thumb|Voorkant van de villa, gezien vanaf de Parklaan Villa De Laak, ook Huize De Laak, is een fabrikantenvilla met tuin en dienstgebouwen aan de Parklaan 99 in het Eindhovense stadsdeel Tongelre. Het complex werd in 1906-1907 gebouwd in opdracht van Anton Philips naar ontwerp van Johan Wilhelm Hanrath. De tuin werd ontworpen door Leonard Springer. De villa vormt met de omringende tuin, dienstwoningen, oranjerie, het koetshuis en de paardenstallen een architectonisch ensemble.
Het complex behoort tot de vroegste bebouwing van het Eindhovense Villapark en is sinds 24 juni 2002 als rijksmonument beschermd. De villa heeft monumentnummer 518761 en maakt deel uit van het rijksmonumentencomplex Huize de Laak, complexnummer 518758.
De naam De Laak is afkomstig van de Lakerloop, een vroegere waterloop die door dit deel van Eindhoven naar de Dommel liep. De latere Eindhovense wijk De Laak ontleent haar naam aan de villa en daarmee indirect aan deze waterloop.
Ligging en architectuur
Het complex ligt op een vrijwel vierkant terrein tussen de Parklaan en de Nachtegaallaan. De villa staat schuin ten opzichte van de hoek van beide straten; de dienstgebouwen zijn hoofdzakelijk langs de Nachtegaallaan gegroepeerd. Het huis wordt gerekend tot de Um 1800-architectuur, waarin rond het begin van de twintigste eeuw werd teruggegrepen op historische bouwstijlen. Hanrath baseerde de vormgeving van De Laak in het bijzonder op het zeventiende-eeuwse Hollandse classicisme.
Het hoofdgebouw heeft twee bouwlagen op een rechthoekige plattegrond en wordt gedekt door een afgeplat, met leien bekleed schilddak. Het pand is vrijwel volledig spiegelsymmetrisch opgezet. De voor- en achtergevel hebben hoekrisalieten met pilasters in kolossale orde en natuurstenen Korinthische kapitelen. De risalieten worden afgesloten door driehoekige frontons. Tegen beide zijgevels bevinden zich lagere aanbouwen met platte daken die als dakterras zijn uitgevoerd.
De bakstenen gevels zijn voorzien van een natuurstenen basementband, een gepleisterde kroonlijst en natuurstenen ornamenten. Tot de decoratie behoren onder meer guirlandes, natuurstenen aanzet- en sluitstenen en ronde vensters in de frontons. De centrale voordeur is geplaatst in een classicistische omlijsting met zuilen en heeft een rondboogvormig bovenlicht met waaiervormige roedenverdeling. Diverse ramen zijn voorzien van glas-in-lood en louvreluiken. Op de vier hoeken van het dak staan schoorstenen met siersmeedijzeren bekroningen.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kent aan De Laak onder meer cultuurhistorische waarde toe als voorbeeld van een fabrikantenvilla binnen een nieuw aangelegd villapark. De dienst noemt daarnaast de verfijnde detaillering in Hollands-classicistische vormen, de betekenis van het complex binnen het oeuvre van Hanrath, de samenhang tussen de gebouwen en de tuin en de architectuurhistorische, bouwtechnische en typologische zeldzaamheid.
Tuin en bijgebouwen
De tuin werd oorspronkelijk ontworpen door landschapsarchitect Leonard Springer. Hij maakte een landschappelijke aanleg met boomgroepen, open gazons, slingerende paden en een gevarieerde beplanting. De villa wordt gedeeltelijk door water omgeven. Vanaf de straat voert het toegangspad via een brug over deze waterpartij naar het huis. Bij de toegang staan bakstenen pijlers met natuurstenen bekroningen waarop de woorden „De” en „Laak” zijn aangebracht.
Anton Philips liet voor de aanleg van het terrein volwassen eiken uit een eerder door hem gekocht bos bij Nuenen overbrengen. De Lakerloop werd door de vijver geleid, waarin volgens een biografie van Philips forellen en karpers werden gehouden. Op het terrein bevonden zich verder onder meer een tennisbaan, een kleine boomgaard en paardenstallen. Het Philips Museum vermeldt daarnaast een moestuin en een speelplaats voor de kinderen.
