Sinornithosaurus is een theropode dinosauriër behorend tot de Eumaniraptora die tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige China.

In 1999 kreeg het dier zijn naam die zoiets als "Chinese vogelsauriër" betekent. De typesoort is Sinornithosaurus millenii. In 2004 werd een tweede soort benoemd: S. haoiana. Er zijn verschillende fossielen van Sinornithosaurus gevonden die zo goed geconserveerd zijn dat delen van het verenkleed bewaard zijn gebleven en zelfs de kleur daarvan kon worden vastgesteld. Door deze aansprekende fossielen kreeg de vondst van Sinornithosaurus veel publiciteit.

Sinornithosaurus was een vrij kleine roofsauriër van ruim een meter lang. Hij had een langwerpige spitse kop met scherpe tanden. Hij was een warmbloedig bevederde tweevoeter met een stijve staart om zijn evenwicht te bewaren en een opgetrokken sikkelklauw aan zijn voet om zijn prooi te doden. Sommige geleerden vermoeden dat Sinornithosaurus goed kon klimmen en dat zijn erg lange armen echte vleugels waren met lange penveren zodat hij uit de bomen een glijvlucht kon maken. Andere wetenschappers denken dat er een alleen een soort oranjebruine vacht op zijn lichaam zat om hem warm te houden.

Naamgeving Het geslacht werd in 1999 benoemd en beschreven door Xu Xing, Wang Xiaolin en Wu Xiaochun. De geslachtsnaam betekent "Chinese vogelsauriër" vanuit elementen uit het Latijn en gelatiniseerd Klassiek Grieks: Sino~ is afgeleid van de Sinae, de Latijnse naam voor de Chinezen; ornitho~ komt van het Grieks ὄρνις, genitief ὄρνῖθος, "vogel" en saurus is een gelatiniseerd Grieks σαύρος, "hagedis", hier in de meer algemene betekenis van "sauriër". Een eigenaardigheid is dat oorspronkelijk als naam "Sinavisaurus" was overwogen, met dus het Latijnse avis in plaats van het Griekse ornis voor "vogel".

De typesoort is Sinornithosaurus millenii. De soortaanduiding is een verwijzing naar het nieuwe millennium dat in 1999 aanstaande werd geacht. Afgezien van de vraag of de millenniumwisseling niet een jaar te vroeg was ingeschat, werd het woord "millennium" foutief gespeld met een "n" te weinig. Dergelijke spelfouten kunnen niet gecorrigeerd worden.

Hoewel het beschrijvende artikel gepubliceerd werd in Nature, was Sinornithosaurus in 1999 ook een van de "gevederde dinosauriërs" die in het beroemde novembernummer van National Geographic de wereld geopenbaard werden, samen met Caudipteryx, Protarchaeopteryx en de vervalsing "Archaeoraptor".

In 2004 werd een tweede soort benoemd: Sinornithosaurus haoiana; de soortaanduiding eert professor Hao Yichun. De naamgevers hadden "haoiana" echter foutief aan het geslacht van mevrouw Hao aangepast in plaats van aan het mannelijke Sinornithosaurus. Dit soort fouten moet hersteld worden en de naam geëmendeerd in S. haoianus. Tot nu toe is dit echter nog niet gebeurd. Er is in 2012 gesteld dat S. haoiana slechts een onvolwassen exemplaar van S. millenii zou vertegenwoordigen en dat de eerste dus een jonger synoniem zou zijn van de laatste.

In 2010 hernoemde Gregory S. Paul Shanag ashile in een Sinornithosaurus ashile, Microraptor zhaoianus in een Sinornithosaurus zhaoianus en Graciliraptor lujiatunensis in een Sinornithosaurus lujiatunensis. Hierin is hij door niemand gevolgd.

