stuurt een boodschapper naar Londen Na de April-meistakingen van 1943 was door de RVV in de loop van het jaar diverse malen telegrafisch om hulp van de Nederlandse regering in Londen verzocht. Reacties hierop waren uitgebleven. In september 1943 besloot de RVV om een "boodschapper" naar Londen te sturen. Thijssen besloot zijn vriend Andreas Wilhelmus Maria Ausems naar Engeland te sturen en aan hem Het "Verslag Ervaringen Hoofd Radiodienst" mee te geven. In het verslag stonden de doelstellingen beschreven die Thijssen met de RVV en de Radiodienst nastreefde. Na de gesprekken met Ausems besloot de leiding van het Bureau Inlichtingen (BI) om vanaf januari 1944 en de daarop volgende maanden een groep agenten boven bezet gebied te parachuteren. De groep bestond uit organisatoren en radiotelegrafisten. Met de radiotelegrafisten wilde het BI de Zendgroep BI-Radiodienst oprichten om steun te kunnen verlenen aan de Radiodienst van Jan Thijssen. Op het moment dat de tijd daar rijp voor was zou ook het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO) agenten en materiaal boven bezet gebied parachuteren om de RVV met personeel en materieel te ondersteunen. De eerste agenten(Josephus Adriaansen en Harm Steen) werden in de nacht van 10 op 11 januari 1944 door het BI in de omgeving van Breda bij Rijsbergen geparachuteerd.

Jan Thijssen wordt de operationele leider van de RVV In juli 1944 kwamen de landelijke leiders van de RVV en de leiders van de RVV-Zuid bijeen op het Groot Kasteel van Deurne. Thijssen stelde de leiders voor om de RVV-afdelingen om te zetten in sabotagegroepen die een guerrillaoorlog tegen de Duitse bezetter moesten voeren.

Voor de sabotageacties werd op 25 augustus 1944 door de Topleiding van de Landelijke Knokploegen (LKP) J.A. van Bijnen tot landelijk sabotagecommandant benoemd. Om reden van militaire efficiëntie verleende de RVV in dezelfde periode aan Thijssen bij besluit van de Raad eenzelfde positie ten aanzien van de RVV-groepen. Thijssen kreeg de bevoegdheid om zelfstandig de maatregelen van organisatie te treffen en de acties te ondernemen die voor de uitvoering van de geallieerde directieven en bevelen noodzakelijk waren. Thijssen kon nu de RVV-groepen zonder overleg met de Raad bevelen geven. Het Operatiecentrum van de RVV trad daarmee in werking en Thijssen werd de operationele leider van de RVV. Eind augustus 1944 vestigde Thijssen het Operatiecentrum in Rotterdam. De officiële zetel van de Raad bleef in Amsterdam. Doordat de in de nacht van 5 op 6 juli 1944 boven bezet gebied geparachuteerde agent Louk Mulholland met Thijssen en de RVV ging samenwerken kreeg Thijssen aan het eind van augustus 1944 rechtstreeks contact met het Bureau Bijzondere Opdrachten. Hierdoor kon nu ook de RVV rekenen op de ontvangst van wapens en ander voor het verzet nuttig materiaal.

Werving van manschappen en de reorganisatie van de RVV