De tuin werd door eigen tuinpersoneel onderhouden. Bij een Floralia-tentoonstelling in Geldrop was Huize De Laak vertegenwoordigd met een planteninzending die was verzorgd door tuinbaas Niessink. Het verslag noemt onder meer pandanus, heliotroop, coleus, caladium en cyperus.
De oranjerie werd ook voor tentoonstellingen gebruikt. Op 14 en 15 juli 1951 organiseerde de Eindhovense afdeling van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde er een lathyrustentoonstelling; bezoekers kregen toegang via de Nachtegaallaan.
Tot het monumentale complex behoren naast de villa een dubbele dienstwoning, een koetsierswoning, een oranjerie, een koetshuis en paardenstallen. De dubbele dienstwoning aan de Nachtegaallaan bestaat uit twee gespiegeld uitgevoerde woningen onder één zadeldak. De koetsierswoning is een vrijstaand eenlaags gebouw onder een steil schilddak.
Het omstreeks 1907 gebouwde koetshuis heeft eveneens Hollands-classicistische elementen. De voorgevel is door lisenen in drie brede traveeën verdeeld; boven de middelste travee bevindt zich een fronton en de centrale dubbele deur heeft een bovenlicht met een waaiervormige roedenverdeling. De oranjerie, eveneens uit omstreeks 1907 en ontworpen door Hanrath, is een vrijstaand eenlaags bakstenen gebouw met een zadeldak en als fronton uitgevoerde topgevels.
Geschiedenis
Bouw en bewoning door de familie Philips
Anton Philips begon in 1903 percelen grond te kopen in het gebied rond het beekje De Laak. In 1905 gaf hij Johan Wilhelm Hanrath opdracht een landhuis te ontwerpen en in 1906 begon de bouw. Op 4 mei 1907 werd het gezin van Anton Philips als bewoner van De Laak ingeschreven. Anton Philips en zijn echtgenote Anna Philips-de Jongh verhuisden met hun kinderen vanuit de Vestdijk naar de nieuwe villa. Hun zoon Frits Philips, geboren in 1905, groeide er op met zijn zussen Anna en Henriëtte.
Het interieur werd volgens het Philips Museum betrekkelijk rustiek uitgevoerd, met hoge lambriseringen, lage balken en veel eikenhout. Eindhoven en de omliggende gemeenten beschikten op dat moment nog niet over een openbaar elektriciteitsnet, zodat Anton Philips voor zijn woning een eigen stroom- en lichtvoorziening liet aanleggen. Het Philips Museum omschrijft De Laak als de eerste particuliere woning met een eigen stroom- en lichtvoorziening.
De bouw van De Laak viel samen met de ontwikkeling van het Villapark in Tongelre. In 1907 richtten onder anderen lokale fabrikanten en de erven van lucifersfabrikant C.H.F. Mennen de Bouwgrondmaatschappij Stratum-Tongelre op. Deze maatschappij kocht grond aan, maakte een wegenplan en verkocht bouwpercelen. In de omgeving van De Laak verrezen vervolgens meer fabrikantenvilla's met parkachtige tuinen. Philips zelf speelde eveneens een belangrijke rol bij de verdere ontwikkeling van het villapark en liet er later woningen voor hoger en middenkader van het bedrijf bouwen.
Eerste Wereldoorlog
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd De Laak ook gebruikt voor de opvang van vluchtelingen en gewonden. Anna Philips-de Jongh was in 1909 betrokken bij de oprichting van de Eindhovense afdeling van het Rode Kruis en was daarvan van 1914 tot 1936 voorzitster. Na het uitbreken van de oorlog arriveerden duizenden vluchtelingen uit België en Frankrijk in Eindhoven. Anna organiseerde in 1914 een transportcolonne en in 1915 een verpleegcolonne, hielp bij de opleiding van verpleegsters en bij de inrichting van noodhospitalen.
Een deel van De Laak werd voor de opvang en verzorging van vluchtelingen en gewonde soldaten beschikbaar gesteld. In een brief van 17 oktober 1914 schreef Anton Philips aan zijn oudste dochter dat haar moeder tot diep in de nacht bezig was met het regelen van voedsel en slaapplaatsen. Een aantal van de opgevangen vluchtelingen en soldaten vond later werk in de Philipsfabrieken.