Fossiel materiaal thumb|400px|Detail van een afgietsel van IVPP V12811 Het holotype van S. millenii is IVPP V12811, een bijna volledig, zij het wat uit verband liggend en samengedrukt, skelet op een verzameling steenplaten. Het werd in de zomer van 1998 geborgen in de Sihetun-vindplaats in het westen van Liaoning in lagen van de Jianshangou-afzetting van de Yixianformatie, Jehol-groep, die dateren uit het Barremien-Aptien, 125 miljoen jaar oud). Het specimen heeft een lengte van ongeveer een meter. Het fossiel toont de omzettingsresten van veren. Het exemplaar is wellicht van een onvolwassen individu, gezien de onvolkomen vergroeiing van de wandbeenderen. Zeer uitzonderlijk voor de fossielen van Lioaning is dit door professionele paleontologen opgegraven; meestal worden dergelijke exemplaren via de illegale fossielenhandel verworven nadat boeren ze hebben verzameld. left|thumb|"Dave", een exemplaar van Sinornithosaurus? Honderddertig kilometer van het holotype werd in de Fanzhangzi-steengroeve, nabij Lingyuan, een tweede fossiel op een plaat geborgen, NGMC - 91. Dit was nog vollediger en onvervormd. Helaas versplinterden bij het splijten van de platen de meeste botten zodat eigenlijk alleen de afdrukken zichtbaar zijn. Omdat identificatie daardoor bemoeilijkt wordt, heeft men het niet aan een bepaalde soort van Sinornithosaurus willen toewijzen, hoewel het wellicht toch om een juveniel exemplaar van dit geslacht gaat; de Chinese onderzoekers verwezen er in 2001 naar als een Sinornithosaurus sp. Sommige westerse onderzoekers zien het als een jong exemplaar van S. millenii. Anderen menen echter dat een apart genus betreft, ook omdat de structuur van de veren anders is. Het exemplaar wordt informeel "Dave" genoemd.

In 2005 werden nog eens twee exemplaren aan S. millenii toegewezen: IG-3 en IG-5b. Het gaat in beide gevallen om gedeeltelijke skeletten met schedel; IG-5b toont daarbij veerresten. Het is echter omstreden of het werkelijk om Sinornithosaurus gaat. Uit het IVVP werd in 2012 nog een exemplaar gemeld dat echter nog geen inventarisnummer had.

Het holotype van S. haoiana is D2140. De precieze herkomst ervan is onduidelijk. Het bestaat uit een gedeeltelijk skelet met schedel, acht of negen halswervels, elf ruggenwervels, ribben, buikribben, de vijf voorste staartwervels, losse staartwervels, en delen van de schoudergordel, het bekken, de armen en de benen. Ook hier zijn veren bewaard gebleven. S. haoiana verschilt in kleine details, voornamelijk in de schedel, van S. millenii

Verschillende andere skeletten zijn in handen van particuliere verzamelaars of musea en kennelijk illegaal China uitgesmokkeld. Ook worden exemplaren door de fossielenhandel aangeboden. Het is niet altijd zeker of het echt Sinornithosaurus betreft en zo ja, welke soort.

Beschrijving thumb|De grootte van Sinornithosaurus vergeleken met die van een mens

Algemene bouw en grootte Sinornithosaurus is een kleine tweevoetige warmbloedige roofsauriër met een lange stijve staart en minstens een primitief verenkleed. Gregory S. Paul schatte in 2010 de volwassen lengte op 1,2 meter, het gewicht op drie kilogram. Het holotype heeft een lichaamslengte van ongeveer 105 centimeter en een schedellengte van veertien centimeter. Het dijbeen is 148 millimeter lang.

Sinornithosaurus heeft een relatief grote kop met een langgerekte smalle platte schedel die eindigt in een spitse punt. Alle tanden zijn gekarteld. Het hele lichaam is lichtgebouwd met een ondiepe romp en een kort bekken. De borstbeenderen zijn niet vergroeid. De armen zijn zeer lang maar ook de achterpoten zijn tamelijk langgerekt.

Diagnose van Sinornithosaurus millenii In 2001 en 2004 werden enkele onderscheidende kenmerken van S. millenii vastgesteld. Sommige daarvan waren in 2004 niet bij S. hoiana waarneembaar. De tanden in de praemaxilla hebben aan hun buitenkant een groeve achter de voorste snijrand. De rand van het uitsteeksel op het quadratum dat raakt aan het pterygoïde heeft de vorm van een zuil. Het dolkvormige uitsteeksel op het parasfenoïde heeft op de achterste buitenste zijkant een grote uitholling.

