Ecdysozoa is een zeer soortenrijke clade van dieren. Tot deze groep behoren de geleedpotigen, de rondwormen en een aantal kleinere fyla, zoals fluweelwormen en beerdiertjes. De groep werd voor het eerst beschreven in 1997 op basis van een moleculair onderzoek, destijds een radicale herziening van de dierfylogenie. Latere fylogenetische onderzoeken bevestigde de Ecdysozoa als duidelijke taxonomische groepering.
Het meest prominente gedeelde kenmerk (synapomorfie) van de Ecdysozoa is ecdysis of vervelling: het periodiek afwerpen van het uitwendige skelet. Deze dieren scheiden een beschermende cuticula uit – bestaande uit chitine of collageen – die star is en niet kan meegroeien, waardoor deze eens in de zoveel tijd moet worden afgeworpen. Naast deze fysiologische eigenschap delen Ecdysozoa ook enkele anatomische kenmerken, zoals het volledig ontbreken van trilhaartjes op hun (epitheel)cellen en de typische bouw van het zenuwstelsel.
De Ecdysozoa vormt een van de drie hoofdclades binnen de Bilateria. De status ervan als een monofyletische groep, een evolutionaire groepering met een gemeenschappelijke voorouder, wordt in de moderne systematiek algemeen geaccepteerd. De interne verwantschappen van de clade zijn daarentegen nog niet geheel duidelijk.
Kenmerken Vervellen Het belangrijkste kenmerk van Ecdysozoa is de drielaagse cuticula, een beschermende buitenlaag die het lichaam omhult (door de epidermis uitgescheiden). De cuticula is star en wordt tijdens de groei periodiek afgestoten en vervangen onder invloed van specifieke hormonen. Dit proces heet ecdysis of vervelling en geeft de groep haar naam. De samenstelling van de cuticula verschilt per groep; zo bevat die bij geleedpotigen chitine en bij rondwormen voornamelijk collageen.
Overige kenmerken Naast de cuticula deelt deze groep diverse andere anatomische en embryonale kenmerken. Een opvallend kenmerk is het ontbreken van beweeglijke trilharen (cilia), zowel op het uitwendig epitheel als in het larvale stadium. Daarnaast hebben veel soorten binnen deze groep amoebe-achtig sperma. Spiraalklieving in de vroege embryonale aanleg komt niet voor. Bij enkele fyla (nematoden, paardenhaarwormen) heeft het centrale zenuwstelsel de vorm van een ring die volledig rond de farynx (de keel) loopt.
Indeling en fylogenie thumb|Reconstructie van de wormachtige Uncus dzaugisi, een vroege vertegenwoordiger van Ecdysozoa
De groep Ecdysozoa omvat de volgende stammen: Arthropoda, Onychophora, Tardigrada, Kinorhyncha, Priapulida, Loricifera, Nematoda en Nematomorpha. Een aantal andere groepen, zoals de buikharigen (Gastrotricha), worden beschouwd als mogelijke leden van de groep, maar missen enkele basale kenmerken, en zijn daarom elders ingedeeld. De Arthropoda, Onychophora en Tardigrada worden op basis van hun gesegmenteerde lichaamsbouw beschouwd als een eigen monofyletische subgroep: Panarthropoda.
Onderstaand is de consensusfylogenie van de Ecdysozoa weergeven. Van enkele groepen is de verwantschap nog onzeker, deze zijn polytoom aangegeven. De fylogenie is gebaseerd op verschillende genoomanalyses.
Referenties
Categorie:Dierenrijk