Maatschappelijke en familiaire functie
De Laak werd ook gebruikt voor maatschappelijk werk van Anna Philips-de Jongh. In december 1923 kwamen in de villa vertegenwoordigers bijeen van verschillende organisaties die noodhulp voor Duitsland organiseerden. Onder hen waren afgevaardigden van het Nederlandse Rode Kruis, vakorganisaties en confessionele en particuliere hulpcomités. Het overleg hield verband met een landelijke collecte in de week van 17 tot en met 24 december, die onder leiding van het Rode Kruis werd gehouden.
De villa bleef daarnaast het centrum van het familieleven. Op 9 september 1925 bracht de Philips' Harmonie na de kerkelijke huwelijksplechtigheid een aubade aan het bruidspaar Otten-Philips bij Huize De Laak. In september 1935 lag het stoffelijk overschot van Antons schoonzoon jhr. mr. Gerhard Sandberg, na overbrenging uit Ankara, twee dagen in De Laak opgebaard. De begrafenisstoet vertrok vervolgens vanaf de villa naar de Algemene Begraafplaats bij de Oude Toren in Woensel.
Lakerloop en riolering
De Lakerloop speelde ook een rol in de ontwikkeling van het Villapark. In 1925 werd een juridisch geschil tussen de gemeente Eindhoven en fabrikant R. Mignot over de verontreiniging en ligging van de waterloop door een minnelijke regeling beëindigd. De daaruit voortgekomen overeenkomst had een bredere strekking en werd behalve door de gemeente en Mignot ook ondertekend door Anton Philips en enkele andere grondeigenaren in het Villapark.
De regeling voorzag onder meer in riolering van de Fazantlaan, Parklaan en Nachtegaallaan. De betrokken eigenaren zouden gezamenlijk tien procent van de kosten bijdragen, tot maximaal ƒ 2.774, en konden hun percelen op de nieuwe riolering aansluiten. De gemeente deed tevens afstand van haar aanspraken op de Lakerloop voor zover deze over de betrokken particuliere eigendommen liep.
Dertig jaar later werd de riolering in de omgeving opnieuw ingrijpend aangepast. In 1955 werd langs de Dommel een groot parallel- of stamriool aangelegd met als doel de lozing van rioolwater op de rivier terug te dringen. Het toen in aanleg zijnde gedeelte liep van de Bleekstraat via de Nachtegaallaan naar de Parklaan, waar een overstort naar de Dommel werd gebouwd. Het riool was daar inmiddels bij de Dommellaan aangekomen. Een bericht op dezelfde pagina beschreef deze verbinding als lopend vanaf de Parklaan, tegenover de tuin van De Laak, naar het spoorwegemplacement en het nieuwe Stationsplein.
Representatieve en publieke functie
Na de Eerste Wereldoorlog kreeg De Laak naast zijn functie als familiehuis steeds meer een representatieve rol voor Philips en voor Eindhoven. Omdat de stad lange tijd geen hotel had dat geschikt werd geacht voor vooraanstaande bezoekers, werden zakenrelaties, hoogwaardigheidsbekleders, ministers en leden van het Koninklijk Huis in de villa ontvangen of ondergebracht.
Prins Hendrik arriveerde op 26 mei 1929 in Eindhoven voor een bezoek aan Philips. Na een rondrit langs de verlichte fabrieksgebouwen overnachtte hij in De Laak; de volgende ochtend vertrok hij met Anton Philips voor een rondgang door de fabrieken.
Ook bij successen van PSV speelde De Laak een publieke rol. Nadat PSV in 1929 voor het eerst landskampioen was geworden, trok op 23 juni een feestelijke stoet door Eindhoven. Voor De Laak verzamelde zich een grote menigte en Anton Philips sprak er de spelers toe. Ook Frans Otten, algemeen voorzitter van PSV, voerde het woord en de Philips' Harmonie speelde een speciaal voor de gelegenheid gecomponeerde voetbalmars.
In oktober 1930 waren de Amerikaanse autofabrikant Henry Ford en zijn echtgenote Clara Bryant Ford te gast op De Laak. Na een bezoek aan de Philipsfabrieken lunchten zij in de villa, waarna de Philips' Harmonie het Amerikaanse volkslied en het Wilhelmus speelde.
Bij de viering van de zestigste verjaardag van Anton Philips in maart 1934 trok een fakkeloptocht van ongeveer 860 actieve leden van PSV naar De Laak. Anton Philips en zijn familie namen op het bordes de hulde in ontvangst; daar werd tevens bekendgemaakt dat hij tot erevoorzitter van PSV was benoemd.