In de boeken over tovenaarsleerling Harry Potter van J. K. Rowling worden veel fabeldieren beschreven. Rowling bracht ook een apart boekje uit over de fabeldieren, Fabeldieren en Waar Ze Te Vinden. Dit boekje, dat in de Harry Potterboeken zelf ook voorkomt als schoolboek voor het vak Verzorging van Fabeldieren, diende deels als bron voor onderstaand overzicht van de minder bekende fabeldieren.

Classificatie Het Departement van Toezicht op Magische Wezens classificeert bekende dieren, wezens en geesten op een schaal van X tot XXXXX als volgt:

X: Slaapverwekkend XX: Onschadelijk / kan als huisdier worden gehouden XXX: Mag geen problemen opleveren voor een kundig tovenaar XXXX: Gevaarlijk / vereist specialistische kennis / eventueel handelbaar voor een bekwaam tovenaar XXXXX: Bekende tovenaardoder / onmogelijk af te richten of te temmen

Bekende fabeldieren De volgende fabeldieren zijn in aparte artikelen beschreven: Acromantula Basilisk Centaur Draak Eenhoorn Feniks Hippogrief Huis-elfen Reus Schroeistaartige Skreeft Sfinx Terzieler

Minder bekende fabeldieren Alf

Een alf (Engels: Imp) is een kleurloos, 15 à 20 centimeter groot fabeldier. Ze hebben een kluchtig gevoel voor humor en komen in de vochtige en drassige gebieden van Groot-Brittannië en Ierland voor. Wat ze eten is onbekend. De classificatie door het Departement van Toezicht op Magische Wezens van het Ministerie van Toverkunst is XX, oftewel: Onschadelijk/Kan als huisdier worden gehouden.

Aswinder

De aswinder lijkt op een slang met rode ogen. Aswinders ontstaan uit een te lang brandend, magisch vuur, bijvoorbeeld een vuur waar "brandstof" in is gebruikt. Na een tijdje komt er uit het magische vuur een slang met een grijze, askleurige huid en rode ogen. De slang zal direct op zoek gaan naar een goed beschutte plek om zijn eieren te leggen. Wanneer een aswinder zijn eieren heeft gelegd, valt hij in stof uiteen. De eieren stralen een allesverzengende hitte uit, die alles in de omgeving verbrandt. Wanneer de eigenaar ontdekt dat er een aswinder uit het vuur is gekomen, moet hij direct op zoek gaan naar de eieren om die met een goede spreuk te bevriezen, want anders zal het hele huis in vlammen opgaan. Wanneer de eieren eenmaal bevroren zijn, zijn ze een uitstekende grondstof voor toverdranken. Aswindereieren zijn bestempeld door het Ministerie van Toverkunst tot gevoelige handelswaar klasse B.

Augurei

De augurei (Engels: Augurey) komt uit Engeland en Ierland, maar komt ook voor in de rest van Noord-Europa. Het is een dunne en droevig uitziende vogel, als een kleine en ondervoede gier. Hij is groenig zwart van kleur. Hij eet grote insecten en feeën. Hij zingt als er regen komt en wordt gebruikt als weervoorspeller. Vroeger dacht men dat hij de dood voorspelde als hij zong.

Zebedeüs Pieper schreef rond 1824 het boek Waarom Ik Niet Insliep, Toen De Augurei Riep.

Boomtrul

Boomtrullen (Engels: Bowtruckles) zijn kleine wezentjes van ongeveer 20 centimeter, die uit schors en takjes lijken te bestaan. Ze leven meestal in bomen waarvan men toverstokken maakt in grotere bossen. In het algemeen zijn boomtrullen vredelievende wezentjes maar wanneer iets of iemand in de buurt van hun boom komt vallen ze aan en proberen ze met hun lange scherpe vingers de ogen van de indringer uit te steken. Boomtrullen eten voornamelijk insecten, waaronder pissebedden, maar zijn ook dol op feeëneitjes.

Chimaera

De chimaera is een zeldzaam dier uit Griekenland. Het heeft de kop van een leeuw, het lichaam van een geit en de staart van een draak. De chimaera is zeer bloeddorstig en kwaadaardig en ook erg gevaarlijk. Er is slechts één geval bekend waarbij een tovenaar een chimaera versloeg, maar door uitputting viel hij van zijn vliegende paard en sloeg te pletter.

De eieren van een chimaera gelden als Gevoelige Handelswaar, Klasse A.