Andere kenmerken verschilden van S. hoiana en van de iets ruimere verwanten. De praemaxilla in de snuit is laag met niet meer dan een tiende van de gecombineerde hoogte van het jukbeen en de oogkas. Een opening in de maxilla, de fenestra promaxillaris, is groot met een hoogte die 15% bedraagt van de gecombineerde hoogte van het jukbeen en de oogkas en langwerpig met een hoogte/lengteverhouding van 0,65. De bovenste tak van het quadratojugale is kort met maar een achtste van de gecombineerde hoogte van het jukbeen en de oogkas en raakt het squamosum niet. Het dentarium van de onderkaak is langwerpig, dertienmaal zo lang als hoog. Het aanhangsel aan het darmbeen voor het schaambeen heeft van voor naar achteren gemeten een grotere lengte dan de doorsnede van het heupgewricht. Volgens een onderzoek van Alan Turner uit 2012 zijn al die kenmerken echter dubieus: ze verschillen volgens hem in feite niet bewijsbaar van S. hoiana of van een andere dromaeosauride. Hij erkende slecht één enkele autapomorfie: de achterrand van het dentarium is gevorkt. Michael Mortimer wees er echter op dat het dunne dentarium van S. hoiana afweek. Mortimer stelde ook nog een aanvullende autapomorfie voor: het opperarmbeen heeft minstens 88% van de lengte van het dijbeen.

Verschillende kenmerken zijn volgens Turner op zich niet uniek maar wellicht wel in combinatie. De voorste buitenkant van de uitholling voor de fenestra antorbitalis is ruw met richels en putjes. De praemaxilla heeft onderaan de achterkant van het buitenste oppervlak een diepe uitholling — eerder werd dit foutief aangezien voor een hiaat of diasteem tussen de tanden in de praemaxilla en maxilla. Dit kenmerk is ook vastgesteld bij Bambiraptor. De tanden in de praemaxilla zijn niet gekarteld. De fenestra promaxillaris is groot met een verdikte achterrand. De achterste zijtak van het wandbeen is lang en scherp naar achteren gericht. Het ravenbeksbeen wordt doorboord door een fenestra supracoracoidea. Het eerste kootje van de derde vinger is meer dan tweemaal zo lang als het tweede kootje. Het schaambeen heeft op de zijkant van de schacht een duidelijke bult. Op de bovenste achterrand van het zitbeen bevindt zich een uitsteeksel. Het derde middenvoetsbeen is bovenaan iets toegeknepen. Verder behoren hiertoe de reeds genoemde groeve op de premaxillaire tanden, het zuilvormige uitsteeksel van het quadratum en de uitholling op het uitsteeksel van het parasfenoïde. Microraptor bezit veel van deze kenmerken of is er nog niet op onderzocht. Volgens Mortimer verschilt Sinornithosaurus minstens in twee eigenschappen van Microraptor: het langere opperarmbeen en een langer derde kootje van de derde vinger.

Diagnose van Sinornithosaurus haoiana In 2004 werden ook onderscheidende kenmerken van S. haoiana bepaald. De praemaxilla is hoog, met ongeveer 19% van de gecombineerde hoogte van het jukbeen en de oogkas. De fenestra maxillaris is klein, met 11% van de gecombineerde hoogte van het jukbeen en de oogkas, en rond met een hoogte/lengteverhouding van 0,92. De opgaande tak van het quadratojugale is lang met 42% van de gecombineerde hoogte van het jukbeen en de oogkas en raakt het squamosum. Het dentarium is dik, maar 7,3 maal zo lang als hoog. Het aanhangsel voor het schaambeen is korter dan de doorsnede van het heupgewricht.

Volgens het overzichtsartikel uit 2012 van alle dromaeosauriden door Turner zijn deze kenmerken onvoldoende om S. haoiana van Sinornithosaurus millenii te onderscheiden. De hoge praemaxilla zou een geval zijn van individuele variatie. De grootte van de fenestra maxillaris kan bij het holotype van S. millenii niet worden vastgesteld. Bij S. millenii is de opgaande tak van het quadratojugale in feite niet korter: Liu had zich laten misleiden door onjuiste reconstructietekeningen. Dit betekent ook dat dit voor S. millenii, anders dan in de oorspronkelijke diagnose, niet kan gelden als een autapomorfie; daarbij is het hierdoor twijfelachtig of het quadratojugale werkelijk het squamosum niet raakte. Het dikke dentarium is een zeer algemeen kenmerk bij de Paraves. Ook het aanhangsel van het schaambeen is niet korter dan bij S. millenii. Mortimer meende in 2012 dat het dikke dentarium gecombineerd met de hoge praemaxilla voldoende zouden zijn om een soortonderscheid te rechtvaardigen, ware het niet dat in de veelheid van nog niet formeel beschreven exemplaren allerlei combinaties van dunne dentaria met hoge praemaxillae en dikke dentaria met lage praemaxillae kunnen worden aangetroffen.

Skelet van Sinornithosaurus millenii thumb|400px|Een exemplaar van Sinornithosaurus te Beijing

Schedel