Resolutie 1107 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd unaniem aangenomen op 16 mei 1997.

Achtergrond

In 1980 overleed de Joegoslavische leider Tito, die decennialang de bindende kracht was geweest tussen de zes deelstaten van het land. Na zijn dood kende het nationalisme een sterke opmars, en in 1991 verklaarden verschillende deelstaten zich onafhankelijk. Zo ook Bosnië en Herzegovina, waar in 1992 een burgeroorlog uitbrak tussen de Bosniakken, Kroaten en Serviërs. Deze oorlog, waarbij etnische zuiveringen plaatsvonden, ging door tot in 1995 vrede werd gesloten. Hierop werd de NAVO-operatie IFOR gestuurd die de uitvoering ervan moest afdwingen. Die werd in 1996 vervangen door SFOR, die op zijn beurt in 2004 werd vervangen door de Europese operatie EUFOR Althea.

Inhoud De Veiligheidsraad: Herinnert aan resolutie 1103. Herinnert ook aan het raamakkoord voor vrede in Bosnië en Herzegovina. Overwoog het rapport en de brief van de secretaris-generaal. Autoriseert een versterking van de UNMIBH-missie met 120 man politiepersoneel. (voor het UNIPTF-onderdeel) Vraagt de lidstaten politiewaarnemers te leveren. Besluit op de hoogte te blijven.

Verwante resoluties Resolutie 1104 Veiligheidsraad Verenigde Naties Resolutie 1105 Veiligheidsraad Verenigde Naties Resolutie 1110 Veiligheidsraad Verenigde Naties Resolutie 1112 Veiligheidsraad Verenigde Naties

1107 VR1107