Crup

Crups zien eruit als Jackrussellterriërs, maar dan met een gevorkte staart. Ze zijn ontstaan in het zuidoosten van Engeland en zijn vrijwel zeker door magiërs gefokt, gezien hun grote aanhankelijkheid tegenover tovenaars en hun agressie tegenover Dreuzels.

De crup eet alles, van kabouters tot oude autobanden, en scharrelt overal zijn voedsel bij elkaar.

Tovenaars kunnen crup-vergunningen afhalen bij het Departement van Toezicht op Magische Wezens, na het afleggen van een test waarbij de aanvragende tovenaar moet laten blijken dat hij zijn crup in bedwang kan houden, vooral in gebieden waar Dreuzels wonen. Crup-eigenaars zijn wettelijk verplicht om de staart van hun huisdier te verwijderen door middel van een Tornspreuk als de crup tussen de zes en de acht weken oud is, omdat hij anders misschien de aandacht van Dreuzels zou kunnen trekken.

Delfstoffer

Een delfstoffer is dol op alles wat glinstert en wordt daarom door Kobolden van Goudgrijp gebruikt om te zoeken naar diep verborgen schatten. Een delfstoffer is harig en heeft zwart haar en een lange snuit. Hij is gebaseerd op zowel de honingdas als het vogelbekdier.

Hoewel delfstoffers uiterst vriendelijke en aaibare dieren zijn, mag een delfstoffer nooit als huisdier gehouden worden omdat deze anders het hele huis zal verwoesten.

In het vierde boek behandelt Hagrid delfstoffers in een les Verzorging van Fabeldieren. Hij laat de leerlingen kaboutergoud opgraven met behulp van de delfstoffers.

In het vijfde boek wordt Hagrid er van beschuldigd delfstoffers in de kamer van professor Omber binnen te hebben gesmokkeld. De daadwerkelijke dader is Leo Jordaan.

De delfstoffer speelt vooral een rol in Fantastic Beasts and Where to Find Them en is ook fysiek in de films aanwezig.

Demiguise

De demiguise is een zilverkleurige aapachtige die voorkomt in het Verre Oosten. De demiguise is vreedzaam en eet enkel planten. Men vindt de demiguise met grote moeite, daar het dier zichzelf onzichtbaar kan maken wanneer het zich bedreigd voelt. Het dier kan dan alleen gezien worden door tovenaars met jachtervaring. De vacht van de demiguise is hierom zeer gewild, want van het haar worden Onzichtbaarheidsmantels geweven.

Fee

Een fee is een klein decoratief diertje met weinig intelligentie. Omdat ze vaak door tovenaars worden gebruikt als decoratie, woont de fee in de buurt van bosland of in open plekken in het bos. Veranderend in hoogte van twee tot vijftien centimeter heeft de fee een klein mensachtig lichaam, maar met lange insectachtige vleugels op zijn rug, die transparant of verschillend in kleur kunnen zijn, afhankelijk van het type fee. De fee heeft een kleine mogelijkheid tot magie wat hij gebruik om vijanden af te weren, zoals de Augurei. Het dier heeft een druk karakter maar, omdat hij buitensporig ijdel is zal het meteen meewerken als de fee gevraagd wordt als versiering te dienen. Ondanks zijn menselijke gelijkenis kan de fee niet praten. De fee maakt hoge geluiden om met zijn gelijke te communiceren. Een fee legt ongeveer vijftig eieren tegelijk aan de onderkant van een blad. Het ei veranderd in een opvallend gekleurde larve. Als de fee zes tot tien dagen oud is maakt hij een cocon om zichzelf en een maand later komen ze tevoorschijn als een volledig gevormde, gevleugelde volwassene.

Flubberwurm

Flubberwurmen (Engels: Flobberworm) zien eruit als dikke bruine wormen. Ze worden maximaal 25 centimeter lang en bewegen zeer weinig. De twee uiteinden zijn niet van elkaar te onderscheiden en produceren allebei het slijm waaraan de flubberwurm zijn naam dankt. Dit slijm wordt tevens gebruikt om toverdranken dikker te maken. Flubberwurmen leven in vochtige greppels.

De flubberwurm prefereert sla, maar houdt van vrijwel elk soort groenvoer.

Flubberwurmen hebben geen zichtbare kop of tanden. Toch beweerde Vincent Korzel in Harry's vierde schooljaar tegenover roddeljournaliste Rita Pulpers dat hij gebeten was door een flubberwurm, om Rubeus Hagrid, de leraar van het schoolvak Verzorging van Fabeldieren, een hak te zetten.

Fwoeper

De fwoeper is een vogel uit Afrika. Hij heeft een opvallend kleurrijk verenkleed, dat felgroen, geel, oranje of roze kan zijn. De eieren van een fwoeper hebben oogverblindende patronen. Het gezang van een fwoeper klinkt aanvankelijk aangenaam, maar leidt uiteindelijk tot krankzinnigheid, vandaar dat fwoepers altijd met een Zwijgbezwering worden verkocht. De eigenaar van een fwoeper dient in het bezit te zijn van een vergunning.

Grauwel

De grauwel is, hoewel lelijk, ongevaarlijk. Een grauwel lijkt een beetje op een erg slijmerige wildeman, met vooruitstekende tanden. Hij leeft meestal in schuren of op vlieringen bij tovenaarsfamilies. Grauwels eten spinnen en motten.

Soms kreunt de grauwel en smijt hij met voorwerpen, maar in wezen is hij ongevaarlijk. In het ergste geval zal hij angstaanjagend grommen als iemand hem tegenkomt. De Taakeenheid Grauwels van het Departement van Toezicht op Magische Wezens is speciaal bedoeld om grauwels uit huizen die door Dreuzels worden gekocht te verwijderen. In tovenaarsfamilies is de grauwel meestal een geliefd gespreksonderwerp en soms zelfs een soort huisdier.

In het zevende boek verkleedt en betovert Ron Wemel samen met zijn vader hun huisgrauwel zodat deze op (een doodzieke) Ron lijkt. Op deze manier denken de controleurs van Zweinstein dat Ron ziek op bed ligt wanneer Ron samen met Hermelien en Harry op zoek gaat naar Voldemorts Gruzielementen.

Horklump

De horklump lijkt op een vleesachtige, roze paddenstoel en is schaars begroeid met stugge zwarte haren. De Horklump kwam oorspronkelijk uit Scandinavië, maar heeft zich nu al door heel Noord-Europa verspreid.

De Horklump vermenigvuldigt zich razendsnel en kan de meeste tuinen binnen een paar dagen compleet overwoekeren. In plaats van wortels spreidt hij zijn pezige tentakels uit onder de grond en zoekt daarmee naar regenwormen. De Horklump is het lievelingskostje van kabouters, maar is verder nergens nuttig voor.

Jarvey

De jarvey, een dier dat lijkt op een uit de kluiten gegroeide fret, komt voor in Groot-Brittannië, Noord-Amerika en Ierland. Het bijzondere aan de jarvey is dat hij kan praten, hoewel een echt gesprek hem te boven gaat en hij zich meestal beperkt tot een onophoudelijke stroom van korte (beledigende) zinnen.

Jarvey's wonen het overgrote deel van hun leven onder de grond, waar zij jagen op kabouters, maar ook mollen, ratten en veldmuizen zitten in hun dieet.

Juttemus

De juttemus is een kleine vogel met blauwe spikkels, die voorkomt in Noord-Europa en Noord-Amerika. De juttemus leeft van insecten.

Hij maakt zijn leven lang geen enkel geluid, tot aan zijn dood, dan uit hij een lange gil die bestaat uit alle geluiden die hij ooit gehoord heeft, maar dan in omgekeerde volgorde. De veren van de juttemus dienen als ingrediënt in Waarheidsserums en Geheugendrankjes.

Kabouter

Kabouters (Engels: Gnomes) leven in holen die zich in tuinen, kerkers en bossen kunnen bevinden. De meeste tovenaars beschouwen hen als een tuinplaag en halen ze graag weg. Ze zijn klein en leerachtig met een groot, kaal hoofd. Ze kunnen agressief zijn. Je kunt ze kwijt raken door ze, aan hun enkels, boven je hoofd te slingeren en dan los te laten. Ze zijn dan te duizelig om hun kabouterholen terug te vinden. Kabouters zijn niet erg slim maar wel nieuwsgierig.

Kappa

De kappa is een waterduivel uit Japan. Hij leeft in ondiepe vijvers. Van de kappa wordt gezegd dat hij lijkt op een aap, maar in plaats van haar vissenschubben heeft. In de kruin van zijn hoofd heeft hij een holte waarin hij water bewaart.

De kappa leeft van het drinken van mensenbloed, maar men kan hem overhalen iemand niet te deren door de kappa een komkommer toe te werpen waarin de naam van de desbetreffende persoon in staat gekerfd. Wanneer een tovenaar de confrontatie aangaat met een kappa, moet hij ervoor zorgen dat de kappa buigt, hierdoor loopt namelijk het water uit de holte in zijn hoofd, waardoor hij krachteloos wordt.

Kelpie